id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.512 Rolnummer: A. 186806/X-13635 Zaak: Arrest 208512 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-10 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:20 Fiche Arrest nr 208.512 van 28 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.512 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 186.806/X-13.
- In zake : de v.z.w. MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 OUDENAARDE Kattestraat 23 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gwijde Vermeire kantoor houdend te 9000 GENT Voskenslaan 301 tegen : de stad GERAARDSBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Colin De Beir kantoor houdend te 9500 GERAARDSBERGEN Pastorijstraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 januari 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 5 juni 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen waarbij aan Marc Van Der Putten voor De Brouwer-Van der Mijnsbrugge de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het aanhogen van de voortuinstrook tot het niveau van de straat op percelen gelegen te Zandbergen (Geraardsbergen), Jan De Coomanstraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 45/f en 45/g. X-13.635-1/18 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juni
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gwijde Vermeire, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jonas Van Weyenberg, die loco advocaat Colin De Beir verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Wouter De Cock, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep
- In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij haar belang bij het beroep als volgt toe: X-13.635-2/18 “
- Het persoonlijk en rechtstreeks belang van Milieufront Omer Wattez vzw bij de vordering tot vernietiging
- De statuten van de vereniging werden op 8 november 2005 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (...). Milieufront Omer Wattez vzw werd opgericht op 16 juni 1981 onder de naam Stichting Omer Wattez (BS 3.12.1981). De Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen van 2 mei 2002 (BS 11.12.2002) maakte een gebruik van het woord Stichting niet meer mogelijk aangezien een Stichting een andere finaliteit heeft. Al meer dan 26 jaar tracht verzoekende partij zich op permanente wijze in te zetten voor de belangen waarvoor ze opkomt, vooral om de kwantiteit en kwaliteit van de natuur en het landschap op peil te houden binnen haar werkgebied, voor haar 800-tal leden. Dit collectief van mensen kan allerlei redenen hebben om wel of niet op een bepaald terrein, zoals op het vlak van geluidshinder, op het vlak van overstromingsproblematiek of schade aan natuurwaarden, actief te zijn.
- In artikel 1, § 4 van de statuten wordt het werkgebied omschreven. Dit omvat 21 gemeenten uit een aaneengesloten regio, m.n. de Vlaamse Ardennen, waaronder Geraardsbergen, waar de betwiste vergunning betrekking op heeft. De beschrijving en omschrijving van de streek van de Vlaamse Ardennen vat aan in 1908 bij de boeken van Omer Wattez: o.m. ‘Omer Wattez,
- De Vlaamsche Ardennen, Wandelingen en uitstapjes in het Land van Oudenaarde, Ronse en Geraardsbergen. Deel III. Geraardsbergen en omstreken. Nieuwe herziening druk (oorspronkelijke uitgave 1908). Gent.’ en ‘Omer Wattez,
- De Vlaamsche Ardennen, Wandelingen en uitstapjes in het Land van Oudenaarde, Ronse en Geraardsbergen. Deel II. Geraardsbergen en omstreken. Nieuwe herziening druk (oorspronkelijke uitgave 1908). Gent.’ Later volgen nog tal van wetenschappelijke publicaties over deze streek in het vakgebied van de geografie. De recentste publicatie die ons bekend is, luidt: ‘Dr. Vanmaercke-Gottigny M-C,
- Levend Landschap in de Vlaamse Ardennen. Oudenaarde.’
- De doelstellingen van de vereniging zijn omschreven in artikel 2 van de statuten. Het is ook door onder meer deze doelstellingen aan te nemen dat een VZW de rechtspersoonlijkheid verwerft. Binnen dit werkgebied worden de navolgende doelstellingen nagestreefd: ‘Artikel 2, §
- De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §
- Deze doelstelling omvat: - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; X-13.635-3/18 - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; - een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; - het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder,...; - het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; - het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieuverenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert. - het optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding, bewarende maatregelen, enz. §
- De vereniging wil dit doel verwezenlijken, onder meer door: - het oprichten van of meewerken aan thematische netwerken, platformen en ad hoc samenwerkingsverbanden; - samenwerking met andere (milieu)verenigingen en koepels §
- De vereniging kan met alle wettelijke middelen de nuttige initiatieven nemen, steunen en coördineren, onder meer door: - het vertegenwoordigen in rechte en in feite van zijn leden, overal waar het belang van leefmilieu dit wenselijk en noodzakelijk maken; - de deelname aan de werking van advies- en overlegorganen; - rechtstreekse tussenkomsten bij officiële instanties en particulieren; - het realiseren van projecten en campagnes en het uitwerken van studies en publicaties; - het voeren van perscampagnes; - het organiseren van of meewerken aan openbare manifestaties; - de vrijwaring van het doel langs gerechtelijke weg; X-13.635-4/18 - het informeren en sensibiliseren van het brede publiek of van specifieke doelgroepen. - het vorderen voor de rechtbank wanneer inbreuken gepleegd worden op regelgeving inzake bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, natuurbehoud en -bescherming, landschaps- en monumentenzorg, dorpsgezichten, waterlopen, water-, lucht- en bodemkwaliteit, licht, afval, verkeer en wegen, geluid, jacht, landinrichting, waterwinning, milieuaspecten van de landbouw, dierenwelzijn, energie (deze opsomming is niet limitatief). §
- Daarnaast kan de vereniging alle (types) rechtshandelingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde ideële niet-winstgevende doelstellingen, met inbegrip van bijkomstige commerciële en winstgevende activiteiten binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten te allen tijde volledig zullen worden bestemd voor de verwezenlijking van de ideële niet- winstgevende doelstellingen. Zij mag tevens hiertoe alle roerende goederen of onroerende goederen verwerven, behouden en van de hand doen in welke vorm dan ook (eigendom, naakte eigendom, vruchtgebruik, gebruik te bede, bruikleen, bezit....).’
