← België

Arrest 208672 - Milieuvergunningen - 04/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.672 Rolnummer: A. 196687/VII-37816 Zaak: Arrest 208672 - Milieuvergunningen - 04/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-16 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.672 van 4 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 208.672 van 4 november 2010 in de zaak A. 196.687/VII-37.816. In zake : de GEMEENTE SCHOTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Van Wesemael kantoor houdend te Brussel Louizalaan 137, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te Avelgem Kasteelstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV CASABLANCA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hugo Sebreghts en Floris Sebreghts kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 4 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 1 april 2010 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 25 juni 2009, houdende het verlenen aan de NV Casablanca van de milieuvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een skipiste, gelegen aan de Wouwerstraat 15 VII-37.816-1/12 te Schilde, ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2010. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ann Dockx, die loco advocaat Philippe Van Wesemael verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaten Hugo Sebreghts en Floris Sebreghts, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De NV Casablanca exploiteert een skipiste aan de Wouwerstraat 15 te Schilde. 3.2. Op 28 september 2006 wordt aan de NV Casablanca een VII-37.816-2/12 gedeeltelijk positief planologisch attest afgegeven onder de volgende voorwaarden : "- Het behoud en de renovatie van de skipiste alsook de uitbreiding met een terras, een speeltuin, de verbinding tussen clubhuis en de berging (regularisatie) zijn aanvaardbaar; een beperkte uitbreiding, waarbij een zone in het RUP kan voorzien worden waarbinnen een beperkte uitbreiding in functie van de optimalisatie van de werking van de skipiste mogelijk is, kan eveneens worden aanvaard. - De parkings en toegangsweg ten westen van de skipiste kunnen niet worden aanvaard. De parking ten noorden van (

  1. de)skipiste kan wel worden aanvaard. - De parkings ten oosten van de Wouwerstraat kunnen worden aanvaard, mits deze landschappelijk worden geïntegreerd a.d.h. van voldoende intern groen en buffers en onder de voorwaarde dat deze slechts worden voorzien tot een zelfde diepte als de aanpalende paardenfokkerij. - Het behoud van de bestaande onvergunde tennisterreinen en langlaufpiste kunnen niet worden aanvaard. - Het terrein kan enkel een bestemming krijgen in functie van de huidige activiteiten en overeenkomstig het huidig volume. Andere activiteiten kunnen niet worden toegelaten. - Het advies van de brandweer dient stipt te worden nageleefd". 3.3. Op 25 september 2007 dient de NV Casablanca een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag in voor het bouwen van een skipiste na het saneren en verbouwen van de bestaande piste. Blijkbaar werd over deze aanvraag geen beslissing ten gronde genomen. In een later besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 22 december 2009 lezen we hieromtrent : "Op 25 september 2007 werd een eerste ontvangstbewijs afgegeven voor plannen die een veel grotere piste voorzagen (met een gedeelte naast de hoofdpiste). Adviezen werden gevraagd en een openbaar onderzoek werd gehouden. De gemeente nam evenwel geen beslissing. De aanvragers dienden vervolgens een beperktere aanvraag in. Een ontvangstbewijs werd afgeleverd op 9 februari 2009. Er werden eveneens adviezen gevraagd en een openbaar onderzoek georganiseerd. Op 17 juni 2009 werd beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing". VII-37.816-3/12 3.4. Zoals hierboven aangegeven heeft de NV Casablanca een tweede stedenbouwkundige vergunningsaanvraag ingediend waarvoor op 9 februari 2009 een ontvangstbewijs werd afgegeven. De gewijzigde plannen dragen de datum van 19 december 2008. De gemeente Schilde neemt geen beslissing over de aanvraag, waardoor de vergunning geacht moet worden te zijn geweigerd. Op 17 juni 2009 dient de NV Casablanca bij de deputatie van de provincie Antwerpen beroep in tegen de stilzwijgende weigering van de vergunning en met een besluit van 22 december 2009 willigt de deputatie van de provincie Antwerpen het beroep in. De stedenbouwkundige vergunning wordt onder voorwaarden verleend. 