← België

Arrest 208655 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.655 Rolnummer: A. 191033/X-14032 Zaak: Arrest 208655 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.655 van 4 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208655 van 4 november 2010 in de zaak A. 191.033/X-14.

  1. In zake :
  2. Christophe VAN ACKER
  3. Kelly VAN ACKER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Vandendriessche kantoor houdend te 1852 BEIGEM Gemeentehuisstraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 12 januari 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 6 november 2008 van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende de verwerping van het beroep van de verzoekende partijen tegen het besluit van 25 augustus 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel waarbij hen de vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van een ééngezinswoning gelegen te Londerzeel, Heerbaan 97, kadastraal bekend sectie D, nr. 249/k. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-14.032-1/11 Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
  6. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ellen Marès, die loco advocaat Steven Vandendriessche verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De verzoekende partijen zijn onverdeelde eigenaars van een onroerend goed gelegen te Londerzeel, Heerbaan 95-97, kadastraal bekend sectie D, nr. 249/k. 3.2 Op 5 mei 2008 (datum van het ontvangstbewijs) dienen zij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel een vergunningsaanvraag in voor de regularisatie van een ééngezinswoning gelegen te Londerzeel, Heerbaan 97, op een perceel kadastraal bekend sectie D, nr. 249/k. X-14.032-2/11 Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is het betrokken perceel gelegen in woongebied met landelijk karakter. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. Op het aanvraagformulier vullen de verzoekende partijen onder punt 4 als adres waarnaar de bestreden beslissing dient verstuurd te worden in: Heerbaan 95 te 1840 Londerzeel. 3.3 Bij besluit van 25 augustus 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel wordt de gevraagde vergunning geweigerd op grond van het ongunstig advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar. Met een op 1 september 2008 ter post aangetekend schrijven wordt deze beslissing verzonden aan het adres Heerbaan 95 te Londerzeel. Vermits de postbode deze brief niet aan de verzoekende partijen heeft kunnen overhandigen, heeft hij op 2 september 2008 aldaar een bericht achtergelaten waarin de verzoekende partijen ervan worden verwittigd dat de brief ter hunner beschikking is op het postkantoor. Pas op 19 september 2008 hebben de verzoekende partijen dit schrijven afgehaald. 3.4 Met een op 20 oktober 2008 ter post aangetekend schrijven hebben de verzoekende partijen tegen voormeld weigeringsbesluit administratief beroep ingesteld bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant. 3.
  9. Bij het thans bestreden besluit van 6 november 2008 wordt het administratief beroep van de verzoekende partijen laattijdig en onontvankelijk verklaard. X-14.032-3/11 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting 4.
  10. In een eerste middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 53 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van “het algemeen rechtsbeginsel dat het gelijkheidsbeginsel is”, “Doordat de bestreden beslissing het beroep van verzoekers laattijdig en onontvankelijk heeft verklaard, gezien naar de bewoordingen van het besluit van de deputatie artikel 53 van het decreet op de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 zou bepalen dat ‘de aanvrager binnen de dertig dagen na kennisgeving van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen beroep kan instellen bij de deputatie’. Terwijl deze stelling nochtans niet correct is en in het decreet geen steun vindt, daar art. 53 van het decreet op de ruimtelijke ordening immers niet bepaalt dat de termijn een aanvang neemt binnen dertig dagen na kennisgeving van de bestreden beslissing, maar wel ‘na ontvangst’ ervan en waardoor bovendien een onverantwoord verschil in behandeling wordt gecreëerd. Toelichting.
  11. Mevrouw VAN ACKER Kelly heeft de beslissing op de gemeente voor ontvangst afgetekend op 23.09.2008 (…). Het is dan ook pas op dat ogenblik dat mevrouw VAN ACKER Kelly de bestreden beslissing heeft ‘ontvangen’, gezien de aangetekende zending door de postdiensten op 18.09.2008 aan de gemeente LONDERZEEL werd teruggestuurd wegens ‘afwezig’. Ter zake kan verwezen worden naar de voorzijde van de enveloppe waar 19.09.2008 staat gestempeld als bij de gemeente terug ‘ingekomen’ (…). Een en ander blijkt ook uit de zendinghistoriek van DE POST (…). Het beroep werd op 20.10.2008 per aangetekend schrijven naar de bestendige deputatie verzonden en werd aldaar ontvangen op 21.10.2008, derwijze het beroep binnen de dertig dagen na de ontvangst van de beslissing werd ingediend en dus wel degelijk tijdig is.
