← België

Arrest 208403 - Milieuvergunningen - 25/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.403 Rolnummer: A. 196400/VII-37786 Zaak: Arrest 208403 - Milieuvergunningen - 25/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-29 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-30 05:19 Fiche Arrest nr 208.403 van 25 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping Inwilliging tussenkomst bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 208.403 van 25 oktober 2010 in de zaak A. 196.400/VII-37.786. In zake: Koen CAMERLYNCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Malfait kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: de CVBA ANCOBEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te Leuven Diestsevest 113 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep 1. Het enig verzoekschrift, ingesteld op 5 mei 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 4 maart 2010 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 16 september 2009, houdende het verlenen aan de CVBA Ancobel van de milieuvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een tuin- en agrarisch centrum, gelegen aan de Kleemstraat 28 te Belsele (Sint-Niklaas), ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-37.786-1/14 Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 september 2010. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Malfait, die verschijnt voor de verzoeker, jurist Christophe Wille, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De CVBA Ancobel exploiteert een tuincentrum, gelegen aan de Kleemstraat 28 te Sint-Niklaas (Belsele). De inrichting is volgens het geldende gewestplan gelegen in een woongebied. De basisvergunning voor de inrichting omvat de opslag van 1.400 ton kunstmest, 2,5 ton biociden, 275 ton steenkool, 600 liter sproeistoffen, 20.000 liter mazout en diesel en het stallen van drie voertuigen. De opslag van 968 liter butaan- en propaangas in flessen maakt het voorwerp uit van een in 2006 gedane melding. 3.2. Op 26 juni 2009 dient de CVBA Ancobel een milieuvergunnings- aanvraag in voor het hernieuwen van de lopende vergunningen en voor het veranderen van de inrichting. De beoogde verandering behelst : VII-37.786-2/14 - het verminderen van de opslag van kunstmest van 1.400 ton naar 900 ton (rubriek 28.1.f.2/); - het verminderen van de opslag van biociden van 2,5 ton naar 2 ton (rubriek 5.3.1/); - het uitbreiden van de opslag van sproeistoffen van 600 liter tot 5.000 liter (rubriek 17.3.3.2/.b); - de opslag van 5.000 liter lichte stookolie in plaats van 20.000 liter mazout en diesel (rubriek 17.3.6.1/.b); - de ingebruikname van twee nieuwe brandstofverdeelslangen (rubriek 17.3.9.2/); - het stallen van tien voertuigen (rubriek 15.1.1/); - het uitbreiden van de opslag van butaan- en propaangas in flessen van 968 liter tot 8.000 liter (rubriek 16.7.2/); - de bijkomende opslag van 30 kg of liter giftige stoffen (rubriek 17.3.2.1/); - de bijkomende opslag van 5.000 liter of kg gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen (rubriek 17.4). Tegelijk vraagt de exploitant om te mogen afwijken van artikel 5.15.0.6, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna : Vlarem II), meer bepaald vraagt hij om het daarin in beginsel voorziene verbod op rustverstorende activiteiten tussen 19 uur en 7 uur (en op zon- en feestdagen) te versoepelen, door het te vervangen door een verbod tussen 22 uur en 6 uur, voor de periode van begin maart tot eind mei. 3.3. Tijdens het openbaar onderzoek wordt onder meer door de verzoeker een bezwaarschrift ingediend. 3.4. Op 16 september 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas de gevraagde vergunning. Tijdens de maanden maart, april en mei worden, in afwijking op de sectorale regeling van Vlarem II, rustverstorende activiteiten toegelaten op werkdagen van 6.30 uur tot 22.00 uur. 3.5. Tegen voormelde beslissing stelt de verzoeker administratief beroep in bij de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. VII-37.786-3/14 3.6. In het kader van de beroepsprocedure worden een aantal adviezen verleend :

