← België

Arrest 208290 - Examens (onderwijs) - 21/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.290 Rolnummer: A. 197831/XII-6367 Zaak: Arrest 208290 - Examens (onderwijs) - 21/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-28 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 05:18 Fiche Arrest nr 208.290 van 21 oktober 2010 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 208.290 van 21 oktober 2010 in de zaak A. 197.831/XII-6367 In zake: Ann PORTAEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Masson kantoor houdend te Antwerpen Vlaamse Kaai 49-50 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE ANTWERPEN, vertegenwoordigd door het Provinciaal Instituut Voedingsbedrijven Antwerpen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 september 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 15 september 2010 van de delibererende klassenraad van het Provinciaal Instituut Voedingsbedrijven Antwerpen om aan Ann Portael een oriënteringsattest C toe te kennen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
  3. XII-6367-1\5 Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kris Masson, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoekster volgt tijdens het schooljaar 2009-2010 het eerste jaar van de derde graad toerisme (TSO) aan het Provinciaal Instituut Voedingsbedrijven Antwerpen (PIVA) te Antwerpen. 3.
  6. Verzoekster laat op het einde van het schooljaar twee jaartekorten optekenen, namelijk voor Duits (47,3 %) en voor wiskunde (43,9 %). De delibererende klassenraad beslist op 30 juni 2010 zijn beslissing uit te stellen en geeft als motivering “Dyscalculie”. Er wordt aan verzoekster een vakantietaak opgelegd voor wiskunde, taak die af te geven is op 27 augustus 2010, en een bijkomende proef voor Duits. Voor laatstgenoemde proef behaalt verzoekster 63%, voor de vakantietaak krijgt zij 43%. 3.
  7. De delibererende klassenraad beslist op 30 augustus 2010 verzoekster een C-attest uit te reiken. Overleg heeft plaats en op 2 september 2010 deelt de directeur mee dat de delibererende klassenraad niet opnieuw wordt samengeroepen. Hierop tekent verzoekster op 3 september 2010 beroep aan bij de beroepscommissie. Aan verzoekster wordt bij brief van 13 september 2010 mee- gedeeld dat op grond van de motivering van de beroepscommissie door de deputatie is besloten om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. XII-6367-2\5 3.
  8. Bij brief van 16 september 2010 deelt de directeur van het PIVA aan verzoekster mee dat de delibererende klassenraad op 15 september 2010 beslist heeft om zijn beslissing van 30 augustus 2010 te handhaven. IV. Korte-debattenprocedure
  9. Verzoekster voert in het inleidend verzoekschrift vijf vernieti- gingsgronden aan. In het auditoraatsverslag zijn enkel het eerste en het derde middel onderzocht omdat deze, naar het oordeel van de auditeur-verslaggever, de oplossing van het geschil mogelijk maken en duidelijk de nietigverklaring van de bestreden beslissing verantwoorden. Ter terechtzitting, geconfronteerd met de door verwerende partij op de terechtzitting nieuw ingebrachte gegevens, adviseert evenwel het auditoraat dat het beroep geacht moet worden niet rechtsgeldig ingesteld en dus niet ontvan- kelijk te zijn. Overeenkomstig artikel 24, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State doet de Raad van State in de korte-debattenprocedure uitspraak over de conclusies van het auditoraatsverslag.
