id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.551 Rolnummer: A. 192864/IX-6386 Zaak: Arrest 208551 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-08 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:21 Fiche Arrest nr 208.551 van 28 oktober 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 208.551 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 192.864/IX-6386 In zake: Remi Zeeuws wonend te Huldenberg Nijvelsebaan 31 A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geoffrey Generet kantoor houdend te Brussel Ter Kamerenlaan 27 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 3 juli 2008 waarbij besloten werd de twee betrekkingen van rang A3, directeur bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel via externe werving in te vullen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Adjunct-auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. IX-6386-1/9 De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en advocaat Pierre Vandueren, die loco advocaat Geoffroy Generet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is attaché, rang A1, bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 3.
- Op 3 juli 2008 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om twee betrekkingen van de rang A3, ingenieur-directeur of directeur, bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (hierna: IWOIB) vacant te verklaren. Deze betrekkingen worden, met toepassing van artikel 64 van het genoemde besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, ook opengesteld “voor ambtenaren van een ministerie, van een instelling van openbaar nut of van een autonoom overheidsbedrijf waarvan het personeel wordt aangeworven via SELOR, van het Rijk, van een Gemeenschap of van een Gewest, die aan dezelfde IX-6386-2/9 bevorderingsvoorwaarden voldoen als degene welke voor de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden”. 3.
- De vacantverklaring van de beide betrekkingen wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 april
- Ze wordt daarbij als volgt gemotiveerd: “De twee posten van directeur bij het IWOIB werden tot op vandaag ingevuld door contractuele agenten. Rekening houdend met de noodzaak om de A3 directiefuncties aan statutaire agenten toe te vertrouwen, is het wenselijk een Franstalige en een Nederlandstalige directeur/directrice aan te werven voor de ontwikkeling van het Instituut.” Deze vacantverklaring maakt het voorwerp uit van het voorliggende beroep tot nietigverklaring, althans in zoverre ze de te begeven betrekkingen ook openstelt voor externe kandidaten. 3.
- Met brieven van 23 en 24 april 2009 stelt de verzoeker zich kandidaat voor de functies van financieel en wetenschappelijk directeur bij het IWOIB. 3.
- Op 4 juni 2009 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om de voormelde vacantverklaring in te trekken. Deze beslissing wordt met een brief van 15 juni 2009 aan de verzoeker meegedeeld. Als motief van de intrekking wordt daarin vermeld: “Inderdaad, gezien de afwezigheid van een directieraad bij het IWOIB, kon de benoemingsprocedure niet worden afgerond. Het besluit van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt immers, in zijn artikel 67, dat de directieraad voor elke bevordering een benoemingsvoorstel moet maken. Daarenboven moet de benoemende overheid het rangschikkingsvoorstel volgen indien dit eenparig werd uitgebracht (artikel 70). Ten slotte is het zonder directieraad niet mogelijk een bezwaarprocedure te organiseren zoals voorzien in artikel 69.” IX-6386-3/9 De verzoeker stelt op 6 juli 2009 tegen deze intrekkingsbeslissing een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State. Tevens vraagt hij de Raad van State om aan de verwerende partij “een dwangsom [op te leggen] van 150.000 euro per dag dat de verwerende partij nalaat de aangevatte benoemingsprocedure af te sluiten en deze dwangsom verbeurd te verklaren vanaf de 30ste dag na de notificatie van [het uit te spreken] arrest en dit tot op de dag van publicatie van het benoemingsbesluit in het Belgisch Staatsblad”. Bij arrest nr. 197.683 van 10 november 2009 verwerpt de Raad van State evenwel verzoekers beroep tot nietigverklaring en vorderingen tot schorsing en tot het opleggen van een dwangsom. De Raad van State overweegt dat in de actuele stand van de reglementering bij het IWOIB geen wettige bevordering tot een graad van de rang A3 kan worden verleend en dat een vernietiging van de bestreden intrekkingsbeslissing de verzoeker in de gegeven omstandigheden geen voordeel kan opleveren, vermits de verwerende partij dan nog aan de verzoeker niet op een wettige wijze zou kunnen geven wat hij beoogt te verkrijgen, namelijk een bevordering tot directeur bij het IWOIB. IV. Verzoek tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep
- In zijn toelichtende memorie vraagt de verzoeker de uitbreiding van het voorwerp van zijn beroep tot “de aanstelling van de heer Pieter De Pauw als ‘Scientific Director’” en “de aanstelling van mevrouw Valérie Goret als financieel directeur” bij het IWOIB.
