← België

Arrest 208292 - Varia (onderwijs en cultuur) - 21/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.292 Rolnummer: A. 192898/XII-5844 Zaak: Arrest 208292 - Varia (onderwijs en cultuur) - 21/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-28 Raadplegingen: 223 - laatst gezien 2026-06-30 06:13 Fiche Arrest nr 208.292 van 21 oktober 2010 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 208.292 van 21 oktober 2010 in de zaak A. 192.898/XII-5844 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gnedasj Svjatoslav kantoor houdend te 1000 Brussel Brederodestraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP die woonplaats kiest bij de de Juridische Cel van de afdeling “Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel” met zetel te 1210 Brussel Koning Albert II-laan 15, kamer 1 C 24 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van de “weigering inzake het verlenen van de studiefinanciering voor het academiejaar 2006-2007, dd. 30 juni 2008 alsmede tegen de weigering van herziening van de weigeringsbeslissing inzake het verlenen van de studiefinancie- ring voor het academiejaar 2006-2007, dd. 6 april 2009, naar aanleiding van het bezwaarschrift ingediend door verzoekster overeenkomstig artikel 52 van het Decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzie- ningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. XII-5844-1\6 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 september
  3. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gnedasj Svjatoslav, die verschijnt voor de verzoekende partij en adviseur Marleen Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Een aanvraag van verzoekster tot studiefinanciering overeen- komstig het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (hierna: decreet studiefinanciering) voor het academiejaar 2006-2007, wordt door verwerende partij afgewezen op 30 juni 2008 omdat verzoekster niet voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarde. Het tegen die beslissing gericht administratief beroep van verzoekster wordt verworpen op 6 april
  6. Op 2 juni 2009 herbevestigt de afdeling Studietoelagen haar eerdere afwijzing. XII-5844-2\6 IV. Rechtsmacht van de Raad van State
  7. In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve het standpunt ingenomen dat de Raad van State van het voorliggend beroep geen kennis kan nemen wegens de bevoegdheid van de gewone rechter terzake, die de rechtsmacht van de administratieve rechter uitsluit.
  8. Overeenkomstig de artikelen 144 en 145 van de Grondwet zijn de hoven en rechtbanken uitsluitend of in beginsel bevoegd om kennis te nemen van geschillen over subjectieve rechten. Onder voorbehoud van een -te dezen niet bestaande- toewijzing van bevoegdheid inzake politieke rechten, is de Raad van State dan ook niet bevoegd om kennis te nemen van beroepen tot nietigverklaring waarvan het werkelijke en rechtstreekse voorwerp een geschil over subjectieve rechten betreft. Dat is het geval wanneer het annulatieberoep strekt tot de erkenning van een subjectief recht. Luidens de arresten nrs. C.06.0574.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10 en C.06.0596.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.11 van 20 december 2007 van het Hof van Cassatie veronderstelt het bestaan van een geschil over een subjectief recht dat de eiser zich beroept op een welbepaalde juridische verplichting die een regel van objectief recht rechtstreeks aan een derde oplegt en bij de nakoming waarvan die partij belang heeft. Opdat een partij zich ten aanzien van de bestuurlijke overheid op een dergelijk recht zou kunnen beroepen, dient de bevoegdheid van die overheid gebonden te zijn.
  9. Het voorliggende beroep tot nietigverklaring is gericht tegen een beslissing waarbij aan verzoekster de studietoelage, ingesteld bij het decreet studiefinanciering van 30 april 2004, wordt geweigerd. Dit decreet en de reglemen- taire tekst die er de uitvoering van vormt, namelijk het besluit studiefinanciering van 28 mei 2004, voorzien in de toekenning van een studietoelage in het hoger onderwijs aan de student die de gestelde voorwaarden vervult. Luidens artikel 7 van het decreet studiefinanciering verleent de Vlaamse regering studiefinanciering aan minvermogende studenten in het hoger onderwijs “overeenkomstig de regelen die bij en krachtens dit decreet zijn vastgesteld”. Het decreet stelt de te dezen aangevraagde studiefinanciering in als een recht voor de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden die bij of krachtens het decreet zijn vastgesteld. XII-5844-3\6
  10. Een beslissing om aan een student al dan niet de hier gevraagde studiefinanciering toe te kennen, kan door de bevoegde dienst niet worden genomen op grond van een concrete beoordeling en appreciatie van de graad van verdienste en de kwaliteit van de prestaties van de aanvrager, of in functie van de behartigens- waardige situatie van de aanvrager. Het decreet bepaalt op exhaustieve wijze de factoren die in aanmerking te nemen zijn om de studiefinanciering toe te kennen “op basis van niet- discretionaire criteria” (Parl.St. Vl.Parl. 2003-2004, nr. 2208/1, 6). Het laat aan het bestuur geen marge om naar redelijkheid of billijkheid van die voorwaarden of criteria af te wijken. Integendeel beschikt het bestuur te dezen slechts over een gebonden bevoegdheid en vergt zijn beslissing enkel een toetsing van de ingediende aanvraag aan het al dan niet vervuld zijn van de decretaal en reglementair gestelde voorwaarden.
