← België

Arrest 208555 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 28/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.555 Rolnummer: A. 197111/IX-6880 Zaak: Arrest 208555 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-08 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:21 Fiche Arrest nr 208.555 van 28 oktober 2010 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.555 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 197.111/IX-6880 In zake : Vera VRANCKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Exelmans kantoor houdend te Diest Schellekensberg 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de politiezone HASSELT-ZONHOVEN-DIEPENBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hugo Lamon kantoor houdend te Hasselt de Schiervellaan 23 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 28 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 28 april 2010 van de politieraad van de lokale politiezone Hasselt-Zonhoven-Diepenbeek (HAZODI) waarbij Vera Vrancken wordt ontheven uit haar functie van politiesecretaris. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. IX-6880-1/11 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Iris Exelmans, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Hugo Lamon, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De voorgeschiedenis van de zaak is uiteengezet in het arrest nr. 206.344 van 1 juli 2010 waarbij de vordering tot schorsing van het besluit van 8 februari 2010 van het politiecollege van de zone Hazodi waarbij de verzoekster tijdelijk wordt ontheven van haar functie van secretaris, wordt verworpen. Met de beslissing van 8 februari 2010 was de verzoekster voor de duur van de ontheffing aangesteld als adviseur integraal veiligheidsbeleid. 3.
  6. Op 28 april 2010 beraadslaagt de politieraad over een agendapunt “tijdelijke aanstelling plaatsvervangend politiesecretaris”. Bij dat agendapunt wordt de politieraad uitgenodigd een beslissing te nemen over drie vragen: “• Kennisname van het feit dat mevrouw Vera Vrancken door het Politiecollege van 08 februari 2010 bij wege van maatregel van inwendige orde tijdelijk ontheven is uit haar functie van politiesecretaris. IX-6880-2/11 • Kan de Politieraad akkoord gaan om een zelfde maatregel van inwendige orde te nemen tot de tijdelijke ontheffing van mevrouw Vera Vrancken uit haar functie van politiesecretaris met betrekking tot de werking van de Politieraad? • Kan de Politieraad akkoord gaan om mevrouw Liesbeth Klaykens tijdelijk aan te stellen als plaatsvervangend politiesecretaris met betrekking tot de werking van de Politieraad?” De politieraad geeft een positief antwoord op de drie vragen. Het daaropvolgend besluit luidt als volgt: “Overwegende dat de politieraad van de PZ HAZODI op 17 december 2009 een nieuw organigram goedkeurde voor de politiezone HAZODI, nadat hierover op 8 december 2009 syndicaal overleg heeft plaatsgevonden; Overwegende dat het politiecollege van de PZ HAZODI daarna, en eveneens op 17 december 2009 en rekening houdend met het voormelde besluit van de politieraad heeft beslist om het besluit van het politiecollege van 16 november 2009 houdende goedkeuring en implementatie van een organigram in te trekken; Overwegende dat Mevr. Vera VRANCKEN op 16 november 2009 een klacht wegens pesterijen heeft neergelegd in het kader van de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn op het werk; Dat de voorzitter van het politiecollege van de PZ HAZODI van het bestaan van deze klacht werd geïnformeerd met een schrijven d.d. 16 november 2009 uitgaande van ARISTA (externe dienst voor Preventie en Bescherming), zonder dat de inhoud van de klacht werd verduidelijkt; Dat bij schrijven d.d. 18 november 2009 het Nationaal Syndicaat van het Politie- en Veiligheidspersoneel, namens Mevr. Vera VRANCKEN onder verwijzing naar art. 32tredecies van de wet van 4 augustus 1996 aan de voorzitter van het politiecollege van de PZ HAZODI heeft verzocht om Mevr. Vera VRANCKEN in toepassing