id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.698 Rolnummer: A. 184774/VII-37744 Zaak: Arrest 208698 - Bevolkingsregister - 04/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-16 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.698 van 4 november 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 208.698 van 4 november 2010 in de zaak A. 184.774/VII-37.
- In zake: Walter MOELANTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Janssens kantoor houdend te Temse Nijsstraat 6 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken Tussenkomende partij: Rita GROENWALS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Janssens kantoor houdend te Temse Nijsstraat 6 A bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken van 27 april 2007 (III.21/723/2.376/06) om Walter Moelants op datum van 24 augustus 2006 in te schrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Temse, Prinsenlaan 11, als één gezin vormend met Rita Groenwals, komende van de Statiestraat 50 te Antwerpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-37.744-1/9 De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 27 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Bart Weekers heeft een verslag opgesteld. De verzoeker en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 oktober
- Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Attaché Frank Verduyn, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De sociale huisvestingsmaatschappij Bouwmaatschappij van Temse is eigenaar van een sociale woning, gelegen aan de Prinsenlaan 11 te Temse, die zij verhuurt aan de tussenkomende partij. 3.
- Naar aanleiding van een schrijven van deze bouwmaatschappij van 21 maart 2006 inzake het verblijf van de verzoeker op dit adres, stelt de Algemene Directie Instellingen en Bevolking van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (hierna : FOD Binnenlandse Zaken) een onderzoek in naar zijn verblijfstoestand die sinds 23 september 2003 staat ingeschreven aan de Statiestraat 50 te Antwerpen. VII-37.744-2/9 3.
- In zijn verslag van 14 november 2006 stelt de bevolkingsinspecteur van de FOD Binnenlandse Zaken voor om de verzoeker op datum van 24 augustus 2006 in te schrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Temse, Prinsenlaan 11, als niet-verwant in het gezin van de tussenkomende partij. 3.
- Na een bijkomend onderzoek, wordt op 15 januari 2007 aan de verzoeker, aan de tussenkomende partij, aan de burgemeesters van de gemeente Temse en de stad Antwerpen en aan de Bouwmaatschappij van Temse, het resultaat van het bevolkingsonderzoek meegedeeld en het voorstel om de verzoeker op datum van 24 augustus 2006 in te schrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Temse, Prinsenlaan 11, als niet-verwant in het gezin van de tussenkomende partij. Er wordt tevens gewezen op het recht om, na schriftelijke aanvraag, het administratief dossier in te zien en/of op het hoofdbestuur te worden gehoord door de ambtenaar die gemachtigd is om de beslissing te nemen en op de mogelijkheid om opmerkingen of nieuwe gegevens die de voorgestelde beslissing zouden kunnen wijzigen, binnen vijftien dagen schriftelijk mee te delen. 3.
- De verzoeker maakt bij brief van 22 januari 2007 zijn bezwaren kenbaar en maakt geen gebruik van de mogelijkheid om gebeurlijk nieuwe gegevens mede te delen of om te worden gehoord. 3.
- Op 27 april 2007 neemt de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken het thans bestreden besluit dat de verplichting oplegt om de verzoeker op datum van 24 augustus 2006 in te schrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Temse, Prinsenlaan 11, als één gezin vormend met de tussenkomende partij, komende van de Statiestraat 50 te Antwerpen. Bij schrijven van 23 mei 2007 stelt de FOD Binnenlandse Zaken de burgemeester van de gemeente Temse in kennis van deze beslissing en verzoekt zij hem uitvoering eraan te geven, alsook om een integraal afschrift van de beslissing naar de verzoeker en de tussenkomende partij te zenden. De FOD Binnenlandse Zaken zendt eveneens een afschrift van de beslissing, met een verzoek tot uitvoering, aan de burgemeester van de stad Antwerpen. VII-37.744-3/9 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen doordat het bestreden besluit volgens hem niet vermeldt waar de diensten van de FOD Binnenlandse Zaken gevestigd zijn waardoor onduidelijkheid, verwarring en onzekerheid zouden zijn veroorzaakt en hij niet met zekerheid kan voldoen aan de eisen gesteld in artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
- De verwerende partij antwoordt dat de bewering van de verzoeker dat het voor hem niet duidelijk is wat de vestigingsplaats is van haar diensten, niet geloofwaardig is en dat de verzoeker in de aanhef van zijn verzoekschrift wel het juiste adres van de vestigingsplaats van haar diensten weergeeft. Zij stelt ook dat de verzoeker geen belang heeft bij dit middel omdat niet duidelijk is in welke mate de niet-vermelding van het adres van de vestigingsplaats van haar diensten voor hem griefhoudend kan zijn.
