← België

Arrest 209087 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.087 Rolnummer: Zaak: Arrest 209087 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:26 Fiche Arrest nr 209.087 van 23 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Samenvoeging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 209.087 van 23 november 2010 in de zaken A. 186.706/X-13.609 (I) A. 192.844/X-14.208 (II). I. In zake : 1. Marc OTTEVAERE 2. Hector DERMAUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN 2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen 3. de stad OUDENAARDE Tussenkomende partij : de n.v. DOMO OUDENAARDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katia Bouve kantoor houdend te 8420 DE HAAN Mezenlaan 9 bij wie woonplaats wordt gekozen II. In zake : Marc OTTEVAERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen X-13.609 en 14.208-1/14 tegen : 1. de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN 2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen 1. Het beroep, ingesteld op 15 januari 2008, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van 23 november 2006 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende het verlenen van een voorwaardelijk gunstig positief planologisch attest aan de n.v. Domo-Oudenaarde voor een terrein te Oudenaarde, Industriepark “De Bruwaan” 4, kadastraal bekend sectie A, nr. 199/s en sectie B, nrs. 295/c, 296/c, 304/b, 318/e, 607/a2, 607/c2, en 607/v, b. het gunstig advies van 10 oktober 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op een door de n.v. Domo-Oudenaarde ingediende aanvraag tot regularisatie voor een gedeelte van een bedrijfsgebouw mits het aanplanten van een groenbuffer op het terrein te Eine (Oudenaarde), Industriepark “De Bruwaan” 4, kadastraal bekend sectie B, nrs. 295/c, 296/c, 304/b, 318/e, 604/z, 607/a2 en 607/c2, en c. het besluit van 15 oktober 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde waarbij aan de n.v. Domo-Oudenaarde de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot regularisatie “van gedeelte van bedrijfsgebouw en aanplanten van groenbuffer” te Eine (Oudenaarde), Industriepark “De Bruwaan” 4, kadastraal bekend sectie B, nrs. 295/c, 296/c, 304/b, 318/e, 604/z, 607/a2 en 607/c2 (zaak sub I). Het beroep, ingesteld op 2 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van: X-13.609 en 14.208-2/14 a. het besluit van 18 december 2008 van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij het ontwerp van de provinciaal RUP “Afbakening kleinstedelijk gebied Oudenaarde” en bijhorende deelrup’s afbakeningslijn, Bruwaan-west, Diepenbeek, Bruwaan-noord en Coupure definitief worden vastgesteld, “in de mate het beslist tot de definitieve aanvaarding : - van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘Afbakening kleinstedelijk gebied Oudenaarde’, - van het zgn. deel-RUP Bruwaan West”, en b. het besluit van 20 maart 2009 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende de goedkeuring van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening kleinstedelijk gebied” te Oudenaarde van de provincie Oost-Vlaanderen. (zaak sub II) II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 198.440 van 2 december 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen ingewilligd in de zaak sub II. De verwerende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend in de zaak sub II. De eerste en de tweede verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend in de zaak sub I. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend in de zaak sub II. De verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend in de zaak sub I. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend in de zaak sub II. X-13.609 en 14.208-3/14 De tussenkomende partij in de zaak sub I heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 6 juni 2008. De tussenkomende partij in de zaak sub I heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld in beide zaken. De verzoekende partijen in de zaak sub I hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De eerste en tweede verwerende partijen en de tussenkomende partij in de zaak sub I hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij in de zaak sub II heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij in de zaak sub II heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2010. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jelle Snauwaert, die loco advocaat Antoon Lust verschijnt voor de verzoekende partijen, bestuurssecretaris Kaat Van Keymeulen, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Inneke Bockstaele, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de tweede verwerende partij, en advocaat Kristien Grouwels, die loco advocaat Katia Bouve verschijnt voor de tussenkomende partij in de eerste zaak, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-13.609 en 14.208-4/14 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Regelmatigheid van de rechtspleging 3. De zaak A. 186.706/X–13.609 (zaak I) wordt met de zaak A. 192.844/X–14.208 (zaak II) samengevoegd wegens verknochtheid. Zaak II IV. Feiten 4. De feiten werden uiteengezet in het arrest nr. 198.440 van 2 december 2009. V. Onderzoek van de ontvankelijkheid 5. De tweede verwerende partij werpt op dat de verzoeker niet over het rechtstreeks persoonlijk belang beschikt “om het volledig PRUP ‘Afbakening kleinstedelijk gebied Oudenaarde’ (...) aan te vechten”. De verzoeker beschikt “slechts over een belang met betrekking tot het deelplan Bruwaan-West” zodat het beroep “tot dit deelplan dient beperkt te worden”. 6. De verzoeker repliceert dat “zijn belang zich beperkt zoals reeds is vastgesteld in het schorsingsarrest nr. 198.440 d.d. 2 december 2009”. 7. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het PRUP is opgedeeld in vijf deelplannen en dat de afbakeningslijn (eerste deelplan) mede is bepaald door onder meer “de uitwerking van de deelstructuren (...) bedrijvigheid” waardoor “het industriegebied Bruwaan en de beperkte uitbreidingen worden opgenomen in het stedelijk gebied”. In die omstandigheden moet, mede omwille van het duidelijk afgebakend belang van de verzoeker, vastgesteld worden dat een partiële X-13.609 en 14.208-5/14 vernietiging, beperkt tot het deelplan “Bruwaan-West” en het deelplan “Afbakeningslijn” in de mate dat dit laatste plan het deelplan “Bruwaan-West” afbakent, mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de algemene economie van het plan. Het annulatieberoep is slechts ontvankelijk in zover het het deelplan “Bruwaan-West” en het deelplan “Afbakeningslijn” in de mate dat dit laatste plan het deelplan “Bruwaan-West” afbakent, betreft. VI. Onderzoek van de middelen Eerste middel Standpunt van de partijen 8. In het eerste middel voert de verzoeker de schending aan van de artikelen 145ter en 145quater van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna DRO) en van artikel 159 van de Grondwet. In een eerste onderdeel betoogt de verzoeker dat in het planologisch attest van 23 november 2006 “het behoud op de huidige locatie van de gebouwen (inclusief ‘te regulariseren hoek’)” en “de uitbreiding van de naaldviltafdeling aansluitend bij het perceel 607v met een oppervlakte van 10.000m²” als kortetermijnbehoeften werden aanvaard. Verder stelt hij dat dit planologisch attest “met ingang van 24 november 2007 om 0.00 uur” definitief vervallen is omdat de n.v. DOMO OUDENAARDE nagelaten heeft om “binnen het jaar na de afgifte van het planologisch attest” een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor de voormelde uitbreiding van de naaldviltafdeling in te dienen. Hij concludeert dat het planologisch attest vanaf die laatste datum “niet meer (kon) dienen als rechtsgrond, om voor de site, begrepen in het planologisch attest, alsnog een PRUP op te maken om de bestemming ervan te wijzigen teneinde te kunnen voldoen aan de behouds- en uitbreidingsbehoefte van Domo op korte termijn en mocht de site, gelegen tussen de Diepenbeek, de Pruimelstraat en de Boterstraat, niet worden opgenomen binnen de perimeter van het kleinstedelijk gebied Oudenaarde”. Het deelplan “Bruwaan-West” is opgemaakt “uitsluitend ten behoeve van Domo (...) en om X-13.609 en 14.208-6/14 uitvoering te geven aan de voorschriften en voorwaarden van het planologisch attest van 23 november 2006”. 