id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.579 Rolnummer: A. 190352/X-13961 Zaak: Arrest 208579 - Plannen van aanleg - 29/10/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-10 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-30 05:21 Fiche Arrest nr 208.579 van 29 oktober 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.579 van 29 oktober 2010 in de zaak A. 190.352/X-13.961. In zake : 1. Jacques VANNIEUWENHUYSE 2. André VANNIEUWENHUYSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Roland Mittenaere kantoor houdend te 8500 KORTRIJK Peter Benoitstraat 7, bus 8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de gemeente BEERSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 BRUSSEL Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 14 november 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 1 september 2008 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van de gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg nr. 1 “Centrum Uitbreiding” van de gemeente Beersel. X-13.961-1/14 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de eerste verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De tweede verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 mei 2010. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Roland Mittenaere, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Valéry Schalenbourg, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Het wordt niet betwist dat de verzoekers onder meer eigenaar zijn van de percelen met gebouwen gelegen te Beersel, Torleylaan, kadastraal X-13.961-2/14 bekend sectie A, nrs. 240/a, 243/a, 245/a, 247, 248/c, 248/v, 248/x, 250/a3, 250/b3, 250/c3, 250/m3, 251/d, 254/c, 254/d, 255/p2, 255/y2, 237/k2, 237/l2 en 272, waarop zij de kartonfabriek “Henri Goossens” exploiteren. De bedrijfsgebouwen bevinden zich op de percelen nrs. 248/v, 248/x, 250/b3, 250/c3 en 251/d. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse zijn de percelen nrs. 240/a, 243/a, 245/a, 247 en 272 gelegen in natuurgebied, de percelen nrs. 248/c, 248/v, 248/x, 250/b3, 250/c3, 251/d (deel), 254/c (deel) en 254/d (deel) in gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, de percelen nrs. 250/a3 en 255/p2 in woongebied en het perceel nr. 255/y2 in reservegebied voor woonwijken. De betrokken percelen zijn eveneens gelegen binnen het gebied van het bij koninklijk besluit van 19 november 1965 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 1 “Centrum Uitbreiding (Huizingen)” (hierna: BPA) van de toenmalige gemeente Huizingen. 4. De gemeente Beersel is door middel van het wijzigen van het BPA willen komen tot het inkrimpen van het gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen. Op 1 maart 1984 heeft de gemeenteraad van de gemeente Beersel een wijzigend plan definitief goedgekeurd. Bij besluit van 7 juli 1992 keurt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden dit wijzigend plan goed “met uitsluiting van de met een blauwe rand omzoomde delen van het bestemmingsplan (blad 2)”. Bij arrest nr. 41.580 van 14 januari 1993 heeft de Raad van State de tenuitvoerlegging van het voormelde besluit van 7 juli 1992 geschorst op verzoek van onder meer de huidige verzoekers. Bij besluit van 25 mei 1993 van de bevoegde minister wordt het geschorste besluit ingetrokken. Bij arrest nr. 43.559 van 30 juni 1993 stelt de Raad van State vast dat het beroep ingesteld tegen het voormelde besluit van 7 juli 1992 zonder voorwerp is geworden. X-13.961-3/14 5. Bij besluit van 25 mei 1993 keurt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden het plan tot wijziging van het bij koninklijk besluit van 19 november 1965 goedgekeurde BPA goed, “met uitsluiting van de met een blauwe rand omzoomde delen van het bestemmingsplan (blad 1 en 2)”. In het uitgesloten gedeelte bevinden zich onder meer de percelen van de verzoekers waarop de kartonfabriek “Henri Goossens” is gelegen. Bij arrest nr. 170.860 van 7 mei 2007 verwerpt de Raad van State het annulatieberoep van onder meer de verzoekers tegen dit wijzigingsbesluit. 6. Blijkens een uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 26 april 2001 bepaalt het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2001 onder meer het volgende: “de volgende bijzondere plannen van aanleg, of delen van bijzondere plannen van aanleg, worden niet behouden in het plannenregister van de gemeente Beersel: (...) het bijzonder plan van aanleg nr. 1 ‘Centrum uitbreiding’ (Huizingen), goedgekeurd bij koninklijk besluit van 19 november 1965, met uitsluiting van het deel gewijzigd bij ministerieel besluit van 25 mei 1993”. Bij besluit van 18 februari 2005 van de bevoegde minister wordt de gedeeltelijke herziening van het niet vervallen deel van het voormelde BPA goedgekeurd. 