← België

Arrest 208707 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.707 Rolnummer: A. 187566/X-13700 Zaak: Arrest 208707 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-17 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 05:22 Fiche Arrest nr 208.707 van 5 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.707 van 5 november 2010 in de zaak A. 187.566/X-13.700. In zake : 1. Ivo DILLEN 2. Marleen MARINI 3. de n.v. BRANDSTOFFEN DILLEN IVO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Coppenolle kantoor houdend te 3520 ZONHOVEN Beverzakbroekweg 97 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 SINT-TRUIDEN Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de gemeente MAASMECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathleen Daenen kantoor houdend te 3630 MAASMECHELEN Hermanslaan 14, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 20 maart 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 11 december 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de gemeente Maasmechelen de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het herinrichten van de Zetellaan (fase 2). X-13.700-1/13 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 185.065 van 1 juli 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 november 2008. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 juni 2010. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Van Coppenolle, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Sebastian Martin, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Kathleen Daenen, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. X-13.700-2/13 Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Ontvankelijkheid van het beroep 3. De verzoekende partijen zetten met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis in het verzoekschrift het volgende uiteen: “2.1. Ontvankelijkheid. Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging en vernietiging is tijdig ingediend. Het is pas op eigen verzoek dat op 7 februari 2008 de verzoekende partijen door de diensten van de GEMEENTE MAASMECHELEN een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. De termijn voorzien in art. 4 van het KB van 23.08.1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Afdeling Administratie van de Raad van State is derhalve nog niet verstreken bij het indienen van het verzoekschrift”. 4. De verwerende partij werpt de volgende exceptie op: “2. BETREFFENDE DE ONTVANKELIJKHEID 2.1 Thans is een onderzoek naar de ontvankelijkheid van de vordering tot nietigverklaring, ratione temporis, aan de orde. Elk beroep tot nietigverklaring verjaart 60 dagen nadat de bestreden akte, reglement of beslissing werd bekendgemaakt of feitelijk ter kennis is gekomen van de verzoekende partij. De bestreden beslissing dateert van 11.12.2007. Onderhavige vordering werd derhalve meer dan 60 dagen na het nemen van de beslissing ingesteld. Indien de akte noch bekendgemaakt, noch betekend dient te worden, gaat de termijn in de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gekregen of ervan kennis kon hebben. (...) Feitelijke kennis vereist niet dat de belanghebbende kennis heeft van de volledige tekst van de beslissing, wel dat hij een voldoende kennis heeft van de inhoud en de draagwijdte ervan. (...) X-13.700-3/13 Volgens een vaste rechtspraak dienen bouwvergunningen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden. Voor derden belanghebbenden gaat de termijn van 60 dagen in met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of ervan kennis konden hebben eventueel middels de geboden mogelijkheid om er ten gemeentehuize inzage van te nemen. Mogelijks nam verzoeker reeds daags nadien kennis van de toekenning van de vergunning. Uw Raad stelde reeds meermaals dat van zodra een derde op de hoogte is van het bestaan van een bouwvergunning of kan vermoeden dat er één is afgeleverd het nodige dient te doen om ervan kennis te nemen. Uw Raad wees er alleszins op dat het niet in de macht van een potentiële verzoeker mag liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat, als van alle andere belanghebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen vandien. (...) 