9. De eerste verwerende partij repliceert dat “het feit dat de nv Domo enkel voor een deel van de werken die in het planologisch attest aangegeven werden als ruimtelijke behoeften op korte termijn, vergunning vraagt, (...) geen weerslag (heeft) op de wettigheid van het planologisch attest, zodat aan de rechtsgrond van het PRUP niet wordt geraakt” omdat “artikel 145ter, § 4, 1° (immers) bepaalt (…) dat het planologisch attest vervalt indien ‘binnen een jaar na de afgifte van het attest het bedrijf geen aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend volgens de bepalingen van artikel 145quater’”. Voorts stelt zij dat “uit niets blijkt dat er vereist is dat de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag zich dient uit te strekken tot àlle ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden die in het planologisch attest werden opgenomen”. 10. De tweede verwerende partij repliceert dat artikel 145, § 3, eerste lid DRO “de enige link en/of sanctie (

  1. is)i.v.m. (de opmaak van) een RUP”, “nergens wordt (...) voorzien dat het RUP (...) tot een eindbeslissing moet zijn gekomen voor het eventueel verval van een planologisch attest om een andere in artikel 145ter § 4 vermelde reden”, “aan de voorwaarde van artikel 145ter § 3 DRO werd (...) voldaan”, “de overheid ook zonder het afleveren van een positief planologisch attest rechtsgeldig en wettig tot (de opmaak van) een RUP (kan) beslissen”, “de opmaak van een (…) RUP voor een bepaald bedrijf(…) ook zonder een planologisch attest mogelijk (
  2. is)indien verantwoord vanuit een ruimtelijke afweging” die “in de bestreden besluiten (werd) gemaakt”, en “de procedure voor het planologisch attest (...) los (dient) gezien te worden van de procedure van het opstellen van een RUP”. 11. De verzoeker dupliceert dat “de bepalingen betreffende het planologisch attest (…) in hun onderlinge samenhang (moeten) worden gelezen en teleologisch geïnterpreteerd(,) de bedoeling(…) van de decreetgever (…) vooreerst (
  3. is)tegemoet te komen aan de korte termijn-behoeften van het bedrijf” zodat “voor zich (spreekt) dat (…) die aanvraag betrekking moet hebben op alle X-13.609 en 14.208-7/14 ‘korte-termijn-behoeften’, zoniet zouden deze hun substantieel vereist karakter van korte-termijn-behoefte verliezen en zou de overheid, die op die basis een planologisch attest heeft afgeleverd, voor schut gezet zijn”, “uit niets (blijkt) dat DOMO inmiddels een stedenbouwkundige aanvraag heeft ingediend voor de tweede fase van zijn beweerde korte-termijn-behoeften, nl. de uitbreiding op korte termijn van de naaldviltafdeling, die derhalve sowieso niet meer binnen de twee jaar kan worden gerealiseerd (…) wat (het) verval van het planologisch attest voor gevolg heeft”. Voorts argumenteert hij dat het feit dat “de stukken betreffende het ontwerp-GRUP op 21 november 2007 aan de diverse instanties werden overgemaakt en de plenaire vergarding is doorgegaan op 18 december 2007 (…) naast de kwestie (is)”, die plenaire vergadering ten andere “meer dan één jaar na het uitreiken van het planologisch attest” is doorgegaan, de tweede verwerende partij uit het oog verliest dat artikel 145ter DRO “niet alleen handelt over het stilzitten van de overheid, maar ook over het stilzitten van de begunstigde van het planologisch attest”, en “de verwerende partij het kwestieus deelplan onmiskenbaar heeft vastgesteld ter uitvoering van het planologisch attest, m.a.w. dat zonder dat planologisch attest het betrokken LWA-gebied tussen de Boterstraat, de Pruimelstraat en de Diepenbeek nooit tot regionaal bedrijventerrein zou bestemd geworden zijn maar tot het buitengebied zou zijn blijven behoren” zodat er “een onlosmakelijke verbinding (
