id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.213 Rolnummer: A. 169903/XII-4638 Zaak: Arrest 208213 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 19/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-28 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Arrest nr 208.213 van 19 oktober 2010 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 208.213 van 19 oktober 2010 in de zaak A. 169.903/XII-4638 In zake: Benjamin VAN MARCKE die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt - Groep Onderwijs met zetel te 1000 Brussel Boudewijnlaan 20-21 tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 10 Midden-Brabant bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te Antwerpen Amerikalei 220, bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op1 februari 2006, strekt tot de nietigverkla- ring van: “- de beslissing (waarvan geen afschrift werd bekomen) van de Raad van Bestuur van Scholengroep 10 Midden-Brabant van het Gemeenschapsonder- wijs, waarbij verzoeker niet batig werd gerangschikt voor vaste benoeming in de vacante betrekking 2047 leraar SO Frans KA Zaventem (12 u. Frans) - eerste bestreden beslissing; - de beslissing (waarvan geen afschrift werd bekomen) van de Raad van Bestuur van Scholengroep 10 Midden-Brabant van het Gemeenschapsonder- wijs, waarbij verzoeker niet batig werd gerangschikt voor vaste benoeming in de vacante betrekking 2006 leraar SO Frans KA Grimbergen (15 u. Frans) - tweede bestreden beslissing”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. XII-4638-1\5 Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 oktober
- Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 26 juni 2005 stelt verzoeker zich kandidaat voor vaste benoeming in de betrekkingen 2047 - leraar SO Frans KA Zaventem (12 uur) en 2006 - leraar SO Frans KA Grimbergen (15 uur). Verzoeker is niet de enige kandidaat voor de bedoelde betrekkin- gen. Hij wordt op 19 oktober 2005 gevraagd om een dossier in te dienen en tevens uitgenodigd om te worden geïnterviewd door de selectiecommissie. Met brieven van 1 december 2005 deelt de algemeen directeur van de scholengroep aan verzoeker mee dat aan zijn aanvragen “geen gunstig gevolg kon gegeven worden omdat [hij] niet de vereiste 60% van de punten behaalde op de combinatie van het dossier en het interview”. De brieven vermelden de beroeps- mogelijkheid “tegen huidige beslissing” bij de Raad van State. XII-4638-2\5 Op 5 december 2005 ondertekent verzoeker een terug aan verwerende partij te bezorgen afschrift van deze brieven met de vermelding “afschrift ontvangen - niet akkoord”. Op 12 december 2005 ontvangt de algemeen directeur verzoeker, die wordt bijgestaan door zijn vakvereniging. Verzoeker ontvangt bij die gelegen- heid een kopie van zijn toetsingsfiche. Op 20 december 2005 bezorgt de vakorganisatie nog een document met opmerkingen van verzoeker bij de hem gekende scores aan de algemeen directeur. Deze antwoordt hierop nog, namens de selectiecommissie, met een brief van 12 januari
- IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- In het auditoraatsverslag wordt opgeworpen dat verzoeker heeft nagelaten ook de benoeming te bestrijden van andere kandidaten in de door hem geambieerde betrekkingen, dat die benoemingen te zijnen aanzien door verloop van de beroepstermijn in rechte definitief zijn geworden en dat verzoeker dan ook zonder belang is bij het beroep.
- Verzoeker heeft inderdaad maar belang om de weigering om hem te rangschikken aan te vechten, en kan er slechts voordeel uit putten, indien hij minstens ook geacht kan worden de nietigverklaring te vorderen van de benoemin- gen die in voorkomend geval wél in de begeerde betrekkingen zijn gebeurd.