  1. a)de afdeling Milieuvergunningen adviseert voorwaardelijk gunstig, behalve voor de afwijking inzake werktijden;
  2. b)in zijn voorwaardelijk gunstig advies beoordeelt de provinciale geluidsdeskundige het geluidsaspect als volgt : "Uit de informatie van het aanvraagdossier blijkt dat er geregeld laad- en losactiviteiten van goederen zoals bijvoorbeeld meststoffen, gebeuren op de binnenkoer van de inrichting. Klanten komen met landbouwtraktoren en aanhangwagens aanrijden op de binnenkoer gesitueerd achter de winkelloods (kant nieuwe woningenrij Puidreef) en met een kleine lader, bestaande uit een kleine heftruck met dieselmotor en schop, worden de gevraagde producten geladen. Deze laad- en losactiviteiten word(
  3. en)voornamelijk voorzien en aangevraagd voor de maanden maart, april en mei. De locatie waar deze laad- en losactiviteiten gebeuren is gelegen vlakbij de perceelsgrens met de naburige woningen. De tuinen bevinden zich slechts op enkele meter(
  4. s)van de laad- en losplaats. Om een begroting te maken van het geluidsdrukniveau van het incidenteel geluid veroorzaakt door het laden en lossen van een vrachtwagen of landbouwtraktor met een diesel aangedreven lader (heftruck met schop), ter hoogte van de dichtste aanpalende buurwoningen, werd een geluidsmodel opgemaakt met behulp van een softwaremodel 'IMMI2009'. Voor de berekeningen werden een 6-tal immissiepunten gekozen, gesitueerd in het midden van 6 aanpalende tuinen van buurwoningen. Deze zijn weergegeven in een figuur in bijlage van dit advies. Daarnaast is tevens een tabel weergegeven met de immissieresultaten in deze immissiepunten (uitgedrukt als LAeq, 1s, max, sp in dB(A)). De geluidsnorm voor incidenteel geluid bij bestaande inrichtingen, bedraagt overdag 60 dB(A) (TW+15). Voor de nachtperiode bedraagt de norm 45 dB(A) (TW+10 = 35+10). In bijlage zijn in een tabel vervolgens de overschrijdingen weergegeven t.o.v. voormelde grenswaarden en dit voor een aantal scenario's van verschillende geluidsproductie. Tijdens alle periodes (dag, avond en nacht) worden de grenswaarden overschreden. Dit heeft te maken met de zeer dichte afstand van de woningen tot de desbetreffende laad- en losplaats. De houten tuinschermen die de tuinen van het bedrijfsperceel scheiden werden weliswaar meegerekend in het geluidsmodel maar schermen nu éénmaal weinig of niets af, gezien de lichte constructie (wat aanleiding geeft tot zeer beperkte isolatiewaarden) en de beperkte hoogte. De overschrijdingen van de vigerende geluidsnormen, ter hoogte van de dichtstbij gelegen immissiepunten zijn van die orde van grootte (van ca. 19 dB(A) overdag tot meer dan 35 dB(A) 's nachts) dat bijkomende maatregelen in de zin van klassieke geluidsschermen geen volledige oplossing kunnen bieden. In dit geval zou een meer doorgedreven sanering zich opdringen teneinde voormelde geluidsnormen te kunnen naleven. Evenwel dient nog het volgende opgemerkt. In het aanvraagdossier was er geen akoestische informatie aanwezig betreffende het exacte bronvermogen van de gebruikte heftruck met schop. Evenmin kon de exploitant die informatie geven bij plaatsbezoek op 30-11-2009. In het geval het vermogenniveau in realiteit lager is dan waarmee in het rekenmodel werd gerekend, zullen voormelde overschrijdingen evenzeer lager VII-37.786-4/14 uitvallen. Een akoestisch onderzoek door een erkend geluidsdeskundige dringt zich dan ook op om een correcte beschrijving te geven van de reële geluidsbelasting ter hoogte van de dichtste buurwoningen en daaraan gekoppeld de bijbehorende akoestische saneringsmaatregelen om het Lsp te beperken tot de vigerende geluidsnormen. Desbetreffend saneringsonderzoek dient uitgevoerd conform de bepalingen van VLAREM-2";
