id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.853 Rolnummer: A. 195871/VII-37711 Zaak: Arrest 208853 - Rusthuizen - 09/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-18 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:23 Fiche Arrest nr 208.853 van 9 november 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Rusthuizen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 208.853 van 9 november 2010 in de zaak A. 195.871VII-37.
- In zake: de VZW RESIDENCE ROZENHOF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Temmerman en tevens door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te Gent Sint-Annaplein 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid van 12 januari 2010 houdende de intrekking van de erkenning en de sluiting van het rust- en verzorgingstehuis "Residentie Rozenhof", uitgebaat door de verzoekende partij. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 oktober
- VII-37.711-1/6 Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij baat een rust- en verzorgingstehuis (RVT) uit. De activiteiten worden gevoerd in het pand gelegen aan de Zandstraat 10 te Brugge. Dat pand is luidens de verklaringen in het verzoekschrift sinds 1975 eigendom in onverdeeldheid tussen de bestuurder van de verzoekende partij, haar moeder en haar broer. 3.
- De verzoekende partij beschikt over een erkenning als RVT onder het nr. VZB 2197 voor 52 bedden. Die erkenning loopt van 1 januari 2004 tot en met 28 februari
- Bij besluit van 9 maart 2007 wordt met ingang van 1 april 2007 een erkenning als RVT geweigerd onder het nr. VZB
- 3.
- Op 26 maart 2008 verkrijgt de verzoekende partij een verlenging van de erkenning nr. PE 1350 van het rusthuis "Residentie Rozenhof" tot en met 28 februari
- Er wordt aan toegevoegd dat tijdens deze erkenningsperiode de verantwoordelijke beheersinstantie dient verder te werken aan de herconditionering en (ver)nieuwbouw van het rusthuis om de infrastructurele tekorten zo snel mogelijk weg te werken. VII-37.711-2/6 3.
- Na klachten en controleonderzoeken wordt de verzoekende partij op 14 augustus 2009 door het afdelingshoofd Zorgverzekering op de hoogte gebracht van het voornemen om de erkenning van het rusthuis in te trekken. In een uitgebreide brief van 31 augustus 2009 vraagt de verzoekende partij dit voornemen te heroverwegen. 3.
- Na een hoorzitting verleent de adviserende beroepscommissie op 9 oktober 2009 een voor de verzoekende partij negatief advies. 3.
- Op 12 januari 2010 wordt de bestreden beslissing genomen. Deze luidt als volgt : "Overwegende dat het rusthuis 'Residentie Rozenhof', Zandstraat 10 te 8200 Brugge, beheerd door de vzw 'Residence Rozenhof', zelfde adres, bij besluit van de administrateur-generaal van 26 maart 2008 erkend werd tot en met 28 februari 2010 onder nummer PE 1350 voor maximaal 120 rusthuiswoongele- genheden; Overwegende dat in artikel 2 van voornoemd besluit van de administrateur- generaal van 26 maart 2008 bepaald werd dat de verantwoordelijke beheersin- stantie tijdens deze erkenningsperiode verder dient te werken aan de hercon- ditionering en (ver)nieuwbouw van het rusthuis om de infrastructurele tekorten zo snel mogelijk weg te werken; Overwegende het onderzoek dat het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid voerde aangaande de naleving van de normen waaraan een rusthuis moet voldoen om voor erkenning in aanmerking te komen; Overwegende dat de administrateur-generaal op datum van 17 augustus 2009 een voornemen betekende aan de vzw 'Residence Rozenhof', Zandstraat 10 te 8200 Brugge tot intrekking van de erkenning en tot sluiting van voornoemd rusthuis 'Residentie Rozenhof', Zandstraat 10 te 8200 Brugge; Overwegende dat deze beslissing gebaseerd is op de vaststellingen in de verslagen van de inspectiebezoeken van 11 december 2009, 21 maart 2008, 14 oktober 2008,15 januari 2009, 3 maart 2009 en 19 juni 2009 waarbij telkens meerdere tekorten werden vastgesteld met betrekking tot de erkenningsnormen, zoals bepaald in de bijlage B van voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1995, en de bepalingen in voornoemd ministerieel besluit van 10 december 2001 inzake kwaliteitszorg; Overwegende dat voornoemde vzw 'Residence Rozenhof' op 31 augustus 2009 de heroverweging heeft gevraagd van genoemd voornemen tot intrekking van de erkenning en tot sluiting als rusthuis; Overwegende dat dit verzoek tot heroverweging conform de bepalingen van artikel 11 van voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 1985 werd ingediend en door het agentschap voor advies werd voorgelegd aan de Adviserende Beroepscommissie inzake Gezins- en Welzijnsaangelegenheden; Overwegende dat de Adviserende Beroepscommissie inzake Gezins- en Welzijnsaangelegenheden aangaande de genoemde vraag tot heroverweging op 1 december 2009 het advies 2009/269 van 9 oktober 2009 opstuurde naar het agentschap Zorg en Gezondheid; Overwegende dat het advies 2009/269 van de adviserende beroepscommissie betreffende het bezwaarschrift van voornoemde vzw 'Residence Rozenhof' luidt als volgt: 'De commissie is van mening dat het voornemen van de VII-37.711-3/6 administratie in dit dossier niet kennelijk onredelijk is, gelet op de diverse - vaak blijvende- tekortkomingen aan de minimale kwaliteitscriteria en de erkenningsnormen. De