← België

Arrest 208511 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.511 Rolnummer: A. 188422/X-13794 Zaak: Arrest 208511 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-10 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:20 Fiche Arrest nr 208.511 van 28 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.511 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 188.422/X-13.794. In zake : de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 OUDENAARDE Kattestraat 23 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gwijde Vermeire kantoor houdend te 9000 GENT Voskenslaan 301 tegen : de stad GERAARDSBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 KORTRIJK President Kennedypark 6/24 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen : 1. Hans SMIT 2. Stefanie LAUWAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annouk Segers kantoor houdend te 9200 DENDERMONDE Franz Courtensstraat 29 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 2 juni 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 8 april 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen waarbij aan SMIT-LAUWAERT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een eengezinswoning met tuinberging op een perceel gelegen te X-13.794-1/14 Overboelare (Geraardsbergen), Majoor Van Lierdelaan, kadastraal bekend sectie B, nr. 221/s2. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 9 december 2008. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juni 2010. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gwijde Vermeire, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Frederik Vanparijs, die loco advocaat Dirk Van Heuven verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bert Praet, die loco advocaat Annouk Segers verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Wouter De Cock, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal heeft een advies gegeven. X-13.794-2/14 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 3. In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij haar belang bij het beroep als volgt toe: “3. Het persoonlijk en rechtstreeks belang van Milieufront Omer Wattez vzw bij de vordering tot vernietiging (…) 2. Milieufront Omer Wattez vzw heeft conform haar doelstellingen een zeer uitgesproken visie op het gebied in kwestie waar de bouwvergunning zich bevindt. Deze visie werd op fora (tijdschrift, pers, via vertegenwoordiging in de gemeentelijke milieuraad, in de stuurgroep van het natuurrichtplan) en in alle communicatie met de overheid (o.m. briefwisseling) overgemaakt en kenbaar gemaakt. Deze visie slaat op het gebied te Geraardsbergen tussen de provinciegrens (Z), de Veldekensdreef/Gaverstraat (O), de spoorlijn Geraardsbergen-Lessen (W) en de spoorlijn Geraardsbergen-Moerbeke (N). De visie bestaat uit volgende elementen: 1) een tijdelijke bescherming van de woningen die er nu staan in de overstroombare Dendervallei in de Majoor Van Lierdelaan, Gaverstraat en Veldekensdreef via een ringdijk die vlak achter de te beschermen woningen ligt; 2) een uitdoofbeleid voor deze woningen en de gebouwen. Dit betekent 2a) geen nieuwe woningen of uitbreidingen meer toestaan; 2b) de overheid koopt de woningen en gebouwen op die te koop worden aangeboden. Op lange termijn als alle gebouwen en woningen opgekocht zijn kan zo de overheid de ringdijk weer verwijderen en terug heel het gebied herstellen als overstromingsgebied en de 2 biologisch waardevolle natuurkernen ten zuiden en ten noorden van de Majoor Van Lierdelaan ontsnipperen en met elkaar verbinden; 3) afgraven en zo nodig saneren van de opgehoogde gronden waar de woningen op gebouwd werden alsook de startbaan van het vliegveld. Hierdoor kan de volledige overstromingscapaciteit van het gebied hersteld worden en wordt het gebied gesaneerd; 4) stopzetten van het rustverstorende vliegverkeer op het vliegveld dat rondom rond omgeven is door waardevolle natuurkernen. Verzoekende partij ondernam volgende acties in dit gebied: X-13.794-3/14 • Opzetten petitieactie tegen het vliegveld met de verzameling van ca. 2.600 handtekeningen in juli 1992. • Klacht met burgerlijke partijstelling op het parket van Oudenaarde d.d. 11 juli 2003 (...) tegen het volledig indijken van de Dendervallei op de rechteroever van de Dender. • Bezwaarschrift dd. 9 maart 2004 voor een verkavelingsaanvraag in de Dendervallei te Overboelare (...) • Bezwaarschrift d.d 7 juni 2004 tegen een bouwvergunningsaanvraag voor de aanleg van een