  5. c)de provinciale milieudeskundige brengt op 2 december 2009 volgend ongunstig advies uit : "Gelet op wat voorafgaat, nl.: ! de inrichting betreft een 'AVEVE'-centrum waar diverse grondstoffen en materialen voor de tuin- en landbouwsector worden verkocht zowel voor particulieren als voor professionele land- en tuinbouwers; ! de ligging in een woongebied, bestemming waarmee de inrichting planologisch verenigbaar is; ! dat er tijdens het openbaar onderzoek in eerste aanleg 1 bezwaarschrift ingediend werd die werd ondertekend door 6 omwonenden; ! dat door omwonenden beroep werd aangetekend tegen het besluit (...) van het College van Burgemeester en Schepenen waarbij vergunning werd verleend voor het verder exploiteren en het veranderen van het centrum; ! dat de argumenten van het beroep (...) grotendeels overeen(komen) met de gemaakte bezwaarschriften die werden geuit tijdens het openbaar onderzoek in eerste aanleg; de argumenten handelen (...) hoofdzakelijk over geluidsoverlast; ! in het aanvraagdossier is er geen akoestische informatie aanwezig; ! gelet op de kleine afstand tussen de omliggende woningen en het centrum, is het naleven van de vigerende geluidsnormen onder de huidige omstandig- heden onmogelijk zowel tijdens de dag, avond en nacht; (...)";
  6. d)de Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert op grond van de volgende overwegingen deels gunstig en deels ongunstig over de aanvraag : "! de inrichting betreft een 'AVEVE'-centrum waar diverse grondstoffen en materialen voor de tuin- en landbouwsector worden verkocht zowel voor particulieren als voor professionele land- en tuinbouwers; ! de ligging in een woongebied, bestemming waarmee de inrichting planologisch verenigbaar is; ! dat er tijdens het openbaar onderzoek in eerste aanleg 1 bezwaarschrift ingediend werd dat werd ondertekend door 6 omwonenden; ! dat door omwonenden beroep werd aangetekend tegen het besluit (...) van het College van Burgemeester en Schepenen waarbij vergunning werd verleend voor het verder exploiteren en het veranderen van het centrum; ! dat de argumenten van het beroep grotendeels overeenkomen met de gemaakte bezwaarschriften die werden geuit tijdens het openbaar onderzoek in eerste aanleg; dat de argumenten hoofdzakelijk handelen over geluidsoverlast; ! dat in het aanvraagdossier geen akoestische informatie aanwezig is; ! dat, gelet op de kleine afstand tussen de omliggende woningen en het centrum, het naleven van de vigerende geluidsnormen onder de huidige omstandigheden onmogelijk is zowel tijdens de dag, avond en nacht, nl.: (...)". VII-37.786-5/14 3.7. Met het thans bestreden besluit van 4 maart 2010 verwerpt de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen het beroep en bevestigt zij de in eerste aanleg verleende milieuvergunning. De voor de beoordeling van de zaak relevante motieven van de bestreden beslissing luiden als volgt : "Overwegende dat wat de beroepsargumenten betreft, het volgende kan gesteld worden: GELUIDSASPECT Uit de informatie van het aanvraagdossier blijkt dat er geregeld laad- en losactiviteiten van goederen (meststoffen bv.) doorgaan op de binnenkoer van de inrichting. Klanten komen met tractoren en aanhangwagens op de binnenkoer gereden. Deze binnenkoer situeert zich achter de winkelloods, nl. de kant van de nieuwe woningen langs de Puidreef. Met een kleine heftruck met dieselmotor worden de gevraagde producten geladen. Deze laad- en losactiviteiten gaan hoofdzakelijk door in de maanden maart, april en mei. Zoals al gesteld gaan deze laad- en losactiviteiten door vlakbij