← België

Arrest 208553 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 28/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.553 Rolnummer: A. 191886/IX-6272 Zaak: Arrest 208553 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-08 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 05:21 Fiche Arrest nr 208.553 van 28 oktober 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 208.553 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 191.886/IX-6272 In zake : Christiane DEBECK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Günther L’Heureux kantoor houdend te Sint-Stevens-Woluwe Leuvensesteenweg 369 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de POLITIEZONE KRAAINEM/WEZEMBEEK-OPPEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jérôme Sohier kantoor houdend te Brussel Emile De Motlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 maart 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 27 november 2008 van het politiecollege van de politiezone Kraainem/Wezembeek-Oppem waarbij het besluit van 11 september 2003 tot vaststelling van de geldelijke anciënniteit van het administratief en logistiek personeel van de politiezone wordt ingetrokken. IX-6272-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Günther L’Heureux, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Manoël De Keukelaere, die loco advocaat Jérôme Sohier verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekster treedt op 1 juli 2003 in dienst als contractueel personeelslid van het administratief en logistiek kader (hierna: IX-6272-2/6 CALog-personeelslid) bij de lokale politiezone Kraainem/Wezembeek-Oppem (WOKRA). Vanaf 1 mei 2004 is zij in statutair dienstverband tewerkgesteld. 3.
  6. Op 11 september 2003 beslist het politiecollege van de betrokken politiezone over de vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de CALog-personeelsleden binnen het korps. Daarbij wordt uitdrukkelijk gestipuleerd dat “[d]e geldelijke anciënniteiten, zowel uit de privé- als uit de publieke sector, van de in dienst zijnde CALog-personeelsleden volledig in aanmerking [worden] genomen. Ook voor de toekomstige CALog-personeelsleden zullen zij gevaloriseerd worden”. Voor de verzoekster levert een en ander op dat ogenblik een geldelijke anciënniteit van 13 jaar en 5 maanden op. 3.
  7. De dienst Sociaal secretariaat van de geïntegreerde politie (hierna: SSGPI) -brief van 20 oktober 2004-, de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant -brief van 2 februari 2005- en een bestuurssecretaris van de gemeente Wezembeek-Oppem -e-mail van 23 februari 2005- wijzen er het politiecollege op dat de beslissing tot vaststelling van de geldelijke anciënniteiten van de CALog-personeelsleden strijdt met de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: RPPol), in de mate dat ook rekening wordt gehouden met prestaties van deze personeelsleden geleverd in de privé-sector. Er wordt opgemerkt dat een uitbetaling op die basis niet mogelijk is. 3.
  8. De verzoekster wordt bij koninklijk besluit van 9 april 2007 benoemd tot adviseur-auditeur bij de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie, en dit met ingang van 1 december
  9. 3.
  10. Op 27 november 2008 neemt het politiecollege van de politiezone Kraainem/Wezembeek-Oppem de volgende beslissing: IX-6272-3/6 “Gelet op de Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus; Gelet op het Koninklijk Besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; Gelet op het Koninklijk Besluit van 5 september 2001 houdende het minimaal effectief van het operationeel personeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie; Gelet op de politieraadsbeslissing van 30 juni 2008, goedgekeurd door de afdeling federale overheid van de provincie Vlaams-Brabant op 31 oktober 2008 - en in het kader van het gewestelijk toezicht voor kennisneming en voor uitvoering aangenomen door de Afdeling Binnenlandse Aangelegenheden Vlaams-Brabant op 23 september 2008, houdende vaststelling formatie operationeel en administratief en logistiek personeel van de politiezone WOKRA; Gelet op het mondelinge onderhoud met het Sociaal Secretariaat GPI op 14 november 2008 aangaande de beslissing van 11 september 2003; Gelet op de bespreking op het Politiecollege van 27 november 2008; Overwegende dat de Politieraad hiervan in kennis zal worden gesteld; BESLUIT: Art. 1 Het collegebesluit van 11 september 2003 houdende vaststelling geldelijke anciënniteiten van het administratief en logistiek personeel in te trekken. Art. 2 De personen, genoemd in het besluit van 11 september 2003 zullen teruggezet worden in hun correcte anciënniteit volgens het KB van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten en dit met ingang van 1 januari
  11. Art. 3 De eventueel, door deze beslissing, ontstane schuld wordt, gelet op de beslissing van het Politiecollege van 27 november 2008, voor de betrokken personen kwijt gescholden.” Dit is de thans bestreden beslissing. Zij wordt aan de verzoekster ter kennis gebracht met een brief van 7 januari
  12. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  13. In de bestreden intrekkingsbeslissing wordt bepaald dat de nieuwe regeling ingaat vanaf 1 januari 2009 en dat de eventuele schuld, die de intrekking van het collegebesluit van 11 september 2003 bij de betrokken personeelsleden teweegbrengt aangezien hun wedde retroactief dient vastgesteld te worden met inachtneming van een minder lange anciënniteit, kwijtgescholden wordt. Aangezien de verzoekster vanaf 1 december 2006 uit dienst is bij de IX-6272-4/6 politiezone WOKRA, ondergaat zij van de bestreden beslissing, dat haar rechtstoestand binnen de politiezone WOKRA regelt, geen enkel nadeel.
  14. De verzoekster verwijst naar een brief van 7 januari 2009 van het SSGPI waarmee haar inlichtingen worden verstrekt over haar geldelijke anciënniteit en waarin onder meer verwezen wordt naar de bestreden intrekkingsbeslissing. Met name wordt daarin vastgesteld dat die intrekking noopt tot een herberekening van haar geldelijke anciënniteit en dat die herberekening een impact heeft op haar inschaling bij haar vaste benoeming of “statutarisering”. Met die verwijzing toont de verzoekster haar belang niet aan. Immers, wegens haar indiensttreding op 1 december 2006 bij de federale politie -een entiteit die zich onderscheidt van de lokale politiezone WOKRA- diende de wedde van de verzoekster voor haar tewerkstelling bij de federale politie opnieuw vastgesteld te worden, rekening houdend met de reglementaire bepalingen die bij haar indiensttreding aldaar golden. Voor de bezoldiging in haar nieuwe tewerkstelling kan geen rekening gehouden worden met eventuele rechten die de politiezone WOKRA in het kader van haar tewerkstelling aldaar aan de verzoekster verleend heeft. De nieuwe juridische relatie waarin zij terechtkomt vereist een nieuwe berekening van haar geldelijke rechten. De verwijzing, in de brief van 7 januari 2009, naar de intrekkingsbeslissing van 27 november 2008 is dan ook niets meer dan een supplementair -en juridisch irrelevant- gegeven dat het SSGPI niet vrijstelde van de verplichting om zelf de geldelijke rechten van de verzoekster -en haar geldelijke anciënniteit voor haar tewerkstelling bij de federale politie- te bepalen. Ambtshalve wordt vastgesteld dat de vernietiging van de bestreden beslissing aan de verzoekster geen enkel tastbaar voordeel kan opleveren. Het beroep is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. IX-6272-5/6 BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6272-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.553 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.