← België

Arrest 208665 - Voedselveiligheid (FAVV) - 04/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.665 Rolnummer: A. 188561/VII-37780 Zaak: Arrest 208665 - Voedselveiligheid (FAVV) - 04/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-16 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.665 van 4 november 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 208.665 van 4 november 2010 in de zaak A. 188.561/VII-37.

  1. In zake: Dominique RICKAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Bottelier kantoor houdend te Kortrijk-Heule Kortrijksestraat 35 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te Brugge-Sint-Kruis Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 25 juli 2008, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna : FAVV) van 30 mei 2008 waarbij het beroep van de verzoeker "tegen het voornemen om zijn inrichting te sluiten als onontvankelijk wordt verworpen". II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 184.299 van 17 juni 2008 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-37/780-1/5 Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Bottelier, die loco advocaat Marc Bottelier verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Nick Verstraete, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. De feiten
  6. De verzoeker heeft een toelating voor het uitoefenen van een niet- ambulante kleinhandel in algemene voeding en voor een "ambulante kleinhandel in andere specifieke voedingsproducten". Hij levert brood aan huis.
  7. Nadat een aantal overtredingen zijn vastgesteld inzake levensmiddelenhygiëne, stelt de verwerende partij bij aangetekend schrijven van 14 mei 2008 de verzoeker in kennis van haar "voornemen om de toelating in te trekken". Wat de beroepsmogelijkheden betreft wordt er verwezen naar artikel 16, § 5, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door de verwerende partij. VII-37/780-2/5
  8. Bij aangetekend schrijven van 22 mei 2008 tekent de verzoeker beroep aan tegen dat "voornemen".
  9. Op 30 mei 2008 verklaart de verwerende partij het beroep onontvankelijk wegens laattijdigheid. Dit is de bestreden beslissing. Deze is als volgt gesteld : "(...) Het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het FAVV, bepaalt in artikel 16 § 5 : (')De Operator beschikt over een periode van vijf dagen om tegen de voorgenomen maatregelen beroep aan te tekenen bij een beroepscommissie, ingesteld bij het Agentschap'. Aangezien onze brief op 14 mei 2008 aan de postdiensten werd overhandigd, is de eerste dag van de termijn van 5 dagen, overeenkomstig artikel 58 bis van het Gerechtelijk Wetboek, 17 mei
  10. U kon dus ten laatste op 21 mei 2008 beroep aantekenen tegen de beslissing van 14 mei
  11. Op basis van deze vaststelling is uw beroep, ingesteld bij vermelde brief van 22 mei 2008, bijgevolg onontvankelijk en zal de voorgenomen intrekking van de toelating effectief ingaan en dit met onmiddellijke ingang. Vanaf de datum waarop u deze beslissing wordt meegedeeld, mag u in of vanuit uw inrichting geen enkele activiteit meer uitoefenen die onder de controlebevoegdheid van het FAVV valt. (...)".
  12. Op 5 juni 2008 dient de verzoeker een nieuwe aanvraag in, waarna hij op 6 juni 2008 de toelating verkrijgt. IV. De ontvankelijkheid Standpunt van de partijen In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie onder meer op dat de verzoeker ingevolge de nieuwe vergunning niet meer beschikt over het bij het voorliggend annulatieberoep vereiste belang. De verzoeker betoogt dienaangaande in de memorie van wederantwoord "dat hij naast materiële schade, bestaande uit het volledig wegvallen van zijn inkomsten evenals een terugval van zijn cliënteel ingevolge de sluiting, bovendien morele schade geleden heeft en nog lijdt". VII-37/780-3/5 Beoordeling Wanneer een verzoeker geconfronteerd wordt met een exceptie van gebrek aan belang, komt het hem toe om klaar en duidelijk standpunt in te nemen. Hij moet daarvoor precieze redenen geven. In de memorie van wederantwoord stelt de verzoeker "dat hij naast materiële schade, bestaande in het volledig wegvallen van zijn inkomsten evenals een terugval van zijn cliënteel ingevolge de sluiting bovendien morele schade geleden heeft en nog lijdt". De verzoeker beweert wel dat hij naast materiële ook morele schade lijdt, maar hij toont niet aan waarin die schade, die hij zou hebben geleden ten gevolge van een korte tijdelijke onmogelijkheid om zijn beroep uit te oefenen, precies bestaat. Te dezen slaagt de verzoeker er niet in de twijfel weg te nemen die omtrent zijn belang is gerezen. De exceptie is gegrond en het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. VII-37/780-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-37/780-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.665 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.299 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.