de perceelsgrens met de naburige woningen. De tuinen bevinden zich slechts op enkele meters van deze laad- en losplaats. Om een begroting te maken van het geluidsdrukniveau van het incidentele geluid veroorzaakt door het laden en lossen met een diesel aangedreven heftruck - ter hoogte van de dichtst aanpalende buurwoningen - werd een geluidsmodel opgemaakt met behulp van een softwaremodel 'IMMI2009'. Voor de berekeningen werden een 6-tal immissiepunten gekozen die zich situeren in het midden van 6 aanpalende tuinen van buurwoningen. De geluidsnorm voor incidenteel geluid bij bestaande inrichtingen, bedraagt overdag 60 dB(A) (TW+15). Voor de nachtperiode bedraagt de norm 45 dB(A) (TW+10 = 35+10). De berekeningen tonen aan dat tijdens alle periodes (dag, avond en nacht) de grenswaarden worden overschreden. Dit is te wijten aan de kleine afstand tussen de woningen en de desbetreffende laad- en losplaats. De houten tuinschermen die de tuinen van het bedrijfsperceel scheiden, werden weliswaar meegerekend in het geluidsmodel. Gelet op de lichte constructie en de beperkte hoogte van deze schermen, is er slechts sprake van zeer beperkte isolatiewaarden. De overschrijdingen van de vigerende geluidsnormen, ter hoogte van de dichtstbij gelegen immissiepunten, bedragen ca. 19 dB(A) overdag tot meer dan 35 dB(A) 's nachts. Bijkomende maatregelen in de zin van klassieke geluidsschermen kunnen geen volledige oplossing bieden. Er dringen zich maatregelen op (eventueel sanering) teneinde de geluidsnormen te kunnen naleven. De activiteiten zijn anderzijds over de jaren heen altijd dezelfde gebleven en er zijn voordien nooit klachten of problemen met buren geweest. Recentelijk werden achter de inrichting een aantal nieuwe woningen gebouwd, zodat men er kan van uitgaan dat deze nieuwe bewoners goed op de hoogte waren van de ligging van hun woning en de nabijheid van de AVEVE-zaak. De exploitant is in elk geval bereid om de hinder voor de buren tot een absoluut minimum te beperken. De inrichting betreft een AVEVE-zaakhouderij van beperkte omvang, waar enkel klanten uit de nabije omgeving worden bediend. Het laden en lossen van de goederen is dus zeer beperkt in de tijd en bovendien seizoensgebonden tot de periode waarin de landbouwers hun kunstmeststoffen komen ophalen (maart-april-mei). Dit betreft zeer korte acties van enkele minuten. Het laden van de eigen vrachtwagen gebeurt slechts één keer per week en vergt ongeveer VII-37.786-6/14 één uur werk. Dit gebeurt binnen in de loods. De heftruck wordt 200 uren per jaar gebruikt, d.i. ongeveer 40 minuten per dag (waarvan 30 minuten binnen en 10 minuten buiten). De exploitant zal ook aan de landbouwklanten vragen om de motoren stil te leggen tijdens het laden en lossen. De gevraagde afwijking van de exploitatie-uren is strikt noodzakelijk voor de goede werking van het bedrijf, maar blijft beperkt tot het voorjaar (maart- april-mei)". IV. Tussenkomst 4. Met een op 26 mei 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de CVBA Ancobel om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. V. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen 5. In een eerste middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 30bis, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I) : "doordat de bestreden beslissing zelf expliciet stelt dat in de huidige omstandigheden onmogelijk kan voldaan worden aan de vigerende geluidsnormen; terwijl artikel 30bis §1 van VLAREM I heel duidelijk en ondubbelzinnig stelt dat een vergunning enkel kan worden verleend wanneer deze voorwaarden bevat welke garanderen dat de inrichting voldoet aan de eisen die door VLAREM I en VLAREM II zijn gesteld en dat de vergunning moet worden geweigerd wanneer dat niet het geval is; zodat de bestreden milieuvergunning enkel kon