← België

Arrest 208351 - Wegenwezen - 21/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.351 Rolnummer: A. 187985/X-13754 Zaak: Arrest 208351 - Wegenwezen - 21/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-03 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:18 Fiche Arrest nr 208.351 van 21 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.351 van 21 oktober 2010 in de zaak A. 187.985/X-13.

  1. In zake :
  2. Flor VERSCHUEREN
  3. Siegfried SCHÖN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de stad HOOGSTRATEN Tussenkomende partij : de b.v.b.a. VASTGOED C.W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat August Desmedt kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Amerikalei 122 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 25 april 2008, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten dd. 25 februari 2008 houdende goedkeuring van het wegtracé van de wegen en vaststellen van de weguitrusting en de nutsvoorzieningen in de verkaveling ’s Boschstraat (gedeeltelijk bestaande weg en gedeeltelijk nieuw ontworpen weg) aangevraagd door de BVBA Vastgoed C.W.”. X-13.754-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 2 september
  6. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Githa Scheppers heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 oktober
  7. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Olivier Verhulst, die loco advocaat Yves Loix verschijnt voor de verzoekende partijen, Arnold Van Aperen, burgemeester, en Eduard Palmans, secretaris, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Katrin Borghgraef, die loco advocaat August Desmedt verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Githa Scheppers heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. X-13.754-2/6 III. Ontvankelijkheid van het beroep
  9. In het auditoraatsverslag werpt het aangewezen lid van het auditoraat ambtshalve de volgende exceptie van gebrek aan actueel belang op: “Ambtshalve dient onderzocht te worden of de verzoekende partijen belang hebben bij hun beroep, wat onder meer impliceert dat dient nagegaan te worden of verzoekende partijen over een actueel belang beschikken. Op vraag van verslaggever hebben de gemeentelijke diensten van de stad Hoogstraten een stedenbouwkundige vergunning bezorgd van 8 juni 2009 betreffende het aanleggen van een weg die aansluit op de ’s Boschstraat. Deze beslissing stipuleert expliciet het volgende: ‘De voorwaarden met betrekking tot wegen en riolering, nutsvoorzieningen en allerlei zoals geformuleerd in de beslissing van de gemeenteraad d.d. 18/02/2008 dienen strikt nageleefd te worden.’ Uit de stukken blijkt dat de weg die het voorwerp uitmaakt van de beslissing van de gemeenteraad ondertussen werd vergund én aangelegd. Er blijkt niet dat de verzoekende partijen deze vergunning (en evenmin de verkavelingsvergunning) met een ontvankelijk beroep bij de Raad van State hebben bestreden. Derhalve is deze stedenbouwkundige vergunning definitief en in rechte onaantastbaar geworden, waaruit volgt dat het belang van de verzoekende partijen om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te bekomen, is teloorgegaan”. De verwerende partij sluit in de laatste memorie aan bij die exceptie, welke zij evenwel niet zelf had opgeworpen in de memorie van antwoord.
  10. De verzoekers wijzen er in de laatste memorie terecht op dat, in tegenstelling tot wat in het auditoraatsverslag van 10 juni 2010 wordt gesteld, de eerste verzoeker wel degelijk de in dat verslag bedoelde verkavelingsvergunning met een annulatieberoep bij de Raad van State heeft bestreden en wel bij verzoekschrift van 11 september 2009, zaak gekend onder nr. A. 193.950/X-14.
  11. De verzoekers betwisten voorts dat hun belang zou zijn teloorgegaan doordat de constructie van de weg die het voorwerp uitmaakt van de bestreden beslissing ondertussen werd vergund en aangelegd en uit het niet X-13.754-3/6 indienen van een annulatieberoep tegen de betrokken stedenbouwkundige vergunning zou volgen dat die vergunning definitief is geworden.
  12. Het feit dat de betrokken weg reeds werd aangelegd is geheel irrelevant ten aanzien van de vraag naar het actueel belang van de verzoekers. Indien dat feit overigens al enige relevantie ter zake zou hebben, zou moeten worden vastgesteld dat dit gegeven juist het belang van de verzoekers accentueert.
