id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.707 Rolnummer: A. 187566/X-13700 Zaak: Arrest 208707 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-17 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.707 van 5 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.707 van 5 november 2010 in de zaak A. 187.566/X-13.700. In zake : 1. Ivo DILLEN 2. Marleen MARINI 3. de n.v. BRANDSTOFFEN DILLEN IVO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Coppenolle kantoor houdend te 3520 ZONHOVEN Beverzakbroekweg 97 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 SINT-TRUIDEN Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de gemeente MAASMECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathleen Daenen kantoor houdend te 3630 MAASMECHELEN Hermanslaan 14, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 20 maart 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 11 december 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de gemeente Maasmechelen de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het herinrichten van de Zetellaan (fase 2). X-13.700-1/13 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 185.065 van 1 juli 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 november 2008. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 juni 2010. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Van Coppenolle, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Sebastian Martin, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Kathleen Daenen, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. X-13.700-2/13 Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Ontvankelijkheid van het beroep 3. De verzoekende partijen zetten met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis in het verzoekschrift het volgende uiteen: “2.1. Ontvankelijkheid. Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging en vernietiging is tijdig ingediend. Het is pas op eigen verzoek dat op 7 februari 2008 de verzoekende partijen door de diensten van de GEMEENTE MAASMECHELEN een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. De termijn voorzien in art. 4 van het KB van 23.08.1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Afdeling Administratie van de Raad van State is derhalve nog niet verstreken bij het indienen van het verzoekschrift”. 4. De verwerende partij werpt de volgende exceptie op: “2. BETREFFENDE DE ONTVANKELIJKHEID 2.1 Thans is een onderzoek naar de ontvankelijkheid van de vordering tot nietigverklaring, ratione temporis, aan de orde. Elk beroep tot nietigverklaring verjaart 60 dagen nadat de bestreden akte, reglement of beslissing werd bekendgemaakt of feitelijk ter kennis is gekomen van de verzoekende partij. De bestreden beslissing dateert van 11.12.2007. Onderhavige vordering werd derhalve meer dan 60 dagen na het nemen van de beslissing ingesteld. Indien de akte noch bekendgemaakt, noch betekend dient te worden, gaat de termijn in de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gekregen of ervan kennis kon hebben. (...) Feitelijke kennis vereist niet dat de belanghebbende kennis heeft van de volledige tekst van de beslissing, wel dat hij een voldoende kennis heeft van de inhoud en de draagwijdte ervan. (...) X-13.700-3/13 Volgens een vaste rechtspraak dienen bouwvergunningen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden. Voor derden belanghebbenden gaat de termijn van 60 dagen in met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of ervan kennis konden hebben eventueel middels de geboden mogelijkheid om er ten gemeentehuize inzage van te nemen. Mogelijks nam verzoeker reeds daags nadien kennis van de toekenning van de vergunning. Uw Raad stelde reeds meermaals dat van zodra een derde op de hoogte is van het bestaan van een bouwvergunning of kan vermoeden dat er één is afgeleverd het nodige dient te doen om ervan kennis te nemen. Uw Raad wees er alleszins op dat het niet in de macht van een potentiële verzoeker mag liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat, als van alle andere belanghebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen vandien. (...) 2.2 Verzoekende partijen houden voor hun verzoek tot schorsing/nietigverklaring tijdig te hebben ingediend. Immers stellen zij pas op 07.02.2008, na eigen verzoek, een kopie van de kwestieuze bouwvergunning te hebben ontvangen. Evenwel laten verzoekende partijen na de precieze datum van eerste kennisname te omschrijven in hun verzoekschrift. De heer Auditeur merkt terecht op in zijn verslag dat verzoekers nalaten ‘op duidelijke en concrete wijze aan te geven wanneer en in welke omstandigheden verzoekers nu juist kennis hebben gekregen van de bestreden beslissing’, hetgeen het onderzoek naar de ontvankelijkheid onmogelijk maakt. De heer Auditeur merkt bovendien op dat het weergegeven tijdstip door verzoekende partij alleszins niet correct is vermits de verzoekende partijen reeds op 24 januari 2008 aan de tussenkomende partij een verzoek hebben gericht om een kopie te bekomen van de bestreden beslissing (...). Hieruit dient afgeleid dat verzoekers, klaarblijkelijk reeds eerder wisten dat er een bouwvergunning werd afgeleverd. Het is bovendien zeer redelijk te vermoeden dat verzoekende partijen al langer op de hoogte waren van de bekomen bouwvergunning, gelet op de bekendheid van het project in kwestie. Wie de nietigverklaring vordert behoort te bewijzen dat zijn verzoek binnen de voorgeschreven termijn van 60 dagen is ingediend. Verzoekende partijen laten volkomen na dit te doen en beperken zich in hun verzoekschrift tot het formuleren van een holle bewering, onmiddellijk door de heer auditeur weerlegd, zonder weergave van de precieze datum waarop zij voor het eerst kennis namen van de toegekende vergunning. Het aanvangspunt van de bedoelde termijn van 60 dagen ligt dan ook veel eerder dan de beweerde 07.02.2008, zodat de vordering tot nietigverklaring buiten deze termijn werd ingesteld. X-13.700-4/13 De vordering is onontvankelijk”. 