7. Op 31 mei 2006 beslist de gemeenteraad van de gemeente Beersel het volgende: “Er wordt beslist het bijzonder plan van aanleg nr. 1 ‘Centrum Uitbreiding’, vastgesteld bij ministerieel besluit van 25 mei 1993, met de gedeeltelijke herziening vastgesteld bij ministerieel besluit van 18 februari 2005, opnieuw gedeeltelijk in herziening te stellen, om werken van algemeen nut mogelijk te maken binnen alle bestemmingszones, indien noodzakelijk om technische of sociale redenen, door middel van de wijziging van de stedenbouwkundige voorschriften”. X-13.961-4/14 8. Op 13 december 2007 beslist de gemeenteraad van de gemeente Beersel de gedeeltelijke herziening nr. 2 van het BPA voorlopig goed te keuren. Het besluit is onder meer als volgt gemotiveerd: “De BPA-wijziging dat tot doel heeft de werken van algemeen nut mogelijk te maken binnen alle bestemmingszones, indien noodzakelijk om technische of sociale redenen. De gedeeltelijke herziening dat enkel betrekking heeft op de wijziging van de stedenbouwkundige voorschriften”. In de toelichtingsnota wordt het volgende gesteld aangaande de “redenen voor het opmaken van de herziening en de nagestreefde doeleinden”: “De aanleiding hiertoe is de realisatie van de collector van Aquafin - traject nr. 92.503 Halle-Lot en het traject nr. 94.242 Dworp-Huizingen. Om deze niet in het gedrang te brengen en in de toekomst constructies en voorzieningen voor openbaar nut toe te laten in het hele BPA, wordt de voorgestelde gedeeltelijke herziening 2 van BPA Centrum Uitbreiding (MB. dd. 25 mei 1993 en 18 februari 2005) opgemaakt. De gedeeltelijke herziening 2 betreft enkel de toepassingsmodaliteiten bij de voorschriften en streeft een minimale bijsturing na door een herformulering van het laatste artikel, als volgt: ‘Het oprichten van constructies en voorzieningen voor openbaar nut en het uitvoeren van verbouwingen, mits akkoord van het College van Burgemeester en Schepenen en de Gemeenschapsminister van de Ruimtelijke Ordening en de Stedenbouw (of zijn vertegenwoordiger), is toegelaten in alle zones, zonder rekening te houden met de voorschriften van kracht in deze laatste, op voorwaarde dat ze om redenen van openbaar nut noodzakelijk zijn en dit aangetoond kan worden door een omstandige verklarende verantwoordingsnota’”. 9. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt georganiseerd van 27 december 2007 tot en met 28 januari 2008, worden vijf bezwaarschriften ingediend, onder meer door de tweede verzoeker. 10. De GECORO verleent op 16 april 2008 een gunstig advies waarin de ingediende bezwaren worden weerlegd. 11. Op 23 april 2008 neemt de gemeenteraad van de gemeente Beersel de gedeeltelijke herziening nr. 2 van het BPA definitief aan. X-13.961-5/14 Artikel 34 van de stedenbouwkundige voorschriften luidt als volgt: “Het oprichten van constructies en voorzieningen voor openbaar nut en het uitvoeren van verbouwingen, mits akkoord van het College van Burgemeester en Schepenen en de Gemeenschapsminister van de Ruimtelijke Ordening en de Stedenbouw (of zijn vertegenwoordiger), is toegelaten in alle zones, zonder rekening te houden met de voorschriften van kracht in deze laatste, op voorwaarde dat ze om redenen van openbaar nut noodzakelijk zijn en dit aangetoond kan worden door een omstandige verklarende verantwoordingsnota”. 12. Op 1 september 2008 keurt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening “de gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg nr. 1 ‘Centrum-Uitbreiding’ genaamd van de gemeente Beersel bestaande uit een gecoördineerde versie van de gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften” goed. Het betrokken besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 september 2008. Dit is het bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 13. De verzoekers stellen in hun verzoekschrift aangaande hun belang dat “de percelen kadastraal bekend onder gemeente Beersel, Vierde Afdeling (Huizingen) Sectie A, nrs. 237/k2, 237/l2 en 255/p2 (...) in het gebied (liggen) dat getroffen wordt door het betwiste M.B. waarbij het B.P.A. voor de derde maal wordt herzien”. 14. De eerste verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid op. Zij meent dat het belang van de verzoekers “uitsluitend (steunt) op hun hoedanigheid van eigenaar van de percelen 273k, 273l en 255p2” waardoor “hun belang (...) dan ook enkel (dient) te worden beoordeeld vanuit die hoedanigheid”. X-13.961-6/14 Zij stelt dat “voor de percelen van de verzoekende partijen (...) deze (bestreden) wijziging enkel tot gevolg (heeft) dat de bebouwingsmogelijkheden worden uitgebreid, en niet dat ze worden ingekrompen”. Zij ziet niet in “wat het belang is dat de verzoekende partijen zouden kunnen hebben bij de vernietiging van deze wijziging, (want) als eigenaar hebben zij immers controle over de werken die op de percelen worden uitgevoerd”. 