2.2 Verzoekende partijen houden voor hun verzoek tot schorsing/nietigverklaring tijdig te hebben ingediend. Immers stellen zij pas op 07.02.2008, na eigen verzoek, een kopie van de kwestieuze bouwvergunning te hebben ontvangen. Evenwel laten verzoekende partijen na de precieze datum van eerste kennisname te omschrijven in hun verzoekschrift. De heer Auditeur merkt terecht op in zijn verslag dat verzoekers nalaten ‘op duidelijke en concrete wijze aan te geven wanneer en in welke omstandigheden verzoekers nu juist kennis hebben gekregen van de bestreden beslissing’, hetgeen het onderzoek naar de ontvankelijkheid onmogelijk maakt. De heer Auditeur merkt bovendien op dat het weergegeven tijdstip door verzoekende partij alleszins niet correct is vermits de verzoekende partijen reeds op 24 januari 2008 aan de tussenkomende partij een verzoek hebben gericht om een kopie te bekomen van de bestreden beslissing (...). Hieruit dient afgeleid dat verzoekers, klaarblijkelijk reeds eerder wisten dat er een bouwvergunning werd afgeleverd. Het is bovendien zeer redelijk te vermoeden dat verzoekende partijen al langer op de hoogte waren van de bekomen bouwvergunning, gelet op de bekendheid van het project in kwestie. Wie de nietigverklaring vordert behoort te bewijzen dat zijn verzoek binnen de voorgeschreven termijn van 60 dagen is ingediend. Verzoekende partijen laten volkomen na dit te doen en beperken zich in hun verzoekschrift tot het formuleren van een holle bewering, onmiddellijk door de heer auditeur weerlegd, zonder weergave van de precieze datum waarop zij voor het eerst kennis namen van de toegekende vergunning. Het aanvangspunt van de bedoelde termijn van 60 dagen ligt dan ook veel eerder dan de beweerde 07.02.2008, zodat de vordering tot nietigverklaring buiten deze termijn werd ingesteld. X-13.700-4/13 De vordering is onontvankelijk”. 5. De tussenkomende partij werpt de volgende exceptie op: “Wat betreft de ontvankelijkheid ratione temporis Elk beroep tot nietigverklaring verjaart zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen worden bekendgemaakt of betekend. Volgens vaste rechtspraak dienen bouwvergunningen noch bekendgemaakt noch aan derden betekend te worden. Voor derde belanghebbenden gaat de termijn van 60 dagen in met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of ervan kennis konden hebben, gebruik makend van de mogelijkheid om er ten gemeentehuize inzage van te nemen. Dat het niet in de macht van de potentiële verzoeker mag liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep alzo willekeurig te verschuiven. Op basis van het beginsel dat voorkomen moet worden dat administratieve beslissingen te lang onzeker blijven en de noodzaak van een evenwichtige bescherming én van de bouwheer én van de andere belanghebbende personen, dient gesteld te worden dat degene die meent te worden benadeeld door een bouwvergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, de verplichting heeft om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van zijn inzagerecht op het gemeentehuis. (...) De bewering van verzoekers dat zij pas op eigen verzoek op 07/02/2008 in kennis werden gesteld, en dan nog op officieuze wijze, van de betreffende bouwvergunning is niet enkel onterecht, doch bovendien strijdig met hun eigen schrijven van 24/01/2008. Hun eenvoudig verzoek om een kopie van ‘de beslissing’ over de vergunningsaanvraag voor de herinrichting van de Zetellaan duidt er, zoals ook de auditeur aangeeft, op dat zij niet alleen op de hoogte waren van het feit dat er een beslissing was genomen, doch tevens dat zij de draagwijdte ervan kenden. Verzoekers merken op dat zij uiteraard wisten dat ‘er iets in de lucht hing’, gezien ook het door hen ingestelde bezwaarschrift op 07/06/2007, doch de precieze inhoud van de beslissing kregen zij, naar zeggen, pas op 07/02/2008. Terzake dient echter vastgesteld te worden dat verzoekers zichzelf tegenspreken. Dat verzoekers minstens sinds eind december 2007 kennis hadden van de betreffende vergunning, nu zij blijkbaar zelf aangeven (...) dat zij pas in de loop van de maand januari 2008 (de 24ste) , na de toekenning van de vergunning en na de klassieke eindejaarsdrukte, middels aangetekende brief hebben verzocht om hen een kopie van de (afgeleverde) vergunning te bezorgen, waaraan dan geen formeel gevolg werd verleend…en zij X-13.700-5/13 zodoende pas op 07/02/2008 op hun verzoek een kopie ontvingen van de beslissing omtrent de