commissie heeft daarenboven geen vertrouwen in een goede afloop op basis van de argumentatie ter zitting, zeker gelet op de voorgeschiedenis. De voorgelegde 'bewijsstukken' zijn te zwak om te kunnen overtuigen. Er zijn onvoldoende structurele verbeteringen in de werking te constateren opdat de zorg voor de bewoners wordt gegarandeerd zoals vastgelegd in de erkenningsnormen. De commissie wijst erop dat er evenmin enige zekerheid over bestaat dat mevrouw Van den Abeele bij de openbare verkoop het betreffend onroerend goed zelf zal kunnen verwerven en de door haar voorgenomen renovatie zal kunnen realiseren. Aan de erkenningsnormen moet te allen tijde worden voldaan, zodat het zonder belang is hoelang de erkenning nog loopt. In die zin komt het voornemen tot intrekking van de erkenning en tot sluiting, gelet op de herhaalde inspectierapporten, zeker niet uit de lucht vallen en heeft verzoekster voldoende kansen gehad tot remediëring van de meermaals vastgestelde tekorten'; Overwegende dat de Adviserende Beroepscommissie derhalve het bezwaar- schrift van voornoemde vzw negatief adviseert; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 19 van voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, de administrateur-generaal de erkenning kan wijzigen, schorsen of intrekken als een erkende voorziening de erkennings- voorwaarden niet naleeft; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 23 van voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, de beslissing tot intrekking van de erkenning voor een woonzorgcentrum dat erkend moet zijn, tot gevolg heeft dat vanaf de datum, vermeld in die beslissing, de sluiting van de voorziening ingaat; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 31, derde lid, van voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, de administrateur-generaal alle bewarende maatregelen kan opleggen die nodig zijn voor de bescherming van de gebruikers van de voorziening; Overwegende dat de sluiting van de voorziening enerzijds tot gevolg heeft dat het rusthuis 'Residentie Rozenhof' niet meer mag geëxploiteerd worden door de vzw 'Residence Rozenhof' en dat anderzijds de opgenomen bejaarden zo spoedig mogelijk in goede leefomstandigheden de nodige zorg moeten krijgen; Overwegende dat een gedwongen verhuis een ernstige impact heeft op de levenskwaliteit van de getroffen bejaarden, aangezien zij hun vertrouwde woonomgeving moeten verlaten; Overwegende dat er maatregelen moeten genomen worden om de verdere huisvesting van de bewoners te realiseren en dat deze maatregelen moeten genomen worden in voorafgaand en permanent overleg met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid en de betrokken bejaarden of hun vertegen- woordigers; Overwegende dat het billijk is voor de bewoners de sluiting van het rusthuis 'Residentie Rozenhof' voldoende in de tijd te spreiden, zodat zij de kans krijgen om een volwaardig alternatief te vinden". IV. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de VII-37.711-4/6 vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op wat ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. V. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoekende partij
- Met betrekking tot deze voorwaarden zet de verzoekende partij het volgende uiteen : "Door de aangevochten beslissing wordt de uitbating van haar tehuis volledig onmogelijk gemaakt, wat meteen voor gevolg heeft dat verzoekster in de absolute onmogelijkheid wordt geplaatst om nog verder haar maatschappelijk doel (geciteerd in het feitenrelaas hierboven) te verwezenlijken. Het komt er dus op neer dat, indien niet snel wordt overgegaan tot schorsing der uitvoering van de thans aangevochten beslissing, het voortbestaan van verzoekster in het gedrang komt, met een quasi onmogelijkheid om later nog ooit de draad opnieuw te kunnen opnemen, zelfs al zou op termijn een vernietiging van het aangevochten besluit worden uitgesproken. Dat de schorsing van de tenuitvoerlegging der beslissing zeker een nuttig effect zou kunnen hebben, wordt bewezen door het feit dat bij schorsing de aanvraag tot verlenging van de erkenning na 28.02.2010 zal herleven. Een zwaarder en moeilijker te herstellen ernstig nadeel kan nauwelijks bestaan, vermits de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing het bestaan zelf van verzoekster bedreigt".
- Artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, zoals vervangen door artikel 63, van het koninklijk besluit van 25 april 2007, bepaalt dat het enig verzoekschrift "een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen", moet bevatten. Een verzoekende partij mag zich ter zake niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, wat inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet VII-37.711-5/6 verschaffen omtrent de aard en omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter blijkt. Te dezen blijft de verzoekende partij echter zeer algemeen. Met de verwerende partij moet trouwens worden vastgesteld dat dit vermeende nadeel op geen enkel ogenblik wordt onderbouwd of aannemelijk gemaakt.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.711-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.853 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.224.968 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.