← België

Arrest 208798 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.798 Rolnummer: A. 188881/X-13839 Zaak: Arrest 208798 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-19 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:23 Fiche Arrest nr 208.798 van 9 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 208.798 van 9 november 2010 in de zaak A. 188.881/X-13.

  1. In zake:
  2. Godelieve ULBURGHS
  3. Marc ULBURGHS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 MECHELEN Antwerpsesteenweg 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  4. de gemeente LUMMEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 HEERS Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen
  5. de deputatie van de provincieraad van LIMBURG --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het beroep, ingesteld op 7 juli 2008, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van 21 januari 2008 van de gemeenteraad van de gemeente Lummen houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “partiële herziening BPA Schalbroek”, en b. het besluit van 19 maart 2008 van de deputatie van de provincieraad van Limburg houdende goedkeuring van voornoemd plan. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-13.839-1/11 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 september
  8. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Joris Gebruers, die loco advocaat Gerald Kindermans verschijnt voor de eerste verwerende partij, en bestuurssecretaris Inge Willems, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Feiten 3.
  10. De verzoekende partijen zijn samen met Jozef, Lutgardis, Yvo en Piet ULBURGHS onverdeelde eigenaars van een perceel met een oppervlakte van 1 ha 16 a 62 ca te Lummen, er kadastraal gekend onder nummer 1863/r van sectie D. 3.
  11. Het voornoemde perceel is gelegen binnen het beheersingsgebied van het bij koninklijk besluit van 21 november 1978 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg “Schalbroek” waarin onder meer sociale woningbouw wordt voorzien. X-13.839-2/11 3.
  12. Ingevolge het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk, wordt het voornoemde perceel deels tot woongebied met landelijk karakter en deels tot woonuitbreidingsgebied bestemd. 3.
  13. Bij ministerieel besluit van 21 december 1989 wordt de herziening van het voornoemde BPA “Schalbroek” bij gemeenteraadsbesluit van 27 februari 1989 goedgekeurd. Deze herziening maakt het mogelijk om het binnengebied tussen de Burgemeester Vanwilligen-, Hemel-, Mangelbeek- en Schalbroekstraat, dat behoudens het voornoemde perceel eigendom is van de gemeente en in woonuitbreidingsgebied is gelegen, aan te snijden. Het aan dit herziene BPA gekoppelde onteigeningsplan wordt niet uitgevoerd. De bestemming in dit herziene BPA van de percelen die aan de gemeente toebehoren, wordt wel gerealiseerd. 3.
  14. Het richtinggevend gedeelte van het, bij besluit van de bestendige deputatie van Limburg 21 februari 2007 goedgekeurde, gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van 20 november 2006 stelt inzake het herziene BPA “Schalbroek”, wat volgt: “Schalbroek wordt als woonentiteit aansluitend op het hoofddorp Lummen verder afgewerkt. De toekomstige ontwikkeling voor Schalbroek richt zich voornamelijk op het vlak van woongelegenheden binnen het van toepassing zijnde B.P.A. Schalbroek. Het woonuitbreidingsgebied ‘WU14 Schallebroek’ wordt gestuurd verder afgewerkt ter hoogte van het voormalige voetbalterrein van (...) ‘De Wrakken’ in aansluiting op de gemeentelijke verkaveling aan de Charles Wellensstraat. De verkaveling langs de Mangelbeekstraat wordt door particulier initiatief ontwikkeld”. In het bindend gedeelte van dit gemeentelijk structuurplan wordt het volgende bepaald: “1.2.
  15. Schalbroek
  16. Het gemeentebestuur gaat in overleg met de eigenaars over tot realisatie van het laatste deel van het BPA ‘Schalllebroek 3’ door ontwikkeling van het (...) voormalig voetbalterrein van ‘De Wrakken’ als woongebied”. Deze verdere afwerking en ontwikkeling heeft in hoofdzaak betrekking op een groot gedeelte van het voornoemde perceel nr. 1863/r. 3.