worden verleend wanneer de nodige voorwaarden werden opgelegd om te garanderen dat aan de geluidsnormen van VLAREM wordt voldaan, zo niet moest de vergunning worden geweigerd". VII-37.786-7/14 Het middel wordt als volgt toegelicht : "Ondanks het feit dat de geluidsnormen van VLAREM blijkbaar serieus zullen worden overschreden en de inrichting in de huidige omstandigheden zelfs niet kan voldoen aan de geluidsnormen (noch overdag, noch 's avonds, noch 's nachts), verleent de vergunningverlenende overheid toch de milieuvergunning. Meer zelfs, ze staat zelfs nog een versoepeling toe op de sectorale voorwaarden wat betreft de exploitatie-uren (toelating om tijdens de maanden maart, april en mei te exploiteren van 6u30 tot 22u in plaats van de gebruikelijke, sectorale exploitatie-uren van 7u tot 19u). Het bestreden besluit bevat ook geen enkele bijzondere voorwaarde inzake geluid. Dit is nog des te frappanter nu onder meer de provinciale milieudeskundige en de provinciale milieuvergunningscommissie om die reden ongunstig adviseerden en door de diverse adviesverlenende instanties verschillende bijzondere voorwaarden inzake geluid werden voorgesteld (...). Er wordt ook nergens gemotiveerd waarom werd afgeweken van deze adviezen. De aanvraag van de exploitant bevatte trouwens geen enkele geluidsstudie of geen enkele milderende akoestische maatregel. Nu onder de huidige omstandigheden zelfs geen voorwaarden kunnen worden opgenomen om te garanderen dat de inrichting voldoet aan de geluidsnormen van VLAREM - wat trouwens expliciet in het bestreden besluit staat - kon de vergunningverlenende overheid de vergunning alleen maar weigeren. Door de vergunning toch te verlenen begaat de vergunningverlenende overheid een manifeste schending van artikel 30bis § 1 van VLAREM I. Er anders over oordelen zou trouwens tot gevolg hebben dat de geluidsnormen van VLAREM geen enkele waarde hebben". 6. In de nota die zij in het kader van het administratief kort geding heeft ingediend, antwoordt de verwerende partij het volgende : "De Deputatie heeft in de bestreden beslissing een uitgebreide motivatie ontwikkeld omtrent de geluidsaspecten van de inrichting. Er dient te worden vastgesteld dat de inrichting ruim 30 jaar op deze locatie is vergund, en dat er in al die jaren nooit klachten zijn geweest over de exploitatie. De activiteiten zijn nochtans over de jaren heen dezelfde gebleven. Recentelijk werden echter achter de inrichting een aantal woningen bijgebouwd (waaronder die van verzoeker) en men kan er dan ook van uitgaan dat deze nieuwe bewoners goed op de hoogte waren (of minstens geacht werden dit te zijn) van de ligging van de inrichting nabij hun woningen. De inrichting is eerder kleinschalig en er worden enkel landbouw- en particuliere klanten uit de onmiddellijke omgeving bediend. Het laden en lossen is zeer beperkt in de tijd en bovendien seizoensgebonden tot de periode maart-april-mei. Het betreft telkens zeer korte acties van enkele minuten. Het laden van de eigen vrachtwagen gebeurt slechts 1 keer per week en duurt ongeveer één uur. Dit gebeurt binnen in de loods. De heftruck wordt slechts 200u per jaar gebruikt, dit is ongeveer 40 minuten per dag (waarvan 30 minuten binnen en 10 minuten buiten). De exploitant vraagt eveneens aan zijn klanten om tijdens het laden en lossen hun motoren stil te leggen. VII-37.786-8/14 De gevraagde afwijking op de exploitatie-uren is strikt noodzakelijk voor de goede werking en de leefbaarheid van het bedrijf, maar is beperkt tot het voorjaar". 