dwarsdijk midden in het gebied op een grote afstand van de te beschermen woningen (...) • Verzoekschrift tot vernietiging d.d. 21 januari 2005 van de bouwvergunning voor de aanleg van een dwarsdijk midden in het gebied op een grote afstand van de te beschermen woningen (zaak G/A.159.404/X-12.183) waardoor veel overstromingsruimte verloren zou gaan; • Bezwaarschrift d.d 10 augustus 2004 tegen een bouwvergunningsaanvraag voor een reliëfwijziging (ophoging) in de Dendervallei te Overboelare (...) • Bezwaarschrift d.d. 26 maart 2005 tegen de aanvraag voor een milieuvergunning klasse 2 voor de uitbating van een vliegveld in de Dendervallei te Overboelare (...) • Bezwaarschrift d.d 8 oktober 2004 tegen een bouwvergunningsaanvraag voor de aanleg van een dwarsdijk (alternatief plan dan voorgaande waarbij deze dijk nog verder af ligt van de te beschermen woningen) midden in het gebied op een grote afstand van de te beschermen woningen (...) • Verzoekschrift tot vernietiging d.d. 11 juli 2005 van de bouwvergunning tot aanleg van een dwarsdijk (alternatief plan dan voorgaande waarbij deze dijk nog verder af ligt van de te beschermen woningen) midden in het gebied op een grote afstand van de te beschermen woningen (G/A 164.155/X-12.405) waardoor veel overstromingsruimte verloren zou gaan; • Beroep bij de Bestendige Deputatie d.d. 7 september 2005 tegen de milieuvergunning klasse 2 voor de uitbating van een vliegveld in de Dendervallei te Overboelare (...). • Verzoekschrift tot vernietiging d.d. 3 februari 2006 van een verkavelingsvergunning in het gebied in de Gaverstraat (G/A.169.939/X-12.686); • Verzoekschrift tot schorsing en tot vernietiging d.d. 20 april 2006 van het besluit van de Bestendige Deputatie inzake het beroep tegen de milieuvergunning klasse 2 voor de uitbating van een vliegveld te Overboelare (A/A. 171.922/VII-35.801 & G/A. 171.922/VII-35.801) • Klacht bij de lokale politie d.d. 20 juli 2006 tegen het achterlaten van sloopafval temidden de Dendervallei na het slopen van 6 woningen in de Majoor Van Lierdelian (...); • Bezwaarschrift d.d. 20 januari 2007 tegen stedenbouwkundige vergunning, aanleg toegangsweg in Dendervallei Overboelare (...); X-13.794-4/14 • Verzoekschrift tot vernietiging d.d. 27 juni 2007 van een bouwvergunning in het gebied in de Gaverstraat (G/A.184.137/X-13.345); • Voorliggend verzoekschrift. In dit gebied ligt het enige stuk Habitatrichtlijngebied van de hele Dendervallei te Geraardsbergen waardoor het voor verzoekende partij een uniek gebied is van Europees belang. Het is een gebied waar een prioritaire habitattype voorkomt conform de Hab(i)tatrichtlijn. Dit zelfde gebied alsook de helft van het perceel 221s2 waar de bouwvergunning betrekking op heeft is tevens onderdeel van het Vlaams Ecologisch Netwerk. Omwille van de bovengenoemde redenen heeft verzoekende partij een persoonlijk en rechtstreeks belang bij de vordering tot annulatie van deze stedenbouwkundige vergunning”. 4. De verwerende partij werpt een exceptie van niet- ontvankelijkheid op wegens gebrek aan het rechtens vereiste belang. Volgens de verwerende partij heeft het maatschappelijk doel van de verzoekende partij een dermate algemene draagwijdte dat haar optreden in rechte gelijkstaat met een actio popularis, nu de bestreden beslissing een stedenbouwkundige vergunning betreft die geen algemene, maar een individuele draagwijdte heeft. Voorts argumenteert de verwerende partij dat de impact van een gebeurlijke vernietiging van het bestreden besluit “geen, minstens niet een voldoende impact (heeft) in het licht van haar maatschappelijk doel, opdat (de verzoekende partij) als voldoende belanghebbend zou kunnen beschouwd worden”. De verwerende partij preciseert dat de bestreden beslissing “wortelt in een in belangrijke mate effectief gerealiseerde verkavelingsvergunning” en dat het vermeende belang waarop de verzoekende partij zich beroept, enkel voortvloeit uit deze verkavelingsvergunning en niet te wijten is aan de aangevochten stedenbouwkundige vergunning, “die immers geenszins de eerste bouwwerken toelaat op de verkaveling”. 5. De tussenkomende partijen werpen eenzelfde exceptie van niet-ontvankelijkheid op als de verwerende partij. 6. In de memorie van wederantwoord voegt de verzoekende partij het volgende toe: “(…) X-13.794-5/14 III. Het belang conform de Belgische Grondwet Aanvullend bij punt II zijn enkele bepalingen uit de Belgische Grondwet relevant om het belang van verzoekster te duiden: Artikel 7bis van de Belgische grondwet luidt ‘Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en milieugebonden aspecten, rekening houdend met de solidariteit tussen de generaties.’ Het kan o.i. niet dat de Stad Geraardsbergen bij het uitvaardigen van een bouwvergunning geen rekening houdt met dit streven naar duurzame ontwikkeling, m.a.w. er zorg voor draagt dat Dendervallei niet nog verder achteruit gaat zowel op biologisch en landschappelijk vlak alsook in het belang ervan als natuurlijke overstromingsgebied. De zorg voor natuurwaarden is ondermeer geregeld via het stand-still principe (artikel 8 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 [verder het natuurdecreet]) en deze zorg wordt met de voeten getreden doordat rechtstreeks een oppervlakte floristisch hoogstaande grond waar ook amfibieën, zoogdieren en insecten hun gading vinden biologisch gezien gedegradeerd wordt. Dit is in strijd met de duurzame ontwikkeling van de valleigebieden zoals die is ingeschreven in een van de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 [verder DIWB] o.m. in artikel 5, 4° van het DIWB dat luidt: ‘het voorkomen van de verdere achteruitgang (..) van rechtstreeks van waterlichamen afhankelijke terrestrische ecosystemen en van waterrijke gebieden, onder meer door

  1. a)het zoveel mogelijk behouden en herstellen van de natuurlijke werking van watersystemen;
  2. b)het ongedaan maken of het beperken van het schadelijk effect van versnippering die is ontstaan door niet-natuurlijke elementen in en langs oppervlaktewaterlichamen; (..)’. Deze grondwetsbepaling is eveneens een specifieke doelstelling van verzoekster zoals omschreven in art. 2 §1 van de statuten van verzoekster: ‘De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen’. In art. 2 §2 van de statuten specificeert veel concreter in welke domeinen verzoekende precies actief is. In het kader van de doelstelling van de nagestreefde duurzame ontwikkeling zoals neergeschreven in de grondwet diende verzoekende partij het verzoekschrift in bij uw Raad en heeft zij aldus de vereiste hoedanigheid en belang. Artikel 23 van de grondwet bepaalt : ‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die rechten omvatten inzonderheid : (..) 4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; (..).’ Een precieze definitie van een gezond leefmilieu ontbreekt in de Grondwet. In het decreet houdende algemene bepalingen inzake het X-13.794-6/14 milieubeleid van 5 april 1995 vinden we volgende definitie van milieu: ‘Art.1.1.2.§1. Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, wordt verstaan onder: 1° milieu: de atmosfeer, de bodem, het water, de flora, de fauna en overige organismen andere dan de mens, de eco-systemen, de landschappen en het klimaat;’. Betreffende de draagwijdte en drempelwaarde van wat als gezond beschouwd wordt, leren we uit de parlementaire voorbereiding bij deze bepaling dat minstens een stand-still nagestreefd wordt. In dit soortenrijk Dendervalleigebied gaan biologische waarden verloren bij uitvoering van de bouwvergunning. M.a.w. er wordt geen stand-still nagestreefd (wat wel gekund had door een compensatie in natura). En verzoekster heeft derhalve het recht om het leefmilieu hier te beschermen en de wettigheid van de tenuitvoerlegging van de bouwvergunning bij uw Raad aan te vechten. Deze duidelijke grondwetsbepaling om de stand-still van het ecosysteem met zijn fauna en flora en de unieke landschapswaarde te verdedigen voor uw Raad is conform de doelstellingen van verzoekster. IV. Betreffende het nuttig effect van de vergunning voor de verwezenlijking van de doelstelling van verzoekende partij Standpunt van verweerster Verweerster meent dat de verkavelingsvergunning en twee andere bouwvergunningen die gelegen zijn in het gebied van die verkavelingsvergunning definitief zijn geworden omdat ze niet aangevochten werden door verzoekster. Ze oordeelt dat het belang van verzoekende partij enkel voortvloeit uit de verkavelingsvergunning en niet de bouwvergunning. Betreffende de context van het gebied stelt ze dat het reeds sterk bebouwd is en dat er industriegebied in de buurt ligt. Verweer Het is niet omdat verzoekende partij geen verzoekschrift ingediend heeft tegen de verkavelingsvergunning en de andere bouwvergunningen dat ze er geen belang meer zou bij hebben. Immers, deze vergunningen kunnen nog op burgerrechterlijk of strafrechterlijk gebied betwist worden, waarbij de onwettigheid op basis van artikel 159 van de Grondwet kan ingeroepen worden. Daarenboven kan