- Milieufront Omer Wattez vzw streeft geen algemeen belang na, noch het persoonlijk, individualiseerbaar belang van haar leden. Zij voldoet aan het specialiteitsbeginsel. Milieufront Omer Wattez vzw is een milieuvereniging van een relatief beperkte groep van mensen. De vereniging wil niet de belangen van de ruime lagen van de bevolking dienen, zoals bv. een stadsbestuur kan voorhouden te doen. Aldus streeft zij niet het algemeen belang na, maar een collectief belang van al haar leden tezamen dat zij zich tot maatschappelijk doel heeft gesteld. Voor de milieuvereniging Milieufront Omer Wattez vzw ligt het persoonlijk belang uiteraard in het milieubelang waarvoor zij bestaat. Daarbij komt het belang van de vereniging als gemandateerde van haar leden. Dit belang bestaat niet in een loutere optelling of samenvoeging van de individuele belangen van haar leden, maar een belang dat voor alle leden van dezelfde aard is en dat hoewel het misschien niet door ieder van hen met dezelfde intensiteit wordt aangevoeld, toch aan allen gemeen is, samenhorigheid schept en aanzet tot samenwerking op grond van solidariteit met het oog op een grotere doeltreffendheid. Dit collectief van leden sloot zich aan bij de vereniging omdat ze - beknopt omschreven- het behoud van de esthetische (landschappelijke) waarden en de biologische waarden van het Vlaamse Ardennenlandschap met haar akoestische kwaliteiten belangrijk vindt. Het herstel van vernietigde en het behoud van de bestaande biologische waarden in dit landschap en van ruimte voor water is een gedeeld belang van de leden in hun streven naar een leefbare woonomgeving waarbij zo weinig mogelijk mensen te kampen hebben met wateroverlast Het zijn deze belangen die met voorliggend verzoekschrift verdedigd worden. Een natuurlijke persoon kan geen of slechts een gering belang inroepen voor de achteruitgang van de som van deze waarden (i.c. landschappelijke en biologische waarden en waarden van het watersysteem) in het Vlaamse X-13.635-5/18 Ardennenlandschap. Een groep mensen heeft zich daarom verenigd om deze waarden die zij appreciëren en die typisch zijn voor wat zij toeschrijven aan de regio de ‘Vlaamse Ardennen’ zoals beschreven door ondermeer Omer Wattez en Dr. Marie-Christine Vanmaercke-Gottigny te verdedigen. Het collectief van mensen beleeft en geniet met volle teugen van de intrinsieke waarden van de Vlaamse Ardennen in al zijn facetten en ze observeren er de natuur. De betwiste bouwvergunning zal een achteruitgang in de belevingswaarde van het landschap, van de biologische waarde van de Dendervallei en een verlies aan overstromingsruimte impliceren. Al deze waarden kunnen niet toegeëigend worden aan een individu. Ze kunnen evenmin beschouwd worden als collectief bezit van de leden van onze vereniging. Maar opkomen voor het belang van deze waarden in de Vlaamse Ardennen is een zeer specifieke eigenschap van het collectief van al haar leden.
