id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.493 Rolnummer: A. 197390/XII-6303 Zaak: Arrest 208493 - Overheidsopdrachten - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-10 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 05:20 Fiche Arrest nr 208.493 van 28 oktober 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 208.493 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 197.390/XII-6303 In zake: de NV TELENET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas De Meese en Tina Van Poelvoorde kantoor houdend te Brussel Koningsstraat 71 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE RADIO- EN TELEVISIEOMROEP (VRT) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Leopold Schellekens kantoor houdend te Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 13 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing tot niet-selectie van Telenet van 15 juni 2010 vanwege de VRT in het kader van een overheidsopdracht betreffende het ‘Mediaplatform’ TI 0934 (met als kenmerk ‘akti/SV/2010-1817’)”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. XII-6303- 1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2010. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaten Thomas De Meese en Tina Van Poelvoorde, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat David D’Hooghe, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De Vlaamse Radio- en Televisieomroep (hierna: VRT) schrijft een overheidsopdracht van diensten uit met benaming “TI 0934 – Mediaplatform”. De opdracht wordt gegund onder de vorm van een beperkte offerteaanvraag. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 6 januari 2010 en in het Publicatieblad van de Europese Unie op 8 januari 2010. 3.2. Het voorwerp van de opdracht wordt in de aankondiging als volgt omschreven: “De VRT, een omroep die voornamelijk aanwezig is op radio en televisie, en wil nu audio en video on demand over vast en mobiel internet aanbieden. En dit zowel voor volledige programma's alsook fragmenten (clips). VRT wil onder andere volgende diensten kunnen realiseren op basis van dit bestek: Mediaspeler voor integratie in de sites van de VRT en syndication. Mediazone voor groepering van mediacontent met inbegrip van catch up service. XII-6303- 2/14 Daarvoor heeft dit bestek tot doel om een overkoepelende managed service aan te kopen voor het beheer en de publicatie van online media content. In de context van dit bestek verwijst mediacontent naar audio en video. Dit omvat Het opnemen en opknippen van een TV of radio kanaal in verschillende programma's en/of fragmenten. Transcoderen naar verschillende formaten. Management en distributie en publicatie van de video en audio on demand. Het project moet er voor zorgen dat VRT als mediabedrijf een betere kwaliteit en distributie van media kan aanbieden aan de eindgebruiker, in verschillende formaten en voor verschillende toestellen. De catch up service, als referentie implementatie, heeft een uitgesproken video beleving, en maakt de programma gebaseerde metadata en media items beschikbaar zo snel als mogelijk na de start van de uitzending. In de mate van het mogelijke werkt de VRT voor dit project verder met een partner die een uitgebreide en omvattende service kan voorleggen, met goede referenties en `proven technology' en een marktconforme prijszetting. Ook de SLA waaronder er gewerkt wordt, zal streng geëvalueerd worden. Er zal een raamovereenkomst afgesloten worden voor een looptijd van 3 jaar met 3 mogelijke verlengingen van 1 jaar (hierdoor wordt de maximale duurtijd 6 jaar)”. 3.3. De aankondiging vermeldt de volgende selectiecriteria: “III.2) Voorwaarden voor deelneming. III.2.1) Persoonlijke situatie van ondernemers, waaronder de vereisten in verband met de inschrijving in het beroeps- of handelsregister. […] III.2.2) Economische en financiële draagkracht: […] III.2.3) Vakbekwaamheid: […] De eerste 5 kandidaten van de ranking worden weerhouden voor het bestek”. 3.4. Voorts wordt de te volgen procedure nog als volgt toegelicht in de aankondiging: “Dit is een tweestapsprocedure. De eerste stap is deze aankondiging van de opdracht, houdende een uitnodiging tot deelneming. […] Uit de deelnemingsaanvragen selecteert de VRT de gegadigden waarvan zij oordeelt dat ze het best geschikt zijn om de opdracht uit te voeren (maximum 5). In een tweede stap worden de gegadigden uitgenodigd tot verdere deelneming. Alleen zij kunnen een offerte indienen”. XII-6303- 3/14 3.5. Vervolgens dienen 18 kandidaten een aanvraag tot deelneming in. 3.6. Op 26 februari 2010 richt de VRT een schrijven aan alle kandidaten waarin aan de hand van een vragenlijst verduidelijking wordt gevraagd voor het derde selectiecriterium, namelijk de vakbekwaamheid. Alle kandidaten verstrekken deze verduidelijking. 3.7. Bij de 11 kandidaten waarvan de opgegeven referentie(
