← België

Arrest 208439 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.439 Rolnummer: A. 197254/X-14598 Zaak: Arrest 208439 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-05 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:20 Fiche Arrest nr 208.439 van 26 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.439 van 26 oktober 2010 in de zaak A. 197.254/X-14.598. In zake : de gemeente MERKSPLAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Empereur kantoor houdend te 2600 BERCHEM Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN Tussenkomende partij : de b.v.b.a. DEN BERK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hugo Sebreghts en Floris Sebreghts kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 30 juli 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: a. het besluit van 4 juni 2010 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport houdende verwerping van het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Merksplas tegen het besluit van 20 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van X-14.598-1/23 Antwerpen waarbij aan Koen Lauwerysen en Luc Beirinckx voor de b.v.b.a. Den Berk de vergunning wordt verleend voor het uitbreiden van vergunde serres en het bouwen van sociale ruimten te Merksplas, Berkelaar 10, kadastraal bekend sectie C, “nrs. 6/c/2, 6/d/2, 116/f, 116/g, 116/k, 173/b, 174/a, 182/p, 182/r, 183/a/5, 183/c/2, 183/d/2, 183/e/2, 183/f/2, 183/s/4, 183/t, 183/t/4, 183/v”. b. het besluit van 20 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende, eensdeels, de inwilliging van het beroep van Koen Lauwerysen en Luc Beirinckx, namens de b.v.b.a. Den Berk, tegen het besluit van 28 augustus 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Merksplas waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het uitbreiden van vergunde serres en het bouwen van sociale ruimten te Merksplas, Berkelaar 10, kadastraal bekend sectie C, “nrs. 6/c/2, 6/d/2, 116/f en 116/g”, en anderdeels, de afgifte van de voormelde vergunning “overeenkomstig de voorgebrachte plannen en mits naleving van het advies van de brandweer”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Auditeur Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2010. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ive Van Giel, die loco advocaat Els Empereur verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Stijn Brusselman, die loco advocaat Willem Slosse verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Hugo Sebreghts, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. X-14.598-2/23 Auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Regelmatigheid van de rechtspleging / Tussenkomst 3. Met een op 18 augustus 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de b.v.b.a. DEN BERK om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Feiten 4. Op 21 juni 2007 verleent de verzoekende partij aan Koen Lauwereysen een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van serres en een tuinbouwloods met sociale ruimtes op een terrein gelegen te Merksplas, aan de Berkelaar, kadastraal bekend sectie C, nrs. 6/c/2, 6/d/2, 116/f, 116/g, 116/k, 173/b, 174/a, 182/p, 182/r, 183/a/5, 183/c/2, 183/d/2, 183/e/2, 183/f/2, 183/s/4, 183/t, 183/t/4, 183/v. In deze vergunning wordt de volgende voorwaarde opgenomen onder punt 12°: “Rechts van het gebouw wordt een groenscherm aangelegd, zoals toegevoegd op het inplantingsplan. Dit groenscherm heeft een breedte van minstens 20m en bestaat uit hoog- en laagstammig streekeigen groen. Het wordt aangeplant in het eerstvolgend plantseizoen na ingebruikname van de serre. Dit groenscherm is tevens de uiterste grens van de agrarische bedrijvenzone. In de toekomst zullen door het college geen verdere uitbreidingen rechts van dit groenscherm worden toegestaan”. X-14.598-3/23 5. Bij besluit van 20 september 2007 beslist de deputatie van de provincieraad van Antwerpen in beroep om de voorwaarde met betrekking tot het aanplanten van een groenscherm te schrappen. De deputatie overweegt wat volgt: “(...). Op basis van de omvang van het groenscherm, zijnde 20m00 breed over een lengte van 370m00, kan geoordeeld worden dat de functie van het groenscherm voornamelijk het verhinderen van mogelijke toekomstige uitbreidingen als doel heeft, dan wel om huidige aanvraag te doen inpassen in de goede ruimtelijke ordening. Er kan slechts over de mogelijkheid tot uitbreiding geoordeeld worden, op het ogenblik dat deze uitbreiding daadwerkelijk wordt aangevraagd en met de dan geldende bepalingen en inzichten inzake een goed ruimtelijk beleid. Opmerking: Door de schrapping van voorwaarde 12 wordt geen uitspraak gedaan over het feit of een mogelijke toekomstige uitbreiding al dan niet mogelijk is. De beoordeling dient te gebeuren op het moment dat er daadwerkelijk een aanvraag wordt ingediend”. 6.1. Op 6 december 2007 keurt de deputatie het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de verzoekende partij goed. In het richtinggevend gedeelte ervan staat op pag. 83 te lezen wat volgt : “Ruimte voor agrarische ontwikkeling De agrarische sector in Merksplas is nu reeds hoofdbeheerder van de open ruimte en is een zeer belangrijke economische sector. Ook het landbouwgebied van Merksplas biedt mogelijkheden voor professionele landbouw. De rol van de agrarische sector zal in de toekomst versterkt worden. Voor de grondgebonden landbouw kan dit door het instrument ruilverkaveling toe te passen in grote delen van de gemeente, voor de grondloze tuinbouwsector kan dit door een agrarische bedrijvenzone op gemeentelijk niveau af te bakenen. Bestaande grondloze veeteeltbedrijven krijgen groeikansen per bedrijf. Uiteraard dient er steeds een afweging te gebeuren met de natuurlijke structuur. Slechts door deze samen te brengen kan een kwalitatieve open ruimte uitgebouwd worden”. 