5. De tussenkomende partij werpt de volgende exceptie op: “Wat betreft de ontvankelijkheid ratione temporis Elk beroep tot nietigverklaring verjaart zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen worden bekendgemaakt of betekend. Volgens vaste rechtspraak dienen bouwvergunningen noch bekendgemaakt noch aan derden betekend te worden. Voor derde belanghebbenden gaat de termijn van 60 dagen in met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of ervan kennis konden hebben, gebruik makend van de mogelijkheid om er ten gemeentehuize inzage van te nemen. Dat het niet in de macht van de potentiële verzoeker mag liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep alzo willekeurig te verschuiven. Op basis van het beginsel dat voorkomen moet worden dat administratieve beslissingen te lang onzeker blijven en de noodzaak van een evenwichtige bescherming én van de bouwheer én van de andere belanghebbende personen, dient gesteld te worden dat degene die meent te worden benadeeld door een bouwvergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, de verplichting heeft om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van zijn inzagerecht op het gemeentehuis. (...) De bewering van verzoekers dat zij pas op eigen verzoek op 07/02/2008 in kennis werden gesteld, en dan nog op officieuze wijze, van de betreffende bouwvergunning is niet enkel onterecht, doch bovendien strijdig met hun eigen schrijven van 24/01/2008. Hun eenvoudig verzoek om een kopie van ‘de beslissing’ over de vergunningsaanvraag voor de herinrichting van de Zetellaan duidt er, zoals ook de auditeur aangeeft, op dat zij niet alleen op de hoogte waren van het feit dat er een beslissing was genomen, doch tevens dat zij de draagwijdte ervan kenden. Verzoekers merken op dat zij uiteraard wisten dat ‘er iets in de lucht hing’, gezien ook het door hen ingestelde bezwaarschrift op 07/06/2007, doch de precieze inhoud van de beslissing kregen zij, naar zeggen, pas op 07/02/2008. Terzake dient echter vastgesteld te worden dat verzoekers zichzelf tegenspreken. Dat verzoekers minstens sinds eind december 2007 kennis hadden van de betreffende vergunning, nu zij blijkbaar zelf aangeven (...) dat zij pas in de loop van de maand januari 2008 (de 24ste) , na de toekenning van de vergunning en na de klassieke eindejaarsdrukte, middels aangetekende brief hebben verzocht om hen een kopie van de (afgeleverde) vergunning te bezorgen, waaraan dan geen formeel gevolg werd verleend…en zij X-13.700-5/13 zodoende pas op 07/02/2008 op hun verzoek een kopie ontvingen van de beslissing omtrent de vergunning. Hieruit blijkt dat verzoekers minstens reeds voor de eindejaarsperiode kennis hadden van het feit dat er een beslissing was genomen omtrent de vergunningsaanvraag tot herinrichting van de Zetellaan. Dat verzoekers, die op basis van hun bezwaarschrift ‘meenden’ benadeeld te worden door de vergunningsaanvraag en niet enkel een uitspraak van de vergunningverlenende overheid ‘konden vermoeden’, doch naar eigen zeggen ‘uiteraard wisten dat er iets in de lucht hing’, desalniettemin tot 24/01/2008 hebben gewacht om een kopie op te vragen van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Uw Raad heeft al herhaaldelijk geoordeeld dat een verzoekende partij niet onredelijk lang mag wachten met haar informatiewinning. De inhoud van de brief van 24/01/2008, waarbij in de aanhef wordt verwezen naar ‘herinrichting van de Zetellaan (aanleg rotonde), 2007/16, recentelijk toegekende bouwvergunning’ (...) laat er evenwel geen twijfel over bestaan dat verzoekers op dat moment al geruime tijd weet hadden van de genomen beslissing en haar draagwijdte. Verzoekers pogen hun zogenaamde onwetendheid nog te verdoezelen onder het mom dat hun schrijven van 24/01/2008 nergens verwijst naar een concrete datum van de vergunning. Uit het schrijven van 24/01/2008 blijkt nochtans dat verzoekers onder uitdrukkelijke verwijzing naar het bouwregisternummer 2007/16 (dossiernummer van de gemeente) en de recentelijk toegekende bouwvergunning om een afschrift hiervan verzochten. In dit schrijven van verzoekers wordt daarentegen nergens geïnformeerd of er al een beslissing is tussengekomen voor de herinrichting van de Zetellaan, noch geven verzoekers op aannemelijke wijze te kennen dat zij zeer recentelijk vernomen hebben dat er een vergunning zou zijn afgeleverd en zij in het bezit wensen gesteld te worden van de inhoud en draagwijdte hiervan. In tegendeel verzoekers verwijzen kort doch expliciet naar de ‘recentelijk’ (lees sinds 11/12/2007) toegekende vergunning met specificatie van het dossiernummer. Verzoekers wisten dus zeer duidelijk wat er in de lucht hing, zoals zij zelf aangeven, doch hebben de feitelijke kennisdatum doelbewust uitgesteld met de bedoeling zich alzo een ruimere termijn voor het instellen van hun annulatieberoep toe te meten. Uit het voorgaande dient dan ook geconcludeerd te worden dat verzoekers reeds geruime tijd een inhoudelijke kennis hadden van de vergunning, zodat hun bewering als zou deze kennisname pas zijn geschied op 07/02/2008 (of zelfs 24/01/2008) niet opgaat. Het annulatieberoep van 20 maart 2008 is in de gegeven omstandigheden dan ook laattijdig en onontvankelijk”. 6. De verzoekende partijen repliceren in de memorie van wederantwoord: X-13.700-6/13 “2.1. Ontvankelijkheid. Het verzoek tot vernietiging is zonder twijfel tijdig ingediend. Het is pas op eigen verzoek dat op 7 februari 2008 aan concluanten door de diensten van de GEMEENTE MAASMECHELEN een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. De termijn voorzien in art. 4 van het KB van 23.08.1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Afdeling Administratie van de Raad van State was derhalve nog niet verstreken bij het indienen van het verzoekschrift. (...) Concluanten blijven terzake bij hun stelling dat het inderdaad en wel degelijk op eigen verzoek is geweest dat op 7 februari 2008 door de diensten van de GEMEENTE MAASMECHELEN een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. De visie van de Eerste Auditeur dat blijkens het (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.