← België

Arrest 208628 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 03/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.628 Rolnummer: A. 196806/X-14574 Zaak: Arrest 208628 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 03/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-16 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.628 van 3 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.628 van 3 november 2010 in de zaak A. 196.806/X-14.

  1. In zake : de n.v. LAUREYS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Godfried De Smedt kantoor houdend te 9160 LOKEREN Roomstraat 40 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
  2. de n.v. WATERWEGEN EN ZEEKANAAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. Elmouth MEEREMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Xavier D’Hulst en Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 KORTRIJK Doorniksewijk 66 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. de n.v. BERLA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Godfried De Smedt kantoor houdend te 9160 LOKEREN Roomstraat 40 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-14.574-1/13 I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 17 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 26 maart 2010 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur, regio Schelde-Dender: gebieden van het geactualiseerd Sigmaplan “Cluster Kalkense Meersen”, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 april
  6. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
  8. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Godfried De Smedt, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Christophe Smeyers, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, en advocaat Godfried De Smedt, die verschijnt voor de derde tussenkomende partij, zijn gehoord. X-14.574-2/13 Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de tussenkomsten betreft van de tweede en derde tussenkomende partij. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Tussenkomst
  10. Met een op 16 juli 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de n.v. WATERWEGEN en ZEEKANAAL om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding.
  11. Met een op 9 augustus 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Elmouth MEEREMANS om in het geding te mogen tussenkomen. Met een op 30 augustus 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de n.v. BERLA om in het geding te mogen tussenkomen.
  12. De verwerende partij betwist ter terechtzitting het belang van Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA bij hun tussenkomst in de vordering. De beoordeling van deze exceptie hangt samen met de beoordeling van de exceptie gericht tegen de vordering. IV. De feiten
  13. Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat het voorwerp uitmaakt van huidige procedure, kadert in de actualisering van het zogenaamde “Sigma”-plan dat eind de jaren ‘70 werd opgemaakt om het Schelde-estuarium te beveiligen tegen de kwalijke gevolgen van overstromingen, middels voornamelijk de bouw van dijkversterkingen en -verhogingen en het inrichten van gecontroleerde overstromingsgebieden. X-14.574-3/13 Na de opmaak van een plan-milieueffectenrapport, wordt dit geactualiseerde Sigma-plan door de Vlaamse regering goedgekeurd op 22 juli 2005, en wordt onder meer beslist tot de prioritaire aanleg van een aantal overstromings- en natuurgebieden in de cluster Kalkense Meersen, bestaande uit de deelgebieden Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergemeersen, Paardeweide en Paardebroek op het grondgebied van de gemeenten Wetteren, Laarne, Berlare en Wichelen. Er wordt een voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur - regio Schelde-Dender - gebieden van het geactualiseerd Sigmaplan ‘Cluster Kalkense Meersen’” (hierna : GRUP) opgemaakt, waarbij voor de weerhouden deelgebieden de volgende ruimtelijke opties worden vastgelegd. De Bergemeersen ter hoogte van Wichelen worden natuurgebied met overdruk grote eenheid natuur, en gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij (GGG), teneinde de gronden te laten ontwikkelen tot slikken en schorren. De gebieden Wijmeers te Uitbergen en Paardeweide te Berlare worden eveneens natuurgebied met overdruk grote eenheid natuur, en gecontroleerd overstromingsgebied (GOG). De Kalkense Meersen te Kalken en het Paardebroek te Berlare worden natuurgebied met overdruk grote eenheid natuur en “wetland”, en tevens wordt aan het Paardebroek ter hoogte van de Scheldebrug van Schoonaarde een toegangspoort voorzien met de mogelijkheid tot het uitbouwen van een onthaal en recreatief en educatief centrum voor de Kalkense Meersen.
  14. Over het voormelde voorontwerp van GRUP wordt op 16 december 2008 een plenaire vergadering gehouden. Bij besluit van de Vlaamse regering van 24 april 2009 wordt het ontwerp van GRUP voorlopig vastgesteld.
