← België

Arrest 208854 - Voedselveiligheid (FAVV) - 09/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.854 Rolnummer: A. 196804/VII-37830 Zaak: Arrest 208854 - Voedselveiligheid (FAVV) - 09/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:23 Fiche Arrest nr 208.854 van 9 november 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 208.854 van 9 november 2010 in de zaak A. 196.804/VII-37.

  1. In zake : Dirk VANDERHAEGHEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joeri Beuren kantoor houdend te Brugge-Sint-Kruis Damse Vaart-Zuid 20-21 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te Brugge-Sint-Kruis Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. De vordering, ingesteld op 15 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna: FAVV) van 27 mei 2010 waarbij een H-statuut wordt opgelegd, voor een periode van 52 weken, met ingang van 10 mei
  3. VII-37.830-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 oktober
  5. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die loco advocaat Joeri Beuren verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Peter Eecloo, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verzoeker is landbouwer te Brugge. Op 1 maart 2010 komt een veehandelaar een aangekocht rund ophalen om het te laten slachten. Er wordt een urinestaal genomen. 3.
  8. Het analyseresultaat is niet conform op residuen van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking (prednisolone). Het resultaat wordt aan de VII-37.830-2/10 verzoeker ter kennis gebracht op 16 maart
  9. Er worden later nog controleonderzoeken verricht. 3.
  10. Op 27 mei 2010 wordt de thans bestreden beslissing genomen. Deze luidt als volgt : "De 28ste mei 2010 hebben ondergetekende Bart Turcksin, inspecteur FAVV samen met de Federale Gerechtelijke Politie van Brugge, bevoegd voor en belast met het toezicht op de uitvoering van de bepalingen van de wetten en besluiten inzake de wetten die worden vermeld in artikel 5 van de wet van 4 februari 2000 houdende de oprichting van het Federaal agentschap voor de veiligheid van de Voedselketen de genaamde VANDERHAEGHEN Dirk (...) meegedeeld. 'Er werd op 1 maart 2010 een urinestaal genomen van het rund BE 1695 2320, afkomstig van uw beslag gelegen te 8000 Brugge, Arendstraat 51 (zie PV 2159/10/0047/WVL). Na analyse in het labo FLVV - Gentbrugge bleek dit staal niet conform op prednisolone. Op 16 maart 2010 werd dit aan u betekend. U heeft hierop op 16 maart 2010 een tegenonderzoek aangevraagd bij het labo CER-Marloie. Na analyse van het tegenstaal werd dit niet conform bevonden op Prednisolone en Dexamethasone. Dit definitief niet conform resultaat werd aan u betekend op 1 april 2010 (PV 2408/10/47/NOE). Er werd op 1 april 2010 en 28 april 2010 eveneens een verhoor van u afgenomen (PV 2408/10/0048/NOE en PV 2408/10/0060/NOE). Van bovenstaande vaststellingen werd een PV van overtreding (PV 2408/10/0057/NOE) opgemaakt. Op 16 maart 2010 werd i.s.m. de FGP van Brugge een controle uitgevoerd op uw beslag, gelegen 8000 Brugge, Arendstraat
  11. Er werden op deze controle 5 mestmonsters van aanwezige runderen, 2 dierenvoedermonsters en 2 gebruikte naalden genomen ter analyse op verboden substanties (zie PV 2408/10/0041/NOE). Na analyse bleken al deze stalen conform. Dit werd aan u betekend op 1 april 2010 (PV 2408/10/0049/NOE)'. U heeft Steeds een kopie ontvangen van bovenvermelde PV's. Uit de gevoerde enquête (zoals medegedeeld in PV van verhoor met nr. PV 2408/10/0048/NOE en PV 2408/10/0060/NOE) blijkt dat de aangetroffen prednisolone en dexamethasone (corticosteroïden) gebruikt zijn voor andere, niet therapeutische doeleinden (corticosteroïden kunnen slechts worden toegediend door een dierenarts) en er bijgevolg sprake is van een illegale behandeling volgens art. 3 §3 en 4 van de wet van 15/07/1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productie-stimulerende werking. VII-37.830-3/10 Gelet op Advies 38-09 betreft de opsporing van prednisolone in mest (dossier Sci Com nr. 2009/28 van het Wetenschappelijk Comité van het FAVV waarin wordt gesteld: onder
