id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.617 Rolnummer: A. 195484/XIV-31945 Zaak: Arrest 208617 - Varia (justitie) - 03/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.617 van 3 november 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 208.617 van 3 november 2010 in de zaak A. 195.484/XIV-31.
- In zake : Sadaat ADAMU IBRAHIM, die woonplaats kiest bij Advocaat G. STEENBERGEN, kantoor houdende te 3560 LUMMEN, Pastorijstraat 39 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd voor de Minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sadaat ADAMU IBRAHIM, van Soedanese nationaliteit, op 12 februari 2010 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, Dienst Voogdij, van 16 december 2009 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaar- den zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 8 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet van 24 december 2002" en dat bijgevolg “de plaatsing onder de hoede door de dienst Voogdij van Mijnheer Sadaat ADAMU IBRAHIM van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing [vervalt]”; Gelet op de beschikking van 9 maart 2010 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het verslag opgesteld door Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 28 juni 2010, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 oktober 2010; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-31.945-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat G. STEENBERGEN verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat B. VANDENBERGHE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat in een enig middel verzoeker de schending aanvoert van de artikelen 5 en 8, §1, van Titel XIII, hoofdstuk 6, “voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen”, van de Programmawet van 24 december 2002, aangezien verzoeker noodgedwongen een kopij voorlegde van zijn geboorteakte, waaruit onomstote- lijk blijkt dat hij geboren is op 26 augustus 1993, en de Dienst Voogdij toch een medisch onderzoek beval dat geen zekerheid biedt omtrent verzoekers leeftijd en waarvan het resultaat niet correct is; dat verzoeker verder de schending aanvoert van de rechten van verdediging omdat hij nooit in kennis werd gesteld van het medisch expertiseverslag en hij zo’n essentieel stuk toch moet kunnen inkijken;
- Overwegende dat artikel 5 van de Voogdijwet de voorwaarden bepaalt waaraan een persoon moet voldoen opdat de voogdij over niet begeleide minderjarigen op hem toepasbaar zou zijn; dat artikel 8, §1, van de Voogdijwet bepaalt dat wanneer vaststaat dat iemand aan die voorwaarden voldoet, er onmiddellijk een voogd moet worden aangewezen: één van die voorwaarden is dat de persoon in kwestie jonger moet zijn dan achttien jaar; dat in de bestreden beslissing precies werd vastgesteld dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om als niet begeleide minderjarige te worden beschouwd, aangezien uit het medisch onderzoek blijkt dat hij meer dan achttien jaar oud is; dat verzoeker de juistheid van de leeftijdsbepaling in twijfel trekt, maar geen enkel concreet element aanbrengt om de overwegingen van de bestreden beslissing te weerleggen; dat in de bestreden beslissing wordt overwogen waarom een kopij van verzoekers geboorteakte niet kan worden in aanmerking genomen; dat hij evenmin zijn bewering staaft dat het resultaat van het medisch onderzoek onbetrouwbaar en/of niet correct is; dat uit artikel 7, § 1, van de Voogdijwet volgt dat, wanneer er twijfel is over de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek dient te worden uitgevoerd teneinde na te gaan of betrokkene al dan niet jonger is dan achttien jaar; dat de wet geen exacte bepaling van verzoekers leeftijd vereist; dat enkel moet worden bepaald of verzoeker al dan niet minderjarig is; dat verzoeker de schending van de rechten van verdediging aanvoert omdat hij niet in kennis werd gesteld van het medisch verslag; dat behoudens anders luidend voorschrift de rechten van verdediging enkel van toepassing zijn in straf- en tuchtzaken, en rechtsgedingen; dat het enig middel, voor zover ontvankelijk, ongegrond is, XIV-31.945-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie november tweeduizend en tien, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-31.945-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.617 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.