  17. Op 27 juni 2007 beslist de gemeenteraad het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “partiële herziening BPA Schalbroek” alsmede een onteigeningsplan voorlopig vast te stellen. X-13.839-3/11 De opmaak van dit uitvoeringsplan is, volgens de toelichtingsnota, door het volgende ingegeven: “Met het verdwijnen van de voetbalclub FC De Wrakken wenst de gemeente het vrijgekomen woongebied te ontwikkelen. Hiertoe wenst de gemeente het bestaande BPA Schalbroek deels te herzien. Daarnaast wenst de gemeente Lummen rechtszekerheid te bieden aan de zonevreemde woningen gelegen in agrarisch gebied volgens BPA Schalbroek”. Inzake “6 Gewenste ruimtelijke structuur, 6.1 Ruimtelijk kader” wordt in die toelichtingsnota het volgende gesteld: “De toekomstige ontwikkeling voor Schalbroek richt zich voornamelijk op het vlak van woongelegenheden binnen het van toepassing zijnde BPA Schalbroek. Het woonuitbreidingsgebied ‘WU14 Schallebroek’ wordt gestuurd verder afgewerkt ter hoogte van het voormalig voetbalterrein van de ‘De Wrakken’ in aansluiting op de gemeentelijke verkaveling aan de Charles Wellenstraat”. Omtrent die voorgenomen onteigening wordt, in de aanhef van dit gemeenteraadsbesluit, het volgende gesteld: “Gelet op de noodzaak een nieuw onteigeningsplan op te stellen aangezien op basis van het bij Ministerieel besluit van 21 december 1989 goedgekeurd onteigeningsplan, geen onteigening meer kan worden uitgevoerd”. 3.
  18. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lummen brengt op 4 en 12 juli 2007 de eigenaars van de te onteigenen percelen, met uitzondering van de verzoekende partijen, op de hoogte van het voormelde gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2007 in verband met het voorlopig vastgestelde RUP “partiële herziening BPA Schalbroek” en het ter uitvoering daarvan opgemaakte onteigeningsplan, en van de ter inzagelegging ervan in het gemeentehuis. 3.
  19. Op 13 november 2007 geeft de GECORO een gemotiveerd advies over de door onder meer voornoemde aangeschreven mede-eigenaars van het perceel nr. 1863/r ingediende bezwaren en over de uitgebrachte adviezen. 3.
  20. Op 21 januari 2008 stelt de gemeenteraad het gemeentelijk RUP “partiële herziening BPA Schalbroek” “bestaande uit het grafisch plan, de toelichtingsnota, de stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan” definitief vast. X-13.839-4/11 3.
  21. Op 19 maart 2008 keurt de Deputatie van de provincie Limburg “het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘partiële herziening BPA Schalbroek’” goed. 3.
  22. Het blijkt niet dat de Vlaamse regering het bij het bestreden gemeentelijk RUP horende onteigeningsplan heeft goedgekeurd. IV. De beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  23. De eerste verwerende partij werpt op dat de vraag dient gesteld te worden of het verzoekschrift tijdig per aangetekende post werd toegezonden.
  24. Deze vraagstelling kan niet gelden als een exceptie wegens laattijdigheid zodat er niet moet worden op geantwoord.
  25. De tweede verwerende partij werpt op dat de termijn om een beroep tot vernietiging in te stellen verstreek op 7 juli 2008, het annulatieberoep van de verzoekende partijen “slechts toekwam op 9 juli 2007” en “voor zover het (…) werd toegezonden op 8 juli 2007 (…) als onontvankelijk moet worden verworpen”.
  26. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het annulatieberoep van de verzoekende partijen werd ingesteld op 7 juli