7. De tussenkomende partij zet in haar verzoekschrift tot tussenkomst het volgende uiteen : "(...) De verzoekende partij vertrekt van het verkeerde uitgangspunt waar zij stelt dat de thans bestreden beslissing geen voorwaarden zou opleggen of onvoldoende voorwaarden zou bevatten die zouden garanderen dat de geluidsnormen gerespecteerd worden. Anders dan verzoeker voorhoudt, dient concluant hoe dan ook steeds de algemene milieuvergunningsvoorwaarden voor geluid na te leven (t.t.z. deel 4 + bijlagen Vlarem II). Deze verplichting is mee opgenomen in de thans bestreden beslissing nu deze de in het besluit van het College van burgemeester en schepenen opgelegde milieuvergunningsvoorwaarden door de bestreden beslissing integraal bevestigen. Anders dan hetgeen verzoeker voorhoudt, doen de in de milieuvergunning opgenomen voorwaarden geen afbreuk aan de algemene milieuvergunningsvoorwaarden voor geluid. Deze voorwaarden zijn integendeel bevestigd in de bestreden beslissing en zijn dus te allen tijde na te leven door de exploitant. Verzoekers zijn overigens verkeerd waar zij stellen dat er in casu door de provinciale milieudeskundige overschrijdingen van de geluidsnormen zouden zijn vastgesteld. Immers, het advies van de provinciale deskundige gaat uit van een theoretisch model, waarbij er aan de hand van een computersimulatie (softwaremodel 'IMMI2009') en niet aan de hand van metingen in concreto. In casu dient opgemerkt dat de verzoekende partij uitgaat van de verkeerde premisse. Het is geenszins zo dat milieuvergunningsvoorwaarden zoals opgelegd in de thans bestreden beslissing tot gevolg zouden hebben dat de Vlarem II geluidsnormen niet zouden moeten worden gerespecteerd. Uit samenlezing van de bestreden beslissing blijkt immers zeer duidelijk dat de vigerende Vlarem II geluidsnormen (...) onverkort van toepassing zijn op het bedrijf van verzoekende partij in tussenkomst. Immers, in het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Sint-Niklaas, waarbij aan de verzoekende partij in tussenkomst de milieuvergunning werd verleend is zeer uitdrukkelijk opgenomen dat de vigerende algemene milieu- vergunningsvoorwaarden (en meer bepaald afdeling 4 en de daarbij horende bijlagen waarin in casu de geluidsnormen zijn opgenomen) te allen tijde dienen te worden nageleefd. De bestreden beslissing doet op dit punt niets anders dan deze voorwaarde bevestigen. Het is dus geenszins zo dat de thans bestreden beslissing soepeler geluidsnormen zou voorzien, of voor verzoeker in tussenkomst een vrijgeleide zouden vormen om de geluidsnormen niet na te leven, wel integendeel. Anders dan hetgeen verzoeker voorhoudt, bevestigt noch de bestreden beslissing, noch het advies van de provinciale milieuambtenaar, noch (...) het advies van de pmvc dat er vaststellingen zouden voorhanden zijn waaruit zou blijken dat er thans reeds in concreto sprake zou zijn van overschrijding van de geluidsnormen. Uit de bestreden beslissing blijkt integendeel dat een computersimulatie van de op het bedrijf aanwezige geluiden aangeeft dat overschrijdingen mogelijk zijn. Bij dit alles dient echter vastgesteld (dat) er geen vaststellingen in concreto (metingen) voorhanden zijn waaruit de overschrijding van de geluidsnormen zou blijken. VII-37.786-9/14 In de bestreden beslissing is dienvolgens terecht gesteld dat er geen bijkomende voorwaarden moeten worden opgelegd, bij gebrek aan aantoonbare inbreuken. Er is in de bestreden beslissing zeer duidelijk op gewezen dat er overigens in het verleden nooit klachten zijn geweest van omwonenden (ook niet van verzoeker). Zodoende stelt de verwerende partij dat in casu de vergunning kan worden verleend zonder het opleggen van bijkomende voorwaarden: "De activiteiten zijn anderzijds over de jaren heen altijd dezelfde gebleven en er zijn voordien nooit klachten of problemen met buren geweest. Recentelijk werden achter de inrichting een aantal nieuwe woningen gebouwd, zodat men er kan van uitgaan dat deze nieuwe bewoners goed op de hoogte waren van de ligging van hun woning en de nabijheid van de AVEVE-zaak. De