  15. Gedurende het openbaar onderzoek over het ontwerp worden in totaal 195 bezwaarschriften ingediend. X-14.574-4/13
  16. De Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: Vlacoro) verleent op 10 november 2009 een gunstig advies over het GRUP, mits in de stedenbouwkundige voorschriften de fasering en timing wordt ingeschreven voor de concrete omzetting van de bestemming landbouw naar natuur.
  17. De Vlaamse regering stelt bij besluit van 26 maart 2010 het meer vermelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast. Dit is het bestreden besluit. V. Ontvankelijkheid van de vordering en van de tussenkomsten A. Ontvankelijkheid van de vordering Standpunt van de partijen
  18. De verzoekende partij betoogt in haar verzoekschrift met betrekking tot haar belang dat zij eigenaar is van de percelen gelegen te Berlare, kadastraal bekend onder 1ste afdeling, sectie D, nrs. 8/G, 33/C, 42, 46, 48/C, 49/C en 50/B en dat zij belang heeft bij de nietigverklaring van het bestreden besluit, “gezien zij benadeeld wordt door de nieuwe bestemming die het bestreden besluit aan haar voormelde percelen verleent”.
  19. De verwerende partij betoogt in haar nota dat het belang van de verzoekende partij dient beperkt te worden “tot het perceel in de Paardebroek, aan de Brugstraat 18, ten kadaster gekend onder sectie D nr. 008G” : “1.Verzoekende partij is eigenaar en ‘exploitant’ van grond met magazijn gelegen te Berlare, Broekstraat 48, ten kadaster gekend onder D nr. 008/G, met een oppervlakte van 8.014m². Dit perceel is volgens de planologische bepalingen van het bij KB van 7 november 1978 vastgesteld gewestplan DENDERMONDE gelegen in een gebied voor ambachtelijke bedrijven of een gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen. Het goed betreft een hoekperceel palend aan de Brugstraat en langs de Schelde. Verzoekende partij is tevens eigenaar van een aantal landbouwgronden gelegen in het gebied Paardenbroek. X-14.574-5/13 Verzoekende partij heeft geen landbouwactiviteiten, aangezien deze landbouwgronden werden verpacht aan de N.V. BERLA. Verzoekende partij is een metaal, steen en houtbewerkend bedrijf. Op het terrein zijn geen grondstoffen voorzien die specifiek beter zijn op bedoelde locatie ten opzichte van een ander bedrijventerrein. De bedrijvigheid van de laatste jaren tot op heden betreft de verhuur van de leegstaande loods en niet het actief bewerken van metaal, steen en hout. Er is dan ook weinig of geen tewerkstelling op deze locatie. Uit het bij het administratief dossier gevoegde fotomateriaal blijkt dat de loods tot vorige week (begin juli 2010) ‘te huur’ stond. Momenteel wordt een gedeelte van de loods gebruikt door een bedrijf (ISOCHAPE) dat chappen legt. Verzoekende partij gebruikt deze loods zelf niet. Het perceel van verzoekende partij maakt deel uit van een goedgekeurd onteigeningsplan, waarbij het bedrijf aan de volle waarde zal worden vergoed. Na de onteigening heeft verzoekende partij dan ook geen belang bij dit verzoek tot schorsing en tot nietigverklaring. 2.Verzoekende partij omschrijft haar belang als eigenaar van de percelen gelegen te Berlare, ten kadaster gekend onder sectie D nrs. 008/G (magazijn), 033C, 0042, 0046, 0048C, 0049C, 0050B (allen hooiland), gelegen binnen het plangebied. De middelen en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn evenwel geformuleerd vanuit de eigendom gelegen te Berlare, Brugstraat 48, ten kadaster gekend onder D nr. 008G. Het perceel sectie D nr. 008G en de hierop gebouwde loods werden binnen het GRUP opgenomen, alhoewel het hoger gelegen is dan de omliggende percelen omdat het ruimtelijk één geheel vormt met de omliggende percelen. Door de opname van dit perceel wordt het plangebied begrensd door een straat welke op deze manier een harde grens vormt. Landschappelijk betekent