← België

Arrest 208569 - Penitentiair recht - 28/10/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.569 Rolnummer: A. 198010/IX-6969 Zaak: Arrest 208569 - Penitentiair recht - 28/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:21 Fiche Arrest nr 208.569 van 28 oktober 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 208.569 van 28 oktober 2010 in de zaak A. 198.010/IX-6969 In zake : Dalil Akila Hugo FILET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 oktober 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 19 oktober 2010 van de gevangenisdirecteur te Hasselt waarbij aan Dalil Akila Hugo Filet de tuchtstraf wordt opgelegd van een maand individueel regime. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2010, om 13.30 uur. IX-6969-1/6 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Valerie Kruijen, die loco advocaat Jürgen Millen, verschijnt voor de verzoeker, en attaché Xavier Laureyns, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Hasselt. 3.
  5. Op 17 oktober 2010 wordt tegen hem een tuchtverslag opgemaakt voor feiten gepleegd om 14 uur. Het luidt: “Wij hebben omstreeks 14 uur een conversatie tussen de 2 gebroers Filet opgevangen het ging over een eerder voorgevallen incident vanmorgen (zie rapport van Paco Wouters). In die conversatie zei Filet Dalil : ‘Ik heb iets klaargemaakt en zodra ik die chef zie steek ik hem neer’. Hierop hebben we de PBAP Pauls verwittigd. Na contact met Paco Wouters is besloten betreffende gedetineerde op veiligheidscel te plaatsen en een celcontrole uit te voeren.” Uit het dossier blijkt dat er ook reeds in de voormiddag aanmerkingen waren genoteerd ten aanzien van aanmatigend en onwelvoeglijk gedrag van de verzoeker tijdens de wandeling. 3.
  6. De verzoeker wordt bij voorlopige maatregel op 17 oktober 2010 op veiligheidscel geplaatst en ondergaat daarvoor een door de directeur IX-6969-2/6 bevolen fouille op het lichaam. Het gevaar voor de orde, op grond waarvan de maatregel wordt genomen, wordt gelegd in “bedreigen om pb neer te steken zodra hij zijn cel betreedt”. 3.
  7. Het tuchtverhoor vindt plaats op 19 oktober
  8. Het proces-verbaal verwijst naar het voormeld tuchtverslag en geeft volgend verslag van het verhoor: “Betr. : Ik heb helemaal geen chef bedreigd, ik heb aan mijn broer gevraagd wat er gebeurd is. Hij zou op de wandeling zijn verhaal wel doen wat er gebeurd is. Daarna komen ze op mijn cel binnen. Adv. : Welk voorwerp is er gevonden ? Er is niets aan het tuchtrapport toegevoegd. Indien er niets is gevonden, kan er ook geen sanctie opgelegd worden. Ik ben ook verbaasd dat er maar één getuige staat vermeld. De gebroeders zitten elk op een andere cel. · Gelet op het feit dat volgende getuigen werden gehoord (vermelden van de volledige identiteit van de getuigen): niet van toepassing” 3.
  9. Op 19 oktober 2010 treft de gevangenisdirecteur het thans bestreden besluit waarbij de verzoeker gestraft wordt met de tuchtstraf van een maand individueel regime, waaronder begrepen wordt: “glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke erediensten gelet op risico agressie tav. personeel”. Deze beslissing vermeldt volgende motieven: “- Dat niet getwijfeld wordt aan de vaststellingen van het personeel; - Dat het uiten van doodsbedreigingen tav. een personeelslid een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid van het personeel; - Dat derhalve een gepaste sanctie zich opdringt.” IX-6969-3/6 IV. Onderzoek van de vordering
  10. Overeenkomstig artikel 17, '' 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
  11. De verzoeker zet uiteen dat zijn bewegingsvrijheid ernstig wordt beknot en dat zijn contacten met medegevangenen en familie beperkt worden. De tuchtstraf heeft volgens hem ook ernstige gevolgen “voor het aanvragen van strafonderbreking” en op het verkrijgen van de modaliteit van het elektronisch toezicht, maatregelen waarvoor de gevangenisdirectie advies moet geven en waarbij uiteraard ook zijn gedrag in rekening gebracht zal worden. Beoordeling
  12. De tuchtstraf van een maand individueel regime beperkt inderdaad de bewegingsvrijheid en de contactmogelijkheden in de gevangenis, maar het daarmee verbonden nadeel vertoont op zich niet de vereiste ernst om een schorsing van de bestreden beslissing te rechtvaardigen. De verzoeker toont niet aan waarom dat in zijn geval anders zou zijn en met name niet waarom de tenuitvoerlegging van de straf zijn situatie dermate zal verslechteren dat de negatieve gevolgen niet door een vernietigingsarrest zullen kunnen worden rechtgezet. IX-6969-4/6
  13. De verzoeker verwijst voorts naar mogelijke invloed van de bestreden tuchtstraf op beslissingen over de wijze waarop zijn straf kan uitgevoerd worden of over gunsten die hij misschien kan aanvragen. Hij verliest uit het oog dat het om nieuwe beslissingen gaat waarover de bevoegde overheden discretionair zullen moeten oordelen, wat betekent dat het om een hypothetisch nadeel gaat. Niets belet de verzoeker overigens bij die overheden aan te brengen dat hij de wettigheid van de onderhavige tuchtmaatregel betwist en dat de vernietiging die mogelijks later kan volgen, gevolgen kan hebben op de wettigheid van hun eigen besluit. In ieder geval blijkt uit de debatten ter terechtzitting dat de verzoeker recentelijk de gunst van de elektronische enkelband verloren heeft, zodat het weinig realistisch is thans rekening te houden met een spoedige nieuwe beslissing daaromtrent. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt de vordering.
  15. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6969-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 oktober 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6969-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.