- s)relevant worden geacht, verricht de VRT vervolgens referentiebezoeken. 3.8. In het verslag van nazicht worden de aanvragen tot deelneming getoetst aan de selectiecriteria vermeld in de aankondiging en wordt een ranking opgesteld van de geselecteerde kandidaten op basis van de opgegeven vakbekwaamheid. Het verslag vermeldt dat de kandidaten worden gerangschikt in functie van de vakbekwaamheid zoals beschreven in punt III.2.3) van de aankondiging en de relevantie van de referentie met de beschrijving gevraagd in punt II.1.5 van de aankondiging (korte beschrijving van het voorwerp van de opdracht). Vervolgens bevat het verslag van nazicht per kandidaat “indrukken over de getoonde referentie”. Met betrekking tot de aanvraag tot deelneming van verzoekende partij vermeldt het verslag het volgende: “Geen ingest, enkel vanaf assetmgtm is vervat in de referenties. PCTV als brand blijft eigendom telenet, maar content mag aangeleverd worden. Wordt niet aangeboden als technische oplossing, onderliggend platform wordt enkel gebruikt voor PCTV product. Garagetv kan white label worden, Backend van studio100 TV website is gebaseerd op de backend van Garage TV. Garagetv heeft geen bestaande schaalbare service waarop we kunnen ‘intekenen’, en is gericht op clips (geen catch-
- up)met beperkte functionaliteit. XII-6303- 4/14 PC TV is niet van toepassing wegens niet beschikbaar als technische service. Garage TV is andere opzet maar is onvolledig als service”. Blijkens het verslag werd na afloop van de referentiebezoeken een rangschikking opgesteld over de service op grond van de beschrijving gevraagd in de publicatie omtrent de referenties. Concreet wordt volgens het verslag gekeken naar een aantal parameters die aanwezig zouden moeten zijn in de referenties: “Service: ‘dit bestek heeft tot doel om een overkoepelende managed service aan te kopen voor het beheer en de publicatie van online media content. VRT wil onder andere volgende diensten kunnen realiseren op basis van dit bestek: Mediaspeler voor integratie in de sites van de VRT en – syndication. Mediazone voor groepering van mediacontent met inbegrip van – catch up service. Maturiteit: “in de mate van het mogelijke werkt de VRT voor dit project verder met een partner die een uitgebreide en omvattende service kan voorleggen, met goede referenties en “proven technology”. Volledigheid: “In de context van dit bestek verwijst mediacontent naar audio en video. Dit omvat: Het opnemen en opknippen van een TV of radio kanaal in – verschillende programma’s en/of fragmenten. Transcoderen naar – verschillende formaten. Management en distributie en publicatie van de –video en audio on demand”. Het verslag vermeldt vervolgens de volgende beoordelingstabel en rangschikking: Rang Naam Service Maturiteit Volledigheid 1 TXT Polymedia Aanwezig Goede Uiterst maturiteit volledig 2 PORTHUS Aanwezig Goede Uiterst maturiteit volledig 3 Brightcove Aanwezig Goede Zeer goed maturiteit 4 Siemens Business Aanwezig Weinig Uiterst XII-6303- 5/14 Services maturiteit volledig 5 Technicolor Aanwezig Matige Goed Nederland maturiteit 6 Verizon business Aanwezig Matige Zwak Belgium maturiteit 7 Telenet Solutions Minimaal Matige Matig aanwezig maturiteit 8 Paratel Minimaal Weinig Matig aanwezig maturiteit 9 Belgacom Group Niet Matige Goed aanwezig maturiteit 10 Fabricom GTI Niet Goede Matig (SUEZ) aanwezig maturiteit 11 Concentrate Minimaal Weinig Matig aanwezig maturiteit Er wordt beslist om de eerste vijf gerangschikte kandidaten uit te nodigen om toe te treden tot de volgende stap van de opdracht. 3.9. Bij aangetekend schrijven en fax van 15 juni 2010 wordt aan verzoekende partij meegedeeld dat zij niet geselecteerd werd voor deelneming aan de opdracht. Dit wordt als volgt toegelicht: “De reden daarvoor is dat u niet behoort tot de vijf best gerangschikte kandidaten voor het selectiecriterium Vakbekwaamheid (referenties van de dienst die operationeel zijn in een omroepomgeving, waarbij het belangrijk is dat er technologie wordt gebruikt die zijn degelijkheid heeft bewezen). De rangschikking van de kandidaten voor dit selectiecriterium werd bepaald door de relevantie van hun referenties. Dit gebeurde aan de hand van onderstaande criteria: 1. Is er een managed service met goede referenties in operationeel beheer. En is deze van toepassing op VRT? a. Mediaspeler voor integratie b. Mediazone voor groepering van mediacontent met inbegrip van catch up service. 