id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.436 Rolnummer: A. 197961/XIV-32741 Zaak: Arrest 208436 - Penitentiair recht - 26/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-28 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:20 Fiche Arrest nr 208.436 van 26 oktober 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.436 van 26 oktober 2010 in de zaak A. 197.961/IX-6967 In zake : Ibrahim BOUFOUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis (Brugge) Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 oktober 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 15 oktober 2010 van de gevangenisdirecteur te Brugge waarbij aan Ibrahim Boufous de tuchtstraf wordt opgelegd van 5 dagen celstraf en aansluitend een maand strikt regime. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2010 om 14.00 uur. IX-6967-1/7 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mathieu Langerock, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Wim Van Brussel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is gedetineerd in de gevangenis te Brugge. 3.
- Op 14 oktober 2010 worden tegen de verzoeker drie rapporten aan de directeur opgemaakt. In een eerste rapport, opgemaakt om 7 uur, wordt vermeld dat de verzoeker zich verbaal agressief gedroeg tegenover de penitentiair beambte. In een tweede rapport, opgemaakt om 10.40 u wordt gesteld dat de verzoeker na een telefoon weigerde naar zijn cel terug te keren, dat er een discussie ontstond met de penitentiair beambten en dat de verzoeker vervolgens bedreigingen uitte en de beambten uitschold. In een derde rapport, opgemaakt om 10.45 u wordt gesteld dat de verzoeker tijdens een fouille op het lichaam bij zijn plaatsing op veiligheidscel twee bolletjes met verdachte substantie in zijn mond stak. Een vierde rapport volgt op 15 oktober 2010: tijdens de voorbije nacht heeft de betrokkene hevig op zijn deur gestampt, werd hij verbaal agressief en uitdagend tegen de beambten en heeft hij de nachtrust van anderen gestoord. IX-6967-2/7 3.
- Op 14 oktober 2010 wordt de verzoeker eerst verplicht op cel geplaatst en vervolgens op veiligheidscel. 3.
- Op 15 oktober 2010 verschijnt de verzoeker op de tuchtzitting. 3.
- Dezelfde dag legt de directeur van de gevangenis hem de tuchtstraf op van 5 dagen strafcel (van 14 tot 19 oktober 2010) met aansluitend daarop een maand strikt regime tot 18 november
- Deze tuchtstrafbeslissing, die het voorwerp uitmaakt van de onderhavige vordering, bevat blijkens de kopie die in het administratief dossier neergelegd is, volgende motieven: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor 1) ernstig verstoren orde, 2) bedreigen personeel en 3) verdachte substantie in bezit 4) hevig stampen tegen plexiglas deur veiligheidscel, verstoren orde en rust, uitdagen personeel en dreigen met fysieke agressie. Overwegende dat betrokkene de feiten toegeeft; Overwegende dat betrokkene er niet in slaagt om op een rustige manier te communiceren en ook naar de andere partij te luisteren; Overwegende dat betrokkene zichzelf in een slachtofferpositie plaatst en enkel dingen vraagt zonder te beseffen dat hij zich eerst zal moeten bewijzen De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort (Art. 106 § 1 van de Basiswet 12.1.2005) Na onderzoek komen wij tot de conclusie dat de feiten vermeld in het rapport aan de directeur zijn bewezen. De gevangene die zich schuldig maakt aan bedreigingen, beledigingen of gewelddaden hetzij tegen het personeel van de strafinrichtingen, hetzij tegen andere gevangenen worden strenger bewaakt of afgezonderd. (Art. 614 Wetboek van Strafvordering). Overwegende dat we heel veel tijd en energie gestoken hebben in het rustig houden van betrokkene maar dat dit niet mocht baten; Overwegende dat drugs in de gevangenis niet getolereerd kan worden is deze sanctie verantwoord.” IX-6967-3/7 IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is.