vergunning. Hieruit blijkt dat verzoekers minstens reeds voor de eindejaarsperiode kennis hadden van het feit dat er een beslissing was genomen omtrent de vergunningsaanvraag tot herinrichting van de Zetellaan. Dat verzoekers, die op basis van hun bezwaarschrift ‘meenden’ benadeeld te worden door de vergunningsaanvraag en niet enkel een uitspraak van de vergunningverlenende overheid ‘konden vermoeden’, doch naar eigen zeggen ‘uiteraard wisten dat er iets in de lucht hing’, desalniettemin tot 24/01/2008 hebben gewacht om een kopie op te vragen van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Uw Raad heeft al herhaaldelijk geoordeeld dat een verzoekende partij niet onredelijk lang mag wachten met haar informatiewinning. De inhoud van de brief van 24/01/2008, waarbij in de aanhef wordt verwezen naar ‘herinrichting van de Zetellaan (aanleg rotonde), 2007/16, recentelijk toegekende bouwvergunning’ (...) laat er evenwel geen twijfel over bestaan dat verzoekers op dat moment al geruime tijd weet hadden van de genomen beslissing en haar draagwijdte. Verzoekers pogen hun zogenaamde onwetendheid nog te verdoezelen onder het mom dat hun schrijven van 24/01/2008 nergens verwijst naar een concrete datum van de vergunning. Uit het schrijven van 24/01/2008 blijkt nochtans dat verzoekers onder uitdrukkelijke verwijzing naar het bouwregisternummer 2007/16 (dossiernummer van de gemeente) en de recentelijk toegekende bouwvergunning om een afschrift hiervan verzochten. In dit schrijven van verzoekers wordt daarentegen nergens geïnformeerd of er al een beslissing is tussengekomen voor de herinrichting van de Zetellaan, noch geven verzoekers op aannemelijke wijze te kennen dat zij zeer recentelijk vernomen hebben dat er een vergunning zou zijn afgeleverd en zij in het bezit wensen gesteld te worden van de inhoud en draagwijdte hiervan. In tegendeel verzoekers verwijzen kort doch expliciet naar de ‘recentelijk’ (lees sinds 11/12/2007) toegekende vergunning met specificatie van het dossiernummer. Verzoekers wisten dus zeer duidelijk wat er in de lucht hing, zoals zij zelf aangeven, doch hebben de feitelijke kennisdatum doelbewust uitgesteld met de bedoeling zich alzo een ruimere termijn voor het instellen van hun annulatieberoep toe te meten. Uit het voorgaande dient dan ook geconcludeerd te worden dat verzoekers reeds geruime tijd een inhoudelijke kennis hadden van de vergunning, zodat hun bewering als zou deze kennisname pas zijn geschied op 07/02/2008 (of zelfs 24/01/2008) niet opgaat. Het annulatieberoep van 20 maart 2008 is in de gegeven omstandigheden dan ook laattijdig en onontvankelijk”. 6. De verzoekende partijen repliceren in de memorie van wederantwoord: X-13.700-6/13 “2.1. Ontvankelijkheid. Het verzoek tot vernietiging is zonder twijfel tijdig ingediend. Het is pas op eigen verzoek dat op 7 februari 2008 aan concluanten door de diensten van de GEMEENTE MAASMECHELEN een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. De termijn voorzien in art. 4 van het KB van 23.08.1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Afdeling Administratie van de Raad van State was derhalve nog niet verstreken bij het indienen van het verzoekschrift. (...) Concluanten blijven terzake bij hun stelling dat het inderdaad en wel degelijk op eigen verzoek is geweest dat op 7 februari 2008 door de diensten van de GEMEENTE MAASMECHELEN een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. De visie van de Eerste Auditeur dat blijkens het (

  1. op)24 januari 2008 aan de tussenkomende partij gericht verzoek om een kopie te bekomen van de bestreden beslissing, afgeleid worden dat verzoekers klaarblijkelijk reeds eerder wisten dat er, ondanks de door hun tijdens het openbaar onderzoek gemaakte bezwaren, een bouwvergunning werd afgeleverd Uit dit verzoek blijkt tevens dat verzoekers, klaarblijkelijk de draagwijdte van die beslissing reeds kenden kan helemaal niet worden gevolgd. Concluanten wisten uiteraard dat ‘er iets in de lucht hing’. Concluanten hadden immers op 07.06.2007 een bezwaarschrift ingediend hangende het openbaar onderzoek (...) doch daarmede is uiteraard niet gezegd dat concluanten ook de volledige draagwijdte van de verleende vergunning zouden kennen vermits zij de tekst van de vergunning nog niet onder ogen hadden gehad laat staan dat concluanten