2. Wordt deze service als uitgebreide en omvattende service met ‘proven technology’ aangeboden, die zijn degelijkheid bewezen heeft? Een aanpak die wijst op een matuur product krijgt de voorkeur. 3. Hoe volledig is deze managed service? a. Het opnemen en opknippen van een TV of radio kanaal in verschillende programma's en/of fragmenten. b. Transcoderen naar verschillende formaten. c. Management en distributie en publicatie van de video en audio on demand.)”. XII-6303- 6/14 3.10. Met een e-mail van 18 juni 2010 vraagt verzoekende partij aan verwerende partij “meer inhoudelijk informatie waarom haar dossier niet weerhouden is”. 3.11. Dit schrijven wordt met een e-mail van 22 juni 2010 als volgt beantwoord: “Vooreerst, het niet weerhouden van de kandidatuur van Telenet is geen absolute waardemeter, maar betekent dat U, Telenet, in de ranking niet tot de eerste 5 kandidaten behoort. Deze ranking is een weerspiegeling van de overeenkomsten tussen datgene wat gevraagd is in de kandidatuurstelling en de referenties die zijn aangeboden door de verschillende inschrijvers, en velt als dusdanig geen inhoudelijk oordeel over de referentie zelf Een aantal punten zijn onder andere: - de oplossing PCTV is niet in lijn met wat gevraagd is. - de oplossing garage TV is een andere opzet, zowel in operationele service mode (naar volumes, andere klanten, ervaring in support naar andere klanten,...) als ook in componenten die nog ontbreken om een volledige service aan te kunnen bieden aan de VRT voor een online videoplatform (bvb metadata verwerking en sturing)”. IV. De schorsingsvoorwaarden 4. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-6303- 7/14 V. Beoordeling van de eerste schorsingsvoorwaarde A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 5. Een eerste middel wordt gesteund op de schending van “de transparantieverplichting, van het gelijkheidsbeginsel, van het beginsel van de gelijke behandeling van marktdeelnemers, van artikel 1 van de Overheids- opdrachtenwet en van artikel 35 Richtlijn 2004/18/EG”. Verzoekende partij voert in essentie aan dat het selectiecriterium “vakbekwaamheid” zoals opgenomen in de aankondiging van de opdracht, niet werd gehanteerd in de bijkomende vragenlijst van de VRT, noch de basis vormde voor de beoordeling in het kader van de bestreden beslissing. Aldus zou de VRT tot minstens tweemaal toe andere selectiecriteria hebben gehanteerd dan diegene die waren opgenomen in de aankondiging van de opdracht. Zij verwijst in haar betoog naar rechtspraak van het Hof van Justitie die zij te dezen toepasselijk acht. Beoordeling 6.1. Artikel 44.3. van Richtlijn 2004/18 inzake overheidsopdrachten in de klassieke sectoren luidt als volgt: “Bij niet-openbare procedures, procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht en concurrentiegerichte dialoog, kunnen de aanbestedende diensten het aantal geschikte gegadigden dat zij zullen uitnodigen tot indiening van een inschrijving, onderhandelingen of dialoog, beperken op voorwaarde dat er een voldoende aantal geschikte kandidaten is. De aanbestedende diensten vermelden in de aankondiging van de opdracht de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zijn voornemens zijn te gebruiken, het minimumaantal en, in voorkomend geval, het maximumaantal gegadigden dat zij voornemens zijn uit te nodigen”. Artikel 68, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen XII-6303- 8/14 en diensten en de concessies voor openbare werken, bepaalt enkel dat bij beperkte aanbesteding, beperkte offerteaanvraag en onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993, de aanbestedende overheid uit degenen die aan de in de artikelen 69 tot 73ter van dit besluit gestelde kwalificaties voldoen de gegadigden kiest die ze respectievelijk uitnodigt een offerte in te dienen of deel te nemen aan de onderhandelingen op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van de dienstverlener en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen waaraan hij moet voldoen. 6.2. De aankondiging van de voorliggende opdracht vermeldt onder meer het volgende selectiecriterium: “III.2) Voorwaarden voor deelneming. […] III.2.3) Vakbekwaamheid : Inlichtingen en formaliteiten om na te gaan of aan de vereisten is voldaan: * Referenties van de dienst die operationeel zijn in een omroepomgeving en die VRT kan bezoeken binnen de maand en waarbij de dienst die aangeboden wordt aan de VRT, in dezelfde opbouw gebruikt wordt. Het is belangrijk dat er technologie gebruikt wordt die zijn degelijkheid bewezen heeft, dus daarvoor zijn meerdere (andere) referenties aanbevolen. Om de ranking te bepalen, wordt er gekeken naar de relevantie van de referenties (SLA, volumes, doorlooptijden van items,...) met de VRT. De eerste 5 kandidaten van de ranking worden weerhouden voor het bestek”. 