- Dat een milieuvereniging in rechte kan optreden tegen de vergunningverlenende overheid voor de doelstellingen die zij wettig heeft ingeschreven in haar statuten, blijkt uit diverse rechtspraak onder meer van Uw Raad (…) (...) Het is zonneklaar dat tussen 17 december 1981 en 3 juli 2007 de juridische context sterk gewijzigd is; enkele voorbeelden: → Op 21 oktober 1997 werd het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu goedgekeurd. Bij artikel 8 van dit decreet werd bepaald dat de natuur in kwaliteit en kwantiteit niet mag achteruitgaan. Artikel 16 van datzelfde decreet bepaalt voor vergunningsplichtige activiteit zoals kwestieuze beslissing: ‘In het geval van een vergunningsplichtige activiteit, draagt de bevoegde overheid er zorg voor dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door de vergunning of toestemming te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen.’ Door de betwiste bouwvergunning wordt een stuk biologische waardevolle grond bebouwd. De natuur gaat dus in het werkgebied van verzoekende partij in kwantiteit en kwaliteit achteruit. Door er niet voor te zorgen dat de natuur niet achteruitgaat, door bvb. de vergunning te weigeren of door compensatie in natura te voorzien of door herstellende voorwaarden op te leggen wordt hiermee een decretale bepaling geschonden. Alle natuurwaarden hebben in vergelijking met 17/12/1981 een veel hogere bescherming gekregen. → Op 18 november 2003 werd het decreet integraal waterbeleid bekrachtigd. Dit decreet voert de watertoets (artikel 8) in : ‘De overheid die moet beslissen over een vergunning, een plan of programma als vermeld in §5, draagt er zorg voor, door het weigeren van de vergunning of door goedkeuring te weigeren aan het plan of programma dan wel door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen aan het plan of programma, dat geen schadelijk effect ontstaat of zoveel mogelijk wordt beperkt en, indien dit niet mogelijk is, dat het schadelijk effect wordt hersteld of, in de gevallen van de X-13.635-6/18 vermindering van de infiltratie van hemelwater of de vermindering van ruimte voor het watersysteem, gecompenseerd. Wanneer een vergunningsplichtige activiteit, een plan of programma, afzonderlijk of in combinatie met een of meerdere bestaande vergunde activiteiten, plannen of programma’s, een schadelijk effect veroorzaakt op de kwantitatieve toestand van het grondwater dat niet door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen aan het plan of programma kan worden voorkomen, kan die vergunning slechts worden gegeven of kan dat plan of programma slechts worden goedgekeurd omwille van dwingende redenen van groot maatschappelijk belang. In dat geval legt de overheid gepaste voorwaarden op om het schadelijke effect zoveel mogelijk te beperken, of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren.’ Op deze bepaling wordt grondiger ingegaan bij bespreking van het eerste middel. Ten gevolge van deze bepaling genieten overstromingsgebieden een decretale bescherming. Verder is er ook het besluit van 20 juli 2006 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid. Alle overstromingsgebieden hebben in vergelijking met 17/12/1981 een veel hogere bescherming gekregen. Samenvattend: het biologisch waardevol overstromingsgebied waar de hier betwiste bouwvergunning betrekking op heeft, had ten tijde van het nemen van het betwiste besluit (5/6/2007) een veel hogere (decretale) bescherming dan de ca. 6 ha die men wou bebouwen in het waardevolle landschap rond het kasteel Piers de Raveschoot te Kruishoutem dat ‘slechts’ beschermd was door een Koninklijk Besluit. De genoemde decretale beschermingen betekenen geenszins dat alle handelingen in gebieden met natuurwaarden en in overstromingsgebieden uitgesloten zijn, maar leggen wel op dat er compenserende en/of herstellende maatregelen dienen getroffen te worden. Daar waar d.d. 17/12/1981 een bij KB beschermd landschap belangrijk was in het werkgebied van verzoekende partij, zijn de overstromingsgebieden en gebieden met natuurwaarden, des te belangrijker geworden, omdat de decreetgever hier een hoger belang aan gegeven heeft. (...) Ook de grond die hier verloren gaat door de betwiste bouwvergunning is uitermate zeldzaam. Conform de biologische waarderingskaart (...) komt er hc (dotterbloemhooiland) voor. Conform het natuurrapport van 1999 (...) en meer bepaald tabel 2.1 (Oppervlakte van verschillende biotopen in Vlaanderen) lezen we dat hc procentueel slechts 0.09% à 0.19% van Vlaanderen inneemt; in tabel 2.2 (Zeldzaamheid van biotopen in Vlaanderen) staat hc aangeduid als uiterst zeldzaam. De grond is tevens een gebied waar de grootoorvleermuis foerageert. Deze soort is waarschijnlijk bedreigd (...). De bedreigde soort waterspitsmuis wordt er regelmatig waargenomen. Er komen ook bruine X-13.635-7/18 kikker en gewone pad voor. Verder vinden we er ook sleedoornpage, een bedreigde dagvlinder, naast dambordje, een zeldzame dagvlinder (...). Het gebied is ook het leefgebied van de bronlibel, een bedreigde libel (...). In het vrij beperkte werkgebied van verzoekende partij is er nergens een locatie waar zo’n levensgemeenschap met een combinatie van deze bedreigde en zeldzame soorten voorkomt.
- Bij tal van vernietigingen van milieuvergunningen door uw Raad worden de middelen die betrekking hebben op de schendingen van de bepalingen van de decreten en besluiten aangaande de ruimtelijke ordening ernstig en gegrond verklaard. (...)