  27. De exceptie van de tweede verwerende partij wordt verworpen.
  28. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het bestreden gemeentelijk RUP twee onderscheiden doelstellingen heeft, m.n. enerzijds, de verdere afwerking van de bestaande, door het verdwijnen van de voetbalclub FC De Wrakken vrijgekomen, in het BPA “Schalbroek” voorziene, woonzone en, anderzijds, het bieden van rechtszekerheid aan de zonevreemde woningen gelegen in het, in dit bijzonder plan, voorziene agrarisch gebied. Dit woon- en agrarisch gebied sluit niet aaneen. Deze onderscheidenlijke doelstellingen en gebieden zijn planologisch afsplitsbaar. Daaruit blijkt tevens dat die verdere afwerking en ontwikkeling in hoofdzaak betrekking heeft op een groot gedeelte van het kadastraal perceel nr. 1863/r, waarvan de verzoekende partijen onverdeelde eigenaars zijn en waarvoor het onteigeningsplan geldt. X-13.839-5/11 De verzoekende partijen beroepen zich, wat betreft hun belang bij het beroep tot vernietiging van het bestreden gemeentelijk RUP, louter op hun hoedanigheid van onverdeelde eigenaar. In de gegeven omstandigheden wordt, ambtshalve, vastgesteld dat het belang van de verzoekende partijen bij de vernietiging van het bestreden gemeentelijk RUP beperkt is tot het gedeelte van dit plan dat betrekking heeft op de verdere afwerking, ingevolge het verdwijnen van de voetbalclub FC De Wrakken, van de bestaande woonzone. V. De beoordeling van de middelen Derde middel
  29. De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 70, § 2 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna DRO), het zorgvuldigheids- en “fair play”-beginsel omdat zij “in hun hoedanigheid van eigenaar van een eigendom binnen de omtrek van het onteigeningsplan dat ter uitvoering van het bestreden RUP werd opgemaakt nooit op de hoogte werden gebracht dat het ontwerp van onteigeningsplan in het gemeentehuis ter inzage lag en onderworpen werd aan een openbaar onderzoek”. Zij betogen wat volgt: “2.- Niettegenstaande verzoekende partijen reeds sinds 2002 door het openvallen van de nalatenschap van hun vader eigenaar in onverdeeldheid zijn van het betreffende perceel en dit ook blijkt uit de gegevens van het kadaster (...), werden verzoekende partijen nooit in kennis gesteld van het feit dat hun eigendom het voorwerp was van een RUP met bijhorend onteigeningsplan. Gelet verzoekende partijen evenmin woonachtig zijn in de Gemeente Lummen en bij uitbreiding de provincie Limburg, konden zij evenmin kennis nemen van de aankondiging van het openbaar onderzoek middels de andere wijzen van bekendmaking door aanplakking. Verzoekende partijen hebben dan ook niet de kans gekregen hun belangen tijdens de vaststellingsprocedure te vrijwaren door een bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek. Zij hadden nochtans dit voornemen en hebben dit dan ook uitdrukkelijk aan eerste verwerende partij gemeld met het verzoek een nieuw openbaar onderzoek te organiseren (...). Het openbaar onderzoek en de raadpleging van de adviserende overheden zijn formaliteiten van substantiële aard die door de Decreetgever als waarborg voor belanghebbende burgers en besturen zijn ingesteld (...) Uw raad was eerder ook van oordeel (dat) het de plicht van de gemeente is om te weten te komen wie de eigenaars zijn van de te onteigenen goederen op het ogenblik van de opening van het openbaar onderzoek (...). Het bestreden RUP dient dan ook gelet de nietigheid van de beslissing van de gemeenteraad van Lummen dd. 21 januari 2008 vernietigd wegens de schending van de bepaling opgeworpen ter hoogte van het middel”. X-13.839-6/11
  30. De eerste verwerende partij repliceert wat volgt: “3 Overwegende dat in een derde middel de verzoekende partijen aanhalen dat artikel 70 § 2 DRO zou zijn geschonden, evenals het zorgvuldigheidsbeginsel en beginsel van fair play, doordat zij als onverdeelde mede-eigenaars van percelen binnen de omtrek van het onteigeningsplan bijbehorend bij het GRUP er niet vóór de aanvang van het openbaar onderzoek van op de hoogte zouden zijn gebracht dat een ontwerp van onteigeningsplan in het gemeentehuis ter inzage lag; Er dient vastgesteld te worden dat het onteigeningsplan dat gekoppeld is aan het GRUP niet aan de bestendige deputatie van de provincie Limburg, maar aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring wordt voorgelegd, hetgeen pas kan gebeuren nadat de bestendige deputatie het GRUP heeft goedgekeurd. In casu is het de Vlaamse Regering die besliste over het onteigeningsplan en om een onteigeningsmachtiging te verlenen, dit overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake onteigening. Het besluit van de bestendige deputatie waartegen wordt opgekomen door verzoekende partijen houdt dus geen goedkeuring in van het door de gemeenteraad vastgestelde onteigeningsplan dat aan het GRUP is toegevoegd. Om die reden kan dit middel van verzoekende partijen dan ook niet worden gehanteerd om tot vernietiging van het GRUP te komen”.