6.3. Op het eerste gezicht toont verzoekende partij niet aan dat dit selectiecriterium inzake de “relevantie van de referenties” achteraf werd gewijzigd of dat andere selectiecriteria inzake vakbekwaamheid werden toegevoegd. In het verslag van nazicht lijkt immers de relevantie van de referenties te zijn beoordeeld. 6.4. De kritiek van verzoekende partij lijkt dan ook veeleer betrekking te hebben op de wijze van beoordeling van dit selectiecriterium. Zij geeft echter niet aan welke op de opdracht toepasselijke bepaling uit de regelgeving van de overheidsopdrachten verwerende partij te dezen XII-6303- 9/14 ertoe zou hebben verplicht in de aankondiging de wijze van beoordeling van de selectiecriteria te bepalen. 6.5. Op het eerste gezicht lijkt het daarentegen voor de kandidaten voorspelbaar te zijn geweest dat de relevantie van de referenties zou worden beoordeeld in het licht van het voorwerp van de opdracht, zoals dat in de aankondiging wordt omschreven, en hiervoor onder randnummer 3.2. is aangehaald. 6.6. Het verslag van nazicht vermeldt dat na afloop van de referentiebezoeken een rangschikking werd opgesteld over de service op grond van de beschrijving gevraagd in de publicatie omtrent de referenties en dat concreet gezien wordt gekeken naar een aantal parameters die aanwezig zouden moeten zijn in de referenties, met name “service”, “maturiteit” en “volledigheid”. Deze wijze van beoordeling van de relevantie van de referenties was dus alleszins voorspelbaar, nu deze parameters alle terug te vinden zijn in de beschrijving van het voorwerp van de opdracht en de bepaling inzake de vakbekwaamheid in de aankondiging, en dit zelfs onder identieke bewoordingen. Verzoekende partij toont ook niet aan dat alle kandidaten bij het formuleren van hun aanvraag tot deelname in die omstandigheden niet dezelfde kansen zouden hebben gehad. Het loutere feit dat de aanbestedende overheid diverse aspecten uit het voorwerp van de opdracht zoals omschreven in de aankondiging heeft gegroepeerd onder de noemers “service”, “maturiteit” en “volledigheid”, lijkt op het eerste gezicht niet met zich mee te brengen dat deze parameters beschouwd zouden kunnen worden als niet aangekondigde (sub)criteria. 6.7. Ook het schrijven van 26 februari 2010 inzake de vragenlijst en het schrijven van 15 juni 2010 met mededeling van de bestreden beslissing lijkt op het eerste gezicht geen niet-aangekondigde criteria te bevatten. Ook hier wordt telkens gewezen op de relevantie van de referenties als selectiecriterium. In het eerste schrijven wordt aan alle kandidaten aan de hand van een vragenlijst een XII-6303- 10/14 verduidelijking gevraagd van hun referenties. Het tweede schrijven parafraseert louter de parameters opgenomen in het verslag van nazicht. 6.8. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 7. Verzoekende partij voert in het tweede middel de schending aan van “artikel 14 en 16 Overheidsopdrachtenwet, van artikel 68 en 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 […], en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheids- beginsel en de materiële motiveringsplicht”. Te dezen heeft de VRT volgens verzoekende partij “op kennelijke wijze” nagelaten om een duidelijk onderscheid te hanteren tussen de selectie- en de gunningscriteria. De in de vragenlijst en de bestreden beslissing gehanteerde “subcriteria” houden volgens verzoekende partij immers een waardeoordeel in van de VRT over de aan te bieden diensten zoals deze in de gunningsfase moeten worden beoordeeld. Volgens verzoekende partij heeft verwerende partij het selectiecriterium “vakbekwaamheid” beoordeeld als een gunningscriterium. Beoordeling 8.1. De wetgever heeft, in navolging van rechtspraak van het Hof van Justitie, een onderscheid willen maken tussen, eensdeels, selectiecriteria, die de kandidaten of inschrijvers betreffen, onder meer inzake hun bekwaamheid en, anderdeels, gunningscriteria, die de intrinsieke waarde van de offerte betreffen (Parl. St., Senaat, 1992-93, nr. 656/1, 25). 