van art. 32tredecies § 3 ‘opnieuw te werk te stellen onder de voorwaarden die bestonden voor de feiten die tot klacht aanleiding hebben gegeven’; Dat de voorzitter van het politiecollege van de PZ HAZODI bij schrijven d.d. 17 december 2009 en binnen de door de wet voorziene termijn van 30 dagen heeft geantwoord dat het nieuwe organogram voor alle personeelsleden de verantwoordelijkheidsstructuur wijzigt, zodat de hervormingen zich derhalve niet beperken tot Mevr. Vera VRANCKEN en de wijzigingen kaderen in de noodzakelijke modernisering van het organigram teneinde op een betere manier invulling te kunnen geven aan de wettelijke taken van de lokale politie en dit in het bestaande wettelijke kader. In dezelfde brief IX-6880-3/11 wordt er verder op gewezen dat Mevr. Vera VRANCKEN er toe gehouden is om op een loyale manier uitvoering te geven aan de beslissing van de politieraad inzake het nieuwe organogram; Overwegende dat het politiecollege kennis heeft genomen van de maatregel d.d. 11 januari 2010 van de korpschef van de PZ HAZODI, waarin hij bij wege van maatregel van inwendige orde Mevr. Vera VRANCKEN tijdelijk ontheft van haar functie van politiesecretaris van de PZ HAZODI, waarbij o.m. wordt verwezen naar het feit dat Mevr. Vera VRANCKEN reeds gedurende langere periodes gewettigd afwezig was wegens ziekte en de noodwendigheden van de organisatie van de politiezone en het belang van de dienst in het algemeen en de goede werking van het politiesecretariaat in het bijzonder vereisen dat er een oplossing wordt gevonden voor deze tijdelijke situatie, waarbij wordt gepreciseerd dat de tijdelijke maatregel loopt tot 31 januari 2010 en waarbij voor de duur van de maatregel Mevr. Liesbeth KLAYKENS deze functie waarneemt; Dat op 27 januari 2010 de korpschef bij maatregel van inwendige orde de tijdelijke ontheffing van Mevr. Vera VRANCKEN in haar functie van politiesecretaris van de PZ HAZODI heeft verlengd van 1 februari 2010 tot 28 februari 2010, tevens met de vermelding dat Mevr. Liesbeth KLAYKENS de functie voor de periode waarneemt; Dat in de vergadering van 27 januari 2010 het politiecollege van PZ HAZODI de verlenging van de periode waarin Mevr. Liesbeth KLAYKENS als plaatsvervangend politiesecretaris fungeert werd verlengd tot en met 28 februari 2010; Dat de zaak bij de arbeidsrechtbank gekend is onder A.R.2100193 en werd behandeld op de diverse zittingen; Dat op de zitting van 27 januari 2010 voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank werd overeengekomen dat het politiecollege van de PZ HAZODI de nodige initiatieven zou nemen om Mevr. Vera VRANCKEN te horen, de maatregelen van inwendige orde zou evalueren teneinde aan Mevr. Vera VRANCKEN een passende taak te geven; Overwegende dat Mevr. Vera VRANCKEN door het politiecollege van 8 februari 2010 werd gehoord en daarbij werd bijgestaan door haar raadsman Mr. Carine FLAMAND en door Dhr. Gert COCKX van het Nationaal Syndicaat van het Politie- en veiligheidspersoneel; Dat Mevr. Vera VRANCKEN o.m. verwijst naar haar 20-jarige professionele carrière met lovende evaluatienota's en dat zij thans, ingevolge het nieuwe organigram en de latere maatregel van inwendige orde, thans geen werk meer heeft; IX-6880-4/11 Dat verder wordt verwezen naar de talrijke incidenten en o.m. naar diverse onderzoeken lastens de korpschef door het parket en het comité P, een onderzoek naar verzekeringsfraude, een fiscaal onderzoek lastens de korpschef en o.m. de procedure voor de arbeidsrechtbank en een procedure voor de gouverneur in het kader van het administratief toezicht; Dat Mevr. Vera VRANCKEN verder preciseert dat het aantal incidenten toeneemt en de problemen als maar verergeren; Dat Mevr. Vera VRANCKEN van oordeel is dat teneinde de situatie te kalmeren zij de functie als hoofd van de Human Ressources en politiesecretaris zou dienen te bekleden, zoals zou besproken zijn op de vergadering van het politiecollege van 7 september 2009, aangezien het korps volgens haar nu reeds twee jaar verkeerd