de loods een verstoring maar leent zich bijzonder voor de vestiging van een bezoekerscentrum. Het perceel sectie D 008G is dan ook duidelijk verschillend van de andere percelen dienstig voor de inrichting van een wetland. Het perceel vormt dan ook geen essentieel onderdeel van het betrokken GRUP en beïnvloedt geenszins de economie van het definitief vastgesteld uitvoeringsplan. ‘Overwegende dat het te dezen, gelet op de opdeling van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan in deelprojecten naast de vastlegging van de grenslijn en op het duidelijk afgebakend belang van de verzoeker, vastgesteld moet worden dat de partiële vernietiging, beperkt tot het deelplan 6C - Groen Poolparkbos, mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de algemene economie van het plan; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat de vordering tot schorsing slechts ontvankelijk is in zoverre zij het deelproject 6C – Groen Poolparkbos betreft’ (…). Gezien verzoekende partij het MTHEN beperkt tot het perceel sectie D nr. 008G, dient derhalve het belang van verzoekende partij beperkt te worden tot het perceel in de Paardebroek, aan de Brugstraat 18, ten kadaster gekend onder sectie D nr. 008G”. X-14.574-6/13
  20. De eerste tussenkomende partij werpt de volgende exceptie op met betrekking tot het belang van de verzoekende partij : “
  21. Verzoekende partij betrekt haar belang bij het aanvechten van het bestreden besluit uit het feit dat zij eigenaar is van de percelen gelegen te Berlare, kadastraal bekend onder 1e afdeling, sectie D, nrs. 8G, 033C, 0042, 0046, 0048C, 0049C, 0050B.
  22. In de mate de verzoekende partij al een belang heeft bij haar vordering, kan het beroep zich dan ook uitsluitend richten tot die delen van het besluit waarvan een gebeurlijke vernietiging haar tot voordeel kan strekken. Haar belang lijkt dan beperkt te moeten worden tot de percelen waarvan zij eigenaar is.
  23. Blijkens het verzoekschrift van de verzoekende partij betrekt zij verder haar beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitsluitend op het perceel sectie D, nr. 008G. Op de andere percelen wordt het moeilijk te herstellen ernstig nadeel geenszins betrokken. Dit perceel sectie D, nr. 008G heeft binnen het GRUP een verschillende invulling dan de andere betreffende percelen die voor de inrichting als wetland zullen dienst doen. Het perceel sectie D, nr.008G heeft geen betekenis voor de economie van het ganse plan.
  24. Het belang van de verzoekende partij, indien aanwezig, is derhalve duidelijk beperkt tot het perceel sectie D, nr. 008G.
  25. Uw Raad dient hier alleszins rekening mee te houden”. Beoordeling
  26. Het belang van de verzoekende partij betreft niet enkel het perceel nr. 8/G, zoals de verwerende partij en de eerste tussenkomende partij voorhouden, doch ook de percelen nrs. 33/C, 42, 46, 48/C, 49/C en 50/B, gelet op de aanleg van “wetlands” die door het bestreden besluit voor deze gronden wordt beoogd. De voormelde percelen kunnen echter niet los worden gezien van de overige percelen die door het bestreden besluit als “wetland” zijn bestemd en die het deelgebied “Paardebroek” samenstellen, zodat in hoofde van de verzoekende partij een belang bij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het voormelde deelplan moet worden onderkend. De omstandigheid dat de verzoekende partij haar uiteenzetting met betrekking tot haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel enkel betrekt op het perceel nr. 8/G, zoals de eerste tussenkomende partij en de verwerende partij voorhouden, doet aan het voormelde geen afbreuk. X-14.574-7/13 De gebeurlijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het deelplan “Paardebroek”, lijkt voorts op het eerste gezicht geen afbreuk te doen aan de algehele economie van het kwestieuze plan.
