← België

Arrest 209027 - Varia (justitie) - 19/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.027 Rolnummer: A. 194318/XIV-31521 Zaak: Arrest 209027 - Varia (justitie) - 19/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-29 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 05:25 Fiche Arrest nr 209.027 van 19 november 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 209.027 van 19 november 2010 in de zaak A. 194.318/XIV-31.

  1. In zake : de gemeente MAARKEDAL, die woonplaats kiest bij Advocaat J. OPSOMMER, kantoor houdende te 9700 OUDENAARDE, Kasteelstraat 8 tegen : het Federaal Agentschap voor de opvang van Asielzoekers (FEDASIL), dat woonplaats kiest bij Advocaat A. DETHEUX, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Maliestraat
  2. DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente MAARKEDAL op 16 oktober 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (FEDASIL) van 14 augustus 2009 "tot vaststelling van het quotum aan asielzoekers voor de gemeente Maarkedal betreffende de toepassing van het spreidingsplan nr. 42"; Gelet op het arrest nr. 206.675 van 15 juli 2010 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 24 juli 2010; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XIV-31.521-1/3 Overwegende dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-31.521-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien november tweeduizend en tien, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-31.521-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.027 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.