6.2. Op pag. 89 staat voorts het volgende te lezen: “Ordening van de grootschalige agrarische bebouwing rond Koekhove Rond de straat Koekhoven komen verschillende grootschalige agrarische bedrijven voor. Ze bestaan voornamelijk uit serres voor de fruit- en groenteteelt, maar ook stallingen zijn aanwezig. Op deze plaats kan men spreken van een nieuw (agrarisch) landschap. Hierdoor zijn doorkijken naar het achterliggende landschap verdwenen. Op gemeentelijk niveau wordt X-14.598-4/23 een gebied aangeduid (suggestie) waarbinnen nieuwe glastuinbouwbedrijven kunnen worden ondergebracht en waar bestaande bedrijven geordend worden. Ook de voorzieningen voor gas, water en dergelijke worden gemeenschappelijk georganiseerd. In de overige agrarische gebieden van de gemeente wordt de mogelijkheid niet weerhouden dat nieuwe glastuinbouwbedrijven er zich vestigen”. 6.3. Onder punt 3. “Gewenste agrarische structuur” staat verder op pag. 110 te lezen wat volgt : “3.2.4. Agrarische bedrijvenzone op gemeentelijk niveau De inplanting van grondloze bedrijven stuit niet enkel op ruimtelijke en landschappelijke bezwaren, maar kan op termijn ook de agrarische structuur zelf ondermijnen. Het R.S.V. voorziet in de mogelijkheid tot afbakening van agrarische bedrijvenzones voor de inplanting van nieuwe grondloze, agrarische bedrijven. De afbakening van dergelijke zones wordt door het R.S.V. beperkt tot de zogenaamde concentratiezones op Vlaams niveau voor tuinbouw onder glas en voor grondloze veeteelt. Het RSPA ondersteunt deze visie. Merksplas behoort tot de invloedssfeer van de concentratie voor glastuinbouw rond Hoogstraten die door de provincie werd aangeduid. Binnen de gemeente komen er dan ook verschillende glastuinbouwbedrijven voor die geconcentreerd zijn rond Koekhoven - Het Geheul. Om een verdere indringing van deze bedrijven te vermijden in de gebieden die door de grondgebonden landbouwsector in gebruik zijn, zal aansluitend bij de bestaande concentratie aan glastuinbouwbedrijven rond Koekhoven een agrarische bedrijvenzone op gemeentelijk niveau afgebakend worden. Nieuwe glastuinbouwbedrijven in de gemeente Merksplas kunnen zich enkel binnen deze zone vestigen. Bestaande bedrijven in deze bedrijvenzone kunnen uitbreiden. Andere landbouwbedrijven kunnen ook opgericht worden binnen deze zone. Beperkte kleinhandelsfuncties gebonden aan de glastuinbouw zullen geëvalueerd worden in functie van de mobiliteitsvraag. De bedrijvenzone zal in een R.U.P. vastgelegd worden. Verder zullen er hierin voorschriften opgenomen worden inzake afval(water), energie, ... die in de mate van het mogelijke gemeenschappelijk georganiseerd zullen worden. Ook naar groenvoorziening en oppervlakte van de bedrijven worden voorschriften uitgewerkt. Dergelijk R.U.P geeft naast een ordening van de zone tevens meer rechtszekerheid voor de bedrijven. Tevens wordt via inrichting en voorschriften gewaakt over een goede landschappelijke integratie van de zone. Bij de concrete invulling (o.m. aard en type bedrijven) wordt maximale afstemming nagestreefd op gelijkaardige initiatieven van het bovenlokale niveau, zodat de subsidiariteit gevrijwaard wordt”. X-14.598-5/23 6.4. In de bindende bepalingen (punt 4.2.38) van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is opgenomen dat de verzoekende partij een ruimtelijk uitvoeringsplan opmaakt om de agrarische gebieden afgebakend door het Vlaamse Gewest, verder te verfijnen. 7. De verzoekende partij is gestart met de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de agrarische structuur. Zij wil een verdere inbreiding in het nog open landschap ten westen van de bestaande serrebedrijven tegengaan. Een voorlopige “contour” voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan is opgemaakt. Deze “contour”, waarin serrebedrijven de kans krijgen uit te breiden of zich nieuw te vestigen, werd gelegd in het verlengde van de straat Horst, tegen de linkse gevel van de serre op het perceel ten zuiden van de vergunde serre van tussenkomende partij. 8. Het ruimtelijk structuurplan Antwerpen (hierna: RSPA) bepaalt dat de provincie Antwerpen een visie ontwikkelt voor de twee glastuinbouwgebieden van provinciaal niveau: de regio’s Hoogstraten en Boechout-Ranst. De macrozone Hoogstraten, omvattende onder meer de gemeente Merksplas, is in het RSPA aangeduid als een concentratiegebied met ruimte voor (nieuwe) grootschalige glastuinbouw. Het kaderplan “een gedifferentieerd ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor de glastuinbouw binnen de macrozone Hoogstraten” van de provincie Antwerpen, vastgesteld bij beslissing van 28 februari 2008 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen, stelt mogelijke locaties voor waar de glastuinbouw zich bij voorkeur kan ontwikkelen. Deze studie neemt Merksplas op in de gedifferentieerde overgangszone Zuid en duidt daarbinnen de omgeving Koekhoven aan als prioritair opvulgebied. “In afwachting van een steekvast juridisch kader” wordt door de provincie in januari 2009 het “Actieplan glastuinbouw macrozone Hoogstraten voor de uitvoering van het kaderplan gedifferentieerd ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor de glastuinbouw binnen de macrozone Hoogstraten” voorgesteld. X-14.598-6/23 9. Op 18 december 2007 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Merksplas een aanvraag in tot stedenbouwkundige vergunning voor het “uitbreiden van vergunde serres en het bouwen van sociale ruimten”, op de percelen bedoeld onder randnummer 4. De aanvraag betreft het uitbreiden van de eerder vergunde serre. De vergunde serre heeft reeds een oppervlakte van 11ha. De aanvraag betreft de uitbreiding van het bedrijf in westelijke richting met een oppervlakte van 9ha20a. Een deel van deze serre zal worden ingericht als sociale ruimten. Het waterbassin achteraan, vergund in fase 1, verkleint in oppervlakte maar behoudt door verdieping zijn capaciteit. Het gevraagde is volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Turnhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 september 1977, gelegen in agrarisch gebied. De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. 