3.5. Op 21 oktober 2009 stelt de provincieraad van Antwerpen het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : PRUP) Casablanca voorlopig vast. Het PRUP wordt door de provincieraad van Antwerpen definitief goedgekeurd op 24 juni 2010. 3.6. Intussen werd op 23 december 2008 de milieuvergunningsaanvraag ingediend die uiteindelijk zal leiden tot de thans bestreden beslissing. Het voorwerp van die aanvraag betreft het verder exploiteren en veranderen van de skipiste. 3.7. Met een besluit van 25 juni 2009 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen de gevraagde milieuvergunning voor een termijn van twintig jaar. Tevens wordt akte genomen van een aantal klasse 3-inrichtingen. De vergunning wordt afhankelijk gesteld van de naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, alsook van een reeks bijzondere milieuvoorwaarden. In het vergunningsbesluit staat onder meer te lezen "dat het stedenbouwkundig aspect dient te worden uitgeklaard in de stedenbouwkundige vergunningsprocedure". 3.8. Tegen voormeld besluit stellen de VZW Vereniging van VII-37.816-4/12 Schotenhof, de VZW Aktiecomitee Red de Voorkempen, een aantal omwonenden, het agentschap R-O Vlaanderen (gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar) en de gemeente Schoten beroep in bij de Vlaamse regering. 3.9. In het kader van de beroepsprocedure worden verschillende adviezen verleend :
  2. a)de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid adviseert op 27 augustus 2009 ongunstig over de aanvraag;
  3. b)de afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij is van oordeel dat zij naar aanleiding van het beroepschrift geen verder advies dient te verlenen;
  4. c)de afdeling Toezicht Volksgezondheid brengt eveneens ter kennis dat zij zich onthoudt van enig advies;
  5. d)op 6 oktober 2009 verleent de afdeling Milieuvergunningen gunstig advies over de aanvraag;
  6. e)de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie stelt op 13 oktober 2009 voor om de ingediende beroepen gegrond te verklaren en de beroepen beslissing van 25 juni 2009 op te heffen. Dat advies steunt voornamelijk op stedenbouwkundige bezwaren. 3.10. Ter weerlegging van het ongunstig advies van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie dient de aanvrager van de vergunning op 30 december 2009 een nota in bij de Vlaamse minister. 3.11. Op verzoek van de minister brengt de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid op 25 maart 2010 nogmaals advies uit. 3.12. Met een brief van 3 februari 2010 laat de raadsman van een aantal omwonenden aan de afdeling Milieuvergunningen weten dat een nieuwe aanvraag werd ingediend tot het verkrijgen van een tijdelijke milieuvergunning, wat leidde tot een besluit van het college van burgemeester en schepenen van de VII-37.816-5/12 gemeente Schilde van 14 december 2009 waarbij een milieuvergunning werd verleend en waartegen een bestuurlijk beroep werd ingesteld. In de brief wordt gesteld dat, gelet op de nieuwe aanvraag en de intussen verleende vergunning, de minister volgens de rechtspraak van de Raad van State zal moeten vaststellen dat de aanvrager geacht moet worden te hebben verzaakt aan zijn eerdere aanvraag. 3.13. Op 1 april 2010 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur het thans bestreden besluit waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 25 juni 2009 ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing integraal wordt bevestigd. IV. Tussenkomst 4. Met een op 25 juni 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Casablanca om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Ontvankelijkheid van de vordering 5. De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten dat het verzoekend gemeentebestuur beschikt over het in rechte vereiste belang. Voorts werpt de verwerende partij op dat de verzoekende partij niet correct in rechte is getreden. 6. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringen zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. VII-37.816-6/12 VI. Onderzoek van de vordering 7. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 8. Met betrekking tot de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zet de verzoekende partij in haar verzoekschrift het volgende uiteen : "1. Een openbaar bestuur ondergaat een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wanneer de bestreden beslissing de uitoefening van de bevoegdheden en opdracht van dat bestuur verhindert of ernstig bemoeilijkt. Verzoekster meent dat de bestreden beslissing een ingrijpende invloed heeft op de uitoefening van haar beleid en de vervulling van de haar toegewezen opdrachten. Bij niet-schorsing van de bestreden beslissing is de NV Casablanca gemachtigd om de bestaande ski-activiteiten aanzienlijk uit te breiden. Het kan niet betwist worden dat deze uitbreidingen en verbouwingen geschieden in natuurgebied, naast landschappelijk waardevol agrarisch gebied en bosgebied, zijnde ruimtelijk kwetsbare gebieden. Conform artikel 13 van het Inrichtings-KB van 28 december 1972 zijn groengebieden bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. Hieruit blijkt duidelijk het beschermenswaardig karakter van een dergelijk gebied. Bij uitvoering van de exploitatie zal verzoekster op de grens van haar grondgebied worden geconfronteerd met een zeer volumineus bouwwerk, dat een verregaande impact heeft op het omliggende landschap. Deze uitbreiding biedt geen enkele meerwaarde. 2. Bovendien ligt de niet-verharde toegangsweg naar het complex op het grondgebied van verzoekster. Uit de stukken van het dossier en uit de aanvraag zelf blijkt dat er zich wel degelijk een groot probleem inzake mobiliteit stelt dat enkel kan worden verholpen door een wijziging van de doelgroep, t.t.z. personen die langer op de piste zouden blijven. Dit voornemen is uiteraard louter hypothetisch en zelfs utopisch, want niet VII-37.816-7/12 afdwingbaar. Men kan immers moeilijk bezoekers van de skipiste verplichten om een ganse of halve dag ter plaatse te blijven. Verzoekster heeft dit zelf ook aangekaart in een ongunstig advies dd. 17 maart 2009 dat zij heeft uitgebracht n.a.v. de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning waarbij er werd op gewezen dat de verkeersbewegingen moeten geraamd worden op 1.414 en dit op een weg van amper 4,14 meter breed. De bestreden milieuvergunning verhelpt hier niets aan. Deze inrichting trekt jaarlijks, volgens de eigen cijfers van de NV Casablanca, meerdere tienduizenden bezoekers aan. Het aan- en afrijden van bezoekers van de piste, personeel en leveranciers zorgt daarbij ook voor lawaai, vervuiling en opstopping van de kleine wegen op het grondgebied van verzoekster die immers niet toegerust zijn op de opvang van een massa aan bezoekers. Verzoekster zal zodoende op haar grondgebied worden geconfronteerd met ellenlange opstoppingen door het verkeersinfarct dat de skipiste veroorzaakt, vooral aan de smalle Wouwerstraat. Het project waarvoor de machtiging gevraagd wordt heeft een negatieve impact op de mobiliteit, de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid op het grondgebied van verzoekster. Hierboven werd reeds herhaaldelijk aangehaald dat deze problematiek veelvuldig werd gesignaleerd in de verschillende adviezen die werden uitgebracht, waaronder het advies van verzoekster zelf. Hierdoor komt de rust en de veiligheid op de openbare wegen en daarmee ook het welzijn van de burgers in de gemeente in het gedrang, waardoor tevens de verantwoordelijkheid van verzoekster in het gedrang komt. Er wordt negatief ingegrepen op domeinen die ontegensprekelijk tot de bevoegdheid van verzoekster behoren. Verzoekster heeft immers tot taak te waken over het welzijn van de burgers, te zorgen voor een duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied en zorg te dragen voor een goede politie met het oog op het garanderen van de rust en de veiligheid op de wegen. Door de bestreden beslissing wordt de uitoefening van deze bestuursopdracht van verzoekster bemoeilijkt. Verzoekster kan haar door het gemeentedecreet en de nieuwe gemeentewet toegekende taken niet zorgvuldig uitoefenen. 