- Gelet op het hiernavolgend onderzoek van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat op zich volstaat om de vordering te verwerpen, wordt de ernst van de twee aangevoerde middelen niet onderzocht. Vooralsnog stelt de Raad van State echter wel vast dat de verzoeker met zijn verzoekschrift een kopie van de bestreden tuchtstrafbeslissing voorlegt die, op het stuk van de motivering, verschilt van het document dat in het administratief dossier wordt neergelegd in die zin dat het document dat aan de verzoeker ter hand gesteld is en dat op 15 oktober 2010 opgemaakt werd door adviseur-gevangenisdirecteur M. Steenbergen, slechts volgende motivering bevat: “Motivering van de sanctie: Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor 1) ernstig verstoren orde, 2) bedreigen personeel en 3) verdachte substantie in bezit 4) hevig stampen tegen plexiglas deur veiligheidscel, verstoren orde en rust, uitdagen personeel en dreigen met fysieke agressie. Na onderzoek komen wij tot de conclusie dat de feiten vermeld in het rapport aan de directeur zijn bewezen.”
- De verwerende partij slaagt er niet in een redelijke verklaring te geven voor het feit dat twee beslissingen met een verschillende motivering in omloop zijn. De verzoeker mag daar het slachtoffer niet van zijn: hij mag zijn acties steunen op het stuk dat hem overhandigd werd en de Raad van State zal de aangevoerde wettigheidskritiek -in het eerste middel wordt de schending van de IX-6967-4/7 formele motiveringsverplichting aangevoerd- met inachtneming van dat stuk beoordelen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
- De verzoeker zet uiteen dat hij volledig geïsoleerd wordt en dat de tuchtstraf hem moeilijk valt. Hij stelt ook dat de opgelopen tuchtstraf zijn reclassering verstoort en verduidelijkt dat de strafuitvoeringsrechtbank hem gesuggereerd heeft dat hij zijn reclassering moest opbouwen door in eerste instantie uitgaansvergunningen te verkrijgen, maar door de bestreden tuchtstraf lijkt het weinig waarschijnlijk dat hij op dat vlak vooruitgang kan maken. Hij voegt daar nog aan toe dat hij nu ook niet kan werken zodat de afbetaling van zijn schulden achterstand oploopt. Beoordeling
- De bestreden beslissing bestaat uit twee onderdelen. De bestraffing met vijf dagen strafcel is inmiddels uitgevoerd. Het nadeel dat ermee verbonden is -aangenomen dat het ernstig zou zijn- is ondergaan; een schorsing kan daar niets meer aan veranderen.
- Er kan enkel rekening gehouden worden met het nadeel dat verbonden wordt met de nog lopende tuchtstraf van een maand strikt regime, bestaande uit individuele wandeling, glasbezoek, geen binnenhuisbezoek, geen kinderbezoek, geen werk, eredienst op cel, geen gemeenschappelijke activiteiten en geen telefoon behalve advocaat en ombudsman. Dergelijke maatregel vormt op zich geen nadeel dat ernstig genoeg is om een schorsing te rechtvaardigen. Inzonderheid blijkt daar niet uit dat de tenuitvoerlegging van de tuchtstraf de situatie van de verzoeker dermate zal IX-6967-5/7 verslechteren dat de negatieve gevolgen die hij ondergaat niet door een vernietigingsarrest zullen kunnen worden rechtgezet.
- De verzoeker insisteert op het verminderen van zijn mogelijkheden om uitgaansvergunningen te verkrijgen, hetgeen nochtans de eerste stap is in zijn reclassering. Daargelaten de vaststelling dat de verzoeker niet aantoont dat de bestreden tuchtstraf hem absoluut uitsluit van het verkrijgen van een uitgaansvergunning -daarvoor is een nieuwe beslissing nodig waarbij het bestuur de situatie apprecieert- blijkt uit het administratief dossier dat aan de verzoeker reeds verschillende keren een uitgaansvergunning geweigerd werd en dat daarin telkens -laatst nog op 12 juni 2010- verwezen wordt naar het risico van onttrekken aan de straf en een zeker gevaar voor het plegen van ernstige feiten tijdens de vergunning, zonder dat daarbij verwezen wordt naar tuchtsancties in de gevangenis. Overigens belet niets de verzoeker aan de bevoegde instanties die moeten oordelen over zijn uitgaansvergunning, zijn wettigheidskritiek op het bestreden besluit ter kennis te brengen, voor het geval zij zich daarop zouden willen steunen om een uitgaansvergunning te weigeren.
- Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-6967-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6967-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.436 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.799 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div