  12. Het wordt niet betwist dat termijnen welke een aanvang nemen als gevolg van een betekening (bij gerechtsdeurwaardersexploot: zie art. 32 Ger. W.) een aanvang nemen op de dag van de betekening (aanbieding door de gerechtsdeurwaarder aan de persoon of woonplaats), waarbij (overeenkomstig art. 52 Ger. W.) de dies a quo niet in de termijn begrepen X-14.032-4/11 is en de termijn aldus begint te lopen de dag na die van de akte of van de gebeurtenis welke hem doet ingaan. Zo wordt evenmin betwist dat een termijn ingeval van een kennisgeving conform art. 53bis Ger. W. een aanvang neemt - zo die bij aangetekende brief zonder ontvangstbewijs is gebeurd - vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  13. In deze is de termijn volgens de bewoordingen van het decreet echter niet beginnen lopen vanaf een ‘kennisgeving’, maar vanaf de ‘ontvangst’, hetgeen niet anders kan worden geïnterpreteerd dan als de dag waarop de beslissing effectief is ontvangen en niet geacht te zijn ontvangen.
  14. Duidelijke teksten behoeven geen interpretatie en strikte interpretatie is niet verantwoord in het licht van het gelijkheidsbeginsel. Wetsbepalingen dienen, indien mogelijk, in grondwettige zin worden geïnterpreteerd (…).
  15. De rechtspraak van de Raad van State bepaalt trouwens niets anders. (…)”. Beoordeling 4.
  16. De verzoekende partijen voeren ter adstructie van het middel aan dat de tweede verzoekster het weigeringsbesluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel van 25 augustus 2008 “op de gemeente voor ontvangst (heeft) afgetekend op 23.09.2008”, zodat de termijn van 30 dagen voor het indienen van administratief beroep een aanvang nam op 24 september en aldus het op 20 oktober 2008 ingediende administratief beroep tijdig is. 4.
  17. Vooreerst dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen niet concreet uiteenzetten op welke wijze het bestreden besluit het in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet vastgelegde gelijkheidsbeginsel schendt. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. 4.
  18. Artikel 52, § 1 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), zoals dit toentertijd gold, bepaalt wat volgt: X-14.032-5/11 “Van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot verlening of weigering van de vergunning wordt aan de aanvrager bij ter post aangetekende brief kennis gegeven binnen vijfenzeventig dagen te rekenen vanaf de datum van het ontvangstbewijs”. Artikel 53, § 1, eerste lid van hetzelfde decreet, zoals dit toentertijd gold, bepaalt: “§
  19. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van het schepencollege in beroep gaan bij de bestendige deputatie. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de in artikel 52, § 1, bepaalde termijn kan hij eveneens in beroep gaan. De bestendige Deputatie zendt een afschrift van het beroepschrift binnen vijf dagen na ontvangst aan de gemeente en aan de gemachtigde ambtenaar”. 4.
  20. Opdat een kennisgeving met een ter post aangetekende brief geldig geschiedt, is het voldoende dat de postbode zich aan de woning van de belanghebbende heeft aangemeld en, als hij de brief niet persoonlijk aan de belanghebbende of een gemachtigde heeft kunnen overhandigen, in de brievenbus van de belanghebbende een bericht heeft achtergelaten waarin deze ervan wordt verwittigd dat de brief te zijner beschikking is op het postkantoor. De termijn begint derhalve te lopen de dag waarop het aangetekend schrijven ter woonplaats van de belanghebbende wordt aangeboden. 4.
  21. De verzoekende partijen betwisten niet dat de postbode zich op 2 september 2008 heeft aangeboden aan de Heerbaan 95 te Londerzeel en aldaar een bericht van aangetekende zending heeft achtergelaten. In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partijen voorhouden begint de termijn van dertig dagen niet te lopen vanaf het daadwerkelijk in ontvangst nemen van de beslissing doch vanaf de dag waarop het aangetekend schrijven ter woonplaats van de belanghebbende wordt aangeboden. Het kwam verzoekende partijen toe de brief binnen de door het toentertijd geldende artikel 53, § 1 van het gecoördineerde decreet gestelde termijn van dertig dagen op het postkantoor te gaan afhalen. Het verblijf van de tweede verzoekster in het buitenland maakt op zich geen overmacht uit. X-14.032-6/11 4.
