← België

Arrest 208255 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.255 Rolnummer: A. 193597/X-14303 Zaak: Arrest 208255 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-29 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:18 Fiche Arrest nr 208.255 van 20 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.255 van 20 oktober 2010 in de zaak A. 193.597/X-14.303. In zake: Luk VERSTRAELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katharina Erard kantoor houdend te 1703 SCHEPDAAL Oudstrijdersstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: 1. de gemeente TERVUREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 3 augustus 2009, strekt tot de nietigverklaring van :

  1. a)het besluit van 25 mei 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tervuren waarbij aan Rudy SMETS voor de b.v.b.a. MOLOK WEST EUROPE een wijziging van de verkavelingsvergunning, afgegeven op datum van 10 mei 2004 met als referte 297.V.417, wordt verleend voor een terrein gelegen te Tervuren, College van Luxemburglaan 2, kadastraal bekend sectie A, nrs. 68/m5, 68/n5 en 79/r, en
  2. b)het advies van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar van 15 mei 2009 houdende de beslissing inzake afwijkingsvoorstel met betrekking tot voormeld terrein en zoals opgenomen in het eerste bestreden besluit. X-14.303-1/13 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september 2010. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Katharina Erard, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Celine Paqué, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoeker is eigenaar van een onroerend goed aan de Stationstraat 59 te VOSSEM (Tervuren), er kadastraal bekend onder sectie A, nr. 68/y2. Het perceel grenst aan de eigendom van de n.v. Promoconstruct die is gelegen aan de College van Luxemburglaan 2-26, er kadastraal gekend onder sectie A, nrs. 68/d4 en 79/r3. X-14.303-2/13 3.2. Op 10 mei 2004 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tervuren aan de n.v. Promoconstruct een verkavelingsvergunning voor de percelen gelegen aan de Stationsstraat, Oude Voordelaan en College van Luxemburglaan, er kadastraal gekend onder sectie A, nrs. 68/d4, 68/c4, 68/z3 en 79/r3. Het vergunningsbesluit bevat o.m. volgende overwegingen: “(…) Het college van burgemeester en schepenen neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in: (…) Om de winkelsite af te schermen van de aanpalende percelen legt het college van burgemeester en schepenen de voorwaarde op om langs de scheidingsgrens met het perceel Stationsstraat 59 een bufferscherm met streekeigen groen aan te leggen. Dit bufferscherm dient bij de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning meer gespecificeerd te worden. (…) De aanvraag omvat het creëren van zeven kavels met als bestemmingen: handelsruimten, één- en/of meergezinswoningen, parking met bufferbekkens, groenzone en voetpad. (…) Beschrijving en beoordeling van het project (…) Kavel 5: de parking behorende bij de handelsruimte met daaronder het bufferbekken. Deze buffer met een wervelventiel moet aangelegd worden volgens een plan opgemaakt in samenspraak met de gemeentelijke dienst infrastructuurwerken en gestaafd door de nodige debietberekeningen berekend op een 5-jaarlijkse bui. Langs de scheidingsgrens met het perceel stationsstraat 59 dient een groenbuffer te worden aangelegd (…) (…) Het college van burgemeester en schepenen brengt een voorwaardelijk gunstig advies uit. Voorwaarden: (…) - Het aanleggen van een buffer streekeigen groen aan de scheidingsgrens met het perceel Stationsstraat 59 (…) - Kavel 5: het aanleggen van een buffer met een wervelventiel volgens een plan opgemaakt in samenspraak met de gemeentelijke dienst infrastructuurwerken en gestaafd door de nodige debietberekeningen berekend op een 5-jaarlijkse bui; (…)”. De verkavelingsvergunning wordt verleend onder een aantal voorwaarden, waaronder onder meer de volgende: “(….) - Kavel 5 is bestemd voor parking. De parkingruimte grenst onmiddellijk aan de weg en bijgevolg, zo goed als ook, aan de onmiddellijke omgeving van de hoeve. Deze parkingzone dient door middel van groen afgeschermd te worden. X-14.303-3/13 - (…) - Kavel 5: het aanleggen van een buffer met een wervelventiel volgens een plan opgemaakt in samenspraak met de gemeentelijke dienst infrastructuurwerken en gestaafd door de nodige debietberekeningen berekend op een 5-jaarlijkse bui; - (…)”. 