wordt geleid en aangestuurd; Dat op vraag van de voorzitter van het politiecollege, Mevr. Vera VRANCKEN meldt niet bereid te zijn om, weze het voorlopig, een andere functie te aanvaarden; Overwegende dat er onderlinge spanningen zijn binnen het korps van de PZ HAZODI, hetgeen overigens ook door Mevr. Vera VRANCKEN wordt toegegeven; Dat het in het belang van de goede werking van de dienst is en ter vrijwaring van de continuïteit en de efficiënte werking dat er voorlopige maatregelen worden genomen teneinde de werksfeer niet verder te verzieken en de politiedienst in staat te stellen zich prioritair bezig te houden met de belangrijke maatschappelijke taken van de politie; Dat er thans een ongezonde animositeit is die maakt dat de goede werking van de dienst in het gedrang wordt gebracht; Dat in afwachting van het resultaat van de procedures die door Mevr. Vera VRANCKEN werden geïnitieerd of waaraan ze refereert en die volgens haar het normale functioneren bij de PZ HAZODI onmogelijk maken, het noodzakelijk is om een tijdelijke maatregel te nemen in het belang van de goede werking van de dienst; Dat het politiecollege van oordeel is dat een tijdelijke maatregel zich opdringt, zonder dat dit als een uiting van afkeuring en/of aanmaning opzichtens Mevr. Vera VRANCKEN kan worden beschouwd; Dat, in het kader van de contouren die door de arbeidsrechtbank op de zitting van 27 januari 2010 zijn geschetst, het politiecollege wil bijdragen tot het aanreiken van oplossingen voor de situatie die thans dreigt te escaleren, waarbij het noodzakelijk is dat Mevr. Vera VRANCKEN tijdelijk met een andere opdracht wordt belast die overeenstemt met haar functieniveau (niveau A); IX-6880-5/11 Dat de functie die zij tijdelijk zal dienen te vervullen van groot belang is voor de politiezone en kadert in de noodzakelijke wisselwerking tussen de politiezone en de administratie met het oog op een integraal veiligheidsbeleid en wisselwerking tussen politie- en preventiediensten. Dat het Politiecollege van 08 februari 2010 heeft beslist om mevr. Vera VRANCKEN bij wege van maatregel van inwendige orde tijdelijk te ontheffen van haar functie van politiesecretaris van de PZ HAZODI. Deze maatregel ging in met onmiddellijke werking en duurt tot de door Mevr. Vera VRANCKEN ingestelde procedures en ondermeer deze op grond van de wet van 4 augustus 1996 zijn afgelopen. Om de continuïteit en de goede werking van het politiesecretariaat van de Politiezone HAZODI te kunnen garanderen, werd mevrouw Liesbeth Klaykens door het Politiecollege tijdelijk aangesteld als plaatsvervangend politiesecretaris en dit zolang de procedures, ingesteld door mevrouw Vera Vrancken, en ondermeer deze op grond van de wet van 04 augustus 1996 lopende zijn. BESLUIT Artikel 1: De Politieraad neemt kennis van het feit dat mevrouw Vera Vrancken door het Politiecollege van 08 februari 2010 - naar aanleiding van de zitting van de Arbeidsrechtbank van 27 januari 2010 en in afwachting van de resultaten van diverse onderzoeken zoals ARISTA, Arbeidsrechtbank en dergelijke bij wege van maatregel van inwendige orde tijdelijk ontheven is uit haar functie van politiesecretaris. Artikel 2: De Politieraad gaat akkoord - 16 stemmen vóór, 1 onthouding en 2 stemmen tegen (19 geldige stemmen daar Politieraadsleden Pollet L. en Nelissen M. nog niet aangesteld zijn) - om een zelfde maatregel van inwendige orde te nemen tot de tijdelijke ontheffing van mevrouw Vera Vrancken uit haar functie van politiesecretaris met betrekking tot de werking van de Politieraad. Artikel 3: De Politieraad gaat akkoord - 16 stemmen vóór, 1 onthouding en 2 stemmen tegen (19 geldige stemmen daar Politieraadsleden Pollet L. en Nelissen M. nog niet aangesteld zijn) - om mevrouw Liesbeth Klaykens tijdelijk aan te stellen als plaatsvervangend politiesecretaris met betrekking tot de werking van de Politieraad, en dit zolang de procedures, ingesteld door mevrouw Vera Vrancken, en ondermeer deze op grond van de wet van 4 augustus 1996 lopende