exploitant is in elk geval bereid om de hinder voor de buren tot een absoluut minimum te beperken'. In deze context is evident ook van belang te benadrukken dat er geen uitbreiding is van de activiteiten die geluidshinder veroorzaken. De opslag van meststoffen en kolen wordt in de bestreden beslissing niet uitgebreid. Er is een quasi volledige bevriezing van de bestaande vergunde toestand. Enkel de opslag van gassen en biociden wordt uitgebreid, maar deze activiteiten geven geen aanleiding tot bijkomende lawaaihinder. Verzoeker roept dit ook zelf niet in. Overigens wordt in de bestreden beslissing benadrukt dat de activiteiten van verzoeker in tussenkomst, die geluidshinder zouden kunnen veroorzaken, slechts sporadisch voorvallen en dus geenszins aanleiding kunnen geven tot bijkomende voorwaarden. Het is dus geenszins zo dat gedurende 3 maand continu, onafgebroken en aan een stuk door wordt afgeweken van de exploitatie-uren. Deze uitzondering mag enkel toegepast worden voor (...) korte laad- en losactiviteiten en dit tijdens het voorjaar. In de gegeven omstandigheden achtte verwerende partij het mogelijk om een seizoensgebonden afwijking toe te staan gedurende de maand maart, april en mei, en dit in afwijking van het advies van de PMVC en de provinciale milieudeskundige. Het is ook in dit licht dat een beperkte afwijking van de exploitatie-uren dient te worden bekeken. De toegelaten activiteiten betreffen sporadische (en dus geenszins continue) activiteiten die per uitzondering gedurende een beperkt aantal maanden (maart - april - mei) toegelaten zijn vanaf 6.00 u tot 23.00 u. In de bestreden beslissing wordt echter uitdrukkelijk gemotiveerd dat deze laad- en losactiviteiten weinig voorkomen, en dat de afwijking om die reden kan worden toegestaan: 'De inrichting betreft een AVEVE-zaakhouderij van beperkte omvang, waar enkel klanten uit de nabije omgeving worden bediend. Het laden en lossen van de goederen is dus zeer beperkt in de tijd en bovendien seizoensgebonden tot de periode waarin de landbouwers hun kunstmeststoffen komen ophalen (maart-april-mei). Dit betreft zeer korte acties van enkele minuten. Het laden van de eigen vrachtwagen gebeurd slechts één keer per week en vergt ongeveer één uur werk. Dit gebeurt in de loods. De heftruck wordt 200 uren per jaar gebruikt, d.i. ongeveer 40 minuten per dag (waarvan 30 minuten binnen en 10 minuten buiten)'. In de gegeven omstandigheden diende de verwerende partij geen bijkomende voorwaarden op te leggen om dreigende overschrijding van de geluidsnormen tegen te gaan. Het bestreden besluit is om voormelde reden niet in strijd met art. 30 Vlarem I". VII-37.786-10/14 Beoordeling 8. Artikel 30bis, § 1, eerste lid, van Vlarem I bepaalt dat een vergunning kan worden verleend wanneer deze voorwaarden bevat welke garanderen dat de inrichting voldoet aan de eisen die door dit reglement en titel II van Vlarem zijn gesteld en dat de vergunning wordt geweigerd wanneer dat niet het geval is. Uit voormelde bepaling vloeit onder meer voort dat het bestuur de milieuvergunning dient te weigeren wanneer de geldende algemene en sectorale milieuvoorwaarden niet kunnen worden nageleefd tijdens de exploitatie. Voormelde rechtsplicht bestaat op het ogenblik dat de vergunningverlenende overheid uitspraak doet over de vergunningsaanvraag die haar ter beoordeling is voorgelegd. De tussenkomende partij kan derhalve niet worden gevolgd in haar betoog dat zij hoe dan ook de algemene milieuvoorwaarden van Vlarem II inzake geluid zal dienen na te leven omdat het bestreden besluit van die voorwaarden niet afwijkt. Wanneer een vergunningsaanvraag niet aan de geldende normen voldoet, mag de vergunningverlenende overheid er niet zonder meer van uitgaan dat tijdens de exploitatie wel aan de normen zal kunnen worden