10. Op 1 februari 2008 adviseert het departement Landbouw en Visserij afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling de aanvraag gunstig : “Het betreft de uitbreiding van vergunde, nog niet gebouwde, serres met een nieuwe serre en sociale ruimtes op een nieuw tuinbouwbedrijf met tomatenteelt in agrarisch gebied. De nieuwe serre van ca. 90.000m² wordt aansluitend voorzien aan de vroeger vergunde serre”. 11. Op 14 februari 2008 adviseert het agentschap R.O. Vlaanderen - entiteit Onroerend Erfgoed ongunstig over de aanvraag : “Het betrokken gebied maakt deel uit van de nog uitgestrekte open ruimte ten westen van de huidige serres in aanbouw, dichtbij een kleinere, oude landbouwnederzetting. Verdere uitbreiding van de serres in westelijke richting zou de erfgoedwaarde van dit landschap ernstig aantasten”. 12. Op 18 maart 2008 adviseert het agentschap voor Natuur en Bos de aanvraag gunstig. X-14.598-7/23 13. Op 19 maart 2008 adviseert de Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Water de aanvraag voorwaardelijk gunstig : “Er wordt gunstig geadviseerd op voorwaarde dat: d. het hemelwater eveneens waar mogelijk wordt hergebruikt in de sociale ruimten; e. de uitstroom van de buffer voor vertraagde afvoer wordt voorzien van een debietbegrenzer die loost volgens de minimale voorwaarden van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening alsook deze die worden opgelegd door de waterloopbeheerder”. 14. Op 1 april 2008 adviseert de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) van de gemeente Merksplas de aanvraag ongunstig : “Door deze uitbreiding komt de ruimtelijke visie op het agrarische landschap rond Koekhoven, Horst en Berkelaar, ontwikkeld door de vorige GECORO, in het gedrang. Deze visie wordt weergegeven in het GRS, meer bepaald in de afbakening van een agrarische bedrijvenzone rond Koekhoven. De aanvraag valt grotendeels buiten deze aangeduide zone is dus in strijd met deze ruimtelijke visie voor het gebied. Met deze aanvraag tot uitbreiding wordt de ruimtelijke draagkracht van het open agrarische gebied overschreden”. 15. Op 4 juli 2008 adviseert de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de aanvraag voorwaardelijk gunstig: “De voorwaarden uit het advies van de VMM, afdeling Operationeel Waterbeheer dd. 19/03/2008 dienen nageleefd te worden: (...) Er dient aan de westelijke zijde van de serre een 6m breed groenscherm aangeplant (

  1. te)worden, bestaande uit voldoende middenstammige en bladhoudende bomen die de serre aan het zicht van de open ruimte onttrekken. Dit groenscherm dient aangeplant te worden tijden het eerstvolgende plantseizoen na oprichting van de serre. Deze beplanting dient doorlopend en op een vakkundige wijze onderhouden te worden teneinde zijn afschermde functie optimaal te behouden”. 16. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek worden geen bezwaarschriften ingediend. X-14.598-8/23 17. Bij besluit van 28 augustus 2008 weigert de verzoekende partij de vergunning om reden dat de aanvraag de goede ruimtelijke ordening in het gedrang brengt en de ruimtelijke draagkracht overschrijdt : “(...) De gemeente is van oordeel dat in het gebied rond Koekhoven, de tuinbouwsector de nodige kansen moet kunnen krijgen om verder uit te breiden. Nieuwe glastuinbouwbedrijven moeten zich eveneens in dit gebied kunnen vestigen. Bovendien moet de grondgebonden landbouw evenzeer de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen. Bijzondere aandacht moet dan ook gaan naar de ruimtelijke inpasbaarheid en de goede ruimtelijke ordening. De gemeente is van oordeel dat opvulling van de bestaande bedrijvenzone rond Koekhoven, in noordelijke richting aansluitend met het Geheul, een manier is om tegemoet te komen aan de noden van deze verschillende sectoren, zonder de ruimtelijke draagkracht van het gebied te overschrijden. Voorliggende aanvraag, met uitbreiding in westelijke richting, betreft echter een verdere indringing in het open landschap, waarbij de ruimtelijke draagkracht wordt overschreden, wat zeker niet gewenst is. Indien deze uitbreiding vergund wordt, vervalt elke objectieve maatstaf om in de toekomst al dan niet vergunning te verlenen voor de exploitatie of uitbreiding van een tuinbouwbedrijf. Een verdere aantasting van de open ruimte is derhalve niet gewenst”. 18. In beroep geeft de deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij besluit van 20 mei 2009 de vergunning af na een ongunstig advies van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar. Dit is het tweede bestreden besluit. 19. Op 30 juni 2009 tekent de verzoekende partij tegen het voormelde vergunningsbesluit beroep aan bij de bevoegde Vlaamse minister. 20. Op 15 juli 2009 verstrekt de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een ongunstig advies. 21. Op 8 september 2009 vindt de hoorzitting plaats, waarbij de partijen worden gehoord door mevrouw Marijke Brijnaert. X-14.598-9/23 22. Naar aanleiding van een opmerking van de verzoekende partij in de beroepsprocedure over het gebrek aan informatie in de aanvraag inzake de noodzakelijke parkeerplaatsen en de inplanting ervan, dient de tussenkomende partij op 14 september 2009 een “plan i.v.m. parkeergelegenheden” in. 23. Bij besluit van 12 november 2009 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport wordt het beroep van de verzoekende partij verworpen en wordt beslist dat de beslissing van 20 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen haar rechtskracht herneemt. 24. Op 18 januari 2010 dient de verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State tegen : “1. het ministerieel besluit van 12 november 2009 waarbij haar beroep wordt verworpen en wordt beslist dat de beslissing van 20 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen haar rechtskracht herneemt; 2. het besluit van 20 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning voor het uitbreiden van vergunde serres en het bouwen van sociale ruimten, overeenkomstig de voorgebrachte plannen en mits naleving van het advies van de brandweer”. Deze zaak is gekend onder het rolnummer A. 195.237/X-14.502. 