3. Mobiliteitsproblemen en verkeershinder zijn door de Raad van State reeds meermaals erkend als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verkeersdruk, verkeersoverlast, moeilijke verkeersdoorstroming en verkeersonveiligheid zijn ernstige nadelen. Zij zijn ook moeilijk te herstellen. De verschillende ernstige verkeersproblemen die zullen ontstaan, kunnen niet, laat staan alleen door verzoekster worden opgelost en al zeker niet op korte termijn. Er ontstaat met andere woorden een verkeersveiligheidsprobleem op het gemeentelijk grondgebied dat als een voldongen feit wordt opgedrongen, terwijl verzoekster wel de verantwoordelijkheid heeft om in te staan voor de VII-37.816-8/12 verkeersleefbaarheid op haar grondgebied. Verzoekster wenst geen verkeersoverlast, verkeersonleefbaarheid en al zeker geen verkeersslachtoffers ten gevolge van verkeersonveilige en verkeersonleefbare situaties. Hiervoor zorg dragen is één van de kerntaken van verzoekster. Het afbreuk doen aan deze kerntaak is alleszins een ernstig nadeel. 4. Tevens doorkruist de exploitatie het trage wegennetwerk van de gemeente Schoten. De vele verkeersbewegingen zullen verhinderen dat wandelaars en fietsers nog gebruik zullen kunnen maken van deze weg. Het gebied heeft een grote maatschappelijke waarde wegens het gebruik dat ervan wordt gemaakt door fietsers, wandelaars en verenigingen (vgl. R.v.St., gemeente Borsbeek, nr. 142.418 van 21 maart 2005). De natuurwaarden op en rondom de piste en langsheen het Klein Schijn, die het in het verleden reeds zwaar te verduren hebben gekregen, zullen onherroepelijk aangetast worden. De groene en rustige omgeving van de piste zal door de uitvoering van de met het bestreden besluit afgeleverde exploitatievergunning verdwijnen. Verzoekster toont concreet aan welk ruimtelijk en economisch beleid zij wenst te voeren. Het betreft duidelijk een persoonlijk nadeel en geen nadeel in hoofde van de inwoners. Het aangevoerde nadeel is moeilijk te herstellen eens de milieuvergunning ten uitvoer is gelegd. De gewenste beleidsopties worden voor een lange periode onmogelijk gemaakt. De aantasting van de natuurwaarden op het grondgebied van de gemeente kan niet achteraf ongedaan worden gemaakt". Beoordeling 9. Luidens artikel 8, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het enig verzoekschrift houdende een vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel zeer concrete gegevens overleggen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is en het voor de tegenpartij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de VII-37.816-9/12 verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen. Dit houdt in dat de verzoekende partij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing veroorzaakt. Voor een openbare overheid als de verzoekende partij is het bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste nadeel persoonlijk indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid is belast, verhindert of in ernstige mate bemoeilijkt. Het nadeel van een gemeente kan dan ook niet worden gelijkgesteld met het nadeel dat haar inwoners lijden. In het auditoraatsverslag wordt het beweerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt beoordeeld : "(…) Verzoekster stelt dat de uitoefening van haar beleid ingrijpend zal worden beïnvloed. Zij wijst erop dat de verbouwingen en uitbreidingen zullen geschieden in ruimtelijk kwestbare gebieden, en lijkt aldus aan te voeren dat haar beleid inzake de ruimtelijke ordening zal worden doorkruist. Het dient gezegd dat verzoekster op dit punt niet zeer duidelijk en concreet is. Zij verduidelijk niet welk beleid zij m.b.t. het betrokken gebied wil voeren. Een ruimtelijk ordeningsbeleid is normalerwijze neergelegd in beleidsdocumenten, in de eerste plaats het ruimtelijk structuurplan. Verzoekster verschaft hierover geen informatie noch legt zij stukken daaromtrent