  27. Het belang van de verzoekende partij is beperkt tot de nietigverklaring van het bij het bestreden besluit vastgestelde deelgebied “Paardebroek”. B. Ontvankelijkheid van de tussenkomsten De aangevoerde exceptie
  28. De verwerende partij betoogt dat het belang van de verzoekende partij bij haar vordering beperkt is tot het perceel nr. 8/G, zodat de percelen waarop Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA hun belang bij hun tussenkomst stoelen, geen deel uitmaken van het voorwerp van de vordering en zij het vereiste belang bij hun tussenkomst ontberen. Beoordeling
  29. Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA beogen met hun tussenkomst de ondersteuning van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. Uit het gestelde onder de randnummers 14 en 15 blijkt dat het voorwerp van de schorsingsvordering zich uitstrekt tot het deelplan “Paardebroek” van het bestreden besluit. Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA zijn eigenaar, respectievelijk eigenaar en pachter, van gronden die binnen dit deelplan zijn gelegen. Zij stoelen hun belang voorts op afdoende wijze op de aanleg van “wetlands” die door het bestreden besluit voor hun gronden wordt beoogd. Gelet op wat voorafgaat hebben Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA een belang bij hun vordering tot tussenkomst in de huidige procedure. De exceptie wordt verworpen. X-14.574-8/13
  30. Er is grond om de verzoeken tot tussenkomst van Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. VI. Onderzoek van de vordering
  31. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel
  32. De verzoekende partij voert in haar verzoekschrift het volgende moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan : “(...)
  33. In concreto zal door de definitieve vaststelling van het GRUP in kwestie het volledige perceel D0008G van de verzoekende partij, waarop thans haar bedrijf zich bevindt, perceel dat volgens de bestemmingsvoorschiften van het bij K.B. van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan nr. 10 Dendermonde gelegen is in een gebied voor ambachtelijke bedrijven of een gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen ondergebracht in de bestemmingscategorie ‘Reservaat en Natuur’ met overdruk ‘Grote Eenheid Natuur’. Overeenkomstig de verordenende stedenbouwkundige voorschriften bij het bestreden besluit wordt het gebied bestemd voor de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur, het natuurlijk milieu en bos. Recreatief medegebruik is e(e)n ondergeschikte functie. (artikel 1.1). Bovendien wordt het gebied beschouwd als een Grote Eenheid Natuur (GEN) in de zin van het decreet Natuurbehoud en is het in die zin een onderdeel van het Vlaams Ecologisch netwerk. Alle bepalingen van het decreet Natuurbehoud betreffende grote eenheden natuur zijn van toepassing op dit gebied. Specifiek het perceel D0008G wordt voor het grootste deel daarenboven voorzien van een bijkomende differentiatie (rechthoek vette rode lijn) X-14.574-9/13 dewelke ex artikel 1.7 van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften betekent dat binnen de zone, onverminderd de overige bepalingen van artikel 1, zijn toegelaten: - één gebouw ten behoeve van de natuureducatieve functie van het gebied, - kleinschalige infrastructuur die nodig of nuttig is voor het goed functioneren van natuureducatieve doeleinden. Aldus zal de verzoekende partij ingevolge de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen nadeel lijden aangezien zij per direct wordt geconfronteerd met een onmiddellijke en volledige beperking van haar rechten om op het betrokken perceel haar vergund bedrijf verder uit te baten en uit te breiden, dit met gevaar voor een onomkeerbare toestand, zodat moet worden besloten tot het bestaan van het vereiste nadeel.