  4. is)tussen het planologisch attest en de bestreden besluiten”. 12. In de laatste memorie voegt de tweede verwerende partij aan haar verweer toe dat “in de bestreden besluiten (…) behoudens een verwijzing in de aanhef, niet gesteund (wordt) op het positief planologisch attest van 23 november 2006” en dat “ook voor de nadere invulling van de bestemming (…) niet verwezen (wordt) naar het planologisch attest” waarmee “duidelijk aangetoond (wordt) dat het planologisch attest enkel de aanzet vormde maar geenszins de ruimtelijke afweging voor de opmaak van het bestreden PRUP” zodat “het eventuele verval van het planologisch attest (…) geenszins (kan) leiden tot een onwettigheid van het PRUP, zelfs niet beperkt tot het deelplan Bruwaan-West”. X-13.609 en 14.208-8/14 Beoordeling 13. Luidens het toentertijd geldende artikel 145ter, § 1 DRO is het planologisch attest een document dat aangeeft of het bestaand bedrijf al dan niet behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is. In het geval van behoud worden de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden op korte en op lange termijn meegedeeld. Het planologisch attest kan enkel aangevraagd worden door en voor een bedrijf waarvoor het maken en wijzigen van een ruimtelijk uitvoeringsplan overwogen moet worden om de uitbreiding of het herbouwen van het bedrijf, dat moet voldoen aan een aantal voorwaarden, mogelijk te maken. De aanvraag tot planologisch attest moet onder meer de ruimtelijke behoeften op korte termijn bevatten. Kortetermijnbehoeften zijn vergunningsplichtige werken, wijzigen of handelingen die het bedrijf overeenkomstig zijn aanvraag binnen 2 jaar na afgifte van het planologisch attest wil realiseren. Het positief planologisch attest is derhalve een stap in de administratieve procedure om de uitbreiding of het herbouwen van het betrokken bedrijf mogelijk te maken. De concrete realisatie van de in het positief planologisch attest vermelde ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden op korte en op lange termijn vereisen nog het maken of wijzigen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg. Het toentertijd geldende artikel 145ter, § 3 DRO bepaalt: “§3. Bij afgifte van een positief planologisch attest wordt het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan binnen een jaar na afgifte van het attest verstuurd naar de betrokken instanties overeenkomstig artikel 41, §1, tweede lid, artikel 44, §1, tweede lid of artikel 48, §1, tweede lid of wordt het voorontwerp of ontwerp van bijzonder plan van aanleg binnen een jaar na afgifte van het attest verstuurd naar de betrokken instanties overeenkomstig artikel 18 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996. Indien de bevoegde overheid dit nalaat binnen de periode van één jaar na de afgifte van het attest, dan wordt haar recht tot het voorlopig vaststellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of tot het voorlopig aannemen van een plan van aanleg voor een ander, bestaand bedrijf of een nieuw bedrijventerrein opgeschort, tot voldaan is aan de bepalingen van het eerste lid, tenzij het planologisch attest inmiddels vervallen is”. X-13.609 en 14.208-9/14 Het planologisch attest is luidens artikel 145ter, § 4 DRO geldig tot het ruimtelijke uitvoeringsplan voor het gebied is vastgesteld of het bijzonder plan van aanleg voor het gebied is goedgekeurd tenzij binnen een jaar na de afgifte van het attest het bedrijf geen aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend volgens de bepalingen van artikel 145quater DRO in welk geval het planologisch attest ook vervalt. Met deze specifieke vervalregeling beoogt de decreetgever “speculatie tegen te gaan” door het betrokken bedrijf te verplichten “zich ook (