zelfs maar wisten of de vergunning zelfs al principieel was toegekend. Daarmede is evenmin gezegd dat concluanten van de juiste datum van het verlenen van de vergunning op de hoogte waren. Het kon van concluanten toch niet verwacht worden dat zij vanaf het indienen van hun bezwaarschrift zouden gaan kamperen voor het Gemeentehuis en dag in dag uit zouden gaan informeren of er al een vergunning zou zijn afgeleverd en zo ja wat de inhoud van deze vergunning zou zijn.... Op 24 januari 2008 hebben concluanten de GEMEENTE MAASMECHELEN, in een normale opvolging van hun bekommernis omtrent het ingediende bezwaarschrift en het resultaat dat daaraan eventueel zou worden gegeven, een kopie gevraagd van de beslissing over de vergunningsaanvraag voor de herinrichting van de Zetellaan (...). Belangrijk is dat in dit schrijven nergens expliciet verwezen wordt naar een concrete datum van de vergunning: in de aanhef van de brief wordt enkel verwezen naar ‘herinrichting van de Zetellaan (aanleg rotode) 2007/16, recentelijk toegekende bouwvergunning.’ Hieraan werd door de GEMEENTE MAASMECHELEN op geen enkele wijze positief gevolg gegeven, minstens ligt het bewijs niet voor dat de GEMEENTE MAASMECHELEN eerder dan op 07.02.2008 en in de periode vlak na 11.12.2008 aan concluanten een behoorlijke copie zou afgeleverd hebben van de verleende vergunning. X-13.700-7/13 Het is dan ook pas effectief en op 07.02.2008 bij gelegenheid van een vergadering ten Gemeentehuize dat op verzoek van concluanten en hun raadsman een copie van de verleende vergunning werd afgeleverd naar aanleiding waarvan huidig verzoek tot nietigverklaring is gevolgd, ruim binnen de termijnen. Op 07.02.2008 hebben concluanten aldus voor de eerste maal kennis gekregen van de volledige inhoud en draagwijdte van de toegekende vergunning en concluanten begrijpen helemaal niet waarom eerste verweerster over deze datum onduidelijkheid tracht te maken. Eerste verweerster dient toe te geven dat bouwvergunningen noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden en dat dus de termijn van 60 dagen voor derden begint te lopen met de dag waarop zij kennis hebben van de vergunning of ervan kennis konden hebben. De stelling dat eerste verweerster dat ‘mogelijks verzoeker(
  2. s)reeds daags nadien kennis van de toekenning van de vergunning zouden genomen hebben’ is een erg gratuite bewering die door geen enkel objectief element wordt bewezen. De Rechtspraak van Uw Raad waarnaar eerste verweerster vervolgens verwijst (...) kan bezwaarlijk worden toegepast nu niets er op wijst dat concluanten doelbewust de feitelijke kennisdatum zouden uitgesteld hebben met de bedoeling zichzelve ruimere termijnen voor het instellen van een annulatieberoep toe te meten. Concluanten merken op dat de bestreden vergunning dateert van 11.12.2007 en dat zij in de maand januari 2008 na de toekenning van deze vergunning en na de klassieke eindejaarsdrukte middels aangetekende brief dd. 24.01.2008 aan de GEMEENTE MAASMECHELEN verzocht hebben een copie van deze vergunning te bezorgen, brief waaraan geen formeel gevolg werd gegeven zodat concluanten dan uiteindelijk bij gelegenheid van het bezoek op het Gemeentehuis op 07.02.2008 aan deze aangetekende brief herinnerd hebben waarna er pas gevolg werd gegeven ttz. dat de aangesproken ambtenaar uiteindelijk een copie is gaan halen van de vergunning en deze overhandigd heeft aan concluanten. De feitelijke kennis in hoofde van concluanten, zowel over de inhoudelijke draagwijdte van de verleende vergunning als wel over het principe of de vergunning al dan niet werd toegekend dateert aldus van 07.02.2008 zodat concluantens annulatieberoep ratione temporis ruim ontvankelijk blijft. Indien een beslissing moet bekendgemaakt of betekend worden hangt het volledig af van de houding van de overheid of en wanneer de beroepstermijn ingaat. Indien geen verplichting tot bekendmaking of betekening bestaat rust op de burger evenwel de plicht waakzaam te zijn (...). Dienvolgens moet de burger die op de hoogte is van het bestaan van een beslissing binnen een redelijke termijn stappen ondernemen om kennis te krijgen van de inhoud van die beslissing. Bijgevolg dient een derde belanghebbende van zodra hij op de hoogte is van het bestaan van een bouwvergunning of kan vermoeden dat er één is afgeleverd, het nodige