- De verzoeker repliceert dat hij enkel rekening moet houden met hetgeen hem is betekend en stelt dat de verwerende partij toegeeft dat het bestreden besluit geen melding maakt van het adres van haar diensten.
- De tussenkomende partij sluit zich aan bij de argumentatie van de verzoeker. Beoordeling
- De verzoeker heeft de rechtsmiddelen uitgeoefend die hem ter beschikking staan. Het verzoekschrift tot nietigverklaring en het verzoekschrift tot tussenkomst zijn ontvankelijk, zodat het eerste middel niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang. VII-37.744-4/9 B. Tweede middel Standpunt van de partijen
- In een tweede middel voert de verzoeker overschrijding of afwending van macht aan omdat het bestreden besluit de toepassing inroept van artikel 1, § 1, 1/, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, van artikel 16, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister en van de omzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, deel I nrs. 11, 65, 66, 1/ en 2/. De verzoeker haalt de volgende argumenten aan om aan te tonen dat hij niet woont te Temse, Prinsenlaan 11: hij zou sinds 23 september 2003 wonen op het adres dat zijn identiteitskaart vermeldt, te weten Antwerpen, Statiestraat 50; hij beschikt over een huurovereenkomst, lopende van 1 december 2006 tot 30 november 2009, voor een studio aan de Herentalsebaan 267, bus 6 te Deurne en zijn verblijf daar zou blijken uit een aantal feitelijke omstandigheden; zijn regelmatig verblijf aan de Prinsenlaan 11 zou te verklaren zijn doordat hij zijn dochter daar regelmatig komt bezoeken alsook zijn moeder, broer en neef die ook in Temse wonen; hij zou enkel van februari tot september 2003 aan de Prinsenlaan 11 gewoond hebben en hij verwijst ten slotte naar een politieverslag van 5 mei 2006 waarin de tussenkomende partij verklaart dat hij "daar veel is, maar daar soms ook niet is".
- De verwerende partij antwoordt dat het bestreden besluit steun vindt in inspectie- en politieverslagen. Zij wijst op verscheidene gegevens die zouden aantonen dat de verzoeker zijn hoofdverblijf niet heeft op drie te Antwerpen gelegen adressen, maar wel aan de Prinsenlaan 11 te Temse en op de pogingen van de verzoeker, die hij sinds juni 2006 heeft ondernomen, om een inschrijving te Temse te verhinderen. Met betrekking tot de reeds genoemde feitelijke omstandigheden antwoordt de verwerende partij dat de verzoeker geen bewijs levert voor een hoofdverblijf te Deurne, Herentalsebaan 267, bus 6, dat gesloten contracten op zich niets bewijzen, dat de huurprijs van 175 euro per maand het gangbare bedrag is voor het huren van een postadres, dat indien de verzoeker daadwerkelijk het merendeel van de tijd aan te treffen is op het adres van zijn dochter en van de VII-37.744-5/9 tussenkomende partij, hij dan niet kan blijven volhouden aldaar niet zijn hoofdverblijf te hebben, dat het bestreden besluit niet wezenlijk is gebaseerd op de inhoud van de brief van de Bouwmaatschappij, dat de tussenkomende partij niet onbevooroordeeld is en dat haar verklaring in het politieverslag van 5 mei 2006 strijdig is met vier onderling gelijkluidende verklaringen van omwonenden.