8.2. Zoals blijkt uit de aankondiging van de opdracht en het verslag van nazicht heeft verwerende partij de vakbekwaamheid van de inschrijvers beoordeeld aan de hand van de gevraagde referenties en werd de rangschikking XII-6303- 11/14 van de geselecteerde kandidaten opgesteld aan de hand van de relevantie van deze referenties. In het verslag van nazicht wordt ook uitdrukkelijk opgemerkt dat concreet wordt gekeken naar een aantal parameters die aanwezig zouden moeten zijn in de referenties. 8.3. Een criterium dat de “ervaring in de sector” betreft, heeft in beginsel geen betrekking op de intrinsieke waarde van de offerte, maar wel op de geschiktheid van de inschrijvers en is dienvolgens in principe geen gunnings- criterium maar een selectiecriterium. 8.4. Artikel 71 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, bepaalt uitdrukkelijk dat de technische bekwaamheid van de dienstverlener kan worden aangetoond aan de hand van de daarin vermelde referenties. 8.5. Op het eerste gezicht lijkt verwerende partij de kandidaten dan ook wel degelijk te hebben geselecteerd op grond van elementen die hun bekwaamheid betreffen en niet de intrinsieke waarde van de offertes: het verslag van nazicht vermeldt dat na afloop van de referentiebezoeken een ranking werd opgesteld over de service op grond van de beschrijving gevraagd in de publicatie omtrent de referenties en daarbij werd gekeken naar de parameters service – maturiteit – volledigheid, die in de referenties aanwezig hadden moeten zijn. 8.6. Het tweede middel is niet ernstig. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel 9. Het derde en laatste middel wordt genomen uit de schending van “artikel 51 van het KB van 8 januari 1996, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en van de motiveringsplicht als algemeen rechtsbeginsel van behoorlijk bestuur”. Verzoekende partij wijst er op dat de bestreden beslissing geen enkel concreet element bevat op grond waarvan zij volgens het criterium XII-6303- 12/14 vakbekwaamheid niet zou zijn geselecteerd. De bestreden beslissing bevat volgens haar geen enkele motivering waaruit kan worden afgeleid dat deze selectiecriteria in concreto werden getoetst, laat staan dat hieruit kan worden afgeleid welke weging en rangschikking werden gehanteerd op grond van deze criteria. De motivering is volgens verzoekende partij dan ook manifest onvoldoende. Dergelijke gebrekkige motivering kan volgens verzoekende partij evenmin naderhand worden verholpen, nu uit de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 volgt dat er enkel met de in de bestreden beslissing vermelde redengeving rekening mag worden gehouden. De uitleg die in de e-mail van 22 juni 2010 werd gegeven kan volgens verzoekende partij dus a posteriori geen genoegdoening bieden, te meer daar deze bijkomende uitleg al evenmin op afdoende wijze zou aantonen “welke precieze weging en rangschikking op grond van de gehanteerde selectiecriteria werden gehanteerd”. Beoordeling 10.1. Wat de beweerde schending van de materiële en formele motiveringsplicht betreft, vermeldt het goedgekeurde verslag van nazicht, dat de eigenlijke bestreden beslissing uitmaakt, inzake de vakbekwaamheid per kandidaat “indrukken over de getoonde referentie” en stelt vervolgens aan de hand van een aantal parameters die aanwezig zouden moeten zijn in de referenties een rangschikking op waarbij de kandidaturen worden vergeleken en beoordeeld. Zoals verzoekende partij intussen uit het administratief dossier heeft kunnen afleiden, is de bestreden beslissing dus wel degelijk formeel gemotiveerd. Bovendien blijkt dat verzoekende partij op 22 juni 2010 en dus ruim voor het instellen van onderhavige vordering, kennis heeft kunnen nemen van de essentie van de motivering van de bestreden beslissing inzake niet-selectie en dat zij deze motieven als dusdanig in haar verzoekschrift niet lijkt te betwisten. Aldus lijkt geen schending van de materiële of formele motiveringsplicht te zijn aangetoond. XII-6303- 13/14 10.2. In de mate dat verzoekende partij verwijst naar artikel 51 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, dient te worden vastgesteld dat de voorliggende opdracht een dienstenopdracht betreft zodat dit artikel 51 niet van toepassing is, aangezien het leveringen betreft. 10.3. Het derde middel is niet ernstig. VI. Besluit 11. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan de eerste van de door het voormelde artikel 17, § 2, gestelde voorwaarden, die cumulatief moeten zijn vervuld wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 oktober 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-6303- 14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.493 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.483 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div