  5. te)engageren de kortetermijnbehoefte daadwerkelijk in te vullen, zoniet vervalt het planologisch attest” (Toelichting bij het voorstel van decreet, Parl. St., Vl. Parl. 2001-02, nr. 1203/1, 4 en Commissieverslag, Parl. St., Vl.Parl. 2001-02, nr. 1203/4, 10). Dit streven van de decreetgever vindt uitvoering in artikel 2, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 tot bepaling van de nadere regels voor het planologisch attest, waarin is bepaald dat de aanvraag van het planologisch attest vergezeld moet worden van “documenten (…) die de ruimtelijke behoeften op korte en lange termijn weergeven en onderbouwen”. Daaronder wordt onder meer verstaan “schetstekeningen (…) waarop de voorgenomen vergunningsplichtige werken, handelingen of wijzigingen zijn aangegeven”, “een toelichtende nota waarin de werken, handelingen of wijzigingen omstandig beschreven worden, alsmede de redenen waarom die werken, handelingen of wijzigingen worden gepland” en “een investeringsnota waaruit blijkt dat de geplande werken, handelingen of wijzigingen economisch haalbaar zijn voor het bedrijf”. 14. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het planologisch attest aan de n.v. DOMO OUDENAARDE werd afgegeven op 23 november 2006 en dat daarin de in artikel 145quater, § 1 DRO bedoelde kortetermijnbehoeften van tweeërlei aard zijn: enerzijds “het behoud van het bedrijf (...) op de huidige locatie en binnen de huidige omvang (inclusief te regulariseren hoek) zijnde de percelen met als kadastrale omschrijving 8e afdeling, sectie A, nummer 119s en 2e afdeling sectie B, nummers 295c, 296c, 304b, 318e, 607o2a, 607c2, 607v” en anderzijds “de uitbreiding op korte termijn, zijnde de uitbreiding van de naaldviltafdeling aansluitend bij het perceel 607v met een oppervlakte van 10.000m²”. X-13.609 en 14.208-10/14 Onder meer uit de bespreking van de bezwaren door de PROCORO, het advies bij het ministerieel besluit van 13 juni 2008, de toelichtingsnota bij het afbakeningsplan en de motieven van het tweede bestreden besluit blijkt ook dat het deelplan “Bruwaan-West” en het deelplan “Afbakeningslijn” in de mate dat het het eerstgenoemde deelplan afbakent, uitsluitend is opgemaakt ter uitvoering van het voormelde planologisch attest van 23 november 2006 en dus ten behoeve van de n.v. DOMO OUDENAARDE. 15. Uit de gegevens van het dossier blijkt tevens dat enkel voor de zogenaamde “eerste fase” van de in het planologisch attest aangenomen kortetermijnbehoefte van de n.v. DOMO OUDENAARDE een tijdige aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, te dezen een regularisatievergunning, werd ingediend. Voorts blijkt en de verwerende partijen betwisten niet dat de n.v. DOMO OUDENAARDE vóór het verstrijken van de termijn van “een jaar na de afgifte van het attest (…) geen aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend volgens de bepalingen van artikel 145quater”, meer bepaald voor de zogenaamde “tweede fase”, te weten de uitbreiding van de naaldviltafdeling. Deze volgens het planologisch attest door de n.v. DOMO OUDENAARDE nochtans geplande “uitbreiding op korte termijn” is tot op heden niet gerealiseerd. Bijgevolg heeft de n.v. DOMO OUDENAARDE haar engagement om ook deze kortetermijnbehoefte waarvoor haar het planologisch attest werd verleend, niet nagekomen en dient te worden aangenomen dat het planologisch attest overeenkomstig artikel 145ter, § 4, 1° DRO vervallen is door het verstrijken van de termijn van één jaar die is ingegaan na de afgifte van het bedoelde attest. Het feit dat de in het planologisch attest aangenomen kortetermijnbehoeften door de n.v. DOMO OUDENAARDE gefaseerd werden opgevat, doet niets af aan de vereiste dat laatstgenoemde, om het verval van het planologisch attest te voorkomen, een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning moet indienen binnen een jaar na de afgifte van het attest voor alle kortetermijnbehoeften waarvoor dit attest werd verleend. 16. Daargelaten de door de verzoeker aangevoerde onwettigheid van het planologisch attest, volgt uit het voorgaande dat dit planologisch attest X-13.609 en 14.208-11/14 door het verval uit de rechtsorde is verdwenen waardoor de verwerende partijen bij de verdere opmaak van het deelplan “Bruwaan-West” en het deelplan “Afbakeningslijn” ter hoogte van het eerstgenoemde deelplan niet langer konden bogen op dat attest dat aangaf dat de n.v. DOMO OUDENAARDE kon worden behouden op de plaats waar het is gevestigd, of anders gesteld, dat de n.v. DOMO OUDENAARDE door dat verval niet langer als een bedrijf kon worden aanzien door de verwerende partijen waarvoor