  12. Risicobeoordeling: 3.
  13. Gevarenidentificatie: i.v.m. het gebruik van prednisolone: "Prednisolone wordt in de diergeneeskunde gebruikt om bepaalde ziekten te behandelen, bijvoorbeeld ademhalings- en spijsverteringsziekten (Desi et al., 2008). In de kantlijn van hun ontstekingsremmende eigenschappen worden corticosteroïden ook beschouwd als groeiremmers. Nochtans zouden kleine dosissen corticosteroïden de gewichtstoename bij dieren versnellen. Potentiëring van de werking van $-agonisten, verlaging van de voederomzet, verhoging van de water- en vetretentie in de weefsels zijn evenveel argumenten die worden aangevoerd om het positieve effect op de groei van runderen te verklaren (Negriolli, 1997). Prednisolone wordt ook gebruikt in de humane geneeskunde (EMEA, 2000). Het heeft ontstekingsremmende en immunomodulerende effecten (Rochcongar et al., 2004). Die effecten zijn gelijkaardig aan die van andere corticosteroïden zoals triamcinolone, methylprednisolone, prednisone en dexamethasone. Deze synthetische corticosteroïden bootsen de werking na van cortisol (hydrocortisone), een natuurlijk corticosteroïde dat wordt aangemaakt door de bijnier. Corticosteroïden hebben verschillende effecten op het lichaam maar ze worden meestal gebruikt voor hun anti-inflammatoire eigenschappen voor de behandeling van artritis, astma, bronchitis, sommige vormen van huiduitslag, allergieën of ontstekingen van de neus en de ogen. Prednisolone wordt ook gebruikt om bepaalde kankers zoals leukemie en lymfoom te behandelen. Corticosteroïden worden thans in de sportgeneeskunde veel gebruikt om aandoeningen van de pezen, letsels van de ligamenten of syndromen van overbelasting te behandelen (Rochcongar et al., 2004). Bij dopingcontroles uitgevoerd in Frankrijk in 2002 kwam aan het licht dat vaak triamcinolone werd gebruikt (81 gevallen), maar ook betamethasone (26 gevallen) en prednisolone (19 gevallen) (Rochcongar et al., 2004)'. Onder 4.3 stelt men als andere vooropgestelde matrices: 'Als andere matrices worden urine en plasma voorgesteld. Veel in de literatuur beschreven methoden voor het opsporen van illegaal gebruik van prednisolone worden toegepast op urine'. Onder
  14. stelt men als conclusies: 'Prednisolone is een synthetisch glucocorticoïde dat door microbiologische dehydrogenatie op natuurlijke wijze zou kunnen worden gevormd uit cortisol.Het Wetenschappelijk Comité meent dat de matrix feces geschikt zou kunnen zijn voor het opsporen van prednisolone op voorwaarde dat dit experimenteel getoetst wordt en als voorzorgen worden genomen bij de bewaring van de monsters. Het Wetenschappelijk Comité stelt 3 maatregelen voor in verband met het bewaren van de monsters, namelijk invriezen, bewaren in een anaëroob milieu en sterilisatie. Het Wetenschappelijk Comité raadt aan om de efficiëntie van deze

(3)maatregelen te toetsen door experimenteel onderzoek. VII-37.830-4/10 De analyse op prednisolone kan ook op urine en op plasma worden uitgevoerd. Urine is trouwens de matrix die in een groot aantal Europese landen wordt gebruikt
  1. Gelet op wat vooraf ging en op basis van art. 4 § 1 van het K.B. dd 08/09/1997 betreffende maatregelen inzake de verhandeling van landbouwdieren, ten aanzien van bepaalde stoffen of residu’s daarvan met farmacologische werking, zal een H-statuut worden opgelegd, dit voor een periode van 52 weken met ingang van 10 mei
  2. De 279 runderpaspoorten van de runderen gehouden te Arendstraat 51, 8000 Brugge zullen door het FAVV gemerkt worden met het H-statuut. Geen enkel rund dat alzo gemerkt is, mag het beslag verlaten, tenzij het rechtstreeks naar een binnenlands slachthuis gebracht wordt, dit tot het verstrijken van de periode van 52 weken op 10 mei
  3. Als gevolg van het H-statuut moet volgens art. 21 ter § 1 vierde punt en § 3 van het K.B. van 09/03/1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren, bij geslachte dieren een laboratoriumonderzoek gericht op het opsporen van residuen van farmacologisch werkzame substanties of van hun metabolieten uitgevoerd worden. Het laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd op één geslacht dier per 10 of fractie van 10 ter slachting aangeboden dieren uit eenzelfde veebeslag van herkomst waarvan de slachtingsaangifte gelijktijdig is gedaan. Ingevolge art. 6 vierde punt van de wet van 05/09/1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, zijn de kosten van die laboratoriumonderzoeken volledig ten laste van de eigenaar van het dier. Hij zal eveneens instaan voor de betaling van de onkostennota betreffende de onderzoeksdaden gesteld. (...) In afwachting van de merking : - delen wij hem mede dat hij zich om geen enkele reden mag ontdoen van de dieren en dat hij er goed zorg moeten voor dragen. - lichten wij hem er eveneens van in dat in geval van afslachting in nood van één van deze dieren hij de betrokken ambtenaar moet verwittigen. Hij moet aan hem behandelende dierenarts een vervoersdocument vragen (wet van 05/09/1952, K.B. van 09/03/1953, artikel 20), en hij moet de dierenarts-keurder van het slachthuis vragen om op zijn kosten een monster te nemen in tweevoud voor onderzoek naar de stoffen aangegeven door het H-statuut. Hij moet aan de dierenarts-keurder van het slachthuis een attest vragen met de vermelding dat het dier werd bemonsterd. - Delen wij hem mede dat in geval van sterfte op het bedrijf van een van deze dieren hij onmiddellijk de inspecteur (...) moet verwittigen". IV. De schorsingsvoorwaarden