  13. De verzoekers voeren aan dat zij de stedenbouwkundige vergunning voor de wegaanleg nog niet hebben aangevochten omdat zij onwetend waren omtrent het bestaan van die vergunning. Zij stellen in dit verband: “
  14. Wat de stedenbouwkundige vergunning voor de wegaanleg betreft is op heden inderdaad geen procedure hangende bij de Raad van State. Dit is evenwel te wijten aan onwetendheid over het bestaan van deze vergunning. De Auditeur doet uitschijnen dat de aanvang der werken een afdoende teken had moeten zijn van het feit dat een stedenbouwkundige vergunning voorhanden was. Het tegendeel is evenwel waar in casu.
  15. Uit het verslag van de Auditeur blijkt dat op 8 juni 2009 een stedenbouwkundige vergunning verleend zou zijn voor de uitvoering van de wegenwerken. Deze werken werden evenwel reeds aangevat op 3 en 4 juni 2010 (lees: 2009). Toen verzoekers dit vaststelden namen zij onmiddellijk contact op met de dienst stedenbouwkundige vergunningen, waar hen eenvoudig werd meegedeeld dat geen stedenbouwkundige vergunning voorhanden was voor de werken die in uitvoering waren.
  16. Verzoekers verstuurden daarop een aangetekende ingebrekestelling aan de betrokken bouwheren, waarin zij benadrukten dat er op dat ogenblik niet eens een uitvoerbare verkavelingsvergunning voorhanden was. Hierop kwam geen reactie.
  17. Verzoekers deden het nodige om zich bij aanvang van de werken te informeren over de vraag of al dan niet een stedenbouwkundige vergunning voor de wegenwerken voorhanden was. Dit werd ontkend door de gemeentelijke diensten. Dit was overigens correct, de vergunning blijkt immers volgens het verslag van de Auditeur slechts op 9 juni 2009 verleend geweest te zijn, een week na aanvang der werken.
  18. Gelet op het voorgaande, kan onmogelijk voorgehouden worden dat verzoekers het eigen belang teloor zouden hebben laten gaan door zich niet te verzetten tegen de verleende stedenbouwkundige vergunning voor de uitvoering van de wegenwerken. Dit is niet het geval”. X-13.754-4/6
  19. De verwerende partij brengt een aantal argumenten en feiten aan waaruit zou moeten blijken dat de verzoekers hadden moeten weten dat de bedoelde stedenbouwkundige vergunning was verleend. De verzoekers betwisten die ter terechtzitting.
  20. De auditeur-verslaggeefster beperkt desalniettemin haar advies ter terechtzitting tot een loutere verwijzing naar haar verslag.
  21. Te dezen weze eraan herinnerd dat het voorliggend annulatieberoep niet de meer vermelde stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de kwestieuze weg tot voorwerp heeft, doch het gemeenteraadsbesluit tot goedkeuring van het wegentracé. In de huidige stand van het thans voorliggend geding is het geenszins vaststaand dat een door de verzoekers alsnog ingesteld annulatieberoep tegen de stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de wegenis door de Raad van State als niet ontvankelijk zou worden afgewezen. De Raad van State kan hierop niet vooruitlopen. Een en ander zou maar kunnen worden beslecht na een schriftelijk debat met dat besluit zelf als voorwerp van het beroep, gepaard aan een behoorlijk onderzoek van de door de partijen aangebrachte argumenten door het bevoegde lid van het auditoraat, geconcretiseerd in een auditoraatsverslag dat die argumenten bespreekt en beoordeelt.
  22. De exceptie wordt verworpen.
  23. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat heeft het op grond van artikel 12 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgemaakte verslag over de zaak met toepassing van artikel 24 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State beperkt tot het onderzoek van de ambtshalve opgeworpen exceptie. Voor de oplossing van het geschil is het noodzakelijk dat de zaak verder door een lid van het auditoraat wordt onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht. Er is derhalve reden om de debatten te heropenen. X-13.754-5/6 BESLISSING
  24. De Raad van State heropent de debatten.
  25. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-13.754-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.351 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.342 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.