3.3. Op 2 mei 2005 verleent het college van burgemeester en schepenen aan de n.v. Promoconstruct een stedenbouwkundige vergunning voor “het bouwen van twee handelsruimten en woongelegenheden” op de voormelde percelen 68/d4 en 79/r3, zijnde de kavels 1 t.e.m. 5 van de voormelde verkaveling. Het besluit bevat onder meer volgende overwegingen: “(…) Op kavel 5 wordt parking aangelegd behorende bij de handelsruimten met daaronder een bufferbekken. Langs de scheidingsgrens met het perceel Stationsstraat 59 wordt een groenscherm bestaande uit haagbeuk met een maximale hoogte van 2m aangelegd. (…) Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening Het project is in overeenstemming met de voorschriften van de verkavelingsvergunning behalve voor wat sommige kroonlijsthoogten en nokhoogten betreft. (…)”. 3.4. Bij proces-verbaal van 12 juli 2007 stelt een bevoegde gemeenteambtenaar een aantal werken vast die “(af)wijken (…) van de verleende stedenbouwkundige vergunning en de van toepassing zijnde verkavelingsvergunning. Ze zijn mogelijks een overtreding van het decreet van 18 mei 1999 (en wijzigingen)”. Het betreft onder meer volgende werken: “(…) 6. indeling van de parking Slechts een deel van de parking werd reeds uitgevoerd. Daarbij werd vastgesteld dat de werken voor de aanleg van de parking nog niet voltooid zijn, maar dat kavel 5 grotendeels benut wordt voor werfinrichting. 7. reliëfwijziging op kavel 5 (parking) Er werd vastgesteld dat er zich een hoogteverschil tot ca. 0,50m voordoet tussen kavel 5, en het aanpalende perceel met als adres Stationsstraat 59 (….) 8. lantaarnpaal (kavel 5) Aan de rand van kavel 5, ter hoogte van de voorgevel van de woning met huisnummer 59 (…) werd een lantaarnpaal opgericht. (…)”. 3.5. Op 5 oktober 2007 (datum ontvangstbewijs) dient de n.v. Promoconstruct een aanvraag in “tot het regulariseren van afwijkingen van de X-14.303-4/13 eerdere stedenbouwkundige vergunning nr. 2004/0104” op de percelen nrs. 68/d4 en 79/r3 (de kavels 1, 2, 3, 4 en 4A). Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek dat wordt gehouden van 5 november tot 4 december 2007, worden zes bezwaarschriften ingediend, waaronder één van de verzoeker. Met een besluit van 23 januari 2008 concludeert het college van burgemeester en schepenen dat het “de afwijking van de voorschriften van de verkavelingsvergunning (kan) voorstellen, voor zover de drainagestrook een groene omkadering krijgt”. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar verleent op 9 april 2008 gunstig advies aan het voormeld afwijkingsvoorstel van het college van burgemeester en schepenen. Met een door de verzoeker bestreden besluit van 21 april 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen aan de n.v. Promoconstruct de stedenbouwkundige vergunning. Het annulatieberoep van de verzoeker tegen dit laatste besluit wordt verworpen bij arrest nr. 208.254. 3.6. Op 18 februari 2009 (datum van het ontvangstbewijs) dient de heer Rudy Smets voor de b.v.b.a. MOLOK WEST EUROPE bij de gemeente Tervuren een aanvraag in tot het deels wijzigen van de bestemming van lot 5 van de verkaveling van 10 mei 2004. Het voorwerp van de aanvraag wordt door de aanvrager als volgt omschreven : “Inplanting/regularisatie van een reeds geplaatste semi-ondergrondse afvalcontainer van 5.000 liter voor verpakkingsafval op de parking van lot 5. Dit is in de groene zone links van de loskade van Aldi. De afvalcontainer werd ingeplant op 1,80m gemeten vanaf inrit tot het midden van de afvalcontainer, op 1,80 meter vanaf de boordsteen van de aanpalende parking tot het midden van de afvalcontainer en op zo 'n 4,50 meter van het hekwerk op de scheiding met de buurman (...). Afmetingen van de container : diameter van 1,80 meter en een hoogte van 1,10 meter. De container steekt voor 1,70 meter in de grond”. 