25. Bij besluit van 9 maart 2010 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport wordt het voormelde ministerieel besluit van 12 november 2009 ingetrokken omdat de hoorzitting werd geleid door een daartoe onbevoegd persoon. Bij wege van hetzelfde ministerieel besluit van 9 maart 2010 wordt een nieuw onderzoek van de aanvraag bevolen in het kader waarvan binnen 30 dagen na de betekening van het besluit alle partijen tot een nieuwe hoorzitting zouden worden uitgenodigd. 26. De nieuwe hoorzitting vindt plaats op 25 maart 2010. X-14.598-10/23 27. Bij besluit van 4 juni 2010 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport wordt het beroep van de verzoekende partij verworpen en wordt beslist dat de beslissing van 20 mei 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning, haar rechtskracht herneemt. Dit is het eerste bestreden besluit. 28. Bij ‘ Raads arrest nr. 207.475 van 21 september 2010 wordt het beroep gekend onder het rolnummer A. 195.237/X-14.502 verworpen. V. Ontvankelijkheid van de vordering A. Onontvankelijkheid van de vordering in zoverre gericht tegen het tweede bestreden besluit De aangevoerde exceptie 29. De tweede verwerende partij en de tussenkomende partij werpen een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering op in zoverre die is gericht tegen het tweede bestreden besluit. De tweede verwerende partij betoogt dat het eerste bestreden besluit ingevolge de devolutieve werking van het administratief beroep in de plaats is gekomen van het tweede bestreden besluit, dat aldus geacht wordt niet meer te bestaan, dat beslissingen waartegen nog een administratief beroep openstaat niet vatbaar zijn voor vernietiging, dat enkel de in laatste aanleg genomen beslissing een voor vernietiging aanvechtbare administratieve rechtshandeling is en dat het feit dat het eerste bestreden besluit bepaalt dat de beslissing van 20 mei 2009 haar rechtskracht herneemt, daar niets aan afdoet. De tussenkomende partij ontwikkelt een gelijkaardige exceptie en voegt daar nog aan toe dat in de regel slechts één rechtshandeling per verzoekschrift kan bestreden worden en dat het verzoekschrift enkel ten opzichte van het eerste voorwerp onderzocht kan worden. X-14.598-11/23 Beoordeling 30. Tegen het bestreden besluit van de bestendige deputatie stond krachtens het toentertijd geldende artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), een administratief beroep open bij de Vlaamse regering. De verzoekende partij heeft het bedoelde beroep ook effectief ingesteld. De Vlaamse minister bevoegd inzake Ruimtelijke Ordening heeft bij het bestreden ministerieel besluit over dit beroep uitspraak gedaan. Ingevolge de devolutieve werking van het administratief beroep is dit eerste bestreden besluit in de plaats gekomen van het tweede bestreden besluit van de deputatie. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat het eerste bestreden besluit beslist dat, ten gevolge van de verwerping van het beroep, de beslissing van de bestendige deputatie “haar rechtskracht” herneemt. De excepties zijn in de aangegeven mate gegrond. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het tweede bestreden besluit is onontvankelijk. Onder “het bestreden besluit” wordt hierna enkel het eerste bestreden besluit bedoeld. B. Overige excepties 31. De verwerende en de tussenkomende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering nog in andere excepties. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over deze opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Onderzoek van de vordering 32. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden X-14.598-12/23 aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel 33. De verzoekende partij voert het volgende moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan : “Art. 8 van het Koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt: ‘Het enig verzoekschrift bevat, naast de vermeldingen die worden opgesomd in artikel 2 van de algemene procedureregeling : 3° een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen;’ De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen kan verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstige nadeel berokkenen. Er bestaat een MTHEN in hoofde van een Gemeente indien het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning strijdig is met het planologisch beleid of het vergunningsbeleid van de betrokken Gemeente en de onmiddellijke tenuitvoerlegging hieraan moeilijk te herstellen ernstige schade aanricht. Ten gevolge van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt aan verzoekende partij elk beslissingsrecht inzake het voor het betrokken gebied te voeren planologisch beleid ontnomen. Zij kan niet meer de ordening van het gebied zelf bepalen en beslissen het gebied als open ruimte te behouden, zoals zij herhaaldelijk zowel planologisch als in het vergunningenbeleid heeft beslist (…). 3.1 Planologisch beleid te Koekhoven In haar Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (hierna ‘GRS’ te noemen) - goedgekeurd op 6 december 2007 (…) - heeft verzoekster de zone rond Koekhoven, waarbinnen het bouwproject gelegen is, bestemd als een zone waar de vestiging van nieuwe glastuinbouwbedrijven mogelijk is en waar de bestaande bedrijven moete(