- Er dient ook op gewezen te worden dat de globale waarde van ‘de Vlaamse Ardennen’ bepaald wordt door de som en de samenhang van alle elementen (cultuurhistorische, landschappelijke, biologische,...). Eén rechtshandeling zal de Vlaamse Ardennen nooit in zijn geheel aantasten, maar telkens een facet, waardoor de belevingswaarde voor de leden van verzoekende partij stuk voor stuk afneemt. Diverse rechtsnormen werden ingevoerd om een standstil te bewerkstelligen van natuur- en milieuwaarden. Een eenzijdige afname van deze waarden kan o.i. niet zonder enige compensatie. Verzoekende partij wil daarenboven vermelden dat zij met dit verzoekschrift de verkeerde toepassing en interpretatie van diverse rechtsnormen, die de bescherming van natuurlijke overstromingsgebieden en biologisch waardevolle grond kunnen garanderen, aanvecht. Het herhaaldelijk verkeerd hanteren van de bedoelde rechtsnormen, zal een cascade van schadelijke effecten voor gevolg hebben en tot een ernstige aantasting van het Vlaamse Ardennenlandschap leiden. Het is niet louter één enkele vergunning maar evenzeer de bedoelde cascade van effecten die de belangen waarvoor verzoekende partij staat, zeer ernstig in het gedrang brengen. Telkens opnieuw wordt met dergelijke vergunningen, door het niet toepassen van die bepalingen uit de vigerende wetgeving die in het belang staan van verzoekende partij, een stuk authentiek Vlaamse Ardennenlandschap aangetast. De decreetgever beseft ook meer en meer het belang van de samenhang van de elementen. Bvb. in artikel 8 van het decreet integraal waterbeleid staat in het 2e lid: ‘Wanneer een vergunningsplichtige activiteit, een plan of programma, afzonderlijk of in combinatie met een of meerdere bestaande vergunde activiteiten, plannen of programma’s, een schadelijk effect veroorzaakt (..)’; in artikel 36ter §3 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu staat ‘Een vergunningsplichtige activiteit die, of een plan of programma dat, afzonderlijk of in combinatie met één of meerdere bestaande of voorgestelde activiteiten, plannen of programma’s, een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken (..) ‘; in art. 2 van het besluit van 20 juli 2006 van de Vlaamse regering tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, staat ‘Op de overheid die beslist over een vergunning, een plan of een programma die afzonderlijk of in combinatie met een of meer bestaande vergunde activiteiten, plannen of X-13.635-8/18 programma’s een mogelijk schadelijk effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater veroorzaken, rusten overeenkomstig artikel 8, § 1, tweede lid van het decreet de volgende verplichtingen: 1° ze legt alle voorwaarden op in de vergunning of gelast aanpassingen aan het plan of programma die ze in het licht van de kenmerken van het watersysteem en de aard en omvang van de vergunningsplichtige activiteit, respectievelijk het plan of programma gepast acht om het schadelijke effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater te voorkomen; 2° als dat niet mogelijk is, oordeelt zij of de vergunningsplichtige activiteit of het plan of programma noodzakelijk is om dwingende redenen van groot maatschappelijk belang;’ De combinatie van vele kleine schadelijke effecten veroorzaakt een groot schadelijk effect. Ieder stukje ruimte in natuurlijke overstromingsgebieden is van essentieel belang om zoveel mogelijk mensen te sparen van wateroverlast. Als je verkaveling na verkaveling, ophoging na ophoging, bebouwing na bebouwing toestaat in overstromingsgebieden zal de volgende generatie met een immens wateroverlastprobleem zitten. Als je keer op keer biologische waardevolle grond laat bebouwen zonder enige volwaardige compensatie wordt de achteruitgang van de biodiversiteit in de hand gewerkt.
- De teloorgang van overstromingsgebieden gaat in snel tempo vooruit door de bouwwoede. Verzoekende partij vecht ieder verlies aan overstromingsruimte aan en heeft hiervoor al verschillende verzoekschriften ingediend bij Uw Raad (...). Vooral in Geraardsbergen gaat de achteruitgang pijlsnel, daarom heeft verzoekende partij diverse zaken ingesteld bij uw Raad die betrekking hebben op de vrijwaring van valleigebieden (...) Het zou bijzonder cynisch zijn mocht Uw Raad nu oordelen dat verzoekende partij geen belang heeft bij deze betwiste bouwvergunning, maar pas na vele jaren als biologisch waardevolle overstromingsgebieden dermate zeldzaam geworden zijn Uw Raad zou oordelen dat verzoekende partij plots wel belang zou hebben bij het aanvechten van bouwvergunningen in die laatste overstromingsgebieden ‘dankzij’ het feit dat ze nog zeldzamer geworden zijn, terwijl het in die toestand waarbij die gebieden dermate versnipperd zijn geworden en de populaties van soorten zodanig geïsoleerd zijn geworden, het in leven houden van de aanwezige natuurwaarden quasi onmogelijk zal geworden zijn en waarbij door het verlies aan overstroombare ruimte de leefomgeving van vele mensen achteruit zal gegaan zijn doordat ze plots te maken krijgen met wateroverlast omdat het water overal hoger staat door de ophogingen in valleigebieden.
- De rechtstreekse impact van de vergunning is de volgende:
- Het rechtstreeks verlies aan natuurwaarden door de ophoging van een biologisch waardevol perceel. In een recent rapport over overstromingsgebieden lezen we (...) : ‘Natuur neemt slechts 9,5 % van de valleigebieden in. Voedselrijke graslanden, meestal in landbouwbeheer, en bossen werden buiten beschouwing gelaten. Van de 29 310 ha natuur sensu stricto behoort bijna 90 % tot de waardevolle tot zeer waardevolle natuur, waaronder bijna 2 000 ha prioritair te beschermen natuurtypes (zoals dottergraslanden, X-13.635-9/18 blauwgraslanden (al dan niet gedegradeerd) en Kleine zeggevegetaties).’ Ook in voorliggend geval gaat het om biologisch waardevolle grond (...).