zijn. […]” Het besluit van de politieraad van 28 april 2010 vormt het voorwerp van de onderhavige vordering tot schorsing. IX-6880-6/11 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  7. De verwerende partij merkt op dat het bestreden besluit een maatregel van inwendige orde betreft die de eigen werking en organisatie van het bestuur betreft, zonder het administratief statuut van de verzoekster te beïnvloeden en die ingegeven is (zij stelt: “onder toezicht en op verzoek van”) door de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Hasselt die beoogde een voor alle partijen aanvaardbare wachttoestand te doen ontstaan totdat de externe veiligheidsadviseur Arista een verslag zal hebben uitgebracht over de klacht van de verzoekster over vermeende pesterijen op het werk.
  8. Vooralsnog wordt die exceptie niet onderzocht, aangezien de vordering verworpen wordt omdat een van de schorsingsvoorwaarden niet vervuld is. V. Onderzoek van de vordering
  9. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
  10. Volgens de verzoekster wordt haar de functie van politiesecretaris ontnomen en wordt zij “bekrachtigd in haar nieuwe functie” waarvoor geen weging voorzien is, waardoor zij haar pensioenrechten verliest en IX-6880-7/11 in een vacuüm terechtkomt. Zij ondergaat een financieel en een emotioneel nadeel. Op financieel vlak verliest zij haar mandaattoelage; op emotioneel vlak voelt zij de ondermijning van haar psychische toestand waardoor zij in een depressie dreigt te belanden, ten bewijze waarvan medische attesten worden voorgelegd. Zij moet optornen tegen “een stroom van slechtmakerij” en wordt dagelijks geconfronteerd met een zeer vernederende situatie, die in gang gezet is door de korpschef -roddels over haar slecht functioneren-, die door de overheid niet wordt afgeremd en die bij de buitenwereld de indruk kan wekken dat de korpschef het gelijk aan zijn kant heeft, temeer dat er in de openbare zitting van de politieraad verwezen is naar een tuchtprocedure die niet bestaat.
  11. De verwerende partij stelt in haar nota met opmerkingen in essentie dat de verzoekster niet aantoont waarom de tijdelijke ontheffing uit haar functie van politiesecretaris een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel zou zijn. Haar bewering dat zij bekrachtigd wordt in een nieuwe functie mist feitelijke grondslag en het nadeel dat zij daaraan koppelt heeft dan ook geen betrekking op de bestreden beslissing. In ieder geval verliest zij haar pensioenrechten niet en is er van een vacuüm geen sprake. Voorts vormt een financieel nadeel geen moeilijk te herstellen nadeel. Voor de ondermijning van haar psychische toestand legt de verzoekster attesten voor, maar zij verwijst ook naar een “systeem” dat tegen haar zou opgezet zijn, wat betekent dat het nadeel niet uitsluitend aan de bestreden beslissing te wijten is en bovendien kunnen medische attesten niet aantonen dat een schorsing het psychisch lijden kan verhelpen. Waar de verzoekster verwijst naar roddels van de korpschef, geeft zij zelf aan dat het nadeel niet uit de bestreden beslissing volgt en bovendien bewijst zij die roddels niet. Zij besluit dat het aangevoerd nadeel in dezelfde lijn ligt als het nadeel dat de verzoekster aanvoerde in haar vordering tegen de beslissing van het politiecollege van 8 februari 2010 en dat door de Raad van State niet aangenomen is. IX-6880-8/11 Beoordeling
  12. In het arrest nr. 206.344 van 1 juli 2010 heeft de Raad van State met betrekking tot het nadeel dat de verzoekster toen uiteenzette met betrekking tot de beslissing van het politiecollege om haar tijdelijk uit haar functie van secretaris te ontheffen, vooraf gesteld dat het dossier van de zaak er geen blijk van gaf dat de beslissing ten onrechte als een maatregel van inwendige orde gekwalificeerd werd en dat de maatregel in het belang van de dienst niet kennelijk onredelijk leek, gelet op de procedure die zij ingesteld had bij de arbeidsrechtbank. Dat standpunt wordt voor de onderhavige zaak bevestigd.