- Een verzoek tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep kan slechts ontvankelijk zijn, indien het beroep tegen de initieel bestreden beslissing ontvankelijk is. Zoals hierna bij het onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep zal blijken, is dat laatste te dezen niet het geval. IX-6386-4/9 V. Ontvankelijkheid van het beroep
- Zoals blijkt uit de uiteenzetting van de feitelijke gegevens van de zaak is de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 2008 tot vacantverklaring van twee betrekkingen van de rang A3, ingenieur-directeur of directeur, bij het IWOIB, bij beslissing van diezelfde regering van 4 juni 2009 ingetrokken. Deze intrekking is definitief geworden. Het voorliggende beroep, dat tegen de voormelde vacantverklaring is gericht in zoverre ze de te begeven betrekkingen ook openstelt voor externe kandidaten, heeft aldus zijn voorwerp verloren.
- Het teloorgaan van het formele voorwerp van een annulatieberoep leidt echter niet steeds tot de onontvankelijkheid van dat beroep. Dat is met name niet het geval wanneer de aanvankelijk bestreden beslissing werd vervangen door een nieuwe beslissing, die inhoudelijk niet wezenlijk van de eerste verschilt, zodat het materiële voorwerp van het beroep niet is gewijzigd. Te dezen rijst dienvolgens de vraag of de ingetrokken beslissing werd vervangen door een inhoudelijk identieke beslissing, waardoor het voorliggende beroep geacht zou kunnen worden betrekking te hebben op de vervangende beslissing.
- De verzoeker brengt evenwel in zijn toelichtende memorie geen enkel duidelijk en overtuigend gegeven aan, dat het bestaan van een dergelijke vervangende beslissing aannemelijk maakt. Hij betoogt dat de verwerende partij stukken geheim houdt, waardoor hij “geen absolute zekerheid” heeft dat het voorwerp van het beroep zoals geformuleerd in zijn verzoekschrift correct is. Hij stelt enerzijds dat de door hem vermelde datum van de bestreden beslissing mogelijk niet de juiste is. Anderzijds schetst hij twee hypothesen waarin de datum van de bestreden IX-6386-5/9 beslissing wel degelijk 3 juli 2008 blijft. Vooreerst is het volgens hem niet uitgesloten dat op de intrekking van 28 mei 2009 (lees: 4 juni 2009) een “intrekking van de intrekking” is gevolgd, waardoor de oorspronkelijke vacantverklaring van 3 juli 2008 opnieuw van kracht geworden zou zijn. Voorts voert hij aan dat op 3 juli 2008 mogelijk twee beslissingen tot vacantverklaring werden genomen, waarvan er één aan hem werd meegedeeld en de andere voor hem geheim werd gehouden. Die tweede, geheimgehouden beslissing zou mogelijk -maar misschien ook niet- een oplossing inhouden voor het probleem dat er bij het IWOIB geen bevorderingen in een graad van de rang A3 kunnen worden verleend omwille van de afwezigheid van een directieraad. Bij ontstentenis van een administratief dossier is het volgens de verzoeker niet te achterhalen welke procedure werd gevolgd bij de benoemingen van Pieter De Pauw en Valéry Goret. De verzoeker besluit dat in deze omstandigheden hem onrecht zou worden aangedaan, indien zou worden geoordeeld dat zijn vordering onontvankelijk is omdat ze gericht is “tegen een niet meer bestaande of niet juist omschreven (gedateerde) beslissing”. De verzoeker schept aldus aan de hand van een aantal loutere veronderstellingen en beweringen zoveel onzekerheid omtrent het voorwerp van zijn beroep dat de Raad van State in het ongewisse blijft waarover volgens de verzoeker uitspraak moet worden gedaan. Krachtens artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt het nochtans de verzoekende partij toe om daarover voldoende klaarheid te brengen. Evenzeer blijft geheel onduidelijk of de ingetrokken beslissing van 3 juli 2008 al dan niet werd vervangen, en -in bevestigend geval- door welke beslissing.