te doen om ervan kennis te nemen. (...). De brief dd. 24.01.2008 is de perfecte toepassing van deze Rechtspraak. X-13.700-8/13 De termijn voor het indienen van een beroep neemt dus een aanvang de dag dat de belanghebbende kennis heeft van de inhoud van de bouwvergunning en gaat bijgevolg niet in op de dag dat de bouwvergunning werd afgeleverd. Herhaald wordt aldus dat de eerste datum waarop concluanten kennis kregen van de tekst, inhoud en draagwijdte van de verleende vergunning dd. 11.12 2008 deze is van 07.02.2008. Het is alleszins bewezen dat concluanten op 24 januari 2008 nog geen kennis hadden van de draagwijdte en inhoud van de vergunning dd. 11.12.2007. De aangetekende brief van dezelfde datum van concluanten zou anders immers weinig nut hebben... Zelfs per hypothese dat 24 januari 2008 als vertrekdatum voor de termijn voor het instellen van het annulatieberoep zou worden aangehouden is het verzoekschrift van concluanten nog steeds tijdig. Had de vrijwillig tussenkomende partij GEMEENTE MAASMECHELEN, bij wie het dossier Dillen NV toch bijzonder gevoelig ligt, zich overigens veiliger willen stellen had zij er toch best aan gedaan de toegekende vergunning dd. 11.12.2007 per aangetekend schrijven ter kennis te brengen aan concluanten waarna alle discussie ivm. de juiste datum van kennisname van de baan zou zijn. Hetgeen thans wordt geargumenteerd is de omgekeerde wereld. Eerste verweerster haalt aan dat concluanten zich baseren op holle beweringen en dat concluanten reeds veel eerder dan hetzij 24.01.2008 en 07.02.2008 kennis zouden hebben van de bouwvergunning waar zowel eerste verweerster als de vrijwillig tussenkomende partij nalaten ook maar enig concreet bewijs aan te brengen en concluanten minstens formeel en objectief bewijzen dat zij op 24.01.2008 een duidelijke aanvraag tot inzage hebben ingediend. Uw Raad oordeelde reeds eerder dat een verzoekende partij niet onredelijk lang en dus niet te lang gewacht heeft met haar informatiewinning wanneer zij geen ‘niet te verontschuldigen nalatigheid’, met name een nalatigheid die een normaal voorzichtig en waakzaam persoon niet begaat, heeft begaan (...). In het licht van dit laatste worden de data in herinnering gebracht : 11.12.2007 : afleveren van de vergunning, 24.01.2008 : aangetekende brief van concluanten met verzoek copie van de vergunning af te leveren en 07.02.2008 pas de materiële overhandiging op eigen verzoek van concluanten. De snelheid waarmede concluanten ter zake hebben gehandeld kan dus absoluut niet worden miskend vermits zij al in de maand na de datum van vergunning formeel om inzage hebben verzocht. Tevens is het van groot belang aan te halen dat de werken waarvoor de vergunning werd afgeleverd zich op dat ogenblik nog niet eens veruitwendigden. Er was geen aanzet tot enig werk ter plaatse, er was geen inrichting van de werf, er werden geen metingen uitgevoerd enz. ttz. dat de toestand volledig dezelfde bleef als voorheen. De werken zijn overigens pas concreet gestart in de zomer van 2008... Aan de door eerste verweerster ingeroepen exceptie van laattijdigheid dient derhalve geen gevolg meer te worden gegeven. X-13.700-9/13 De vordering van concluanten is ontvankelijk”. 7. Na te hebben vastgesteld dat de verzoekende partijen onvoldoende concrete en aannemelijke gegevens hebben verschaft omtrent de exacte datum waarop zij voldoende kennis hadden van het bestaan van de bestreden beslissing, vraagt de adjunct-auditeur de verzoekende partijen om “op een duidelijke en concrete wijze aan te geven wanneer en in welke omstandigheden de verzoekende partijen kennis hebben gekregen van het bestaan van de bestreden beslissing”. De verzoekende partijen repliceren het volgende: “Geachte Auditeur, Uw brief van 03.02.2010 met de vraag U op een duidelijke en concrete wijze in te lichten wanneer en in welke omstandigheden de verzoekende partijen kennis hebben gekregen van het bestaan van de bestreden beslissing. Uit stuk 8, zijnde het rechtstreeks aangetekend schrijven dd. 24.01.2008 van de verzoekers aan het College van Burgemeester en Schepenen blijkt dat zij alsdan enkel vroegen om een copie van de bouwvergunning over te maken. Uit de inhoud van dit schrijven mag geenszins worden afgeleid dat verzoekende partijen op dat ogenblik al op de hoogte waren van de inhoud en draagwijdte van