← België

Arrest 208235 - Uitleveringen - 20/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.235 Rolnummer: A. 197933/IX-6965 Zaak: Arrest 208235 - Uitleveringen - 20/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:18 Fiche Arrest nr 208.235 van 20 oktober 2010 Vreemdelingen - Uitleveringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.235 van 20 oktober 2010 in de zaak A. 197.933/IX-6965 In zake : Zlatan RADOSAVLJEVIC bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 14 oktober 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 9 oktober 2010 van de gevangenisdirecteur te Hasselt waarbij aan Zlatan Radosavljevic de tuchtstraf van drie maanden individueel regime wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2010, om 15.00 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. IX-6965-1/6 Advocaat Pascal Quadflieg, die loco advocaat Jürgen Millen verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Hasselt. 3.2. Op 8 oktober 2010 wordt bij een celcontrole een “bol met een onbekende substantie” gevonden, verstopt in een doos ontbijtgranen. Bij voorlopige maatregel wordt de verzoeker wegens het vinden van drugs verplicht op cel te verblijven met uitsluiting van alle activiteiten. Er wordt een tuchtrapport opgemaakt en de verzoeker wordt op 9 oktober 2010 gehoord door de gevangenisdirecteur. 3.3. De gevangenisdirecteur neemt vervolgens het bestreden besluit waarbij aan de verzoeker de tuchtsanctie van “drie maanden individueel regime (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke erediensten, gelet op het risico voor drugsgebruik/drugssmokkel)” wordt opgelegd. De beslissing vermeldt volgende motivering: IX-6965-2/6 “Verwijzing naar het tuchtrapport van 08/10/2010 en de voorlopige maatregel van 08/10/2010. Tijdens een celcontrole werd bij betrokkene een bol met een onbekende substantie aangetroffen. De verdachte substantie was verstopt in een doos ontbijtgranen. Het gevangenispersoneel is formeel over hetgeen werd vastgesteld. Betrokkene legt ter zitting een eerder ongeloofwaardige verklaring af als zou hij de verdachte substantie zonder meer gevonden hebben op de wandeling. Hij geeft enkel toe dat het niet verstandig is om zaken van op de wandeling mee te nemen. De gevangenisdirectie houdt inzake het bepalen van de tuchtsanctie rekening met de volgende elementen: - de directie is er vanuit haar ervaring van overtuigd dat de verdachte substantie hard drugs betreft; - de verdachte substantie werd bij betrokkene op cel gevonden, verstopt in een doos ontbijtgranen; - de gevonden substantie werd niet op regelmatige wijze in de inrichting verkregen (i.c. aankoop via kantine, toegelaten gift van bezoeker,…); - drugsbezit en -gebruik worden absoluut niet getolereerd: het is in strijd met de lokale leefregels in de gevangenis en heeft mogelijks nefaste gevolgen met betrekking tot de eigen gezondheid van betrokkene en met betrekking tot de orde en de veiligheid in de inrichting. Daarnaast vormen een aantal mogelijke neveneffecten (vechtpartijen, agressie ten aanzien van het gevangenispersoneel en medegedetineerden, schulden, afpersingen, verklikking, ...) een minstens even grote bedreiging voor de interne orde en veiligheid. Om de genoemde redenen wordt een tuchtsanctie opgelegd. Gezien de aard van de feiten is het noodzakelijk betrokkene voor een periode uit te sluiten van gemeenschappelijke activiteiten.” IV. Onderzoek van de vordering 4. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Ernst van de middelen 5. De verzoeker voert de schending aan van de motiveringsverplichting en van het proportionaliteitsbeginsel. Wat de schending van de motiveringsverplichting betreft stelt hij dat de gevangenisdirecteur geen IX-6965-3/6 enkel bewijs heeft dat de bol met onbekend substantie drugs zou bevatten, zodat de aangehaalde motivering niet voldoet; verwijzing naar de “ervaring” verwerpt hij als nauwkeurige en correcte motivering. Wat de schending van het proportionaliteitsbeginsel betreft stelt hij dat de opgelegde straf niet in verhouding staat tot de vermeende inbreuk. 6. Wat de schending van de motiveringverplichting betreft blijkt het middel gericht te zijn tegen het motief dat de directeur vanuit zijn ervaring overtuigd is dat de substantie hard drugs betreft. Dat motief moet bekeken worden in het licht van