3.7. Tijdens het openbaar onderzoek wordt één bezwaarschrift ingediend en dit door de verzoeker. 3.8. Op 13 april 2009 brengt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tervuren een gunstig advies uit nopens de gevraagde afwijking van de verkaveling. Dit advies is als volgt gemotiveerd : X-14.303-5/13 “Het project is gelegen langsheen de gemeenteweg College van Luxemburglaan. Het perceel is bebouwd met enkele winkelruimten met bijhorende parkeerplaatsen en appartementsgebouwen. Overwegende dat de onmiddellijke omgeving bestaat uit zowel laagbouw als hoogbouw; Het project omvat het deels wijzigen van de bestemming van lot 5 van de verkaveling. In de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften wordt de bestemming van lot 5 beschreven voor ‘parking in klinkers voor de parkeerstroken, KWS verharding voor de rijweg met buffering RW-water, toegangen, stalling van winkelwagentjes, groen en verlichtingen. Publiciteitsborden zijn niet toegelaten met uitzondering van één publiciteitspyloon (max. 4 à 5m hoog en max. 1,5m breed) met de logo’s van de desbetreffende winkels.’ Het Agentschap voor Monumenten en landschappen gaf volgende opmerkingen : af te schermen met groen, geen opvallende publiciteit, wegwijzers op discrete en geschikte locatie, zonder storend te zijn voor zicht op Oude Voorde. De aanvraag omvat het wijzigen van de voorschriften zodat de geplaatste afvalcontainer kan geregulariseerd worden. De afvalcontainer werd ingeplant op ongeveer 4,50m van de linker perceelsgrens. De container heeft een diameter van 1,80m en steekt maximaal 1,10m boven het bestaande maaiveld (uit). Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening Het project is qua inplanting en afmetingen stedenbouwkundig aanvaardbaar. Door de hoogte van de container, gemeten vanaf het bestaande maaiveld, en door de afwerking van de container met lattenwerk, wordt de inpakt op de onmiddellijke omgeving beperkt. De container dient enkel gebruikt te worden voor verpakkingsafval en in geen geval voor dierlijk afval. Er werd op donderdag 4 december 2008 een Proces-verbaal opgesteld voor het plaatsen van een verlichte publiciteitspyloon en voor het plaatsen van een afvalcontainer. Naar aanleiding van deze vaststelling werd dit regularisatiedossier ingediend. (...) Algemene conclusie Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, alsook dat het voorgestelde ontwerp bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving, mits het naleven van de volgende voorwaarden : - De container dient enkel gebruikt te worden voor verpakkingsafval en in geen geval voor dierlijk afval. - De container dient te worden afgeschermd met inheems groen van maximaal 1,20m hoog. - Refererend naar de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften dient lot 5 te worden afgeschermd met groen.” 3.9. Op 15 mei 2009 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een gunstig advies omtrent de wijziging van de verkaveling. Dit is de tweede bestreden beslissing. Dit advies is als volgt gemotiveerd : “Het ingediende dossier verkavelingswijziging is volledig en de procedure tot behandeling van deze aanvraag is correct verlopen. Ik sluit mij volledig aan X-14.303-6/13 bij de planologische en ruimtelijke motivering van deze aanvraag, zoals opgebouwd door het college van burgemeester en schepenen. Bijgevolg wordt deze aanvraag ‘Gunstig’ geadviseerd. Mits zich te houden aan de voorwaarden gesteld door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 13/04/2009”. 