  22. De beroepstermijn nam bijgevolg een aanvang op 2 september
  23. De verwerende partij heeft het door de verzoekende partijen bij aangetekende brief van 20 oktober 2008 ingestelde beroep terecht als laattijdig en onontvankelijk beoordeeld. 4.
  24. In hun laatste memorie vragen de verzoekende partijen het Grondwettelijk Hof te adiëren met de volgende prejudiciële vraag: “Schendt artikel (...) 53 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat de termijn waarover de aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning beschikt om beroep bij de Bestendige Deputatie aan te tekenen ingaat vanaf het ogenblik waarop de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aan de geadresseerde of diens woonplaats per aangetekend schrijven wordt aangeboden, terwijl de termijn voor andere rechtsonderhorigen die een jurisdictioneel beroep wensen in te stellen, pas een aanvang neemt de derde werkdag volgend op die waarop de beslissing aan de postdiensten werd overhandigd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst”? 4.
  25. Er dient vooreerst te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen eerder dan in de laatste memorie in de mogelijkheid waren om de Raad van State te verzoeken de in hun laatste memorie gesuggereerde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof voor te leggen. Het verzoek tot het stellen van een prejudiciële vraag moet omwille van de vereiste van de wapengelijkheid van de procespartijen en om proceseconomische redenen, in limine litis worden geformuleerd, of minstens in het eerste processtuk waarin de bedoelde partijen dit nuttig vermogen te doen, zodat het als dilatoir voorkomt dat partijen, wanneer zij op het einde van de procedure vaststellen, bijvoorbeeld na ontvangst van het auditoraatsverslag, dat zij op grond van een bepaalde wettekst, die van in den beginne in het geding betrokken was, het proces dreigen te verliezen, verzoeken de definitieve behandeling van de zaak nogmaals voor geruime tijd uit te stellen, middels het raadplegen van het Grondwettelijk Hof over die bepaalde wettekst. 4.
  26. Bovendien dient te worden vastgesteld dat de voorgestelde prejudiciële vraag niet relevant is voor de oplossing van het geschil, aangezien X-14.032-7/11 het bewijs van het tegendeel waarnaar in de prejudiciële vraag wordt verwezen en dat refereert aan het bepaalde in artikel 53bis, 2° van het Gerechtelijk Wetboek, betrekking heeft op het aantal dagen dat is verlopen volgend op die waarop de brief aan de postdiensten werd overhandigd, en niet op de dag waarop de geadresseerde deze brief in ontvangst heeft genomen. 4.
  27. Om de hiervoor vermelde redenen wordt niet ingegaan op het verzoek van de verzoekende partijen tot het stellen van de door hen geformuleerde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. 4.
  28. Het middel is niet gegrond. B. Tweede middel Uiteenzetting 4.
  29. In een tweede middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 52, § 1 van het gecoördineerde decreet, en van de artikelen 3 en 16 van het besluit van 28 mei 2004 van de Vlaamse regering betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, “Doordat de bestreden beslissing ervan uitgaat dat de betekening enkel aan het adres van mevrouw VAN ACKER Kelly rechtmatig is gebeurd. Terwijl de aanvraag nochtans zowel op naam van mevrouw VAN ACKER Kelly als op naam van de heer VAN ACKER Christophe werd gedaan, hetgeen immers zeer duidelijk blijkt uit het statistisch dossier, het aanvraagformulier (…) en de plannen (…) waar beide personen op zijn vermeld en de handtekening van beide er ook op voorkomen en het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning de ondertekenaar van de stukken als de aanvrager aanziet. En terwijl de bestreden beslissing van de gemeente dan ook had dienen te zijn betekend aan hun beider woonplaatsen, hetgeen in deze niet is gebeurd. Toelichting. De reden waarom verzoekers de aangetekende zending niet zijn gaan ophalen is te wijten aan de aanwezigheid van mevrouw VAN ACKER Kelly in het buitenland (…) en het feit dat de heer VAN ACKER Christophe niet op het adres te 1840 LONDERZEEL, Heerbaan 95 was X-14.032-8/11 gedomicilieerd (…), maar wél in de Appelstraat 47 te 9300 AALST en dit reeds sedert 15.01.2001, zodat in het licht van dit laatste de betekening enkel aan het adres van mevrouw VAN ACKER Kelly niet rechtmatig is gebeurd”. Beoordeling 4.
