← België

Arrest 208797 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.797 Rolnummer: A. 193937/X-14393 Zaak: Arrest 208797 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-19 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:23 Fiche Arrest nr 208.797 van 9 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 208.797 van 9 november 2010 in de zaak A. 193.937/X-14.

  1. In zake : Hugo CAMMAER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te 3000 LEUVEN Naamsestraat 165 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 TERVUREN Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  2. Paul RYCKEN
  3. Godelieve MARIËN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mike Gelders kantoor houdend te 3001 LEUVEN (HEVERLEE) Celestijnenlaan 17 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Van Huffelen kantoor houdend te 2970 SCHILDE Heidedreef 67 DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hugo CAMMAER op 12 september 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 juli 2009 van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende verwerping van zijn beroep tegen het besluit van 17 april 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven houdende afgifte aan Paul Rycken en Godelieve Marien van de vergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning op een perceel gelegen te Leuven, Sint-Annastraat, kadastraal bekend sectie D, nr. 128/h; X-14.393-1/4 Gelet op het arrest nr. 199.186 van 22 december 2009 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen; Gezien het “verzoekschrift tot voortzetting van het geding”, op 27 januari 2010 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, op 22 januari 2010 ingediend door de tussenkomende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 28 september 2009 ingediend door Paul Rycken en Godelieve Mariën; Gelet op de beschikking van 11 mei 2010 die de tussenkomst van Paul Rycken en Godelieve Mariën toelaat; Gezien de memorie van antwoord van de verwerende partij; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 8 juni 2010; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. X-14.393-2/4 De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van weder- antwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt. Op grond van artikel 14bis, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, zal de kamer uitspraak doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. De rechtszekerheid vraagt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, bevolen bij arrest nr. 199.186 van 22 december 2009, vooralsnog wordt opgeheven. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. De bij arrest nr. 199.186 van 22 december 2009 bevolen schorsing wordt opgeheven. Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. X-14.393-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november 2010, door : de H. Roger Stevens, kamervoorzitter, Mevr. Astrid Truyens, griffier. De griffier, De voorzitter, Astrid Truyens. Roger Stevens. X-14.393-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.797 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.