id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.342 Rolnummer: A. 185214/X-13465 Zaak: Arrest 208342 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 21/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-29 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:18 Fiche Arrest nr 208.342 van 21 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.342 van 21 oktober 2010 in de zaak A. 185.214/X-13.
- In zake : de b.v. VAN DE MOSSELAAR VASTGOED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Surmont kantoor houdend te 2300 TURNHOUT de Merodelei 112 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN
- het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Claude Marinower kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Consciencestraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 september 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 14 mei 2007 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan van de provincie Antwerpen “De Kluis” te Hoogstraten. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-13.465-1/7 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 april
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nieke Vanavermaete, die loco advocaat Jan Surmont verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Karin De Roo, die loco advocaat Claude Marinower verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep
- In haar verzoekschrift laat de verzoekende partij met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis het volgende gelden: “Dat de termijn voor indiening van een annulatie slechts loopt vanaf het overmaken van de documenten aan de provincie en de gemeente en niet vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad.(...) Dat zulks volgens ingewonnen informatie is gebeurd op 17/07/
- Dat de dies a quo niet in de termijn is begrepen en de dies ad quem wel. Dat desbetreffend de vervaldag 15/09/2007 bedroeg doch door het gegeven dat dit een zaterdag was werd deze vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag zijnde 17/09/
- Dat desbetreffend het verzoek volledig ontvankelijk is”. X-13.465-2/7
- De eerste verwerende partij werpt de volgende exceptie op met betrekking tot de tijdigheid van het beroep: “Het ingediende verzoek tot vernietiging van het besluit van de Vlaamse regering tot goedkeuring van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘De Kluis’ te Hoogstraten is onontvankelijk ratione temporis. In toepassing van artikel 4 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verjaren de beroepen tot nietigverklaring zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Het besluit tot goedkeuring van het PRUP ‘De Kluis’ betreft een reglementaire rechtshandeling. In toepassing van artikel 4 van het regentbesluit dient een vordering tot vernietiging te worden ingesteld ten laatste 60 dagen na het bekendmaken van het reglement. De reglementaire beslissing werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
- De termijn om geldig een beroep tot vernietiging in te stellen bij de Raad van State liep dan ook tot en met 4 september
- Het verzoekschrift tot vernietiging werd slechts ingediend op 17 september
- Het verzoekschrift is dan ook niet tijdig ingediend en bijgevolg onontvankelijk. Verzoekende partij verwijst naar rechtspraak van uw Raad in verband met de bekendmaking van gewestplannen. Artikel 10 van de stedenbouwwet van 1962 bepaalde: ‘Het koninklijk besluit treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad, waarin tegelijk het advies van de Commissie van advies wordt overgenomen. Binnen dezelfde termijn zendt de Gouverneur het streekplan naar iedere gemeente die bij het plan betrokken is. De gouverneur maakt door aanplakking bekend dat het plan in elk gemeentehuis voor een ieder ter inzage ligt.’ Artikel 10 voorzag bijgevolg nog in een bijkomende bekendmakingsregel, met name de aanplakking van het bericht dat het streekplan in het gemeentehuis ter inzage lag. Verzoekende partij meent deze rechtspraak ook te kunnen toepassen op de bekendmaking van de goedkeuring van provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen. Artikel 47 van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 (DORO) bepaalt: ‘Het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking 14 dagen na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad. … De bestendige deputatie stuurt een afschrift van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, van het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit en van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering naar elke gemeente, X-13.465-3/7 bedoeld in artikel 45, §2, waar deze documenten kunnen worden ingezien.’ Artikel 47 DORO voorziet slechts in 1 bekendmakingsregel, met name, de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Artikel 47 voorziet wel dat het PRUP wordt toegezonden aan de betrokken gemeenten, waar deze documenten kunnen worden ingezien, maar voorziet niet in een bekendmaking van dit inzagerecht. Voor de bekendmaking van de goedkeuring van een PRUP geldt dan ook slechts één bekendmakingsregel, met name de publicatie in het Belgisch Staatsblad. De termijn voor het instellen van een vernietigingsberoep begon dan ook in ieder geval (…) te lopen vanaf de dag na de publicatie van het goedkeuringsbesluit in het Belgisch Staatsblad. Zelfs indien uw Raad per impossibile van oordeel zou zijn dat artikel 47 DORO toch in een bijkomende bekendmakingsregel voorziet doordat het PRUP dient overgemaakt te worden aan de betrokken gemeente, dan nog zal de vordering van verzoekende partij laattijdig blijken. (...) Bij aangetekend schrijven van 7 juni 2007 maakte de deputatie van de provincie Antwerpen aan de gemeente Hoogstraten het volledige PRUP ‘De Kluis’ over, houdende het grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften en de toelichtingsnota, alsook het advies van de procoro met de behandeling van de bezwaren en adviezen alsook een afschrift van het Ministerieel besluit van 14 mei 2007 houdende de goedkeuring van het PRUP ‘De Kluis’ (...). In dit schrijven werd aan de gemeente meegedeeld dat de documenten ter inzage dienden te worden gelegd. Bij dit aangetekend schrijven van 7 juni 2007 werd het PRUP ‘De Kluis’ bijgevolg ter inzage gelegd in de betrokken gemeente. Indien uw Raad aldus per impossibile van oordeel zou zijn dat artikel 47 DORO een bijkomende bekendmakingsregel voorziet en dat met deze bekendmaking eveneens moet rekening worden gehouden voor de berekening van de termijn voor instellen van een beroep tot vernietiging, dan nog moet worden vastgesteld dat de vordering laattijdig werd ingesteld. Immers in dat geval werd het beroep eveneens meer dan 60 dagen later ingediend dan het neerleggen van de documenten in de betrokken gemeente. In dat geval zou de termijn verlopen op 6 augustus 2007, dit is nog voor het aflopen van de termijn van 60 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het verzoekschrift tot vernietiging van de bestreden beslissing, dat werd ingediend op 17 september 2007 is dus in ieder geval laattijdig en bijgevolg onontvankelijk”.