- De globale stijging van het waterniveau in de Dendervallei. Door de ophoging van het perceel kan de oppervlakte van het perceel niet meer overstromen. Dit betekent een rechtstreeks verlies van een overstroombaar volume. Het spreekt voor zich dat het overstromingswater dat bij een volgende overstroming hier niet meer kan staan zich zal uitspreiden over de rest van de Dendervallei. Dit heeft een globale stijging van het waterpeil tot gevolg in de Dendervallei. Hierdoor lopen woningen die voorheen nooit wateroverlast gekend hebben een verhoogd risico. Daarom heeft verzoekende partij in al haar acties die ze doet en gedaan heeft altijd gepleit voor een compensatie van ieder verlies aan overstromingsruimte zodat het risico door deze factor niet hoger wordt.
- De impact van de klimaatverandering kan het effect van groter overstromingsrisico nog versterken. Van een zorgzaam handelende overheid kan verwacht worden dat ze dit effect incalculeert in haar beslissingen die ze treft (toepassing preventiebeginsel en voorzorgsbeginsel). Er bestaan heel wat rapporten over de klimaatverandering, gemaakt in opdracht van diverse overheden, we pikken er enkele uit: (…)
- Milieufront Omer Wattez vzw oefent duurzame activiteiten uit die haar werking als vereniging aantonen. De vereniging is ook als vereniging geloofwaardig in haar belang omdat zij ook daadwerkelijk actief is, zodat er op dit punt geen bevraging naar ontvankelijkheid kan zijn. Een aantal belangrijke activiteiten zijn: De uitgifte van een driemaandelijks tijdschrift ‘Onze Streek’ dat een oplage heeft van 1200 exemplaren (...). In het bijgevoegde tijdschrift handelt een artikel over de achteruitgang van overstromingsgebieden hetgeen ook met voorliggend verzoekschrift wordt aangeklaagd. Het organiseren van tal van natuur- en milieueducatieve activiteiten al of niet in samenwerking met andere verenigingen voor de leden maar ook opengesteld voor een ruim publiek van geïnteresseerden. Het jaarlijks promoten van activiteiten die het landschap, de natuur, het milieu en de goede ruimtelijke ordening ten goede komen, zoals aanplanting van houtkanten, fruitbomen e.d., acties rond fietsgebruik, deelname aan de week van de ruimtelijke ordening, organisatie van de Dag van de Aarde,... Het organiseren van tal van persacties (...). Actief via diverse plaatselijke werkgroepen zoals MOW-Leievallei, MOW-Maarkedal, MOW-Oudenaarde, MOW-Zingem, MOW-Zwalm en MOW-Geraardsbergen. Door te beschikken over een secretariaat (Kattestraat 23, 9700 Oudenaarde), waar mensen uit de streek met hun vragen en oproepen terechtkunnen. Dit secretariaat functioneert ook als archief en documentatiecentrum met zorgvuldig bijgehouden informatie m.b.t. natuur, X-13.635-10/18 milieu en ruimtelijke ordening. Dit documentatiecentrum is toegankelijk en raadpleegbaar voor het ruime geïnteresseerde publiek. Er is de vertegenwoordiging in milieu- en natuurraden en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening in diverse gemeenten in haar werkgebied. Verzoekende partij heeft vertegenwoordiging in de vzw Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen. Verder is er samenwerking met andere natuur- en milieuverenigingen zoals met de vzw Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen, vzw Natuurpunt en vzw Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze.
- Verzoekende partij komt in tal van zaken op specifiek ter vrijwaring van de natuurwaarden en specifiek ter vrijwaring van de nog resterende overstromingsgebieden in een beperkt geografisch werkgebied dat 21 gemeenten omvat die grosso modo tot de Vlaamse Ardennen kunnen gerekend worden en waarin ondermeer de vallei van de Dender gelegen is en waarin ook de grond gelegen is waar de betwiste bouwvergunning betrekking op heeft. Verzoekende partij spitst zich duidelijk toe op een welbepaalde streek met specifieke natuurwaarden en in het bijzonder valleiwaarden. Verzoekende partij diende ondermeer tal van bezwaren in ter vrijwaring van beide waarden, tijdens openbare onderzoeken omtrent bouw-, verkaveling- én milieuvergunningsaanvragen en bijzondere plannen van aanleg in valleigebieden. (…) verzoekende partij voegt 16 bezwaarschriften toe van de laatste vier jaar, tegen vergunningsaanvragen en bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) specifiek binnen dat deel van haar werkgebied die uitgaan van haar doel om de overstromingsgebieden, biologisch waardevolle gebieden en stiltebehoevende gebieden te beschermen en om de correcte toepassing van de bepalingen van het natuurdecreet, het decreet integraal waterbeleid, het milieuvergunningdecreet, de ruimtelijke ordeningswetgeving te vragen. Om dit naar de buitenwereld duidelijk te maken, geeft ze een tijdschrift uit (...), voert ze ook af en toe acties en schrijft ook geregeld persberichten (...) om haar doelstellingen duidelijk te maken. Verder heeft verzoekende partij diverse zaken ingesteld bij uw Raad die betrekking hebben op de vrijwaring van valleigebieden waarvan hier enkele opgesomd worden ter aanvulling van de eerder genoemde zaken (...). Hiermee toont verzoekende partij aan dat ze zeer specifiek opkomt ter vrijwaring van de valleigebieden binnen haar werkgebied en dit via de inroeping van de doelstellingen, de principes en de instrumenten van het decreet integraal waterbeleid en van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Het aanvechten van tal van vergunningen in alle valleigebieden overstijgt het lokale belang dusdanig dat het in overeenstemming is met het regionale belang dat de vereniging nastreeft. (…) Om al bovengenoemde redenen oordeelt verzoekende partij dat het persoonlijk en rechtstreeks belang van Milieufront Omer Wattez vzw bij de vordering tot annulatie van deze milieuvergunning, samengevat een feit is”. X-13.635-11/18
- De verwerende partij werpt een exceptie van niet- ontvankelijkheid op wegens het ontbreken van het rechtens vereiste belang. Ze voert onder meer aan dat de doelstellingen van de verzoekende partij dermate algemeen en uitgebreid zijn dat niet voldaan is aan de vereisten voor een v.z.w. om in rechte op te treden voor de Raad van State. Ze preciseert dat de bestreden beslissing betrekking heeft op zeer specifieke werken en handelingen die beperkt blijven tot een welbepaalde plaats en die geen verdere gevolgen hebben voor de onmiddellijke omgeving. Ze voert aan dat handelingen die louter plaatselijke belangen raken, niet kunnen worden aangevochten door verenigingen waarvan het werkterrein ratione loci veel ruimer is.