  31. De tweede verwerende partij repliceert wat volgt: “3 Overwegende dat in een derde middel de verzoekende partijen aanhalen dat artikel 70 §2 DRO zou zijn geschonden, evenals het zorgvuldigheidsbeginsel en beginsel van fair play, doordat zij als onverdeelde mede-eigenaars van percelen binnen de omtrek van het onteigeningsplan bijbehorend bij het GRUP er niet vóór de aanvang van het openbaar onderzoek van op de hoogte zouden zijn gebracht dat een ontwerp van onteigeningsplan in het gemeentehuis ter inzage lag; Overwegende dat ons college hiertegen wenst in te brengen dat krachtens artikel 70 §2 DRO een onteigeningsplan dat gekoppeld is aan een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat ter goedkeuring aan de deputatie wordt voorgelegd, niet aan die deputatie maar aan de Vlaamse regering ter goedkeuring wordt voorgelegd, hetgeen pas kan na de goedkeuring van het GRUP door de deputatie; dat luidens artikel 73 van hetzelfde decreet de in hoofdstuk V, afdeling 2, van dat decreet bedoelde onteigeningen worden gevorderd met toepassing van de gemeenrechtelijke onteigeningsprocedure of van de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden, met name respectievelijk de wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemenen nutte en de wet van 10 mei 1926 tot instelling van een rechtspleging bij dringende omstandigheden inzake onteigening ten algemeen nut; dat het dus aan de Vlaamse regering toekomt om, in voorkomend geval (nl. wanneer het onteigeningsplan wordt toegestuurd naar de regering) te beslissen over het onteigeningsplan en om een onteigeningsmachtiging te verlenen conform de wetgeving inzake onteigeningen; dat hieruit voortvloeit dat het bestreden besluit van ons college - zoals overigens wettelijk voorgeschreven - geen goedkeuring inhoudt van het door de gemeenteraad vastgestelde onteigeningsplan bij het GRUP; dat om deze reden alleen al het middel van de verzoekende partijen niet kan worden opgeworpen tot vernietiging van het door ons college goedgekeurde GRUP; X-13.839-7/11 dat het in voorkomend geval aan de Vlaamse regering zal toekomen over de wettigheid en het correct verloop van de administratieve onteigeningsprocedure”(sic).
  32. De verzoekende partijen dupliceren wat volgt: “Verwerende partijen betwisten niet dat de bepalingen en beginselen ter hoogte van het middel geschonden werden maar niet tot nietigverklaring van het bestreden RUP kunnen leiden omdat het besluit van de Bestendige Deputatie tot goedkeuring van het RUP geen betrekking heeft op het bijhorende onteigeningsplan maar dat de Vlaamse Regering onteigeningsmachtiging moet verlenen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. Verwerende partijen beantwoorden het middel niet. De opgeworpen schendingen leiden namelijk zoals werd toegelicht in het inleidende verzoekschrift tot de nietigheid van het vaststellingsbesluit van de Gemeenteraad dat wel degelijk het RUP met het bijhorende onteigeningsplan heeft goedgekeurd in één beslissing in zitting van 21 januari 2008”.
  33. De eerste verwerende partij antwoordt in de laatste memorie wat volgt: “Eerste verwerende partij wijst erop dat uit het verslag van de vergadering van de GECORO van 13 november 2007 duidelijk blijkt dat met al de argumenten van verzoekende partijen rekening werd gehouden bij de behandeling van de bezwaarschriften die werden ingediend door de consorten ULBURGHS Piet, ULBURGHS Jozef en ULBURGHS Ivo. Na de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad van 25 juni 2007 werd er een openbaar onderzoek georganiseerd van 23 juli 2007 tot en met 20 september
  34. Tijdens de periode van openbaar onderzoek werden zes bezwaarschriften ingediend, waarvan vier bezwaarschriften namens de consorten ULBURGHS. Het is natuurlijk niet geloofwaardig te veronderstellen dat huidige verzoekende partijen daarbij niet zouden betrokken geweest zijn en dat deze niet op de hoogte zouden gesteld geweest zijn van de diverse plannen. Er werd duidelijk bezwaar ingediend door de mede-eigenaars van de familie ULBURGHS die wel degelijk werden opgeroepen met uitzondering van huidig verzoekende partijen. Al de argumenten ten gronde die worden aangehaald door huidige verzoekende partijen komen reeds voor in de argumentatie die door de diverse consorten ULBURGHS werden bijgebracht in het kader van het openbaar onderzoek en waarop uitvoerig werd geantwoord door de GECORO in haar vergadering van 13 november 2007 (...). Het staat vast dat de belangen van verzoekende partij dan ook niet geschaad zijn door de miskenning van art. 70 § 2 derde lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. In casu is het bijzonder onaannemelijk dat verzoekende partijen niet op de hoogte zouden geweest zijn en niet zouden betrokken zijn geweest bij het opstellen van de diverse bezwaarschriften door de diverse consorten ULBURGHS. Het blijkt dat alle argumenten die destijds tijdens het openbaar onderzoek door de consorten ULBURGHS werden ingediend thans ook weerkeren in de diverse bezwaren die huidig verzoekende partijen uiten ten opzichte van de bestreden beslissing. X-13.839-8/11 Eerste verwerende partij blijft er overigens bij dat het besluit van de deputatie, waartegen wordt opgekomen door verzoekende partijen geen goedkeuring inhoudt van het door de gemeenteraad vastgestelde onteigeningsplan dat aan het GRUP is toegevoegd”. Beoordeling