  10. Ter terechtzitting werpt de verwerende partij als middel van onontvankelijkheid op dat het verzoekschrift is ondertekend door meester Kris Masson, die kantoor houdt op hetzelfde adres als meester Corneel Masson, lid van de provincieraad van Antwerpen, en die bijgevolg wordt getroffen door de onverenigbaarheid om als raadsman op te treden in een geding tegen de provincie als bedoeld in artikel 27, § 2, van het provinciedecreet. Die regel, zo merkt verwerende partij op, betreft het vertrouwen van de inwoners in de provinciale instellingen en daarenboven de noodzakelijke wapengelijkheid tussen partijen. Zij roept ter ondersteuning van haar stelling rechtspraak in van de Raad van State over analoge bepalingen in de nieuwe gemeentewet, namelijk, de arresten nr. 202.240 en 202.241 van 23 maart 2010 inzake Vandewiele, nr. 86.756 van 11 april 2000 inzake Maeckelberghe en Hardy en nr. 56.043 van 26 oktober 1995 inzake vzw Groen en anderen. XII-6367-3\5 Zij argumenteert dat, zelfs indien de oudere wetgeving mogelijk een grotere soepelheid bood voor een situatie van een gedeeld kantooradres als de voorliggende, thans de uitdrukkelijke tekst van het provinciedecreet waarop zij zich beroept -en die de openbare orde raakt- geen twijfel overlaat.
  11. De raadsman van verzoeker antwoordt hierop dat hij geen associatie vormt met meester Corneel Masson, zijn vader, doch enkel het kantoor- adres deelt. Hij doet ook gelden dat dit bezwaar hem nooit in de loop van de administratieve beroepsprocedure is tegengeworpen.
  12. Artikel 27, § 2, 2/, van het provinciedecreet luidt : “Het is voor een provincieraadslid verboden: [...] 2° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris te werken in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van de provincie of ten behoeve van een personeelslid van de provincie aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen de provincie. Dit verbod geldt ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het provincieraadslid werken”.
  13. Het ingestelde verbod betreft niet enkel de advocaat-provincie- raadslid zelf of zijn geassocieerden, maar geldt ook ten aanzien van de personen die “op hetzelfde kantooradres met het provincieraadslid werken”, hetgeen de raadsman van verzoekster niet betwist wat hem betreft het geval te zijn. Hij betwist aldus niet als advocaat op hetzelfde kantooradres te werken met een advocaat-provincieraads- lid van de provincie Antwerpen, verwerende partij in deze zaak. Het heeft tot gevolg dat het verbod, bedoeld in artikel 27, § 2, 2/, van het provinciedecreet te dezen toepassing heeft. Nu deze regel het vertrouwen van de inwoners in de provinciale instellingen betreft en derhalve de openbare orde raakt, is het zonder belang of dit bezwaar hem al mutatis mutandis is tegengeworpen voor handelingen die zijn gesteld in de administratieve beroepsprocedure voor de beroepscommissie en mag het door verwerende partij in de huidige procedure voor de Raad van State worden opgeworpen. Deze exceptie is in het auditoraatsverslag niet onderzocht en wordt, als gezien, ter terechtzitting door de eerste auditeur zelfs bijgevallen, zodat de Raad van State de oorspronkelijke conclusies van het auditoraatsverslag, en dus XII-6367-4\5 de gegrondheid van het beroep, niet vermag bij te vallen in het kader van de korte debatten. V. De vordering tot schorsing
  14. Het bij artikel 27 van het provinciedecreet ingesteld verbod heeft betrekking op de rechtsgeldigheid van de handelingen die de advocaat in overtre- ding met dat verbod in een rechtsgeding heeft gesteld. Het middel, met andere woorden de sanctie, om de naleving van dat verbod te handhaven wordt bepaald door de procedureregelen volgens welke het aanhangig gemaakte rechtsgeding moet verlopen. Een verzoekschrift dat niet rechtsgeldig is ingediend, wordt door de Raad van State als onontvankelijk verworpen. De inbreuk op voornoemd verbod lijkt derhalve het rechtsgeldig instellen van het beroep aan te tasten en een grond te zijn tot onontvankelijkheid van het beroep. De besproken exceptie vertoont zo een hoge mate van ernst dat ze in de huidige stand van de procedure wordt ingewilligd. Nu het annulatieberoep op het eerste gezicht niet ontvankelijk is, betekent dit dat de vordering tot schorsing, die er het accessorium van is, om dezelfde reden niet kan worden ingewilligd. BESLISSING
  15. De debatten worden heropend en de zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet.
  16. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-6367-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.290 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.709 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.