- De verzoeker repliceert dat hij de nodige argumentatie en stukken heeft aangevoerd, waaruit blijkt dat hij zijn hoofdverblijf heeft in de studio aan de Herentalsebaan 267, bus 6 te Deurne, dat het bestreden besluit wezenlijk steunt op de inhoud van het schrijven van de Bouwmaatschappij en dat de verklaringen van de buurman en buurvrouw nietszeggend zijn.
- De tussenkomende partij heeft een gelijkluidende argumentatie als deze van de verzoeker en sluit zich daar ook bij aan. Beoordeling
- De vaststelling van de hoofdverblijfplaats van een persoon is een louter feitelijke aangelegenheid. De Raad van State dient alleen na te gaan of het bevolkingsonderzoek voldoende zorgvuldig verzamelde gegevens heeft opgeleverd die aantonen dat de verzoeker zijn hoofdverblijfplaats heeft aan de Prinsenlaan 11 te Temse. 13.
- Met betrekking tot het door de verzoeker en de tussenkomende partij bestreden hoofdverblijf van de verzoeker in Temse in de periode van 24 augustus 2006 tot aan het nemen van het bestreden besluit, blijkt uit verklaringen, controles en verslagen van het administratief dossier dat de verzoeker in die periode zeer veel in de Prinsenlaan 11 was en er bleef overnachten, dat de buren van de Prinsenlaan 11 en de uitbater van de taverne op het gelijkvloers van het pand te Antwerpen, Statiestraat 50, verklaren dat de verzoeker aan de Prinsenlaan 11 verblijft, dat bij verscheidene controles blijkt dat het voertuig van de verzoeker 's nachts in de omgeving van de Prinsenlaan 11 staat en dat de verzoeker verscheidene keren aangifte heeft gedaan van de overbrenging van zijn hoofdverblijfplaats naar een, telkens verschillend, adres tijdens de periode van het bevolkingsonderzoek. De Raad van State stelt vast dat veelvuldige bezoeken van de verzoeker aan zijn dochter en andere familieleden te Temse niet van aard zijn om VII-37.744-6/9 een hoofdverblijf te Temse tegen te spreken of de beweerde verblijven te Antwerpen en Deurne te bevestigen, dat de tussenkomende partij er belang bij heeft om het hoofdverblijf van de verzoeker niet aan de Prinsenlaan 11 te Temse vastgesteld te zien en bijgevolg geen onverdachte bron is, dat de inspecteur van de politie na een langere vaststellingsperiode vermoedt dat de verzoeker in de elf gecontroleerde nachten telkens bij zijn vriendin te Temse aanwezig was en dat niet wordt aangetoond dat het schrijven van de Bouwmaatschappij van 21 maart 2006 meer zou zijn dan een aanleiding tot het onderzoek. Het administratief dossier geeft aldus blijk van zowel eigen verklaringen van de verzoeker en de tussenkomende partij, van besluiten getrokken door de politie en de bevolkingsinspecteur op basis van eigen onderzoek en vaststellingen, die wijzen in de richting van een hoofdverblijf aan de Prinsenlaan 11 te Temse en die een voldoende objectief, feitelijk bewijs vormen dat de verzoeker hoofdverblijf had op dit adres vanaf minstens 24 augustus
- Geen van de door de verzoeker en de tussenkomende partij aangevoerde gegevens is van aard om aan te tonen dat het bestreden besluit, de materiële motiveringsplicht schendt door het hoofdverblijf van de verzoeker, met ingang van 24 augustus 2006, aan de Prinsenlaan 11 te Temse te situeren. 13.