- In haar memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij het volgende: “(…) I.2 Activiteiten van Milieufront Omer Wattez in het gebied en het grote belang van de Dendervallei. Milieufront Omer Wattez vzw heeft conform haar doelstellingen een zeer duidelijke visie op het gebied in kwestie waar de bouwvergunning zich bevindt. Deze visie werd op fora (via vertegenwoordiging in de gemeentelijke milieuraad, in de stuurgroep van het natuurrichtplan) en tijdens activiteiten (wandelingen) kenbaar gemaakt. Deze visie slaat op de Dendervallei tussen Geraardsbergen en Ninove. Dit gebied bestaat uit een zeer lang uitgestrekt landschappelijk intact open ruimte gebied. Heel dit gebied heeft overwegend een groene bestemming (natuurgebied). Niemand kan erom heen dat dit het grootste natuurgebied is in de ruime regio en mogelijks zelfs in het werkingsgebied van Milieufront Omer Wattez. In dit gebied zitten twee zones die gelegen zijn in de riviervallei en voor versnippering zorgen van deze eenheid: aan de zijde van de rechteroever het recreatiegebied De Gavers te Onkerzele en aan de zijde van de linkeroever de Jan De Coomanstraat te Zandbergen (...). Versnippering is een van de grote knelpunten van natuurgebieden die hierdoor opgesplitst geraken in steeds kleinere stukken en waardoor kwetsbare minder mobiele dier- en plantensoorten niet meer van het een naar het andere (opgesplitste) stuk geraken en door inteelt dreigen uit te sterven op lange termijn en waarbij veel soorten niet meer aan voortplanting doen omwille van de verstoring ten gevolge van de zeer nabije menselijke aanwezigheid en druk. Om dit tegen te gaan betwiste Milieufront Omer Wattez de uitbreiding van het recreatiedomein de Gavers via een annulatieverzoekschrift tegen die concrete bepaling in het Provinciaal Structuurplan van Oost-Vlaanderen (zaak: G/A.151.701/X-11.884) en tegen een bouwvergunning voor een bungalowpark van de Gavers (zaak: A.176.994/X-13.026). X-13.635-12/18 Rond de Jan De Coomanstraat/Benedenstraat (deel valleizijde) ontwikkelde Milieufront Omer Wattez volgende visie: 1) een tijdelijke bescherming van de woningen die er nu staan in de overstroombare Dendervallei in de Jan De Coomanstraat en Benedenstraat via een ringdijk die vlak achter de te beschermen woningen ligt; 2) geen verdere aantasting meer van het natuurlijk overstromingsgebied van de rivier gekoppeld aan een herstel van de riviervallei. Dit betekent: • 2a) geen nieuwe woningen, uitbreidingen of ophogingen meer toestaan; • 2b) via een uitdoofbeleid voor de bestaande woningen en de gebouwen: de overheid koopt de bestaande woningen en gebouwen op die te koop worden aangeboden. Op lange termijn, als alle gebouwen en woningen opgekocht zijn kan zo de overheid de ringdijk weer verwijderen en terug heel het gebied herstellen als overstromingsgebied en de 2 biologisch waardevolle natuurkernen ten oosten en ten westen van de Jan De Coomanstraat ontsnipperen, de verbinding verbreden en volledig herstellen. • 2c) afgraven en zo nodig saneren van de opgehoogde gronden waar de woningen op gebouwd werden inclusief verlagen van de Jan De Coomanstraat. De Jan De Coomanstraat vormt op dit moment door zijn hoge ligging voor een zeer sterke vernauwing van de Dendervallei. Hierdoor moet bij overstromingen al het water door een smal punt passeren in het deel van vallei dat ten zuiden van de rivier gelegen is (...) tegen de dorpskern van Zandbergen aan. Nu stroomt het overstromende water bij piekmomenten deels nog over het straatdek, maar bij verder ophogen en bebouwen van de percelen rond de Jan De Coomanstraat wordt dit ‘bottleneck’ effect nog versterkt waardoor er wateroverlastdreiging ontstaat stroomopwaarts dit punt. Wanneer deze bottleneck opgelost wordt worden niet alleen twee natuurkernen veel beter verbonden maar is er ook meer ruimte om te overstromen en is de dreiging voor wateroverlast bij woningen kleiner. In het kader van deze visie diende Milieufront Omer Wattez een annulatieverzoekschrift in tegen de bouwvergunningen voor twee dwarsdijken in het gebied (G/A.158.749/X-12.167 en G/A 158.750/X-12.168). Deze dijken liggen niet achter de woningen maar in de bestemming natuurgebied op grote afstand van de woningen waarbij een grote oppervlakte overstroombare ruimte niet meer kan overstromen zonder dat dit aanzienlijke verlies aan overstroombaar volume gecompenseerd wordt. In het kader van de uitgewerkte visie past ook het annulatieverzoekschrift tegen de hier betwiste bouwvergunning voor de ophoging langsheen de Jan De Coomanstraat. (...) X-13.635-13/18 Het is zonneklaar dat de riviervalleien waaronder die van de Schelde en de Dender de grootste natuurkernen en landschappelijk intacte open ruimte gebieden vormen in het werkingsgebied