  11. In de concrete zaak die voorligt, stoelt de beslissing dat verzoekster niet in aanmerking komt voor studiefinanciering op de nationaliteits- voorwaarden, uiteengezet in artikel 12 van het decreet studiefinanciering, waaraan blijkens artikel 8 van hetzelfde decreet op 31 december van het betrokken academiejaar moet voldaan zijn. Om voor studiefinanciering in aanmerking te komen moet de aanvrager de Belgische nationaliteit bezitten, of behoren tot een van de in artikel 12 opgesomde categorieën van studenten die in België verblijven. De betwisting tussen verzoekster en verwerende partij heeft erop betrekking of zij al dan niet behoort tot een der beschermde categorieën. Het antwoord op die vraag -of met andere woorden de wijze waarop het decreet studiefinanciering in het concrete geval van verzoekster toepassing krijgt- is geen zaak van appreciatie, maar van interpretatie. Het bestuur beschikt niet over enige beoordelingsvrijheid bij de toepassing van de toepasselijke bepalingen in een concreet geval.
  12. De voorwaarden die vervuld moeten zijn om in aanmerking te komen voor de toelage, inzonderheid de nationaliteitsvoorwaarde, evenals de berekeningswijze en het uiteindelijke bedrag van de toelage worden volledig door de toepasselijke regelgeving zelf bepaald. Indien de objectief bepaalde decretale en reglementaire voorwaarden zijn vervuld, en enkel dan, ontstaat een precies bepaalbare verplichting voor verwerende partij jegens de aanvrager van de XII-5844-4\6 studiefinanciering. De vaststelling van het bestaan en de omvang van het recht op een studietoelage hangen te dezen niet af van enige discretionaire beslissing van het bestuur. De burgerlijke rechter, bij wie verzoekster haar recht kan opeisen, kan over het bestaan en de omvang van het recht van verzoekster uitspraak doen op grond van de voorwaarden zoals ze in het decreet zijn geformuleerd, zonder daarbij te moeten vaststellen dat het bestuur op bepaalde punten over een beleidsvrijheid beschikt. De rechter kan hierbij op autonome wijze artikel 12 en de overige relevante bepalingen van het decreet interpreteren en op grond daarvan het vervuld zijn van de nationaliteitsvoorwaarde door verzoekster kwalificeren. De Raad van State is aldus niet bevoegd om kennis te nemen van het voorliggend beroep, gericht tegen een beslissing waarbij het bestuur vaststelt dat verzoekster niet in aanmerking komt voor studiefinanciering omdat één of meer voorwaarden voor de toekenning van de toelage niet zijn vervuld, aangezien het betrekking heeft op de vaststelling van een subjectief recht in hoofde van verzoek- ster. V. Kosten
  13. Verwerende partij verklaart zich voor de kosten te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State. De Raad stelt vast dat verwerende partij ten tijde van de kennisgeving van de bestreden beslissingen het annulatieberoep als beroepsmogelijkheid aanwees en verzoekster aldus in dwaling heeft gebracht. In die omstandigheden past het om haar in de kosten van het beroep te verwijzen. VI. Anonimisering
  14. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet- toelaatbaarheid van de Raad van State vraagt verzoekster dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. XII-5844-5\6 BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro.
  17. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-5844-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.292 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.10 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.