id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.920 Rolnummer: A. 196894/XII-6239 Zaak: Arrest 208920 - Arbeids- en beroepskaarten - 10/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-19 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:24 Fiche Arrest nr 208.920 van 10 november 2010 Economische zaken - Arbeids- en beroepskaarten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 208.920 van 10 november 2010 in de zaak A. 196.894/XII-6239 In zake: VOF DEMUYNCK-CNUDDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Claude Van Marcke en Vallery Declercq kantoor houdend te Anzegem Kerkstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD NINOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefan Van Der Jeught kantoor houdend te Ninove Stationsstraat 48 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 26 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 13 april 2010 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ninove waarbij, met betrekking tot de wekelijkse dinsdagmarkt, de vrije standplaats naast het kippenkraam van R. De Meersman wordt toegewezen aan P. Reynaert. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2010, welke zitting is uitgesteld naar de zitting die heeft plaatsgevonden op 26 oktober
- XII-6239-1\5 Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Claude Van Marcke, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Stefan Van Der Jeught, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De gemeenteraad van Ninove keurt op 24 april 2008 een reglement met betrekking tot de ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein goed. Blijkens artikel 1 richt de gemeente op dinsdag van 8 tot 12 uur een openbare markt in op het openbaar domein. Het plan van de standplaatsen, waarvoor het reglement naar een bijlage verwijst, wordt niet voorgebracht. Overeenkomstig artikel 3 wordt maximaal 95 % van het totale aantal standplaatsen toegewezen per abonnement en minstens 5 % van dag tot dag. Verzoekster bezet naar eigen zeggen “reeds gedurende bijna 3 jaar wekelijks dezelfde standplaats [met brood en gebak] aan de Centrumlaan”. Weliswaar wordt niet beweerd dat het een standplaats per abonnement betreft. Volgens verwerende partij, van haar kant, heeft verzoekster alleen tijdens de werken ter vernieuwing van de Graanmarkt, van 9 maart 2009 tot 24 april 2010, een standplaats op de hoek van de Centrumlaan ingenomen, meer bepaald een losse plaats als risico-marktkramer.
- Met een brief van 9 februari 2010 vraagt P. Reynaert om een standplaats te krijgen op de Centrumlaan naast het kippenkraam van R. De Meersman. Het college van burgemeester en schepenen wijst de “vrije” marktplaats naast R. De Meersman bij beslissing van 13 april 2010 aan P. Reynaert XII-6239-2\5 toe vanaf “de dag dat de marktkramers verplaatst worden van de Centrumlaan naar de Graanmarkt”. Bedoelde plaats is de plaats waarvan verzoekster beweert ze “reeds gedurende jaren” in te nemen. IV. Ontvankelijkheid
- Verwerende partij betwist het belang van verzoekster. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Met betrekking tot de tweede voorwaarde voert verzoekster aan dat zij “niet steeds op risico naar de markt van stad Ninove [kan] gaan omdat zij als kraam dat brood en gebak verkoopt al te veel risico zou lopen dat indien zij geen plaats krijgt toegewezen, al haar verse producten verloren gaan”, dat zij dreigt haar vast cliënteel te verliezen wanneer zij enkele weken niet op haar standplaats staat waar zij al jaren staat, dat zij ook geen nieuw cliënteel kan verwerven, dat de dinsdagmarkt voor haar een goede markt is en dat zij niet over een alternatief beschikt, en dat, sinds zij haar vaste standplaats moest verlaten, haar omzet op de markt te Ninove van gemiddeld 915 à 980 euro gedaald is naar gemiddeld 550 euro.
- Tenminste sinds “de dag dat de marktkramers verplaatst worden van de Centrumlaan naar de Graanmarkt”, eind april 2010, loopt verzoekster in theorie het risico dat zij geen plaats op de dinsdagmarkt van verwerende partij kan innemen aangezien zij geen titularis is van een standplaats per abonnement en dus aangewezen is op een zogenaamde losse plaats die overeenkomstig artikel 4 van het reglement van 24 april 2008 toegekend wordt. XII-6239-3\5 Het is een risico evenwel dat, zo niet hooglijk hypothetisch is, dan toch als erg overtrokken voorkomt. Verwerende partij bewijst immers dat verzoekster zich na april 2010 steeds is blijven aanbieden op de markt en ook steeds, zonder enige uitzondering, een losse standplaats heeft verkregen. Waar er geen gegevens voorhanden zijn om te betwijfelen dat dit in de toekomst voort het geval zal zijn, kan het betrokken risico niet als een ernstig nadeel worden ingeschat.
- Wat het verlies qua klanten en daardoor qua omzet betreft, waartoe de bestreden beslissing aanleiding geeft, brengt verzoekster (alleen) een lijst met “Dagomzetten 2009 en 2010” bij. Ofschoon verwerende partij de lijst “eenzijdig en niet te controleren” noemt, lijkt er vooralsnog geen reden toe ze a priori als ongeloofwaardig af te wijzen. Als zodanig maakt ze aannemelijk dat verzoeker ten gevolge van de uitvoering van de bestreden beslissing, in de eerste weken nadien, blijkbaar inderdaad op de dinsdagmarkt van verwerende partij een geringere omzet heeft gerealiseerd. De kwestieuze terugloop is evenwel niet van die aard dat hij, reeds louter op zich beschouwd, als ernstig in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan worden aangezien, laat staan nog als moeilijk herstelbaar. Mogelijk is over dat ernstig en moeilijk herstelbaar karakter anders te oordelen in het licht van het geheel van verzoeksters inkomsten en uitgaven, maar daarover verschaft verzoekster dan weer onvoldoende bijzonderheden. In dit verband maakt de Raad van State uit de e- mailcorrespondentie die verzoekster met een faxbericht van 25 oktober 2010 meedeelde op dat zij ogenschijnlijk niet alleen inkomsten uit de verkoop op markten heeft. Zij bewaart over die andere inkomsten echter het stilzwijgen, evenals over de omvang van haar kosten. Bij gebrek aan zicht op de globale financiële situatie van verzoekster kan de Raad van State er hier en nu niet toe komen om aan te nemen dat het financiële en commerciële verlies dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing op het eerste gezicht lijdt, een schorsing verantwoordt. XII-6239-4\5
- Uit wat voorafgaat volgt dat alvast één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet is vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 november 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6239-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.920 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.222.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.