verzoekende partij pas sinds de bescherming van de overstromingsgebieden via het DIWB vanaf 24/11/2003 en de bescherming van delen van dit gebied via het VEN en de inwerkingtreding ervan op 27/10/2003 concrete belangen inroepen voor uw Raad hetgeen ten tijde van het verlenen van de verkaveling- en andere bouwvergunningen niet het geval was. Belangrijker nog is te weten dat door de toenemende bebouwingsdruk in het gebied, de bedreigde aanwezige soorten die opgesomd worden in het tweede middel bij het verzoekschrift, verdrongen zijn tot dit niet bebouwde perceel. Hierdoor worden hun populaties dermate klein dat ze dreigen uit te sterven op deze plaats door ziektes en inteelt. De meeste zijn immers beperkt mobiel en mijden bebouwing en infrastructuur zeer sterk waardoor ze heel geïsoleerd geraken. Daarom moet nu ingegrepen worden om die laatste populaties van bijzondere soorten van de Dendervallei alsnog te beschermen. Dit kan zeker niet opgevangen worden met een strook van l0 meter niet op te hogen. Op zo’n smalle strook kunnen al deze soorten en hun populaties niet gehuisvest worden. Dit is vooral problematisch voor de vermelde amfibieën (bruine en groene kikker), zoogdieren (zoals X-13.794-7/14 waterspitsmuis) en loopkevers die hier leefgebied verliezen, geïsoleerd worden en niet bij machte zijn zich te verplaatsen naar geschikte leefgebieden. Dit onderstreept het ultieme belang van de laatste onbebouwde locaties in dit gebied. Dit werd bvb. ook aangehaald in het arrest nr. 187.224, vzw. MOW d.d. 21/10/2008 van uw Raad waarbij eveneens de bescherming van een uniek gebied, hoewel ook dit een eiland en laatste toevluchtsoord voor een aantal soorten geworden was temidden van een landbouwgebied aanzien werd als kaderend binnen de doelstellingen van verzoekster. Het aanvechten van voorliggende bouwvergunning heeft een bijzonder hoog belang voor verzoekster. Het beroep van verzoekende partij is derhalve ontvankelijk”. 7. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij nog: “(...) Een belangrijk maatschappelijk doel van verzoekster bestaat erin de meest kwetsbare natuurgebieden zoals de habitatrichtlijngebieden (dit zijn samen met de vogelrichtlijngebieden de belangrijkste natuurgebieden in Europa) en de VEN-gebieden (dit zijn de waardevolste natuurgebieden in Vlaanderen) te vrijwaren van verdere aantasting en isolement. Immers met voorliggende bouwvergunning wordt dit habitatrichtlijngebied en VEN- gebied versnipperd en steeds verder ingesloten en afgesloten van andere natuurkernen wat nefast is voor de aanwezige populaties van planten en dieren. Betreffende de biologische en landschappelijke waarde van de betrokken grond dient gewezen te worden op volgende elementen: 0) Met de bouwvergunning wordt groen licht gegeven om een stuk natte riviervallei op te hogen, te bebouwen en er over de volledige oppervlakte een woonfunctie aan te geven. 1) De percelen waar de bouwvergunning betrekking op heeft, zijn laaggelegen, m.n. in de Dendervallei en daardoor is het ook van nature een nat perceel en de eigenschappen heeft van een valleigrond alias natuurlijk overstromingsgebied. 2) Er ontstaat vermijdbare schade die erin bestaat dat er een verlies aan biologisch zeer waardevolle grond zal optreden op de ruimte die voorzien is om te bebouwen conform de litigieuze vergunning. Er zal met ander woorden een biologische degradatie van deze soortenrijke grond optreden. 3) Er treedt verlies op van een biologische waardevol gebied. De plaats waar mag gebouwd worden, ligt in het valleigebied van de Dender. Op dit perceel leven diverse amfibieën waaronder populaties van de alpenwatersalamander, de groene en bruine kikker. Verder komen er de watervleermuis, de rosse vleermuis, de laatvlieger en de gewone grootoorvleermuis af en toe voedsel zoeken en zeer regelmatig wordt er de gewone dwergvleermuis gezien die er ook foerageert. Deze natte valleigrond is bijzonder rijk aan insecten en vormt zo een voedselbron voor deze vleermuizen. 