- In de laatste memorie voegt de verzoekende partij nog het volgende toe: “In het Auditoraatsverslag wordt gesteld dat het annulatieberoep laattijdig zou zijn, nu de beroepstermijn zou zijn ingegaan daags na de bekendmaking bij uittreksel van het goedkeuringsbesluit van 14 mei 2007 in het Belgisch Staatsblad van 6 juli
- X-13.465-4/7 Artikel 47 van het Decreet van 18 mei 1999 voorzag dat het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan in werking treedt 14 dagen na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad. Voormeld artikel bepaalde tevens dat de Bestendige Deputatie een afschrift van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, van het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit en van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering naar elke gemeente stuurt waar deze documenten kunnen worden ingezien. Waar aldus expliciet werd voorzien in een inzagerecht op het gemeentehuis veronderstelt zulks, mede in het licht van de rechten van verdediging en het behoorlijk kunnen uitoefenen daarvan, noodzakelijkerwijs een bijkomende maatregel van bekendmaking naast de loutere publicatie bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad, en zulks van het feit dat de documenten ter inzage liggen op het gemeentehuis, hetzij via een individuele kennisgeving, hetzij door middel van een aanplakking (op het gemeentehuis). Er moet dan ook worden aangenomen dat de termijn voor het instellen van een annulatieberoep met betrekking tot een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan slechts kan beginnen te lopen vanaf de datum van een dergelijke bijkomende bekendmaking dat de in voormeld artikel 47 bedoelde documenten ter inzage liggen op het gemeentehuis. Verzoekende partij is alleszins van oordeel dat artikel 47 van het Decreet van 18 mei 1999 (thans artikel 2.2.12 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) een schending uitmaakt van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate daarin enkel is voorzien in een bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad. Mede gelet op het feit dat de in bedoelde artikelen opgesomde documenten ter inzage moeten worden gelegd op het gemeentehuis, bestaat er naar oordeel van de verzoekende partijen geen enkel objectief en redelijk verantwoorde grondslag voor de loutere bekendmaking via publicatie in het Belgisch Staatsblad en het niet voorzien in een bijkomende vorm van bekendmaking dat de wettelijke voorziene documenten ter inzage liggen op het gemeentehuis. Met betrekking tot gewestplannen voorzag artikel 10 van de Stedenbouwwet van 1962 niet enkel in een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, maar tevens in een bekendmaking door aanplakking dat het gewestplan in elk gemeentehuis voor éénieder ter inzage ligt. Er valt niet in te zien waarom zulks anders zou moeten zijn voor wat betreft een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, nu de doelstelling van beide planningsinstrumenten in wezen dezelfde zijn. Verzoekende partij vraagt Uw Raad dan ook met eerbied een prejudiciële vraag te willen stellen aan het Grondwettelijk Hof zoals nader gepreciseerd in het dispositief van huidige memorie”. X-13.465-5/7
- Ingevolge artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gaat de beroepstermijn van zestig dagen in met de bekendmaking van de bestreden akte. Artikel 47 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) voorziet in een dubbele bekendmaking van het besluit houdende definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan: “Het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking 14 dagen na de bekendmaking van het goedkeuringbesluit van de Vlaamse regering bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad. (...) De bestendige deputatie meldt de Vlaamse regering dat een uittreksel van de provincieraadsbeslissing voor bekendmaking in het Belgisch Staatsblad werd verzonden. Deze melding gebeurt tegelijkertijd met de verzending. De bestendige deputatie stuurt een afschrift van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, van het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit en van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse regering naar elke gemeente, bedoeld in artikel 45, § 2, waar deze documenten kunnen worden ingezien”.
- De termijn om beroep aan te tekenen tegen een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan neemt slechts een aanvang nadat de beide door voormelde bepaling van het DRO voorgeschreven bekendmakingen zijn gedaan. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het bestreden ministerieel besluit in het Belgisch Staatsblad van 6 juli 2007 bij uittreksel is bekendgemaakt en dat een afschrift van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “De Kluis” te Hoogstraten, alsmede een kopie van het advies van 18 oktober 2006 van de provinciale commissie voor de ruimtelijke ordening, van het vaststellingsbesluit van 15 februari 2007 en van het goedkeuringsbesluit van 14 mei 2007 van de Vlaamse regering, op 2 juli 2007, ter inzage werden gelegd. Hieruit volgt dat de beroepstermijn een aanvang nam op 7 juli
- Bijgevolg is het op 17 september 2007 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig. X-13.465-6/7
- In de laatste memorie vraagt de verzoekende partij de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof: “schendt artikel 47 van het Decreet van 18 mei 1999 (thans artikel 2.2.12 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate daarin niet is voorzien dat door aanplakking bekend gemaakt moet worden dat de in voormelde artikelen bedoelde documenten ter inzage liggen in het gemeentehuis”. De verzoekende partij laat echter na te preciseren ten aanzien van wie zij bij toepassing van artikel 47 DRO zou zijn gediscrimineerd. Alleen al om die reden kan de vraag niet aan het Grondwettelijk Hof worden voorgelegd.
- De exceptie is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-13.465-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.342 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div