← België

Arrest 208790 - Overheidsopdrachten - 09/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.790 Rolnummer: A. 197149/XII-6273 Zaak: Arrest 208790 - Overheidsopdrachten - 09/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-18 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:23 Fiche Arrest nr 208.790 van 9 november 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 208.790 van 9 november 2010 in de zaak A. 197.149/XII-6273 In zake: de NV DC INDUSTRIAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Leopold Schellekens kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de HAVEN VAN BRUSSEL, publiekrechtelijk rechtspersoon bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Thiel kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 juli 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de “beslissing van de Raad van Bestuur van de Haven van Brussel van 25 juni 2010 om de opdracht ‘Baggerwerken in de haven van Brussel volgens het bijzonder bestek nr. 997’ niet te gunnen en een nieuwe aanbestedingsprocedure met Europese bekendmaking te starten”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. XII-6273- 1/5 Auditeur Inge Vos heeft een verslag over het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing opgesteld op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober
  3. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat David D’Hooghe, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Virginie Dor, die loco advocaat Patrick Thiel verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. In zitting van 25 juni 2010 heeft de raad van bestuur van verwerende partij beslist de opdracht voor de in het geding zijnde werken – “Baggerwerken in de haven van Brussel”, bestek nr. 997, perceel 1, niet te gunnen en een nieuwe aanbestedingsprocedure met Europese bekendmaking te starten. Met het voorliggende enig verzoekschrift, op 20 juli 2010 ter post aangetekend verzonden, vordert verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van die beslissing. XII-6273- 2/5
  6. Op 27 augustus 2010 wordt door de raad van bestuur een beslissing genomen die de voormelde beslissing van 25 juni 2010 “vernietigt”. Ze wordt tevens vervangen door een nieuwe beslissing. Met een op 8 oktober 2010 ter post aangetekend verzonden verzoekschrift vordert verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de laatstgenoemde beslissing. IV. Toepassing procedure korte debatten
  7. In het verslag van het auditoraat wordt, gelet op de voormelde beslissing van 27 augustus 2010, het voorliggende beroep, bij gebrek aan voorwerp, “doelloos” bevonden in de zin van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. V. Betwisting door verzoekende partij
  8. Verzoekende partij betoogt dat het beroep niet doelloos is, gelet op haar voormeld verzoekschrift tot schorsing van de tenuitvoerlegging en nietigverklaring van de voormelde beslissing van 27 augustus 2010 waardoor deze niet als definitief en dienvolgens het voorliggende beroep tegen de beslissing van 25 juni 2010 ook niet doelloos kan worden beschouwd. VI. Beoordeling
  9. De raad van bestuur van de Haven van Brussel heeft op 27 augustus 2010 beslist: “Af te zien van het gunnen van de opdracht voor de werken beschreven in het Bijzonder Bestek nr. 997 en een nieuwe aanbestedingsprocedure met Europese bekendmaking op te starten. XII-6273- 3/5 Het bedrag van de werkzaamheden wordt geboekt op begrotingspost 541.01 baggerwerken kanaal, begroting 2011-2012 en dit overeenkomstig het meerjarenplan van het beheerscontract 2008-
  10. Onderhavige beslissing vernietigt en vervangt de beslissing van 25 juni 2010”. In haar verzoekschrift van 8 oktober 2010 vraagt verzoekende partij enkel de schorsing en nietigverklaring van de beslissing van 27 augustus 2010 “om af te zien van het gunnen van de opdracht voor de werken beschreven in het Bijzonder Bestek nr. 997 en een nieuwe aanbestedingsprocedure met europese bekendmaking op te starten”. Zij richt haar beroep dus niet tegen de beslissing van 27 augustus 2010 in de mate dat deze de beslissing van 25 juni 2010 “vernietigt en vervangt”. Ook haar middel blijkt geen betrekking te hebben op de intrekking van de beslissing van 25 juni 2010 maar op de motieven van het afzien van de gunning. Gelet op de aangehaalde beslissing van 27 augustus 2010, is de te dezen bestreden beslissing van 25 juni 2010 definitief uit het rechtsverkeer verdwenen, want vernietigd en volledig vervangen, wat als een volledige intrekking moet worden aangemerkt. Aldus is het beroep bij gebrek aan voorwerp “doelloos” geworden in de zin van artikel 93, eerste lid, van het besluit van het algemeen procedurereglement. Het beroep tot nietigverklaring alsook de vordering tot schorsing dienen dan ook te worden verworpen. In de gegeven omstandigheden past het evenwel om de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  12. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. XII-6273- 4/5
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 november 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-6273- 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.790 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.