3.10. Bij besluit van 26 mei 2009 wordt door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tervuren aan de b.v.b.a. MOLOK WEST EUROPE een vergunning verleend voor het wijzigen van de verkavelingsvergunning van 10 mei 2004. Dit is het eerste bestreden besluit. IV. De ontvankelijkheid van het beroep 4.1. De eerste verwerende partij werpt op dat het annulatieberoep van de verzoeker niet ontvankelijk is. Zij betoogt wat volgt: “20. De verzoekende partij steunt haar belang in het verzoek tot nietigverklaring op zijn hoedanigheid als eigenaar van het perceel palend aan het terrein waarop het bestreden besluit betrekking heeft. 21. Het loutere feit dat vergunning met betrekking tot een naburig terrein mogelijke in strijd met de wetten zou zijn afgegeven (quod non, zie infra) volstaat evenwel niet om blijk te kunnen geven van het vereiste belang voor het instellen van een vernietigingsberoep. 22. Verzoekende partij dient nog steeds aan te tonen dat er tussen hem en het bestreden besluit een voldoende geïndividualiseerde band bestaat. In deze geeft de verzoekende partij echter nergens aan waarom en in welke mate hij een eigen persoonlijk en rechtsreeks belang heeft bij een vernietiging van de bestreden beslissing. 23. Bovendien rijst hoe dan ook een ernstige twijfel over het actuele belang dat verzoekende partij nog zou hebben bij een vernietiging van de bestreden beslissing. Hij laat immers na om nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen die aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak (nog steeds) (geur)hinder ondervindt door de betrokken afvalcontainer die - volgens zijn eigen bewoordingen- zijn ‘onmiddellijke leef- en woonwereld op een grondige- én nadelige wijze zou hebben gewijzigd, alsook van zijn gezin.’ Alleen al het feit dat de verzoekende partij tijdens het openbare onderzoek als enige een bezwaar heeft ingediend tegen de aanvraag tot wijziging van de verkavelingvergunning, bewijst niet, maar doet wel vermoeden dat de hinder niet zo groot is als verzoekende partij laat uitschijnen. 24. De foto’s die verzoekende partij bij zijn bezwaarschrift van 26 maart 2009 heeft toegevoegd, bewijzen terzake niet veel: de eerste vier foto’s betreffen een compleet andere - geenszins vergunningsplichtige - container dan diegene die het bestreden besluit regulariseert; de laatste twee foto’s tonen op hun beurt niet aan of en in hoeverre de verzoekende partij ‘serieuze lawaaihinder’ ondervindt, die de normale hinder van de (...) op het perceel gevestigde inrichtingen te buiten gaat (integendeel, de laatste twee foto's tonen enkel aan dat de containers wel degelijk worden geledigd en de geurhinder hoe dan ook minimaal moet zijn!). Het vernietigingsberoep is bijgevolg onontvankelijk”. X-14.303-7/13 4.2. Uit de gegevens in het dossier blijkt dat de verzoeker eigenaar en bewoner is van het onroerend goed dat paalt aan kavel 5 van de verkavelingsvergunning van 10 mei 2004 waarvan de bestemming door het eerste bestreden besluit deels wordt gewijzigd. Hierdoor alleen al heeft de verzoeker in principe het naar het recht vereiste belang om de vernietiging te vorderen van de bestreden besluiten. Het feit dat volgens de eerste verwerende partij de geurhinder van de afvalcontainer minimaal zou zijn en de lawaaihinder niet bewezen is, doet niets aan deze vaststelling af. De exceptie wordt verworpen. V. Bespreking van de middelen Eerste middel Standpunt van de verzoeker 5. De verzoeker voert een “exceptie van onwettigheid op grond van artikel 159 Grondwet, van (…) de verkavelingsvergunning van 11 mei 2004” en besluit daaruit “dat de aangevochten beslissing steunt op een onwettig besluit en derhalve zelf onwettig is”. Hij stelt dat “de verkavelingsvergunning (…) quasi reglementair van aard (