- Met betrekking tot het door de verzoeker en de tussenkomende partij beweerde hoofdverblijf van de verzoeker in Antwerpen in de periode van 24 augustus 2006 tot 22 november 2006, blijkt uit het administratief dossier dat de bevolkingsinspecteur op 24 augustus 2006 bij de bevolkingsdienst vernomen heeft dat de verzoeker, wat het adres Antwerpen, Statiestraat 50 betreft, recentelijk aangifte had gedaan van adreswijziging voor het adres Van Geertstraat 1 te Antwerpen. Bij een plaatsbezoek op 11 september 2006, verneemt de bevolkingsinspecteur van de uitbater van de op het gelijkvloers van het adres Antwerpen, Statiestraat 50, gelegen taverne, dat het huurcontract is opgezegd in mei 2006 en dat de verzoeker momenteel te Temse woont. De politie heeft op respectievelijk 17 mei 2006 en 20 juli 2006 ook negatieve vaststellingen daaromtrent gedaan. De loutere bewering te wonen op het adres "dat de identiteitskaart vermeldt", is niet van aard om aan te tonen dat het bestreden besluit de materiële motiveringsplicht zou schenden. De bewering van de verzoeker en de tussenkomende partij is immers strijdig met een verklaring van de bevolkingsdienst, met informatie ingewonnen tijdens een plaatsbezoek, met een verklaring van de VII-37.744-7/9 politie en met de resultaten van het onderzoek te Temse die samen het afdoende bewijs leveren dat de verzoeker geen hoofdverblijf had in Antwerpen, Statiestraat 50, in de periode van 24 augustus 2006 tot 22 november
- 13.
- Met betrekking tot het door de verzoeker en de tussenkomende partij beweerde hoofdverblijf van de verzoeker in Deurne vanaf 22 november 2006 tot, alvast, aan het nemen van het bestreden besluit, blijkt uit het administratief dossier dat de verzoeker niet werd aangetroffen aan de Herentalsebaan 267, bus 6 te Deurne, op respectievelijk 28 november, 4 december, 6 december en 8 december
- Dit heeft de politie en de bevolkingsinspecteur gesterkt in de overtuiging dat de verzoeker daar geen hoofdverblijf houdt. De verzoeker geeft voorts geen toelichting over, onder meer, de vaststelling van de bevolkingsinspecteur dat de verzoeker op 3 januari 2007 klaarblijkelijk een "spiekbriefje" moest zoeken om het exacte adres te Deurne te kunnen meedelen, over de eigen verklaring van de verzoeker van dezelfde dag "pas twee weken met vakantie geweest (te zijn) naar Polen", terwijl tegelijk reeds op 27 december 2006 werd gereageerd op een kaartje van de bevolkingsinspecteur, over de verklaring zijn was te doen "in een publiek wassalon", doch tegelijk geen idee te hebben "waar er in de buurt zulk wassalon te vinden is" en over de klaarblijkelijk verder niet gerealiseerde intentie "om binnenkort uit te wijken naar Nigeria". De Raad van State stelt daarnaast vast dat "de plaats van oproeping voor de verkiezingen" in eerste instantie een louter administratief gevolg is van wat men zelf verklaart tegenover de autoriteiten, dat de bewering "te beschikken over gas, electriciteit en water" niet wordt ondersteund door gas-, electriciteits-, en waterrekeningen waaruit een hoofdverblijf te Deurne, aan de Herentalsebaan 267, bus 6, zou kunnen worden afgeleid en concludeert dat er voldoende objectief, feitelijk bewijs is dat de verzoeker geen hoofdverblijf had te Deurne, aan de Herentalsebaan 267, bus 6, in de periode na 22 november
- Het bestreden besluit vermocht zich bijgevolg te baseren op de feitelijke en juridische elementen, genomen uit relevante gegevens, aan het licht gebracht doorheen de verschillende stappen van het onderzoek naar de verblijfstoestand van de verzoeker. Het tweede middel is niet gegrond. VII-37.744-8/9 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.744-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.698 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div