- Zoals de Raad van State reeds meermaals heeft aangenomen, zo in de arresten nr. 67.850 van 29 augustus 1997 inzake Moreels, nr. 113.784 van 17 december 2002 inzake Mampaey, nr. 114.914 van 23 januari 2003 inzake Demuynck en meest recent nog nr. 206.214 van 1 juli 2010 inzake Hoste, moet -tot bewijs van het tegendeel- worden aangenomen dat wie voor zichzelf een betrekking wil, onvermijdelijk ook wil dat wie deze betrekking heeft gekregen eruit verwijderd wordt om voor hem plaats te maken. Te dezen heeft het auditoraat evenwel na onderzoek van het inleidend verzoekschrift gemeend dat verzoeker die betrachting niet heeft. XII-4638-3\5 Alleszins valt de Raad van State bij dat de wijze waarop dit verzoekschrift is opgesteld van aard is om twijfels te doen rijzen. Zo vecht verzoeker formeel zelfs niet zijn niet-benoeming aan, maar enkel zijn niet-batige rangschikking. Van de wél benoemde concurrenten is bij de omschrijving van het voorwerp van het beroep -of in de verdere uiteenzettingen van het verzoekschrift- geen spoor. Over zijn belang schrijft verzoeker (bladzijde 4 van het verzoekschrift) opmerkelijk niét met zoveel woorden dat hij de benoeming in de beide betrekkingen alsnog nastreeft, maar merkt hij enkel op dat “de bestreden beslissingen” (dus: zijn niet batige rangschikking) op ongunstige wijze raken aan zijn rechtspositie en hem “aldus” een “persoonlijk, zeker en actueel nadeel” toebrengen. Ook de aangevoerde middelen en hun toelichting verwijzen nergens naar de latere benoemingen en nemen enkel zijn rangschikking op de korrel. Dit alles brengt het auditoraat ertoe te concluderen dat verzoeker de benoemingen als resultaat van de procedure niet binnen het bereik van de Raad van State heeft gebracht.
- Het minste wat na het voorgaande mag worden gesteld, is dat een en ander ernstige twijfels doet rijzen bij het voorwerp van het beroep. Nu die twijfel onder woorden is gebracht in het auditoraatsverslag, viel het aan verzoeker toe om bij de eerste hem geboden gelegenheid -dat is, in zijn laatste memorie- elke aarzeling weg te nemen en ondubbelzinnig te verklaren waartegen zijn beroep is gericht.
- Welnu, ook in die laatste memorie komt verzoeker er niet toe te verklaren dat hij wel degelijk ook de benoemingen die ondertussen zijn gebeurd in de beide betrekkingen uit het rechtsverkeer wil zien verdwijnen, teneinde hem een nieuwe kans op benoeming te verschaffen. Integendeel zet hij uiteen dat hij “momenteel nog steeds over een moreel belang beschikt, te weten het wegnemen van de smet die uitgaat van de niet- rangschikking als ervaren en competent leerkracht voor een benoemingsexamen”. Hieruit kan de Raad enkel afleiden dat met het auditoraatsverslag moet worden vastgesteld dat verzoeker enkel en alleen zijn niet-rangschikking bevecht. XII-4638-4\5
- Wie deelneemt aan een benoemingsprocedure, loopt steeds kans door een andere kandidaat te worden gepasseerd. Dit moreel nadeel volstaat niet om een beroep tot nietigverklaring dat gericht is tegen een voorbereidende handeling in een selectieprocedure te ondersteunen, indien verzoeker zoals te dezen nalaat om ook de eindbeslissing aan te vechten. Het belang van verzoeker moet immers beoordeeld worden in het licht van het voordeel dat hij mag verwachten van de gevraagde verdwijning uit het rechtsverkeer van de bestreden beslissingen. Verzoeker verduidelijkt evenwel niet waarom hij door dit voorbijgaan van zijn kandidatuur een zodanige krenking ondergaat, waaraan hij een gekwalificeerd moreel nadeel zou ontlenen dat gediend zou zijn met de gevraagde nietigverklaring van zijn niet-rangschikking, terwijl de uiteindelijke benoemingen onaangetast blijven.
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Geert Van Haegendoren, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Dierk Verbiest XII-4638-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.213 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div