  34. De aandeelhouders en bestuurders van de verzoekende partij hebben in illo tempore hun oorspronkelijk persoonlijke eigendom precies ten behoeve van de ontwikkeling van het familiebedrijf in de vennootschap van de verzoekende partij ingebracht, met de bedoeling er het bedrijf te vestigen gezien het feit dat het terrein waar de vennootschap gevestigd was een te kleine oppervlakte heeft, gezien de beperkingen opgelegd door de bestemmingsvoorschriften en gezien de bedrijvigheid van de NV. Het kunnen behouden van de vestiging Brugstraat is acuut voor het voortbestaan van de verzoekende partij, de huidige en toekomstige activiteit van het bedrijf en het kunnen uitbreiden van de tewerkstelling. Zoals reeds gesteld kan deze uitbreiding onmogelijk geschieden op de (oude) vestiging Van Tieghemstraat gezien de beperkte omvang en de bestemmingsvoorschriften aldaar. De verzoekende partij heeft sedert 2000 in rechtmatig vertrouwen haar uitbreidingsplannen en herlokalisatie afgestemd op het desbetreffende perceel. In concreto zal de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit het voortbestaan zelf van de verzoekende partij, alsook het financieel evenwicht van de vennootschap ernstig in gevaar brengen. Het nadeel in hoofde van de verzoekende partij is veel meer dan louter financieel gezien haar sociaaleconomische positie in gevaar wordt gebracht en de verzoekende partij gedoemd zal zijn haar boeken te sluiten. Bovendien mag niet vergeten worden dat de ernst van het nadeel door uw Raad mede zal worden beoordeeld in functie van de ernst en de aard van de ingeroepen middelen.
  35. Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging een MTHEN veroorzaakt voor de verzoekende partij. Alhoewel de duur van de annulatieprocedure op zich het MTHEN niet aantoont, staat het vast dat het in casu ingeroepen nadeel niet hersteld kan worden door het mogelijks verkrijgen van een annulatiearrest. Het kan dan ook niet betwist worden dat verzoekende partij, ten gevolge van de bestreden beslissing, geconfronteerd wordt met een nadeel dat zeer moeilijk, zoniet onmogelijk te herstellen is, en dat veel meer is dan een louter financieel nadeel. De situatie waarin het bedrijf van de verzoekende partij zal belanden ten gevolge van het bestreden besluit komt er op neer dat de verzoekende partij, gelet op de onmogelijkheid tot herlokalisatie c.q. de totale afwezigheid van X-14.574-10/13 mogelijkheid tot lokale herlokalisatie genoodzaakt zal zijn tot stopzetting van de activiteiten, met sociaal- economische uitsluiting en verlies van levenskwaliteit voor haar bestuurders. Er is dan ook duidelijk sprake van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel”. Beoordeling
  36. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3° van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in haar uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan.
  37. Het betoog van de verzoekende partij dat haar rechten om op het perceel nr. 8/G “haar vergund bedrijf verder uit te baten en uit te breiden” ingevolge de door het bestreden besluit voorziene bestemmingswijziging worden gehypothekeerd, terwijl het kunnen behouden van de loods aan de Brugstraat nochtans “accuut” zou zijn “voor het voortbestaan van (…) de huidige en toekomstige activiteit van het bedrijf en het kunnen uitbreiden van de X-14.574-11/13 tewerkstelling” van de verzoekende partij, dat haar “financieel evenwicht” en “haar sociaaleconomische positie” in gevaar zijn, en dat zij “gedoemd zal zijn haar boeken te sluiten”, wordt niet aangetoond. De verwerende partij en de eerste tussenkomende partij wijzen er terecht op dat de loods kennelijk te huur staat. Op de foto’s in het administratief dossier blijkt dat de loods wordt gebruikt door de firma “Izzymo”, gevestigd te Berlare.
  38. De door de verzoekende partij eerst op 4 oktober 2010 ingediende “toelichtende nota” is geen in het procedurereglement voorzien procedurestuk en moet uit de debatten worden geweerd. Dit laatste geldt onverminderd voor de bij dit stuk gevoegde bijlagen in zoverre die door de verzoekende partij reeds bij de indiening van haar verzoekschrift konden worden bijgebracht. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  39. De verzoeken van de n.v. WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, Elmouth MEEREMANS en de n.v. BERLA tot tussenkomst in het administratief kort geding worden ingewilligd.
  40. De Raad van State verwerpt de vordering. X-14.574-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.574-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.628 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.715 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.