de toegekende bouwvergunning, laat staan dat zij wisten op welke datum de bouwvergunning juist werd toegekend vermits onder de referte wordt verwezen naar herinrichting van de Zetellaan (aanleg Rotonde) 2007/16, recentelijk toegekende bouwvergunning. Op 07.02.2008 was er een (zoveelste) vergadering op het Gemeentehuis van Maasmechelen omtrent de nu al jarenlang aanslepende problematiek tussen de Gemeente Maasmechelen en de NV Dillen omtrent het tankstation. De verzoekende partijen waren op deze vergadering aanwezig net zoals ikzelve, de gemeentesecretaris, de raadsman van de Gemeente Maasmechelen, het hoofd van de technische dienst, één of twee schepenen (ik weet zeker dat er minstens één schepen aanwezig was). Op een bepaald ogenblik werd er dan gepraat over de kwestieuze bouwvergunning waar ik op dat ogenblik gerepliceerd heb dat wij wel wisten dat er een beslissing omtrent de vergunning zat aan te komen doch dat wij noch datum noch concrete inhoud van de beslissing kenden waarop mij een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan ter hoogte van het tankstation ten gemeentehuize werd afgegeven op dezelfde datum hetzij 07.02.2008. Het is dus duidelijk pas op eigen verzoek dat op 07.02.2008 de verzoekende partijen door de diensten van de Gemeente Maasmechelen een kopie van de bouwvergunning en het inrichtingsplan, en dan nog op officieuze wijze, werd afgegeven. Ik hoop U aldus voldoende te hebben ingelicht”. X-13.700-10/13 8. Hoewel in het auditoraatsverslag de excepties gegrond worden geacht, hebben de verzoekende partijen geen laatste memorie ingediend, doch enkel de voortzetting van het geding gevraagd. 9. De bestreden stedenbouwkundige vergunning diende noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoekende partij er kennis van heeft gehad of geacht moet worden er kennis van te hebben gehad. De termijn begint aldus te lopen de dag waarop de verzoekende partij een voldoende kennis heeft van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de vergunning. 10. Uit het verzoek om een “kopie over te maken van de bouwvergunning”, dat de verzoekende partijen de tussenkomende partij toestuurden op 24 januari 2008 blijkt dat zij in ieder geval toen reeds een voldoende kennis hadden van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de bestreden vergunning. In hun verzoek alluderen de verzoekende partijen, die tegen de aanvraag een bezwaarschrift hadden ingediend, immers op de “recentelijk toegekende bouwvergunning” en geven zij zelfs een inhoudelijke kritiek erop door uitdrukkelijk vast te stellen dat “de vergunning verlenende overheid verkiest geen rekening te houden met het eindarrest van het Hof van Beroep van 22 januari 2002”. Het argument van de verzoekende partijen dat zij de volledige draagwijdte van de verleende vergunning niet kenden “vermits zij de tekst van de vergunning nog niet onder ogen hadden gehad” doet hieraan geen afbreuk. Onder “draagwijdte” moet niet “kennis over de precieze inhoud”, noch “de tekst van de vergunning” begrepen worden. De beroepstermijn is voldoende ruim om een verzoekende partij toe te laten verder kennis te nemen van de volledige inhoud van de beslissing en met voldoende kennis van zaken een beroep in te stellen. X-13.700-11/13 De vraag rijst wanneer precies en hoe de verzoekende partijen, voor 24 januari 2008, kennis namen van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de bestreden vergunning. 11. Vastgesteld wordt dat de verzoekende partijen op de uitdrukkelijke vraag hierover vanwege de adjunct-auditeur niet antwoorden. Zij verwijzen slechts naar elementen die zich situeren na 24 januari 2008. De verzoekende partijen moeten zelf de gevolgen dragen van hun gebrek aan medewerking met de Raad van State. Vermits zij niet de gevraagde informatie aanreiken om het onderzoek naar de ontvankelijkheid van het beroep op een behoorlijke wijze te voeren, dient besloten te worden dat het beroep niet ontvankelijk is. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 1050 euro, elk voor een derde. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. X-13.700-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-13.700-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.707 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.065 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.