  4. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd VII-37.830-5/10 die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. V. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoeker
  5. In het verzoekschrift zet de verzoeker zijn moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt uiteen : "Aangezien dat mijn verzoeker en zijn echtgenote een familiaal landbouwbedrijf (…) bestaande uit 250 stuks melkvee en witblauw fokvee en een 60-tal zeugen evenzeer voor afmesting, uitbaten. Dat benevens het melkvee de activiteit van verzoeker vooral bestaat uit (…) het fokken van dieren om na verloop van tijd een degelijk produkt voor de consumptie af te leveren. Dat om die reden verzoeker slechts uiterst zelden dieren aankoopt. Dat de aankoop zich dan nog tot dekstieren beperkt. Dat rekening houdende met de omzet BTW het bedrijf van verzoeker er procentueel als volgt uitziet: 28,60 % mestvee 21,60 % melkvee 35,00 % varkens 6,75 % kalververkoop 3,80 % granen. Door het H- statuut worden de bedrijfsinkomsten van verzoeker op aanzienlijke wijze beknot. Dat verzoeker door het H-statuut geen kalveren mag verhandelen hetgeen een verlies van 6,75 % uitmaakt. Dat wat het mestvee betreft verzoeker meent dat er een verlies van 15 % zal zijn. Dat benevens dit verlies er rekening dient te worden gehouden met de volgende kosten: - de bijkomende kosten van onderzoeken bij afvoer van de dieren naar het slachthuis; - niet uitbetalen van de subsidies en toeslagrechten, minstens bevriezing van de subsidies totdat de zaak definitief is beslecht; - verhoogde voederkosten omwille dat verzoeker zijn kalveren niet kan verkopen en aldus bij verzoeker op stal blijven, het mestvee dat omwille van de onderzoekskosten niet telkens kan afvoeren naar het slachthuis; - problemen welke zullen rijzen met bij de Mestbank doordat er teveel dieren op de boerderij aanwezig blijven, zal het Nutriëntengehalte overschreden worden met een financiële beboeting tot gevolg. VII-37.830-6/10 Dat rekening moet worden gehouden dat één en ander zich allicht over een periode van 2 jaar zal uitstrekken. Dat verzoeker geen andere inkomsten bekomt. Dat mij verzoeker bovendien zijn subsidies en toeslagrechten nodig heeft om zijn leningen voor zijn landbouwbedrijf terug te betalen. Dat mijn verzoeker jaarlijks rond de 76.000 € aan terugbetalingen uit hoofde van leningen dient te doen. Dat het inkomen uit de bedrijfsvoering onvoldoende is om deze leningen terug te betalen. Dat de door het FAVV uitgesproken maatregel dient te worden geschorst, vooreerst op grond van schending van de rechten van verdediging en vervolgens temeer uit het onderzoek op de boerderij geen inbreuken werden vastgesteld. Dat het FAVV daarenboven naar aanleiding van het onderzoeken niet de minste moeite heeft genomen om de toedienings- en verschaffingsdocumenten na te gaan. Dat men ze pas op 18 mei in het kader van het verhoor van de dierenarts hebben gevraagd en dit dan nog op aandringen van de dierenarts. Dat verzoeker op heden noch in het verleden enige financiële problemen heeft gehad. Dat verzoeker terzake evenmin enig antecedent heeft en bij alle instanties als correct staat aangeschreven". Beoordeling
  6. De verzoeker roept voornamelijk een financieel nadeel in. Het opleggen van het H-statuut houdt in dat de desbetreffende dieren het bedrijf alleen mogen verlaten voor hun vervoer naar een binnenlands slachthuis en dat bij het slachten ervan nauwkeuriger controles worden uitgevoerd. Voor het overige wordt de handel niet belemmerd. De stelling van de verzoeker op dit punt kan dan ook niet worden bijgetreden. Aangezien de verzoeker derhalve zijn dieren nog wel kan verhandelen, is het al evenmin onzeker dat hij bijkomende kosten, zoals voederkosten moet maken. Aldus zijn de geopperde problemen met de Mestbank slechts hypothetisch. Een louter financieel nadeel is in principe niet moeilijk te herstellen tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is. De verzoeker maakt te dezen geen gewag van het bestaan van dergelijke omstandigheden. VII-37.830-7/10 De verzoeker betoogt eveneens dat de maatregel moet worden geschorst op grond van een schending van de rechten van verdediging. Die bewering heeft geen uitstaans met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het volstaat immers niet dat een middel op het eerste gezicht als ernstig voorkomt om daaruit af te leiden dat er ipso facto sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  7. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.830-8/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.854 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.221.177 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.