  2. n)worden geordend (…). Het bleek evenwel al gauw dat de druk op deze zone om grootschalige serrestructuren op te richten zeer groot was, alvorens de Gemeente de mogelijkheid had om hierover een afbakeningsproces op te stellen in de vorm van een Ruimtelijk Uitvoeringsplan. X-14.598-13/23 De omgeving achter de bestaande bebouwing te Koekhoven is zeer open. Door het uitdeinen van de serrecomplexen, komt deze open ruimte zwaar onder druk te staan. Een dergelijke expansie was nooit de bedoeling van het GRS. Onder meer om de openheid en het oorspronkelijke landschap te Koekhoven te vrijwaren, heeft verzoekster reeds op 7 december 2007 - daags na goedkeuring van het GRS - de betrokken bestuursinstanties aangeschreven (…) teneinde op 22 januari 2008 een startvergadering te organiseren voor de opmaak van een Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘agrarische structuur’. Het RUP betreft uiteraard niet enkel Koekhoven, maar alle agrarische gebieden waarvoor de Gemeente planologisch bevoegd is (…). Bij brief van 7 februari 2008 (…) - verzonden op 18 februari 2008 - werd door verzoekster het verslag (…) van de startvergadering op 22 januari 2008 inzake het RUP agrarische structuur overgemaakt aan de diverse betrokken instanties. Er was een zeer omstandige presentatie van IOK opgemaakt, waarin de visie van de Gemeente werd vertolkt (STUK C6). Uit het verslag (…) van deze startvergadering van 22 januari 2008 blijkt duidelijk dat verzoekster vragende partij was om hoogdringend een Gemeentelijk RUP op te maken waarin de agrarische structuren, in het bijzonder, maar niet enkel, wat betreft Koekhoven, zouden worden afgebakend. Verzoekster signaleerde onmiddellijk dat deze opmaak hoogdringend was gezien veelvuldig vergunningsaanvragen werden ingediend die - bij uitvoering - onherstelbare schade zouden aanrichten aan de nog bestaande open ruimten en landschappen ter streke: ‘Merksplas ervaart de jongste jaren een sterke behoefte om het agrarisch gebied te verfijnen via bestemmingen (afdwingbaar in vergunningenbeleid). Aanleiding is enerzijds de sterke druk vanuit de glastuinbouwsector, die geconfronteerd wordt met een verstrengd vergunningenkader en ruimte zoekt in de Noorderkempen en anderzijds de structurele behoefte aan aaneengesloten open ruimte van de (grondgebonden) veeteeltsector. De behoefte van een eenduidig kader voor het afleveren van vergunningen voor de verschillende subsectoren van de landbouw alsook voor andere functies actief in het agrarisch gebied, dringt zich op. Het opmaken van een RUP lijkt hiertoe de enige juridische steekvaste oplossing. (...) Daarnaast dient gewezen op het hoogdringende karakter (verwijzend naar recent afgeleverde vergunningen en recent ingediende vergunningsaanvragen). (...) Afspraken Er wordt ingestemd met het principe dat de gemeente een planinitiatief neemt (RUP) om de gebieden van de agrarische structuur in Merksplas te differentiëren. Voor de afbakening van het plangebied wordt uitgegaan van de agrarische gebieden volgens het gewestplan (...) De gemeente opteert heel bewust om alle gebieden van de agrarische structuur en niet enkel Koekhoven mee op te nemen in het RUP. Een gelijktijdige regeling in alle zones is immers noodzakelijk om X-14.598-14/23 enerzijds rechtszekerheid / ruimte te bieden aan de glastuinbouw en anderzijds de structureel sterke gebieden voor grondgebonden veeteelt duurzaam te vrijwaren.’ Bij besluiten van 15 september respectievelijk 23 oktober 2008 werd IOK gelast met de opmaak van voormeld RUP (…). Omdat verzoekster ook kansen wil geven aan de grondgebonden landbouw en een verdere inbreiding in het nog open landschap ten westen van de bestaande serrebedrijven wil tegen gaan, werd reeds een voorlopige contour voor het RUP opgemaakt. Deze contour, waarin serrebedrijven de kans krijgen uit te breiden of zich nieuw te vestigen, werd gelegd in het verlengde van de straat Horst, tegen de linkse gevel van de serre op het perceel ten zuiden de 21 juni en 20 september 2007 vergunde serre van Den Berk. De uitbreiding die voorzien is in de bestreden beslissingen ligt hierbuiten, zoals tevens wordt erkend en ondersteund door de Provinciaal Stedenbouwkundig Ambtenaar (…) en door de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar (…) en zoals tevens wordt vermeld in de eerste bestreden beslissing (…). Uit het planologisch beleid van verzoekster blijkt een duidelijk beleidslijn van verzoekster om de open ruimte en het landschap te Koekhoven te vrijwaren, met inbegrip van de gronden waarop de bestreden beslissing betrekking heeft. Hieronder bestaat overigens een ruime concensus binnen het College, de Gemeenteraad, de Landbouwraad (GALT) en de GECORO (…). In januari 2009 werd door de Provincie een ‘actieplan Glastuinbouw Macrozone Hoogstraten opgesteld’ voor de uitvoering van het kaderplan gedifferentieerd ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor de glastuinbouw binnen de macrozone Hoogstraten. Er wordt duidelijk bepaald dat de actie geen absoluut karakter heeft en moet worden beschouwd als een voorbereiding op het juridisch steekvaat kader (…). Ook uit het document ‘Ruimte voor Glas’ blijkt duidelijk dat nog een onderzoek in concreto moet gebeuren voor er daadwerkelijke plannen kunnen worden opgemaakt (…). Het document ‘Ruimte voor Glas’ vermeldt immers onder de passage inzake het ‘prioritair opvulgebied Koekhoven’ uitdrukkelijk dat de grenzen met de omliggende ruimte duidelijk moeten worden vastgelegd en dat er voldoende aandacht moet zijn voor de landschappelijke inpassing: ‘De grenzen met de omliggende open ruimte moeten echter duidelijk worden vastgelegd en er moet voldoende aandacht zijn voor de landschappelijke inpassing.’ (…) Dit wordt bovendien nogmaals benadrukt bij de algemene beleidsperspectieven voor ‘Opvulgebied’: ‘Waar al een zekere concentratie van glastuinbouw voorkomt, en waar de ruimtelijke draagkracht aanwezig is, kan nog beschikbare ruimte worden opgevuld met nieuwe grootschalige bedrijven (...)’(…) Bovendien wordt voor de ‘gedifferentieerde overgangszone Zuid’, waarin het gevraagde project is gelegen, duidelijk bepaald dat in deze zone ‘glasvrije en afremgebieden voorkomen waar het behoud van de open ruimte dat vraagt’: ‘Maar ook in deze zone zullen er glasvrije en afremgebieden voorkomen waar het behoud van de open ruimte dat vraagt.’ (…) X-14.598-15/23 Glasvrije en afremgebieden worden in het document ‘Ruimte voor Glas’ als volgt beschreven: ‘Glasvrij gebied: geen glastuinbouw Dit zijn gebieden waar nu geen glastuinbouw aanwezig is en waar die ook niet wordt toegelaten Afremgebied: geen bijkomende glastuinbouw Bestaande glastuinbouwbedrijven kunnen blijven en zich ontwikkelen onder voorwaarden. Landschap: overwegend glasvrij, met verspreide serres.’ (…) Het is in elk geval duidelijk dat volgens het document ‘Ruimte voor Glas’ voor het gebied Koekhoven bijzondere aandacht moet worden besteed aan de ruimtelijke draagkracht en de landschappelijke inpassing, met aandacht voor het behoud van de open ruimten. Aangezien de grens tussen waar de goede ruimtelijke ordening glastuinbouw al dan niet toelaat nog niet verordenend is vastgelegd in een Ruimtelijk Uitvoeringsplan, dient deze toets voor elk individueel project te gebeuren middels de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. Zoals in het vergunningsbesluit in eerste aanleg, het beroepschrift en de synthesenota omstandig werd uiteengezet, verzetten de goede ruimtelijke ordening en de ruimtelijke draagkracht zich tegen de gevraagde uitbreiding van het bedrijf. Ter zake wordt nog het verslag ‘overleg agrarische gebieden’ van 22 januari 2008 (…) gevoegd, waaruit nogmaals blijkt: - dat het gebied Koekhoven deel uitmaakt van het op te maken Ruimtelijk Uitvoeringsplan; - dat dit plan wordt opgesteld naar aanleiding van ‘enerzijds de sterke druk vanuit de glastuinbouwsector, die geconfronteerd wordt met een verstrengd vergunningenkader en ruimte zoekt in de Noorderkempen en anderzijds de structurele behoefte aan aaneengesloten open ruimte van de (grondgebonden) veeteelt.’ - dat de Provincie, alsook de Gewestelijk Stedenbouwkundig Ambtenaar - beiden aanwezig op de vergadering -, akkoord zijn dat de Gemeente een RUP opmaakt om de gebieden van de agrarische structuur in Merksplas te differentiëren. Zoals de Provinciaal Stedenbouwkundig Ambtenaar terecht opmerkt in haar verslagen met betrekking tot de vergunningsaanvraag die leidde tot de bestreden beslissingen, moet volgens het kaderplan bij de afbakening van de zone Koekhoven rekening worden gehouden met enkele aandachtspunten zoals de functionele grens in het zuiden van de zone Koekhoven waarin residentiële bebouwing voorkomt, de ankerplaats Zwart Goor-Rond Punt in het noorden, de vallei van de Mark in het Westen en dient tevens aandacht te worden besteed aan een landschappelijke inpassing van de zone. Ter zake merkt de Provinciaal Stedenbouwkundig Ambtenaar terecht op dat verzoekster reeds een afbakening van de zone principieel heeft vastgelegd en waarover een concensus werd bereikt met de gemeenteraad, de landbouwraad en de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, gebaseerd op bestaande serres (langsheen de linkse gevel van een bestaande serre) en perceelsgrenzen. X-14.598-16/23 Bijgevolg concludeert de Provinciaal Stedenbouwkundig Ambtenaar dat de aanvraag in strijd is met deze afbakening die verenigbaar is met de principes van het provinciale kaderplan. De RUP-procedure loopt onverkort door. Hierover worden veelvuldig besprekingen gevoerd tussen de betrokken instanties, zoals blijkt uit onder meer: - e-mail van 19 juni 2009 (…) van IOK aan verzoekende partij; - e-mail van 22 juni 2009 (…) van IOK aan verzoekende partij, met het schriftelijke standpunt van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar, die bevestigt dat de agrarische zone rond Koekhoven, waar de eerste bestreden beslissing zich situeert, deel mag uitmaken van het RUP. Ten gevolge van de inwerkingtreding van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening op 1 september 2009, dienden een aantal vragen te warden uitgeklaard inzake onder meer delegatie. Op 19 maart 2010 (…) werd door de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar bevestigd dat geen delegatie nodig is vanwege het Gewest, noch vanwege de Provincie. De opmaakprocedure loopt verder. Verzoekster is dus op grond van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Merksplas -zoals goedgekeurd door de Deputatie op 6 december 2007 - bevoegd om een Ruimtelijk Uitvoeringsplan op te maken met betrekking tot de open ruimten, waarvan de projectgronden deel uitmaken (…). In het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Merksplas is bovendien uitdrukkelijk voorzien/de opmaak hiervan tegelijk kan verlopen met het afbakenen van een concentratiezone voor niet- grondgebonden landbouwactiviteiten. Niettegenstaande de provinciale bevoegdheden inzake glastuinbouw, heeft verzoekster - zoals erkend door de Provinciale Stedenbouwkundige Ambtenaar én de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar - dus duidelijk de bevoegdheid tot het opmaken van een Ruimtelijk Uitvoeringsplan inzake de open ruimten en in het bijzonder het projectgebied. Het staat dan ook vast dat de bestreden beslissingen moeilijk te herstellen ernstige nadelen toebrengen aan het planologisch beleid van verzoekster. 3.2 Vergunningenbeleid te Koekhoven Aangezien voormeld RUP tot op heden nog niet voorlopig is vastgesteld, maar nog in opmaak is, dient de open ruimte en het landschap te Koekhoven te worden gevrijwaard in het kader van de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening in elke individuele vergunningsaanvraag. Verzoekster heeft haar beleid inzake de vrijwaring van de open ruimten en landschappen te Koekhoven consequent toegepast in haar vergunningenbeleid. Als voorbeelden voegt verzoekster de vergunningsweigering van 30 augustus 2007 van John Vermeiren (Hortipower) voor het bouwen van een glastuinbouwbedrijf aan de overkant van Berkelaar, de vergunning van 3 juli 2008 inzake een aangepaste aanvraag en de vergunning van 9 oktober 2008 verleend aan de heer Kurt Dielis voor de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf te Koekhoven 59. Uit deze vergunningen en de adviezen (bv. GALT en GECORO, maar ook van de Gewestelijk Stedenbouwkundig Ambtenaar en het Agentschap RO-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed) (…) die in dit kader werden verleend X-14.598-17/23 blijkt een duidelijk(