4) De landschappelijke impact van de bouwplannen X-13.794-8/14 De ruimtelijke context van de bouwplaats is anders dan eender welk (bouwvergunningsplichtig) project in een van de 21 gemeenten of steden van het werkgebied van de vzw. Milieufront Omer Wattez (vzw. MOW). We bevinden ons hier in een riviervallei, het laagste punt van het werkingsgebied van vzw. MOW. De rivieren zijn bepalend voor de vochtige en natte natuurelementen in de regio van de Vlaamse Ardennen, ruimtelijke gezien zijn ze groot, samenhangend, ze onderscheiden zich duidelijk in het landschap en zijn dus structuurbepalend. In heel het werkingsgebied van verzoekende partij bevinden zich drie rivieren : de Schelde, de Leie en de Dender. De eerste twee werden tot de jaren ’70 onderworpen aan diverse ingrijpende rechttrekkingen. Enkel de Dender (en vallei) en het deel van de Leie (en vallei) tussen Deinze en Gent zijn relatief goed gespaard gebleven. De natuurlijke kenmerken zijn behoorlijk bewaard gebleven. Dit zijn ook de enigste twee delen van beide riviervalleien waar een stuk aangeduid werd als Habitatrichtlijngebied. In een boek uitgegeven door MOW over het landschap van de Vlaamse Ardennen (...) wordt een hoofdstuk gewijd aan de drie rivieren, met als titel: ‘Leie, Schelde, Dender: levensaders in de streek.’ Deze publicatie geeft aan waarom de uitgesproken landschappen rond onze rivieren zo belangrijk zijn. Het landschap van de Dendervallei is hier waar gebouwd zal worden, nog heel duidelijk. Vanaf de straat helt het terrein naar beneden tot in de komgrond van de winterbedding van de Dender en gaat weer lichtjes omhoog ter hoogte oever, hier vinden we de oeverwal naast de zomerbedding van de rivier. Met deze bouwvergunning wordt groen licht gegeven om een stuk open riviervallei te bebouwen. In onderstaande figuur uit bijlage 1 heeft u zicht op de Dendervallei te Geraardsbergen; waar de ‘e’ staat van het woord ‘vlakte’ is ongeveer de plaats waar gebouwd zal worden met de betwiste vergunning. Dit is een uitgestrekte lage vlakte die heel wat water opvangt. Bij het onmogelijk maken van overstromingen is er niet alleen de landschappelijke aantasting maar zijn er ook de groter wordende risico’s die de lage stad (op de linkeroever van de Dender) en de hoge stad (op de rechteroever) oplopen om onder water te komen staan. Verzoekende partij vraagt niet de annulatie van eender welke vergunning maar van ene die een van de grootste riviervalleistructuren in haar werkingsgebied waarvan de Dender nog het meest natuurlijk is en landschappelijk best bewaard is gebleven laat bebouwen. Dat verzoekende partij zich in sterke mate richt op het bewaren van het gaaf karakter en de rust in de drie riviervalleien bewijzen de verschillende zaken die ze aanspande ter vrijwaring van de Dender-, de Leie- en de Scheldevallei. (…) 5) Het belang van het gebied op landschappelijk en natuurwetenschappelijk gebied komt ook naar voor in het X-13.794-9/14 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (verder RSV) en Oost- Vlaams ruimtelijk structuurplan (verder PRS). In het RSV worden volgende ontwikkelingsperspectieven geformuleerd voor het buitengebied (pg. 393 RSV) : ‘Ontwikkeling van beken en rivieren in relatie met de omgevende vallei. Structuurbepalend voor het buitengebied zijn de riviervalleien, (met name die van de IJzer, de Leie, de Schelde, de Dender, de Durme, de Demer, de Rupel, de Zenne, de Dijk, de Grote Nete, de Kleine Nete, de Gete, de Maas en de Jeker) en het sterk vertakt netwerk van beekvalleien. Het ruimtelijk beleid van rivieren en beken moeten worden ontwikkeld in relatie tot de omgevende valleien. Dit betekent dat er ruimtelijke voorwaarden worden gecreëerd die het integraal waterbeheer ondersteunen en die de relaties tussen de waterloop en de omgevende vallei versterken.’ (…) Met voorliggende vergunning wordt de relatie tussen de vallei en haar rivier deels verbroken. In het PRS wordt het gebied geselecteerd als Natuuraandachtszone met als nummer 6V25 : Markvallei - Arduinbos - Hoge Buizemond en als Natuurverbindingsgebied met als nummer 6N1 : Dendervallei Dit alles onderstreept het belang van de locatie waar de vergunning betrekking op heeft, zeker in het licht van de doelstellingen van verzoekende partij. Het is niet zomaar een vergunning op één welbepaalde locatie met beperkt effect, maar een vergunning in een landschappelijk en biologisch waardevol gebied in een uniek gebied. II. De toegang tot de rechter conform het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens. In een arrest van 24 februari 2009 (No 49230/07) inzake een lokale milieuvereniging (i.c. asbl. Erablière) tegen België betreffende een arrest van uw Raad (nr. 170.591 d.d. 26 april 2007) waarbij de actio popularis ingeroepen werd, oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van 4 november 1950 (EVRM) geschonden werd door uw Raad. Artikel 6 §1 (EVRM) luidt :’Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privéleven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.’ De rechtspraak van het Hof is o.i. eveneens toepasbaar op voorliggende zaak. Het onontvankelijk verklaren van het verzoekschrift in onderhavige zaak is ook in strijd met art. 6 §1 van het EVRM. (…)”. X-13.794-10/14 Beoordeling 8. De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Voor de Raad van State kunnen die verenigingen in rechte optreden op voorwaarde dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid. Een vereniging getuigt van de vereiste hoedanigheid wanneer de ingestelde vordering kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met de behartiging van het algemeen belang zelf en evenmin samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging, en er een band van evenredigheid bestaat tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds. Artikel 1, §4 van de statuten van de verzoekende partij bepaalt het volgende over haar werkingsgebied: “De werking van de vereniging richt zich vooral op de fusiegemeenten Anzegem, Avelgem, Brakel, Deinze, De Pinte, Gavere, Geraardsbergen, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Nazareth, Oudenaarde, Ronse, Waregem, Wortegem-Petegem, Zingem, Zottegem, Zulte en Zwalm. Zij kan evenwel ook daarbuiten activiteiten ontplooien indien dit wenselijk is voor de vervulling van het maatschappelijk doel”. In diezelfde statuten worden de doelstellingen van de verzoekende partij in artikel 2 als volgt omschreven: “§1. De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §2. Deze doelstelling omvat -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; X-13.794-11/14 -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; -een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; -het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; -het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder,...; -het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; -het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieuverenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert; -het optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding, bewarende maatregelen, enz. (...)”. 9. De bestreden beslissing is een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning met tuinberging. Weliswaar betreft die beslissing welbepaalde werken en handelingen op een welbepaalde plaats. Het betrokken perceel blijkt evenwel te palen aan een habitatrichtlijngebied en voor ongeveer de helft gelegen te zijn in een VEN-gebied. Krachtens artikel 17, §1 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu is het Vlaams Ecologisch Netwerk een samenhangend en georganiseerd geheel van gebieden van de open ruimte waarin een specifiek het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële natuurwaarden wordt gevoerd. Door de beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en elementen van X-13.794-12/14 opname in een VEN-gebied heeft de overheid, vanuit het oogpunt van het behoud van de open ruimte en natuurwaarden, de samenhang erkend van het betrokken perceel met de omliggende percelen die in het VEN-gebied of het habitatrichtlijngebied gelegen zijn. Deze vaststelling ondersteunt de stelling van de verzoekende partij dat de bestreden vergunning een impact heeft op het VEN- gebied en het habitatrichtlijngebied. De verzoekende partij toont aldus aan dat er een voldoende band bestaat tussen haar maatschappelijk doel en de bestreden beslissing. De omstandigheid dat voor het betrokken perceel een definitief geworden verkavelingsvergunning geldt, berooft de verzoekende partij niet van haar belang, nu zij in haar memorie van wederantwoord concrete grieven aanvoert die niet voortvloeien uit de bebouwingsmogelijkheid als dusdanig, maar specifiek uit de bestreden stedenbouwkundige vergunning, met name waar zij stelt dat “om die laatste populaties van bijzondere soorten van de Dendervallei alsnog te beschermen (…) dit (…) zeker niet (kan) opgevangen worden met een strook van 10 meter niet op te hogen”. De exceptie wordt verworpen. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van deze exceptie. Er bestaat derhalve grond de zaak verder te onderzoeken. BESLISSING 1. De Raad van State heropent de debatten. 2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. X-13.794-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-13.794-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.511 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.649 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.582 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.