van Milieufront Omer Wattez. (...) Daarenboven vormt het betrokken perceel de allerlaatste corridor tussen de natuurkern ten oosten en ten westen van de Jan De Coomanstraat voor vele niet-gevleugelde aan vochtige/natte gronden gebonden organismen (...). De kleine minder drukke Jan De Coomanstraat valt voor de meeste organismen nog te overbruggen. Maar door de ophoging van dit laatste laag gelegen perceel aan de westkant van de Jan De Coomanstraat wordt een droog stuk grond gecreëerd dat gemeden wordt door de organismen die typisch zijn voor vochtige/natte gronden. Hiermee wordt dus een harde barrière opgeworpen. (...) Samenvattend getuigt verzoekende partij dus van het vereiste persoonlijke belang en de hoedanigheid om de annulatie te vorderen van de bouwvergunning”.
- In haar laatste memorie voegt de verzoekende partij nog het volgende toe: “a) (…) De invloed van de vergunning gaat veel verder dan ‘een aantal gevolgen voor de omliggende percelen’. De percelen bevinden zich tussen 2 grote eenheden natuur ten oosten en ten westen van de Jan De Coomanstraat. Het betreffen grote eenheden natuur die bestaan uit één stuk natte laag gelegen gronden. Zoals aan bod kwam in de memories vormt dit percelenblok waar men nu de natte gronden mag ophogen met de betwiste vergunning een essentiële corridor tussen die twee blokken rechts en links van de Jan De Coomanstraat. Hoewel het juridisch gezien twee aparte blokken VEN betreffen (omdat een zone rond de Jan De Coomanstraat planologisch woongebied is op het gewestplan kan dit in principe nog niet opgenomen worden in het VEN daar tijdens de eerste fase van de afbakening van het VEN enkel afgebakend via een overdruk op het gewestplan zonder ruimtelijke uitvoeringsplannen) vormen deze de facto actueel nog één samenhangende grote natuureenheid die met voorliggende vergunning in twee stukken geknipt wordt. Hierdoor kunnen de organismen niet meer uitwisselen over de gehele Dendervallei (en zo verder via de verschillende beekvalleien die erop aansluiten) en blijven ze elk geïsoleerd achter in twee voortaan gescheiden eilanden. (...) Zoals uit de kaart van het VEN blijkt (...) grenzen de betrokken percelen aan weerszijden aan het VEN. Op dit moment is geen studie gemaakt die de impact van het verlies van de natte corridor tussen de 2 grote eenheden natuur op de unieke levensgemeenschap onderzocht heeft bij het in twee knippen van die gebieden. Verzoekende partij kan niet met dezelfde autoriteit als het Instituut voor Natuurbehoud (het actuele Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) dergelijke studies maken. Het niet voorhanden zijn van zo’n studie kan o.i. geen voorwendsel om te oordelen dat X-13.635-14/18 verzoekende partij niet beschikt over voldoende belang of de hoedanigheid om op te treden voor Uw Raad terwijl voor een ander bouwproject (...) dat op redelijke afstand (100 m) van een kwetsbaar gebied gelegen is Uw Raad oordeelt dat er een voldoende band bestaat tussen het maatschappelijk doel van verzoekende partij en de bestreden beslissing. Een belangrijk maatschappelijk doel van verzoekster bestaat erin de meest kwetsbare en zeldzame levensgemeenschappen zoals hier in de Dendervallei langsheen de Jan De Coomanstraat te vrijwaren van verdere aantasting en isolement. b) Het belang van de laatste corridor is hier uitermate groot. Conform artikel 17§1 van het Decreet betreffende het Natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 is het Vlaams Ecologisch Netwerk een samenhangend en georganiseerd geheel, van gebieden van de open ruimte waarin een specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële natuurwaarden wordt gevoerd. Met voorliggende vergunning gaat de samenhang tussen die 2 eenheden verloren, hetgeen aldus een nog veel grotere impact heeft (...). Hoewel voorliggende vergunning betrekking heeft op een kleinere oppervlakte dan de aan te leggen dijken zijn de gevolgen verstrekkend. (...) In het auditeursverslag wordt het belang van deze zgn. ‘kleine’ ingreep sterk onderschat. De gevolgen voor de levensgemeenschap die in dit VENgebied voorkomen zijn groot zodat deze vergunde activiteit tot het uitsterven van soorten kan leiden. c) De toegang tot de rechter conform het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens In een arrest van 24 februari 2009 (No 49230/07) inzake een lokale milieuvereniging (i.c. asbl. Erablière) tegen België betreffende een arrest van uw Raad (nr. 170.591 d.d. 26 april 2007) waarbij de actio popularis ingeroepen werd, oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van 4 november 1950 (EVRM) geschonden werd door uw Raad. Artikel 6 §1 (EVRM) luidt : ‘Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privéleven van procespartijen dit eisen of in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.’ De rechtspraak van het Hof is o.i. eveneens toepasbaar op voorliggende zaak. Het onontvankelijk verklaren van het verzoekschrift in onderhavige zaak is ook in strijd met art. 6 §1 van het EVRM. X-13.635-15/18 (…)”. Beoordeling