  3. is)die vergeleken kan worden met de rechtskracht van een BPA of een ruimtelijk uitvoeringsplan. De exceptie van onwettigheid kan derhalve worden toegepast op de verkavelingsvergunning van 11 mei 2004”. Bespreking 6. Aangezien de voormelde verkavelingsvergunning van 10 mei 2004 geen reglementair karakter heeft kan de beweerde onwettigheid ervan niet meer op grond van artikel 159 van de Grondwet worden ingeroepen om de wettigheid van de thans bestreden besluiten te betwisten. Het middel wordt verworpen. Tweede middel Standpunt van de verzoeker X-14.303-8/13 7. De verzoeker voert de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. In een eerste onderdeel betoogt de verzoeker dat “de bestreden beslissingen (…) verkeerde redengevingen aan(voeren) - ‘ter weerlegging van zijn bezwaarschrift’ op het punt van de erfdienstbaarheden die van toepassing zijn op het terrein waarop de bestreden verkavelingswijziging van toepassing is”, meer bepaald “een erfdienstbaarheid van verbod tot handeldrijven alsook van ongezonde hinderlijke bedrijven”. De weerlegging door het college van burgemeester en schepen van dit bezwaar van de verzoeker “is manifest foutief” omdat artikel 133, § 2 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening “een uitzondering uitmaakt op de regel dat vergunningen in beginsel geen gevolgen hebben voor de burgerlijke verplichtingen die op de eigenaar zouden rusten” waardoor “de vergunningverlenende overheid de plicht had de bestaande erfdienstbaarheden te toetsen aan de aanvraag tot verkavelingswijziging, hetgeen zij niet heeft gedaan”. In een tweede middelonderdeel betoogt de verzoeker dat de bestreden besluiten “niet afdoende motiveren waarom het aangevraagde project in overeenstemming zou zijn met de goede plaatselijke ordening” en dat “het oordeel daaromtrent (…) onredelijk (is)” en er “geenszins enige concrete toetsing van de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede plaatselijke ordening en de onmiddellijke omgeving waarin de stedenbouwkundige voorschriften van de bestreden beslissing moet worden ingepast” is geschied. Hij verwijst naar zijn bezwaren in verband met de korte afstand tussen zijn woning en de afvalcontainer en de geur- en lawaaihinder, die hij heeft ingediend en stelt dat geen rekening werd gehouden “met de ordening in de onmiddellijke omgeving, waaronder dus de woning van verzoeker valt”. Hij stelt dat de bestreden besluiten “niet verhelderen waarom de aanvraag verenigbaar is met de onmiddellijke goede plaatselijke ordening waarvan het goed van verzoeker alsook de omliggende appartementen en het beschermd monument en dorpsgezicht Hof Oudevoorde deel van maakt” en “zelfs geen beschrijving van de onmiddellijke omgeving” bevatten, en zijn bezwaren op willekeurige wijze werden verworpen. Bespreking 8. Met betrekking tot het bezwaar van de verzoeker in verband met het bestaan van erfdienstbaarheden en het eerbiedigen ervan door de vergunningverlenende overheid, wordt in het eerste bestreden besluit het volgende overwogen: X-14.303-9/13 “A. Bijkomend eis ik dat in elke verkavelingsvergunning, stedenbouwkundige vergunning en regularisatie al de erfdienstbaarheden worden gerespecteerd waarmee het project van Promoconstruct nv aan de College van Luxemburglaan is bezwaard … Elke vergunning wordt verleend onder voorbehoud van burgerlijke rechten en plichten, waar het college geen oordeel kan over vellen. Dit bezwaar wordt dan ook niet weerhouden.”. Het eerste middelonderdeel is onontvankelijk omdat de eventuele gegrondheid ervan, aangenomen dat het middelonderdeel is gericht tegen de thans bestreden beslissingen, de verkavelingsvergunning van 10 mei 2004 die onder meer de bestemming “handelsruimten” toelaat en waarvan de onwettigheid niet kan worden ingeroepen door de verzoeker, onverlet laat. 9. Aan de door de verzoeker geschonden geachte motiveringsplicht is voldaan, wanneer de beslissing duidelijk de met de goede plaatselijke ordening verband houdende redenen opgeeft waarop de vergunningverlenende overheid haar beslissing steunt, derwijze dat het voor de aanvrager mogelijk is met kennis van zaken tegen de bestreden beslissing op te komen. In de uitoefening van het hem opgedragen wettigheidstoezicht mag de Raad van State niet zijn beoordeling van de goede plaatselijke ordening in de plaats stellen van die van de bevoegde administratieve overheid. Hij is wel bevoegd na te gaan of de administratieve overheid de haar ter zake toegekende appreciatiebevoegdheid naar behoren heeft uitgeoefend, met name of zij is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij deze correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. 