id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.047 Rolnummer: A. 197630/IX-6933 Zaak: Arrest 209047 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 22/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-11-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 05:25 Fiche Arrest nr 209.047 van 22 november 2010 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.047 van 22 november 2010 in de zaak A. 197.630/IX-6933 In zake : Tony BERVOETS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Exelmans kantoor houdend te Diest Schellekensberg 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 14 juni 2010 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij Tony Bervoets bij ordemaatregel voorlopig geschorst wordt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. IX-6933-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 november
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Iris Exelmans, die verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Ruben Goosens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is inspecteur van politie en was tot 30 april 2007 tewerkgesteld in de lokale politiezone Berlaar-Nijlen. Bij brief van 26 januari 2007 deelt de procureur des Konings aan de voorzitter van het politiecollege mee dat lastens de verzoeker een gerechtelijk onderzoek gevoerd wordt wegens het onrechtmatig invoeren van gegevens in een computersysteem (ANG), passieve omkoping en schending van het beroepsgeheim. Dientengevolge wordt de verzoeker op 7 februari 2007 bij ordemaatregel voorlopig geschorst met inhouding van 25 % van zijn wedde. Op 1 mei 2007 stapt de verzoeker via mobiliteit over naar de federale politie, CSD Antwerpen/Interventiekorps. De voorlopige schorsing wordt door de minister van Binnenlandse Zaken telkens voor vier maand verlengd, achtereenvolgens bij de beslissingen van 11 juni 2007, 5 oktober 2007, 7 februari 2008, 6 juni 2008, 2 oktober 2008, 2 februari 2009, 2 juni 2009 en 1 oktober
- Bij de eerste vier verlengingen werd de inhouding van wedde herleid tot 10 %. De twee volgende verlengingen gingen niet gepaard met een IX-6933-2/5 inhouding (dit omdat de verzoeker slachtoffer geworden was van een woningbrand). Bij de twee volgende verlengingen werd terug 10 % van de wedde ingehouden. 3.
- In haar vonnis van 4 december 2009 acht de correctionele rechtbank van Mechelen de tenlasteleggingen bewezen en veroordeelt zij de verzoeker tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en een geldboete van 825 euro, met uitstel voor drie jaar. Bij brief van 12 januari 2010 deelt de procureur des Konings dit vonnis mee aan de federale politie. In die brief stelt de procureur dat het vonnis ten aanzien van de verzoeker definitief is. 3.
- Op 25 januari 2010 stelt de directeur-generaal van de Algemene Directie van de Bestuurlijke Politie, in zijn hoedanigheid van hogere tuchtoverheid, een inleidend verslag op waarbij hij het voornemen formuleert om de verzoeker van ambtswege te ontslaan. 3.
- Bij beslissing van 4 februari 2010 van de minister van Binnenlandse Zaken wordt de verzoeker opnieuw bij ordemaatregel voorlopig geschorst voor een termijn van vier maanden vanaf 13 februari 2010 en met inhouding van 25 % van zijn wedde. 3.
- Bij beslissing van 10 juni 2010 van de minister van Binnenlandse Zaken wordt de voorlopige schorsing bij ordemaatregel nogmaals verlengd voor een termijn van vier maanden, met inhouding van 25 % van zijn wedde. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt op 14 juni 2010 per fax meegedeeld aan de verzoeker. 3.
- De verzoeker dient zijn vordering tot schorsing en nietigverklaring in op 13 augustus
- Op 1 september 2010 beslist de hogere tuchtoverheid in het kader van de tuchtprocedure aan de verzoeker het ontslag van ambtswege op te leggen. IX-6933-3/5 IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij betwist het actueel belang van de verzoeker, aangezien hij inmiddels van ambtswege ontslagen is. Die exceptie wordt in de huidige stand van de zaak niet onderzocht, aangezien de vordering tot schorsing om een andere reden wordt verworpen. V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, ' 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de verzoeker
- De verzoeker betoogt dat de bestreden beslissing een verkapte tuchtstraf is, waardoor hij verhinderd wordt zijn ambt uit te oefenen, die kadert in een schorsing van onbepaalde duur en die grote psychische gevolgen heeft en tot een vermindering van zijn wedde leidt, wat ernstige financiële gevolgen heeft. Beoordeling
- De hier bestreden voorlopige schorsing is opgegaan in de beslissing van 1 september 2010 waarbij de verzoeker tuchtrechtelijk ontslagen is. IX-6933-4/5 Indien de verzoeker thans nog een nadeel ondergaat, dan vindt dit zijn grondslag in het ontslagbesluit. Een schorsingsarrest reikt niet verder dan dat het naar de toekomst toe de nadelige gevolgen van een beslissing verhindert. Aangezien de bestreden beslissing thans geen uitwerking meer heeft, is er ook geen sprake meer van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
- Een van de grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing van de bestreden beslissing is niet vervuld. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 november 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6933-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.047 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.977 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div