  3. e)beleidslijn van verzoekster om de open ruimte en het landschap te Koekhoven te vrijwaren. 3.2.1 Collegebesluit 30 augustus 2007 (weigering Hortipower) Deze aanvraag - gelegen aan de overkant van Berkelaar (gezien vanuit Koekhoven) - had betrekking op een glastuinbouwbedrijf. Op 12 maart 2009 bracht Onroerend Erfgoed een ongunstig advies uit, omdat de aanvraag het historisch en esthetisch karakter van de omgeving en de open ruimten aantast. Ook de GECORO (…) bracht op 5 maart 2007 een ongunstig advies uit wegens aantasting van het gaaf landschap en de overschrijding van de ruimtelijke draagkracht. De Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar bracht een ongunstig advies uit, omwille van de ligging in een waardevol landschap. De Ambtenaar wijst erop dat zolang er planologisch nog geen uitsluitsel is, zeer omzichtig moet worden omgegaan met de inplanting van grootschalige glastuinbouwbedrijven. De Ambtenaar weer erop op dat het aangevraagde glastuinbouwbedrijf is gelegen buiten de concentratiezones zoals afgebakend in het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen en dat het project gelegen is in een gebied met hoge landschapswaarde. Bijgevolg adviseert de Gewestelijk Stedenbouwkundig Ambtenaar de aanvraag ongunstig omdat de aanvraag niet verenigbaar is met de omgeving en omdat de goede plaatselijke ordening in het gedrang wordt gebracht. Het -bedrijf zou de goede ruimtelijke ordening onherroepelijk schaden. Verzoekster volgde het ongunstig advies van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar en weigerde de vergunningsaanvraag en wees er onder meer op dat de aanvraag het open karakter van het gebied aantastte: ‘Het college wenst glastuinbouwbedrijven te concentreren rond de wegen Koekhoven, Berkelaar en Geheul. Hierdoor wordt de rest van het grondgebied van de gemeente gevrijwaard. Het open karakter van het gebied Geheul-Berkelaar is reeds aangetast door de aanwezigheid van een glastuinbouwbedrijf langs het Geheul. Bovendien ligt de geplande serre in het verlengde van de aanwezige glastuinbouwbedrijven. Het college acht het echter niet wenselijk dat het gebied ten westen van de geplande serre verder wordt aangesneden. (…) Ten westen van het bedrijf bevindt zich echter nog open, onaangetast gebied. (...) Het college acht het ook niet wenselijk dat het bedrijf in de toekomst verder uitbreidt in deze richting. (...)’ (…) Ook hieruit blijkt dat verzoekster consequent de open ruimte wenst te beschermen en glastuinbouw enkel wenst te voorzien binnen een strikte afbakening ter vrijwaring van de open ruimten en landschappen. 3.2.2 Collegebesluit 3 juli 2008 (vergunning Hortipower (aangepaste aanvraag)) Na voormelde weigering werd een aangepaste aanvraag ingediend, die wél beantwoordde aan het vaste beleid van verzoekster en de goede ruimtelijke ordening. De GALT verwijst in zijn advies van 28 februari 2008 (…) naar de afbakening van de zone voor glastuinbouw in het GRS en stelt dat de X-14.598-18/23 gevraagde uitbreiding van het tuinbouwbedrijf in het verlengde ligt van de bestaande glastuinbouwbedrijven langsheen Koekhoven en dat de aanvraag bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar is. Het advies van Onroerend Erfgoed is thans gunstig, omdat door de nieuwe aanvraag - met verschuiving van de inplanting - de open ruimte en het zich op de oude boerderijen gevrijwaard blijft. Ook waren de percelen thans gelegen binnen een zone waar het beleid in grootschalige serrebouw voorzag: ‘Momenteel blijkt dat de deputatie van de provincie Antwerpen naar aanleiding van een studie naar zoekzones voor serres, de zone rond Koekhoven, met inbegrip van de percelen uit deze aanvraag, als bijkomende zone voor grootschalige glastuinbouw heeft aangeduid. Dit gebeurde onder meer op aangeven van de gemeente Merksplas die ook deze zone daartoe heeft bestemd in het planningsproces ‘Afbakening van de agrarische structuur’ die lopende is.’ De aanvraag kon dan ook niet worden ingewilligd (…). 3.2.3 Collegebesluit 9 oktober 2008 (vergunning Kurt Dielis) Met betrekking tot de aanvraag van Kurt Dielis te Koekhoven 59, verwijst de Gemeentelijke Landbouwraad (GALT) naar de afbakening van de zone voor glastuinbouw in het GRS en stelt dat de gevraagde inrichting volledig in de in het GRS afgebakende zone ligt. Uit de vergunningsbeslissing van 9 oktober 2008 (…) blijkt duidelijk de vaste beleidslijn van verzoekster om de open ruimte en het landschap te Koekhoven te vrijwaren en wordt een omstandige beoordeling gemaakt van de aanvaardbaarheid van de bouwaanvraag in het licht van dit toetsingskader en de goede ruimtelijke ordening. Zo wordt erop gewezen dat dit bedrijf tussen de andere bedrijven gelegen is. Het bedrijf past dan ook perfect in de opvulling van het gebied. De aanvraag past binnen het toetsingskader voor glastuinbouw. De bestreden beslissingen betreffen echter een uitbreiding die de nevenliggende open ruimten en landschappen onherstelbaar aantast. 3.3 De bestreden beslissingen Zoals hierboven, in het feitenrelaas, (…) en in het eerste middel reeds omstandig werd en wordt aangegeven, zijn de gemeentelijke instanties, met inbegrip van verzoekster, het er unaniem over eens dat de aanvraag die leidde tot de bestreden beslissingen fundamenteel indruist tegen de beleidslijnen, het planologisch en het vergunningenbeleid van verzoekster en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging hieraan onherstelbare ernstige schade zou toebrengen. Zodra de vergunningen worden uitgevoerd en de open ruimte en het gave landschap aldaar wordt bebouwd, kan door geen planologisch beleid en geen ordening meer door verzoekster worden voorzien ter vrijwaring van de open ruimte en het landschap en is de oorspronkelijke open ruimte en het landschap voorgoed aangetast en verdwenen. Zulks blijkt ook duidelijk uit de gevoegde luchtfoto’s (…), waarop de serre en de uitbreiding staat aangegeven. In de rand kan nog worden opgemerkt dat de opmerking dat in de eerste verleende vergunning een bufferbassin werd vergund dat reeds een insnijding veroorzaakt, ruimtelijk irrelevant is. Het spreekt voor zich dat de ruimtelijke impact van serres met een hoogte van 7,44m geheel verschillend X-14.598-19/23 is dan