neer. Bovendien ligt de skipiste zoals gezegd niet op het grondgebied van verzoekster. (…) Verzoekster stelt dat de niet verharde toegangsweg op haar grondgebied ligt, maar zoals reeds aangegeven lijkt dit niet te kloppen vermits de Wouwerstraat op het grondgebied van de gemeente Schilde ligt. De beweerde mobiliteitsproblemen in de Wouwerstraat doen zich dan ook niet voor op het grondgebied van verzoekster. De Wouwerstraat is een doodlopende straat die uitgeeft op de Botermelkbaan, doch verzoekster signaleert geen bijzondere problemen op de Botermelkbaan. Vermits de Wouwerstraat een doodlopende straat is valt niet direct in te zien hoe een negatieve verkeersimpact zich eventueel kan voordoen op het grondgebied van verzoekster. (…) Volgens verzoekster zal de skipiste veel verkeer genereren, wat tot een opstopping van de kleine wegen op haar grondgebied zal leiden. Verzoekster preciseert evenwel niet welke wegen er dan opgestopt zullen geraken en gelet op de plaatselijke constellatie valt niet direct in te zien om welke wegen het dan wel zou kunnen gaan, behalve de Wouwerstraat die niet op verzoeksters grondgebied ligt. (…) Zelfs al zou de bestreden beslissing een negatieve impact hebben op het VII-37.816-10/12 verkeersbeleid van verzoekster, dan nog belet niets verzoekster om in de gegeven omstandigheden en naar best vermogen een verkeersbeleid te voeren. Beleid houdt ook in dat wordt ingespeeld op bepaalde situaties. Een gemeentebestuur kan zijn bevoegdheden op het vlak van verkeer en mobiliteit uitoefenen om de verkeersafwikkeling en de parkeerproblematiek die zouden gepaard gaan met de uitbating van een hinderlijke inrichting aan te pakken. (…) Verzoekster geeft geen enkele precisering omtrent het trage wegennetwerk van de gemeente Schoten en zij brengt hieromtrent geen stavingsstukken bij. De meeste verkeersproblemen worden blijkbaar gevreesd in de Wouwerstraat, maar die ligt niet op verzoeksters grondgebied en bovendien loopt zij dood, zodat het allerminst voor de hand ligt dat zij door vele wandelaars en fietsers zal worden aangedaan. (…) Het beschermen van de veiligheid van de inwoners (zoals verkeersveiligheid) behoort tot de normale bestuursopdrachten van de gemeente en hierin kan geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden gezien. (…) Dat de gemeente aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor de negatieve gevolgen van de verkeersproblematiek vormt geen overtuigend argument. Zoals gezegd zal de beweerde verkeersproblematiek zich voordoen op het grondgebied van de gemeente Schoten. Bovendien is het niet verzoekster die de bestreden beslissing nam. Zij doet er integendeel alles aan om de komst van de skipiste te vermijden, zoals het instellen van een bestuurlijk beroep tegen de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning, het instellen van een annulatieberoep tegen de milieuvergunning en het instellen van een beroep bij de Raad voor Vergunningenbetwistingen tegen de stedenbouwkundige vergunning. Men kan dan ook niet stellen dat zij heeft bijgedragen tot de eventuele negatieve gevolgen die uit de bestreden beslissing zouden voortvloeien. Tenslotte moet nog worden onderstreept dat, zelfs al zou de aansprakelijkheid van de verzoekende partij hier in het geding zijn, het hier in de eerste plaats om een financieel nadeel gaat dat in principe kan worden hersteld". Ter terechtzitting worden de feitelijke vaststellingen en de conclusies van het auditoraat, die gesteund zijn op de concrete gegevens van de zaak, niet betwist. In de gegeven omstandigheden kan de Raad van State ermee volstaan de aangehaalde beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel volledig bij te treden. 10. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. VII-37.816-11/12 Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING 1. Het verzoek van de NV Casablanca tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.816-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.672 Gerelateerde publicatie(
  7. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.160 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.