15. De verzoekers repliceren in de memorie van wederantwoord: “12. De percelen kadastraal bekend onder GEMEENTE BEERSEL, Vierde Afdeling (HUIZINGEN) Sectie A, nrs. 237k2, 23712 en 255p2 liggen in het gebied dat getroffen wordt door het betwiste M.B. waarbij het B.P.A. voor de derde maal wordt herzien. 13. De verwerende partij heeft trouwens geen opmerkingen m.b.t. het belang van verzoekers. 14. De tussenkomende partij daarentegen betwist wel het belang van verzoekers door te stellen dat ‘het bestreden B.P.A. als enige doelstelling en als enige gevolg heeft dat de voorschriften die gelden voor gemeenschapsvoorzieningen en voorziening van openbaar nut worden uitgebreid, waardoor de bebouwingsmogelijkheden voor verzoekers worden uitgebreid’, zodat verzoekers geen belang hebben bij de vernietiging. Minstens vraagt de tussenkomende partij dat de eventuele vernietiging beperkt wordt tot de bewuste percelen 273k, 2731 en 255p2 van verzoekers. 15. De vooropgestelde doelstelling van de herziening beoogt constructies die zich niet beperken tot één gelimiteerde oppervlakte, doch zich uitstrekken over een aanzienlijk gebied. De beperking van de vernietiging tot de terreinen van verzoekers heeft geen enkele zin. Zo kan worden vastgesteld uit de administratieve stukken dat de collectoren van Aquafin (plan uit stuk 05 van de tussenkomende partij) niet beperkt is tot een wel bepaald perceel. Het BPA dient zich te richten naar het hoger plan, nl. het gewestplan, en mag in geen geval de visie en economie van dit hoger plan in het gedrang brengen. Het natuurgebied op gronden van verzoekers (in het met blauw omrande deel dat uitgesloten is uit het BPA en aldus onder de voorschriften van het gewestplan valt) kan niet onderscheiden worden van het natuurgebied dat verder doorloopt in het BPA. Het kan dan ook niet ontkend worden dat het toelaten van constructies van openbaar nut in het natuurgebied gelegen binnen de grenzen van het BPA doch onmiddellijk aansluitend met het natuurgebied in het gewestplan een nefaste weerslag (heeft) voor het natuurgebied gelegen in het gewestplan. De tussenkomende partij heeft zelf in haar stuk 19 X-13.961-7/14 aangegeven waar de eigendommen van verzoekers gelegen zijn zodat hierover niet de minste twijfel kan bestaan dat verzoekers ook een eigendom (hebben) grenzend aan het BPA met o.a. de bestemming natuurgebied. 1 6. De vraag stelt zich overigens waarom de tussenkomende partij die al twee herzieningen van het BPA heeft doorgevoerd, telkens nalaat het deel dat in 1992 uit de toenmalige herziening werd gelicht te ordenen. De plannen van aanleg dienen om de ruimte op een consistente manier te ordenen. Dit kan niet betekenen dat telkens wanneer iemand een bezwaar oppert de overheid zijn stuk grond eruit wipt louter omdat hij een gefundeerd bezwaar heeft opgeworpen. Het plan mag niet beginnen te gelijken op een stuk kaas vol met gaten, zoals (verwerende) partij thans zou willen. Deze werkwijze is totaal in strijd met een duurzaam ruimtebeheer. 17. Met deze herziening wordt onder meer gepoogd om een collector in natuurgebied te regulariseren. Uit de feiten en retroacten blijkt duidelijk dat verzoekers meer dan voldoende belang hebben bij de pogingen die ondernomen worden om de illegale collector te kunnen regulariseren. 18. De ‘bebouwingsmogelijkheden’ die uitgebreid worden, zoals de (verwerende) partij laat gelden, (hebben) enkel betrekking op gemeenschapsvoorzieningen en voorzieningen van openbaar nut en (hebben) totaal geen uitstaans met uitbreiding van bebouwingsmogelijkheden voor verzoekers zelf. In tegenstelling met wat (verwerende) partij stelt wordt een verdere beperking opgelegd aan de eigendom daar de gronden te allen tijde kunnen benut worden voor openbare nutsvoorzieningen waar dit voor de herziening niet mogelijk was. 19. De tussenkomende partij is slecht geplaatst om te stellen dat verzoekers controle hebben over de werken die op hun percelen worden uitgevoerd. Hierbij verwijzen verzoekers naar de collector AQUAFIN die manu militari op hun terrein is aangelegd ondanks hun verzet. Naderhand is dat verzet door Uw Raad tot tweemaal toe gegrond verklaard”. 16. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het bestreden besluit enerzijds “de herformulering en verruiming van het voorschrift (dat) betrekking heeft op de afwijkingen ten voordele van werken van openbaar nut” tot gevolg heeft en anderzijds “het opstellen van een gecoördineerde versie van de stedenbouwkundige voorschriften (die) de hanteerbaarheid van het plan en (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.