de ruimtelijke impact van een waterbassin met een diepte van 4,5m en met een hoogte van slechts 3,5m, minder dan de helft van de hoogte van de serres en uiteraard qua aard ruimtelijk inpasbaar, in tegenstelling tot de glazen serres. Temeer ten aanzien van de nabij gelegen hoeve in de Ankerplaats ‘Zwart Goor’ - zoals terecht opgemerkt door het Agentschap RO-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed. Waar het waterbassin op de voorziene locatie vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is, maakt de gevraagde uitbreiding met 9ha van 7,44m hoge serres, tot in totaal 20ha, een onaanvaardbare insnijding in de westelijke open ruimte uit, die de ruimtelijke draagkracht in aanzienlijke mate overschrijdt. Ook is geen buffer voorzien, zoals nochtans uitdrukkelijk voorgesteld door de Provinciaal Stedenbouwkundig Ambtenaar, en zijn geen voorwaarden opgenomen inzake waterhuishouding, zoals voorgesteld door de VMM. Ook dit brengt onherstelbare schade toe aan de goede ruimtelijke ordening. Bovendien is de Gemeente beheerder van de Gemeentewegen en bevoegd voor de politie van het wegverkeer. Het is duidelijk dat de aanvraag geen informatie bevatte over de parkeerruimten - pas in laatste aanleg bij de Minister werd op onwettige wijze een parkeerplan voorgebracht -, zodat er een groot risico is dat de ruim 110 werknemers wild parkeren op de Gemeentewegen (o.m. Berkelaar) of dat er andere gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan, waar verzoekende partij zou kunnen worden voor aansprakelijk gesteld. Ook dit nadeel is ernstig en moeilijk te herstellen. Tot slot werden door het indienen van een parkeerplan in graad van beroep bij de Minister de prerogatieven van verzoekster miskend, nu zij hierdoor niet als eerste kon kennisnemen van dit essentieel document. Zij heeft het recht om als eerste vergunningverlenende instantie standpunt in te nemen over het door de aanvrager voorgestelde aantal parkeerplaatsen en de inplanting ervan. Het is dan ook duidelijk dat de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissingen moeilijk te herstellen ernstige nadelen in hoofde van verzoekende partij tot gevolg kunnen hebben”. Beoordeling 34. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3° van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te X-14.598-20/23 herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Hieruit volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in haar uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. 35. Voor een gemeentelijke overheid als de verzoekende partij is het door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste nadeel voorts persoonlijk indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid is belast, verhindert of in ernstige mate bemoeilijkt. Het nadeel is ernstig en moeilijk te herstellen wanneer de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten dermate in het gedrang zou brengen dat zij haar taken als gemeente niet meer zou kunnen uitoefenen en wanneer zij na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing niet over de vereiste rechtsmiddelen zou beschikken om het herstel van de plaats in de vorige staat te verkrijgen. 36. Het feit dat het vergunningenbeleid van de verzoekende partij, zoals te dezen, door de hogere overheid in een bepaald geval wordt doorkruist, is op zichzelf onvoldoende om van een ernstig nadeel in de zin van de gecoördineerde wetten op de Raad van State te gewagen. Dit klemt in casu des te meer, aangezien het vergunningenbeleid van de verzoekende partij gestoeld blijkt te zijn op een “voorlopige contour” van een op te maken ruimtelijk uitvoeringsplan, waarbinnen de vestiging of uitbreiding van serrecomplexen mogelijk is, maar waarbuiten het kwestieuze bouwcomplex deels zou zijn gelegen, terwijl dit bouwcomplex, overeenkomstig het gemeentelijk beleid zoals bepaald in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, wel toegelaten blijkt te zijn, X-14.598-21/23 hetgeen door de verzoekende partij althans zelf uitdrukkelijk wordt gesteld, waar zij in haar verzoekschrift betoogt dat het bouwproject is gelegen in de in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan bepaalde zone rond Koekhoven, waar de vestiging van nieuwe en de ordening van bestaande glastuinbouwcomplexen wordt toegestaan. 37. Het betoog van de verzoekende partij dat er een groot risico is dat de ruim 110 werknemers van het bedrijf van de tussenkomende partij wild zullen parkeren op de gemeentewegen, of dat er andere gevaarlijke verkeerssituaties zullen ontstaan, waarvoor zij als “beheerder van de gemeentewegen en bevoegd voor de politie van het wegverkeer” aansprakelijk zou kunnen worden gesteld, wordt niet aangetoond, temeer daar de tussenkomende partij terecht blijkt aan te voeren dat er overwegend seizoensarbeiders voor haar bedrijf werken, die doorgaans niet met de wagen maar met het openbaar vervoer naar haar bedrijf komen. 38. Het betoog van de verzoekende partij dat “door het indienen van een parkeerplan in graad van beroep bij de Minister de prerogatieven van verzoekster (werden) miskend, nu zij hierdoor niet als eerste kon kennisnemen van dit essentieel document” en “zij (...) het recht (heeft) om als eerste vergunningverlenende instantie standpunt in te nemen over het door de aanvrager vooropgestelde aantal parkeerplaatsen en de inplanting ervan”, komt in wezen neer op een moreel nadeel. Mocht dit nadeel al ernstig zijn, zet de verzoekende partij niet uiteen waarom dit niet zou kunnen worden goedgemaakt door de mogelijke morele voldoening welke een in voorkomend geval tussen te komen annulatiearrest teweegbrengt. 39. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-14.598-22/23 BESLISSING 1. Het verzoek van de b.v.b.a. DEN BERK tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-14.598-23/23 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.439 Gerelateerde publicatie(
  4. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.925 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.