  13. De verzoekster verwijst naar de nieuwe functie waarin zij wordt geplaatst en naar de financiële gevolgen die dit zal meebrengen. Zij concretiseert die gegevens evenwel niet, zodat de Raad van State er geen rekening kan mee houden. Vastgesteld wordt ook dat de verzoekster geen bijzondere gegevens aanbrengt die aannemelijk maken dat het rechtzetten van haar eventueel financieel verlies niet meer of niet meer correct zal kunnen gebeuren na een vernietigingsarrest.
  14. De verzoekster verwijst naar de impact van de bestreden beslissing op haar psychische toestand. Zij legt medische attesten voor die haar werkonbekwaamheid staven. Eén medisch attest dagtekent van na het bestreden besluit en daarin wordt bevestigd dat de verzoekster “fysisch en psychisch lijdt ten gevolge van de wijziging van haar functie”, een ander dagtekent reeds van 28 januari 2010 en daaruit blijkt dat de toestand van de verzoekster niet goed is en dat haar gezondheidstoestand “niet verenigbaar is met enige werkzaamheid op de huidige werkplaats”. In redelijkheid beoordeeld tonen die attesten aan dat de problemen van de verzoekster niet zozeer volgen uit de ontheffing uit haar functie van secretaris van de politieraad, maar uit de moeilijke situatie waarin de verzoekster het laatste jaar lijkt te verkeren binnen het geheel van de politieadministratie. Een schorsing van het bestreden besluit, dat slechts een zeer beperkte plaats heeft in die problematiek, kan dat nadeel niet goedmaken; IX-6880-9/11 overigens heeft dat besluit slechts een tijdelijk karakter. Anders gesteld, het is niet aannemelijk dat de wachtsituatie waarin de verzoekster nu voor een beperkte tijd geplaatst wordt haar psychisch leed significant verzwaart. Dat blijkt in ieder geval niet uit het medisch attest van 3 mei
  15. De verzoekster verwijst naar het feit dat zij in een slecht daglicht komt te staan en benadrukt dat de politieraad verwijst naar een tuchtprocedure. Dat zij in een slecht daglicht komt te staan, is niet correct want het bestreden besluit is duidelijk voorgesteld als een maatregel van inwendige orde; dat het besluit subjectief uitgelegd wordt kan geen reden zijn om de schorsing te bevelen. De voorzitter van de politieraad heeft inderdaad verwezen naar het aanhangig zijn van een “tucht en gerechtelijke procedure”. De verwijzing naar een tuchtprocedure blijkt niet terecht, maar een schorsing van de bestreden beslissing kan niet beletten dat die woorden uitgesproken zijn. De bestreden beslissing stelt integendeel uitdrukkelijk dat de maatregel niet als een afkeuring of een aanmaning gezien mag worden, hetgeen de aandachtige lezer terdege inlicht over de aard van de bestreden beslissing. Het besluit geeft derhalve geen aanleiding tot negatieve connotaties en sluit misverstanden bij onbevooroordeelde lezers uit.
  16. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-6880-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6880-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.555 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.803 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.