  35. Door geen van beide verwerende partijen wordt betwist dat de verzoekende partijen niet persoonlijk, schriftelijk en in hun woonplaats er van op de hoogte werden gebracht dat het ontwerp van onteigeningsplan in het gemeentehuis van Lummen ter inzage werd gelegd met het oog op het openbaar onderzoek. Krachtens het toentertijd geldende artikel 70, § 2, eerste en derde lid, DRO worden, wanneer het onteigeningsplan en het ruimtelijk uitvoeringsplan tegelijkertijd worden opgemaakt, beide samen onderworpen aan de procedureregels bepaald voor het opmaken van dat ruimtelijk uitvoeringsplan, waaronder het openbaar onderzoek over het door de gemeenteraad voorlopig vastgesteld ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, en worden de eigenaars van goederen, gelegen binnen de omtrek van de te onteigenen percelen, vóór de aanvang van het openbaar onderzoek door de overheid die het ontwerpplan voorlopig vaststelt, bij aangetekende brief in hun woonplaats ervan op de hoogte gebracht dat het ontwerp van onteigeningsplan in het gemeentehuis ter inzage ligt. Artikel 70 § 2 DRO voorziet o.m. met betrekking tot het openbaar onderzoek over een ontwerp-plan, in een bijzondere maatregel van bekendmaking ten behoeve van de eigenaars van te onteigenen goederen, die afwijkt van de regelen vastgesteld in de wet van 27 mei 1870 houdende vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten inzake onteigening te algemenen nutte. Anders dan in artikel 2 van de wet van 27 mei 1870, bepaalt artikel 70, § 2, derde lid DRO niet dat de opgelegde bekendmaking van de neerlegging in het gemeentehuis van het ontwerp van onteigeningsplan, aan de eigenaars van de te onteigenen gronden dient te gebeuren “volgens de gegevens van het kadaster”. Het is de plicht van de gemeente om met alle middelen waarover zij beschikt, en dus niet alleen door consultatie van het kadaster, precies te weten te komen wie de eigenaars zijn van de te onteigenen goederen vóór de opening van het openbaar onderzoek over het betrokken ontwerp van onteigeningsplan. Zij kan o.m. bij de hypotheekbewaarder alle nuttige, recente informatie daaromtrent verkrijgen. Ten aanzien van sommige mede-eigenaars van een te onteigenen perceel, meer bepaald de verzoekende partijen, werd de door artikel 70, § 2, derde lid DRO opgelegde formaliteit van persoonlijke bekendmaking niet naar behoren nageleefd. Dit geldt des te meer nu blijkt dat de verzoekende partijen volgens het X-13.839-9/11 kadaster als mede-eigenaars worden aangeduid van het te onteigenen perceel. Daaraan doet de vaststelling dat deze formaliteit ten aanzien van de overige mede-eigenaars van het perceel waarvan de verzoekende partijen ook mede-eigenaar zijn, wel werd vervuld, niets af. Hetzelfde geldt voor de vaststelling dat de mede-eigenaars die wel persoonlijk, schriftelijk en in hun woonplaats werden op de hoogte gebracht, een bezwaarschrift hebben ingediend. Het middel is in zoverre gegrond. BESLISSING
  36. De Raad van State vernietigt: a. het besluit van 21 januari 2008 van de gemeenteraad van de gemeente Lummen houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “partiële herziening BPA Schalbroek”, in zoverre het het gedeelte betreft dat betrekking heeft op de verdere afwerking, ingevolge het verdwijnen van de voetbalclub FC De Wrakken, van de bestaande woonzone, en b. het besluit van 19 maart 2008 van de deputatie van de provincieraad van Limburg houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “partiële herziening BPA Schalbroek”, in zoverre het het gedeelte betreft dat betrekking heeft op de verdere afwerking, ingevolge het verdwijnen van de voetbalclub FC De Wrakken, van de bestaande woonzone. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  37. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit sub b.
  38. De eerste verwerende partij en het Vlaamse Gewest worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, ieder voor de helft. X-13.839-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-13.839-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.798 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.