voldaan. Zulks is nog minder het geval, zoals hierna zal blijken, wanneer de haalbaarheid van de betrokken milieunorm hoogst onzeker is. Blijkens de motivering van het bestreden besluit heeft de verwerende partij voor het beoordelen van de geluidshinder die teweeggebracht wordt door de laad- en losactiviteiten op de binnenkoer van de inrichting, gebruik gemaakt van een simulatie met behulp van computersoftware. Uit het aldus tot stand gekomen geluidsmodel blijken, zowel overdag als 's nachts, aanzienlijke overschrijdingen van de geluidsnorm voor incidenteel geluid afkomstig van bestaande inrichtingen. De bestreden vergunning werd niet afhankelijk gesteld van de naleving van bijzondere voorwaarden die garanderen dat de betrokken grenswaarden inzake incidenteel geluid kunnen worden nageleefd. Aan de mogelijkheid tot het opleggen van gepaste bijzondere voorwaarden kan zelfs worden getwijfeld, VII-37.786-11/14 aangezien in het bestreden besluit wordt overwogen dat bijkomende maatregelen die bestaan in het plaatsen van klassieke geluidsschermen geen volledige oplossing bieden. Voorts maakt dezelfde motivering er weliswaar gewag van dat "maatregelen" en "eventueel sanering" zich opdringen, zonder evenwel de gewenste maatregelen of sanering op enigerlei wijze te concretiseren. De tussenkomende partij kan niet op goede gronden opwerpen dat de overschrijding van de geluidsnormen gebaseerd is op een theoretisch model en niet op concrete geluidsmetingen. De gegrondheid van het middel dient immers beoordeeld te worden in het licht van de motieven van het bestreden besluit die uitdrukking geven aan de methode die de verwerende partij te dezen effectief heeft toegepast voor de beoordeling van de geluidsproblematiek. De omstandigheid dat de verzoeker zich in de buurt kwam vestigen van een reeds bestaande inrichting is niet van doorslaggevend belang. Ook in een dergelijke situatie mag een hinderlijke inrichting immers niet tot onaanvaardbare hinder of risico's aanleiding geven. De seizoensgebondenheid van de hinderlijke activiteiten en de beperktheid ervan in de tijd kunnen voor de vergunningverlenende overheid evenmin een deugdelijk motief vormen om de vergunning te verlenen wanneer die vergunning voor de omwonenden en het leefmilieu een onaanvaardbare hinder teweegbrengt. De beweerde kleinschaligheid van de inrichting en het gegeven dat enkel klanten uit de onmiddellijke omgeving bediend worden, missen ten slotte elke relevantie. Het eerste middel is gegrond. 9. De beslechting van het geschil ten gronde kan worden afgedaan in korte debatten, in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 10. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging is een accessorium van het beroep tot nietigverklaring. De nietigverklaring van het bestreden besluit brengt mee dat de vordering tot schorsing zonder voorwerp is geworden en derhalve moet worden verworpen. VII-37.786-12/14 BESLISSING 1. Het verzoek van de CVBA Ancobel tot tussenkomst in het geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 4 maart 2010 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 16 september 2009, houdende het verlenen aan de CVBA Ancobel van de milieuvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een tuin- en agrarisch centrum, gelegen aan de Kleemstraat 28 te Belsele (Sint-Niklaas), ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. 3. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. 4. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. 5. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig oktober tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter VII-37.786-13/14 Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.786-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.403 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.