id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.668 Rolnummer: A. 183199/VII-37734 Zaak: Arrest 208668 - Kansspelen - 04/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-16 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.668 van 4 november 2010 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 208.668 van 4 november 2010 in de zaak A. 183.199/VII-37.
- In zake : Frans GORIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Benny Welkenhuysen kantoor houdend te Lubbeek Staatsbaan 168 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie
- de KANSSPELCOMMISSIE bij de federale overheidsdienst Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 mei 2007, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de kansspelcommissie van 18 april 2007 houdende intrekking van de vergunning klasse C voor de uitbating van een kansspelinrichting klasse III, gelegen aan de Tiensestraat te Leuven. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 175.247 van 2 oktober 2007 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-37.734-1/5 De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Filip Vincke, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partijen, is gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 4 september 2002 is aan de verzoeker een vergunning klasse C verleend voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse III, gelegen aan de Tiensestraat te Leuven. VII-37.734-2/5 3.
- De vergunning wordt op 30 juni 2004 ingetrokken door de kansspelcommissie omdat uit controles is gebleken dat in verzoekers inrichting "enkel drank kan worden verkregen uit café Universum, gelegen op de benedenverdieping". 3.
- Op 10 januari 2007 trekt de kansspelcommissie haar beslissing van 30 juni 2004 in. 3.
- Op dezelfde datum beslist de kansspelcommissie om opnieuw een sanctieprocedure tegen de verzoeker te starten. 3.
- Met een aangetekende brief van 5 februari 2007 wordt de verzoeker uitgenodigd om zijn verweermiddelen in te dienen. Op 15 februari 2007 gaat de raadsman van de verzoeker op die uitnodiging in. 3.
- Met de thans bestreden beslissing van 18 april 2007 trekt de kansspelcommissie opnieuw de aan de verzoeker verleende vergunning klasse C in. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- In de memorie van antwoord werpen de verwerende partijen op dat het beroep als niet-ontvankelijk moet worden afgewezen wegens het ontbreken van het vereiste actueel belang in hoofde van de verzoeker. Met de bestreden beslissing wordt namelijk een vergunning klasse C ingetrokken die geldig was tot 4 september
- Het verstrijken van de geldigheidsduur van de ingetrokken vergunning, brengt mee dat de verzoeker geen actueel belang meer heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing.
- In zijn memorie van wederantwoord en laatste memorie wijst de verzoeker erop dat hij nog steeds een "erg groot belang" heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing met het oog op een na een VII-37.734-3/5 annulatiearrest in te leiden procedure om schadevergoeding te verkrijgen voor de geleden winstderving. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de Raad van State worden gebracht door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang. De verzoekende partij moet doen blijken van het rechtens vereiste, rechtstreeks, persoonlijk, zeker en actueel belang bij de gevraagde vernietiging. Het belang waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en zij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar de verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging haar een concreet voordeel oplevert. Dit voordeel moet in principe meer zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing. De finaliteit van het vernietigingscontentieux bestaat erin onwettige rechtshandelingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde te bannen. Het ingeroepen belang dient in relatie tot die finaliteit te staan. Te dezen voert de verzoeker geen actueel belang aan dat gericht is op het verkrijgen van een uitvoerbare vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting. Het belang dat er louter in bestaat een individuele administratieve rechtshandeling bij arrest onwettig te horen verklaren, om vervolgens op grond van deze, met gezag van gewijsde beklede uitspraak, een vordering tot schadevergoeding voor de gewone rechter beter te kunnen ondersteunen, is geen belang dat verbonden is aan de nietigverklaring of aan het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, maar een belang dat er VII-37.734-4/5 uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren. Een dusdanig belang is een onrechtstreeks belang. Een louter onrechtstreeks belang volstaat niet om een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring in te stellen of om een ingesteld beroep ontvankelijk te houden. Overigens kan ook de gewone rechter die gevat is om uitspraak te doen over de vordering tot schadevergoeding de fout van de overheid vaststellen. Het louter gelijk krijgen op zich wettigt niet de gevraagde vernietiging. De exceptie is gegrond. Er dient te worden besloten tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.734-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.668 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.247 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.