- De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Voor de Raad van State kunnen die verenigingen in rechte optreden op voorwaarde dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid. Een vereniging getuigt van de vereiste hoedanigheid wanneer de ingestelde vordering kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met de behartiging van het algemeen belang zelf en evenmin samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging, en er een band van evenredigheid bestaat tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds. Artikel 1, §4 van de statuten van de verzoekende partij bepaalt het volgende over haar werkingsgebied: “De werking van de vereniging richt zich vooral op de fusiegemeenten Anzegem, Avelgem, Brakel, Deinze, De Pinte, Gavere, Geraardsbergen, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Nazareth, Oudenaarde, Ronse, Waregem, Wortegem-Petegem, Zingem, Zottegem, Zulte en Zwalm. Zij kan evenwel ook daarbuiten activiteiten ontplooien indien dit wenselijk is voor de vervulling van het maatschappelijk doel”. In diezelfde statuten worden de doelstellingen van de verzoekende partij in artikel 2 als volgt omschreven: “§
- De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. §
- Deze doelstelling omvat X-13.635-16/18 - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden; - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van open ruimte, landschappen, monumenten, cultureel erfgoed, stedenschoon en dorpsgezichten; - een verantwoord en efficiënt gebruik van de natuurlijke rijkdommen, ruimte en energiebronnen. Dit impliceert productie- en consumptiepatronen die de beschikbare milieugebruiksruimte en de draagkracht van het ecosysteem respecteren; - het bereiken van een algemene basismilieukwaliteit voor de milieucompartimenten water, bodem en lucht en het bereiken van een bijzondere milieukwaliteit in specifieke omstandigheden of gebieden; - het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van het stedelijk leefmilieu en van een leefbare woonomgeving. Dit impliceert het beperken van alle vormen van milieuhinder, waaronder geluidshinder, verkeersoverlast, geurhinder, lichthinder,...; - het bereiken van een beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens; - het bereiken van een beleid dat berust op o.a. het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; - het bereiken van een beleid dat gestoeld is op een volwaardige participatie van burgers en milieuverenigingen en dat de toegang tot het gerecht voor dezen garandeert; - het optreden in rechte voor de administratieve en gerechtelijke overheden, teneinde de toepassing van de doelstellingen sub par. 1 op het terrein te situeren binnen het werkgebied van de vereniging te verwezenlijken, onverminderd haar recht tot verhaal tegen administratieve besluiten van zelfs reglementaire aard. Bij deze actie kan zij alle nuttige of noodzakelijke vorderingen stellen, zoals staking en voorkoming van milieuschade, herstel in natura, schadevergoeding, bewarende maatregelen, enz. (...)”.
- Terzake is de bestreden beslissing een stedenbouwkundige vergunning voor het aanhogen van de voortuinstrook tot het niveau van de straat. Weliswaar betreft die beslissing welbepaalde werken en handelingen op een welbepaalde plaats. De percelen worden evenwel omringd door twee VEN- gebieden. Krachtens artikel 17, §1 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu is het Vlaams Ecologisch Netwerk een samenhangend en georganiseerd geheel van gebieden van de open ruimte waarin een specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang X-13.635-17/18 tussen de gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële natuurwaarden wordt gevoerd. De verzoekende partij maakt aannemelijk dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning een aantal nadelige gevolgen kan hebben voor de omliggende VEN-gebieden. De verzoekende partij toont aldus aan dat er een voldoende band bestaat tussen haar maatschappelijk doel en de bestreden beslissing. De exceptie wordt derhalve verworpen. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van de exceptie. Er bestaat derhalve grond de zaak verder te onderzoeken. BESLISSING
- De Raad van State heropent de debatten.
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-13.635-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.512 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.213.397 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div