  30. In het tweede middel voeren de verzoekende partijen samengevat aan dat het weigeringsbesluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel aan hen beiden afzonderlijk diende te worden betekend terwijl enkel aan het adres van de tweede verzoekster een betekening werd gedaan, en dat de reden waarom de aangetekende zending niet werd afgehaald te verklaren is door de afwezigheid van de tweede verzoekster, die met vakantie was, en het feit dat de eerste verzoeker niet woont aan de Heerbaan 95 te Londerzeel, zijnde het adres waarnaar het weigeringsbesluit werd verstuurd, maar aan de Appelstraat 47 te Aalst. 4.
  31. Vooreerst dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen niet concreet uiteenzetten op welke wijze het bestreden besluit de artikelen 3 en 16 van het besluit van 28 mei 2004 van de Vlaamse regering betreffende de dossiersamenstelling schendt. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. 4.
  32. Voorts blijkt uit de stukken van het dossier dat de verzoekende partijen op het door hen ingevulde aanvraagformulier onder punt “
  33. Vul hieronder het adres in waarop u bereikbaar bent. Naar dit adres sturen wij de beslissing”, het adres Heerbaan 95 te 1840 Londerzeel hebben opgegeven. De beide aanvragers hebben derhalve uitdrukkelijk voor de betekening van de beslissing over de aanvraag woonplaats gekozen op het voormelde adres. Het weigeringsbesluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 augustus 2008 werd dan ook terecht aan de beide aanvragers op dit adres betekend. Het feit dat de eerste verzoeker op een ander adres woont doet aan de voormelde vaststelling geen afbreuk. Voorts maakt, zoals hiervoor reeds gesteld, X-14.032-9/11 het verblijf van de tweede verzoekster in het buitenland op zich geen overmacht uit. 4.
  34. Het tweede middel is ongegrond. C. Derde middel Uiteenzetting 4.
  35. In een derde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de beginselen van behoorlijk bestuur, “te weten de rechten van verdediging”, en van artikel 53, § 1 van het gecoördineerde decreet (hoorplicht), “Doordat de bestreden beslissing ervan uitgaat dat de hoorplicht niet moet worden gerespecteerd wanneer het beroep naar oordeel van de Bestendige Deputatie onontvankelijk is. Terwijl de hoorplicht net impliceert dat de betrokkene het recht heeft om niet enkel te worden gehoord nopens de gegrondheid van het beroep, maar tevens nopens de ontvankelijkheid ervan. Toelichting. Waar de bestreden beslissing er a priori van uitgaat dat het beroep laattijdig is, zonder verzoekers daaromtrent te hebben gehoord, houdt overschrijding in van macht, inzonderheid de schending van art. 53 §1 van voormeld decreet. Het middel is eveneens gegrond”. Beoordeling 4.
  36. Wanneer de deputatie op grond van het toentertijd geldende artikel 53, § 1 van het gecoördineerde decreet over een administratief beroep uitspraak doet, treedt zij op, niet als rechtscollege maar als orgaan van actief bestuur, zodat de verzoekende partijen zich niet kunnen beroepen op een schending van de “rechten van verdediging”. 4.
  37. Uit de beoordeling van het eerste en het tweede middel is gebleken dat deputatie terecht heeft besloten dat het door de verzoekende partijen ingestelde administratief beroep laattijdig en onontvankelijk is. X-14.032-10/11 De verzoekende partijen hebben derhalve geen belang bij het middel, afgeleid uit de schending van de hoorplicht, aangezien de deputatie in geval van vernietiging van het bestreden besluit, hoe dan ook opnieuw zal dienen te besluiten tot de laattijdigheid en onontvankelijkheid van het beroep. 4.
  38. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
  39. De Raad van State verwerpt het beroep.
  40. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.032-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.655 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.