- Ook de door de verzoeker bij zijn toelichtende memorie gevoegde stukken zijn niet van die aard dat ze tot de conclusie nopen dat inderdaad IX-6386-6/9 een vervangende beslissing bestaat, op basis waarvan statutaire benoemingen tot directeur bij het IWOIB hebben plaatsgevonden. Ter staving van zijn bewering dat Pieter De Pauw werd aangesteld als directeur bij het IWOIB, legt de verzoeker een afdruk voor van het profiel van de voornoemde op de website “LinkedIn”. Dit profiel, dat door voornoemde zelf werd opgesteld, bewijst niet dat de betrokkene als statutair directeur bij het IWOIB werd benoemd, laat staan dat een dergelijke benoeming zou zijn gebeurd op grond van een beslissing tot vacantverklaring die in de plaats is gekomen van de in het inleidende verzoekschrift bestreden beslissing. Wat de beweerde aanstelling van Valéry Goret als directeur bij het IWOIB betreft, omschrijft de verzoeker zelf de stukken die hij dienaangaande aanbrengt als “geruchten”. Bovendien werd in het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2010 een bericht bekendgemaakt, luidens hetwelk aan Valéry Goret dienstvrijstelling wordt verleend wegens opdracht voor een periode van twee jaar vanaf 1 oktober
- Daarbij wordt vermeld dat de voornoemde eerste attaché is bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Hieruit kan worden afgeleid dat Valéry Goret nog steeds de graad van eerste attaché heeft en zij geen statutaire benoeming als directeur heeft verkregen op basis van een vacantverklaring zoals bedoeld in de bestreden beslissing. Een dienstvrijstelling wegens opdracht leidt immers niet tot een benoeming in een hogere rang zoals de verzoeker voor ogen heeft.
- Met een aangetekende brief van 10 oktober 2010 legt de verzoeker, met verwijzing naar artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een personeelslijst neer van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, waarop Pieter De Pauw en Valéry Goret worden vermeld, respectievelijk als wetenschappelijk directeur en administratief directeur. Hij leidt hieruit af dat de betrokkenen effectief de functie van directeur bij het genoemde instituut uitoefenen. IX-6386-7/9 Uit het neergelegde stuk blijkt evenwel evenmin dat de tewerkstelling van de betrokkenen bij het instituut gesteund is op een statutaire benoeming die zij hebben verkregen na een nieuwe vacantverklaring.
- Derhalve moet worden besloten dat uit niets blijkt dat een nieuwe en inhoudelijk identieke beslissing in de plaats is gekomen van de bestreden beslissing. Er kan dan ook slechts rekening worden gehouden met de omschrijving van het voorwerp van het beroep in het inleidende verzoekschrift. Zoals hiervóór werd vastgesteld, is dit voorwerp echter teloorgegaan door de intrekking van de desbetreffende beslissing. Derhalve moet ambtshalve worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is. VI. Kosten
- Vermits het teloorgaan van het voorwerp van het voorliggende beroep is toe te schrijven aan een intrekkingsbeslissing van de verwerende partij, is het gepast deze partij te verwijzen in de kosten van het beroep. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-6386-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6386-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.551 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.