10. Wat betreft het tweede middelonderdeel dient vooraf te worden vastgesteld dat de verkavelingsvergunning van 10 mei 2004 waarvan de verzoeker de onwettigheid hier niet kan aanvoeren, voorziet dat langs de scheidingsgrens met het perceel van de verzoeker een groenscherm wordt aangelegd bestaande uit haagbeuk met een maximale hoogte van 2m en dat de door de verzoeker bestreden verkavelingswijziging wordt vergund mits de voorwaarde dat dit vergunde groenscherm wordt aangelegd. 11. De door de verzoeker ingediende bezwaren worden in het eerste bestreden besluit als volgt besproken en weerlegd: “

(1)De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot X-14.303-10/13 stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Er werd 1 bezwaarschrift ingediend. Het college van burgemeester en schepenen stelt vast dat dit bezwaarschrift handelt over: - erfdienstbaarheden - inplanting van de te plaatsen afvalcontainer - dumpen van vleesafval in de container en geurhinder - geluidsoverlast bij ledigen van container Het college van burgemeester en schepenen neemt over deze bezwaarschriften het volgende standpunt in: Brief van 26 maart 2009 van de heer Luk Verstraelen, Stationsstraat 59, 3080 Tervuren: A. Bijkomend eis ik dat in elke verkavelingsvergunning, stedenbouwkundige vergunning en regularisatie al de erfdienstbaarheden worden gerespecteerd waarmee het perceel met het bouwproject van Promoconstruct nv aan de College van Luxemburglaan is bezwaard .... Volgens de Atlas der Buurtwegen van Vossem, werd het perceel getroffen door de voetweg nr. 34, de buurtweg nr. 2 en de buurtweg nr.
  1. De gemeenteraad besloot op 23 december 2003 met eenparigheid van ‘ja’ stemmen aan de Bestendige Deputatie voor te stellen de voetweg nr. 34 gedeeltelijk te verplaatsen. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Vlaams-Brabant besloot op 1 april 2004 de voetweg nr. 34 gedeeltelijk te verplaatsen. De gemeenteraad besloot op 23 december 2003 aan de Bestendige Deputatie voor te stellen de buurtweg nr. 2 en buurtweg nr. 5 gedeeltelijk te verplaatsen. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Vlaams-Brabant besloot op 1 april 2004 de buurtweg nr. 2 en nr. 5 gedeeltelijke te verplaatsen. Elke vergunning wordt verleend onder voorbehoud van burgerlijke rechten en plichten, waar het college geen oordeel kan over vellen. Dit bezwaar wordt dan ook niet weerhouden. B. De in dit openbaar onderzoek ter registratie voorgelegde afvalcontainer werd vlak naast de woning Stationsstraat 59 geplaatst, op slecht 8,00m van de woning en op slechts minder dan 4,50m van de naburige draadafsluiting. Het moge duidelijk zijn dat een dergelijke inplanting getuigt van weinig respect voor de gebuur en door ons wordt geïnterpreteerd als een regelrechte pesterij. Noch in de stedenbouwkundige wetgeving, noch in de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften is een minimale afstand van de perceelgrenzen opgelegd om dergelijke afvalcontainer in te planten. De voorgestelde inplanting werd besproken met de afgevaardigde van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar van Leuven en er werd geoordeeld dat de voorgestelde afstand van ongeveer 4,50m stedenbouwkundig aanvaardbaar is. Dit bezwaar wordt dan ook niet weerhouden. C. Als men dan daarenboven bedenkt dat in deze container onder meer vleesafval van beenhouwerij Renmans wordt gedumpt, mag het dan ook geen verbazing wekken dat wij regelmatig last hebben van een ernstige geurhinder, voornamelijk bij warm weer. Om dan nog maar te zwijgen van de hygiënische aspecten en de grote hoeveelheid insecten die een dergelijke afvalcontainer met zich meebrengt.... Het sorteren, bijhouden en afvoeren van afval is geen stedenbouwkundige aangelegenheid. Wel kunnen wij u meedelen dat ‘dierlijk afval moet, in afwachting van de afvoer overeenkomstig de bepalingen van subafdeling 5.2.2.