het maken van het deelplan “Bruwaan- West” overwogen moest worden om de uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken en de afbakeningslijn ter hoogte van dit deelplan daarop af te stemmen. Het eerste onderdeel is in zoverre gegrond. Zaak I 17. Uit wat voorafgaat blijkt dat het planologisch attest van 23 november 2006 bij toepassing van artikel 145ter, § 4, 1° DRO op 23 november 2007 is vervallen en derhalve uit de rechtsorde is verdwenen. Het beroep heeft derhalve in zoverre geen voorwerp meer. 18. Het tweede en derde bestreden besluit werden genomen bij toepassing van artikel 145ter en 145quater DRO. Het voormelde planologisch attest vormde aldus de rechtsgrond voor deze bestreden besluiten. Het verval van het planologisch attest door toedoen van de attesthouder zelf, de n.v. Domo Oudenaarde, heeft tot gevolg dat het uit de rechtsorde is verdwenen. Bijgevolg hebben beide bestreden besluiten geen rechtsgrond meer. De bestreden regularisatievergunning moet, ambtshalve, om die reden worden vernietigd. Ook het bestreden advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar moet, ambtshalve, om dezelfde reden worden vernietigd vermits de bestreden regularisatievergunning op grond van het toen geldende artikel 43, § 1, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 niet kon worden verleend dan op eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, thans de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, en mits vermelding van het beschikkend gedeelte ervan in de vergunning zelf. X-13.609 en 14.208-12/14 BESLISSING 1. De Raad van State voegt de zaken nrs. A. 186.706/X-13.609 en A. 192.844/X-14.208. 2. De Raad van State vernietigt: a. het gunstig advies van 10 oktober 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar op een door de n.v. Domo-Oudenaarde ingediende aanvraag tot regularisatie voor een gedeelte van een bedrijfsgebouw mits het aanplanten van een groenbuffer op het terrein te Eine (Oudenaarde), Industriepark “De Bruwaan” 4, kadastraal bekend sectie B, nrs. 295/c, 296/c, 304/b, 318/e, 604/z, 607/a2 en 607/c2, b. het besluit van 15 oktober 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Oudenaarde van waarbij aan de n.v. Domo- Oudenaarde de vergunning wordt verleend tot regularisatie “van gedeelte van bedrijfsgebouw en aanplanten van groenbuffer” te Eine (Oudenaarde), Industriepark “De Bruwaan” 4, kadastraal bekend sectie B, nrs. 295/c, 296/c, 304/b, 318/e, 604/z, 607/a2 en 607/c2, c. het besluit van 18 december 2008 van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij het ontwerp van de provinciaal RUP “Afbakening kleinstedelijk gebied Oudenaarde” en bijhorende deelrup’s afbakeningslijn, Bruwaan-west, Diepenbeek, Bruwaan-noord en Coupure definitief worden vastgesteld, in zoverre zij het deelplan “Bruwaan West” en het deelplan “Afbakeningslijn” betreft, in de mate dat dit laatste plan het deelplan “Bruwaan West” afbakent, en d. het besluit van 20 maart 2009 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende de goedkeuring van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening kleinstedelijk gebied” te Oudenaarde van de provincie Oost-Vlaanderen, in zoverre zij het deelplan “Bruwaan West” en het deelplan “Afbakeningslijn” betreft, in de mate dat dit laatste plan het deelplan “Bruwaan West” afbakent. De Raad van State verwerpt de beroepen voor het overige. X-13.609 en 14.208-13/14 2. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het sub d gedeeltelijk vernietigde besluit. 3. Het Vlaamse Gewest en de stad Oudenaarde worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 186.706, begroot op 350 euro, het Vlaamse Gewest voor twee derde en de stad Oudenaarde voor een derde. De tussenkomende partij in de zaak A. 186.706 wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 192.844, bepaald op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Lefranc, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-13.609 en 14.208-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.087 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.