  1. a)de vaststellingen gemaakt door de penitentiair beambte dat er een bol met een substantie verstopt zat in de cornflakes van de verzoeker,
  2. b)de vaststelling dat de verzoeker tijdens zijn verhoor ongeloofwaardige verklaringen gegeven heeft en
  3. c)de vaststelling dat de verzoeker geen tegenindicaties geeft die kunnen doen vermoeden dat de penitentiair beambte zich vergiste toen hij de substantie identificeerde als drugs. 7. De directie heeft zich inderdaad gesteund op de ervaring van haar personeel om de feiten -bezit van drugs- voor bewezen te houden. Zij heeft geen labo-onderzoek afgewacht en heeft aldus een onomstootbaar bewijsmiddel naast zich neergelegd, maar dat betekent niet dat de verwijzing naar de ervaring van de ambtenaren -dat in feite neerkomt op de omkering van de bewijslast- geen rechtsgeldig bewijsmiddel kan zijn, met name wanneer het gaat om situaties waarmee de penitentiaire beambten goed vertrouwd blijken te zijn en er geen echte tegenindicaties worden voorgelegd. Het aannemen van dergelijk bewijsmiddel met betrekking tot gegevens die een langdurig onderzoek vergen is in zaken als deze gerechtvaardigd, omdat de gevangenisdirecteur verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken in de gevangenis en zulks een onverwijld bestraffen van tuchtinbreuken impliceert, zoals ook blijkt uit de regeling vervat in de omzendbrief nr. 1777. IX-6965-4/6 8. De verzoeker legt geen tegenindicaties voor die erop wijst dat het gevangenispersoneel lichtzinnig of met opzet de bij hem gevonden substantie als drugs aangemerkt heeft. Op grond van de gegevens waarover hij beschikte kon de gevangenisdirecteur geredelijk aannemen dat bij de verzoeker drugs waren gevonden. Vanuit dat oogpunt is het middel niet ernstig. 9. Wat de schending van het proportionaliteitsbeginsel betreft, wordt met de verwerende partij vastgesteld dat de verzoeker niet uiteenzet waarom de straf in zijn geval buiten verhouding tot de feiten -bezit van harddrugs- is. Rekening houdend met de overlast en de gevaren die het probleem van drugs in de gevangenissen met zich brengt en het daadkrachtig optreden dat van de gevangenisdirectie op dat vlak verwacht mag worden, acht de Raad van State de opgelegde tuchtstraf zeker niet kennelijk onredelijk. Ook vanuit dat oogpunt is het middel niet ernstig. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel 10. De verzoeker stelt dat hij in een vertrouwensfunctie tewerkgesteld was en nu voor drie maanden volledig gescheiden wordt van de medegedetineerden. Het nadeel is volgens hem ernstig, nu hij niet kan gaan werken in de gevangenis, hij niet kan deelnemen aan de gemeenschappelijke wandeling en activiteiten en de tuchtzaak “een grote invloed” zal hebben op de behandeling van zijn zaak voor de strafuitvoeringsrechtbank. 11. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is daarmee evenwel niet aangetoond: de straf, met de gevolgen die de verzoeker beschrijft, berokkent op zich geen nadeel dat als ernstig en moeilijk te herstellen gekwalificeerd kan worden; de verzoeker zet enkel uiteen welke gevolgen de straf voor hem heeft, maar hij duidt niet aan welke impact die gevolgen hebben op zijn persoonlijke situatie; hij laat derhalve na te bewijzen dat de tenuitvoerlegging van de tuchtstraf zijn situatie dermate zal verslechteren dat de negatieve gevolgen niet door een vernietigingsarrest zullen kunnen rechtgezet worden. IX-6965-5/6 12. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt niet aangetoond. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6965-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.235 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.