  2. van hoofdstuk 5,2 van VLAREM II, naar een erkend verwerkingsbedrijf, worden verzameld en bewaard in gesloten recipiënten opgesteld in een gesloten ruimte die dermate is gekoeld dat de er in heersende temperatuur maximaal 10/C bedraagt.’ Dit bezwaar wordt dan ook niet weerhouden. X-14.303-11/13 D. Daarnaast is dan nog het feit dat deze afvalcontainer geledigd wordt door de firma Molok buiten de openingsuren van de winkels, en meer bepaald ’s morgens zeer vroeg. Dit gaat gepaard met een serieuze lawaaihinder waardoor heel mijn gezin uit zijn slaap gewekt wordt. Dit is onaanvaardbaar en het is duidelijk dat een afvalcontainer daar niet hoort. Deze opmerking is niet van stedenbouwkundige aard. Het opzet van het plaatsen van een degelijke afvalcontainer is om zo veel mogelijk afval te verzamelen en pas wanneer de container vol is deze te ledigen. Dit zou het aantal ophalingen moeten beperken”. Voorts wordt in het eerste bestreden besluit de in randnr. 3.8 weergegeven omstandige beoordeling van de verenigbaarheid van de aanvraag met de onmiddellijke omgeving in het advies van 13 april 2009 van het college van burgemeester en schepenen, overgenomen.
  3. De verzoeker betwist niet dat er geen regelgeving bestaat waarin “een minimale afstand van de perceelsgrenzen (wordt) opgelegd om dergelijke afvalcontainer in te planten”, “dierlijk afval (…) in afwachting van de afvoer overeenkomstig (…) VLAREM II naar een erkend verwerkingsbedrijf, (moet) worden verzameld en bewaard in gesloten recipiënten opgesteld in een gesloten ruimte die dermate is gekoeld dat de er in heersende temperatuur maximaal 10/C bedraagt” en “het opzet van het plaatsen van een dergelijk afvalcontainer (…) het aantal ophalingen (zou) moeten beperken”. Voorts moet worden vastgesteld dat het eerste bestreden besluit het project situeert “langsheen de gemeenteweg College van Luxemburglaan”, vaststelt dat “het perceel (…) bebouwd is met enkele winkelruimten met bijhorende parkeerplaatsen en appartementsgebouw”, “dat de onmiddellijke omgeving bestaat uit zowel laagbouw als hoogbouw” en dat het project “het deels wijzigen van de bestemming van lot 5 van de verkaveling” betreft. De verzoeker betwist deze vaststellingen in het eerste bestreden besluit niet. Hij ontkent ze enkel. De verzoeker betwist de inplanting van de afvalcontainer “op ongeveer 4,50 van de linkerperceelsgrens” niet en evenmin de vaststelling in het eerste bestreden besluit dat de afvalcontainer “een diameter van 1,80 m (heeft) en (…) maximaal 1,10 m boven het bestaande maaiveld (steekt)” en “met lattenwerk” is afgewerkt. Verder wordt vastgesteld dat de verkavelingswijziging wordt toegestaan mits de voorwaarden dat de container enkel voor verpakkings- en niet voor dierlijk afval wordt gebruikt en afgeschermd wordt met inheems groen van maximaal 1,20 m en het lot 5 afgeschermd wordt conform het oorspronkelijke verkavelingsvoorschrift. In die omstandigheden geeft de vergunningverlenende overheid met de omstandige verwerping van de bezwaren van de verzoeker en de beoordeling dat “het project (…) qua inplanting en afmetingen stedenbouwkundig aanvaardbaar” X-14.303-12/13 is en de impact ervan “op de onmiddellijke omgeving beperkt” is door zijn hoogte en afwerking, duidelijk de met de goede plaatselijke ordening verband houdende redenen op waarop zij haar beslissing steunt en is het voor de verzoeker mogelijk om met kennis van zaken tegen de bestreden beslissingen op te komen. De verzoeker toont verder niet aan dat in de bestreden besluiten werd uitgegaan van onjuiste feitelijke gegevens, of dat die feitelijke gegevens niet correct werden beoordeeld. Hij toont evenmin aan dat de bestreden besluiten kennelijk onredelijk zijn. Het tweede middelonderdeel is ongegrond. BESLISSING
  4. De Raad van State verwerpt het beroep.
  5. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-14.303-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.255 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.