← België

Arrest 209089 - Onteigeningen - 23/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.089 Rolnummer: Zaak: Arrest 209089 - Onteigeningen - 23/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:26 Fiche Arrest nr 209.089 van 23 november 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 209.089 van 23 november 2010 in de zaken A. 102.193/X-10.216 (I) 102.316/X-10.226 (II) 115.285/X-10.748 (III). In zake : I. en II. de b.v.b.a. MAATSCHAPPIJ VOOR COÖRDINATIE VAN PRODUKTIE EN TRANSPORT VAN ELEKTRISCHE ENERGIE Rechtsgeding hervat door : de n.v. ELIA, thans de n.v. ELIA ASSET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tangui Vandenput en Patrick De Maeyer kantoor houdend te 1160 BRUSSEL Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen III. de n.v. ELIA, thans de n.v. ELIA ASSET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tangui Vandenput en Patrick De Maeyer kantoor houdend te 1160 BRUSSEL Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : I., II. en III. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hugo Sebreghts kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen

  1. Het beroep, ingesteld op 23 maart 2001, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 oktober 2000 van de Vlaamse minister van X-10.216-10.226-10.748-1/5 Mobiliteit, Openbare Werken en Energie waarbij wordt beslist dat het algemeen nut de onmiddellijke inbezitneming vordert van de percelen, gelegen op het grondgebied van de gemeente Kruibeke, die nodig zijn voor de aanleg van een zandstock en het opstarten van de ringdijken rond het gecontroleerd overstromingsgebied te Kruibeke-Bazel-Rupelmonde langsheen de linkeroever van de Zeeschelde, en welke zijn aangeduid met een gele tint op de erbij behorende ondertekende onteigeningsplannen met de nrs. B4/7882, B4/7883, B4/7884, B4/7885 en B4/7886, en dat de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden, bepaald bij de wet van 26 juli 1962 op de onteigening van de hierboven bedoelde goederen van toepassing is (zaak A. 102.193/X-10.216). Het beroep, ingesteld op 26 maart 2001, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 oktober 2000 van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie waarbij wordt beslist dat het algemeen nut de onmiddellijke inbezitneming vordert van de percelen, gelegen op het grondgebied van de gemeente Kruibeke, die nodig zijn voor de aanpassing van de Scheldedijken langs het gecontroleerd overstromingsgebied te Kruibeke-Bazel- Rupelmonde op de linkeroever van de Zeeschelde, en welke zijn aangeduid met een gele tint op de erbij behorende ondertekende onteigeningsplannen met de nrs. B4/7887, B4/7890, B4/7895, B4/7911 en B4/7917, en dat de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden, bepaald bij de wet van 26 juli 1962 op de onteigening van de hierboven bedoelde goederen van toepassing is (zaak A. 102.316/X-10.226). Het beroep, ingesteld op 14 januari 2002, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 6 september 2001 van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie waarbij wordt beslist dat het algemeen nut de onmiddellijke inbezitneming vordert van de percelen gelegen op het grondgebied van de gemeente Kruibeke, die nodig zijn voor de aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied te Kruibeke-Bazel-Rupelmonde op de linkeroever van de Zeeschelde en welke zijn aangeduid met een gele tint op de erbij behorende ondertekende onteigeningsplannen met nrs. B4/7967, B4/7968 en B4/7969, en dat de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden, bepaald bij X-10.216-10.226-10.748-2/5 de wet van 26 juli 1962 op de onteigening van de hierboven bedoelde goederen van toepassing is (zaak A. 115.285/X-10.748). II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 196.639 van 5 oktober 2009 worden de zaken A. 102.193/X-10.216, A. 102.316/X-10.266 en A. 115.285/X-10.748 gevoegd, worden de debatten heropend, wordt aan het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld : “Schenden de artikelen 68 en 69 van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet indien zij aldus worden geïnterpreteerd dat zij aan de Vlaamse regering een onbeperkte delegatiemogelijkheid zouden toekennen voor alle bevoegdheden die aan voormelde regering door de wet werden toegewezen, zonder de nodige waarborgen voor de aan die regeling onderworpen rechtsonderhorigen, terwijl de federale uitvoerende macht niet over zulke onbeperkte mogelijkheid beschikt voor de aan haar toegewezen bevoegdheden en terwijl de rechtsonderhorigen die aan de regels van de Vlaamse regering onderworpen zijn in tegenstelling met de rechtsonderhorigen die aan de federale overheid onderworpen zijn aldus niet over de waarborgen beschikken die hen tegen willekeur beschermen ?”, en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat er mee gelast, na ontvangst van het arrest van het Grondwettelijk Hof, het onderzoek van de zaak voort te zetten. Bij arrest nr. 63/2010 van 27 mei 2010 heeft het Grondwettelijk Hof geantwoord op de prejudiciële vraag gesteld bij bovenvermeld arrest nr. 196.
  3. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-10.216-10.226-10.748-3/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 oktober
  4. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Patrick De Maeyer, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Patrick Sneyers, die loco advocaat Hugo Sebreghts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Onderzoek van de middelen
  6. Betreffende de in het tussenarrest nr. 196.639 van 5 oktober 2009 van de Raad van State gestelde prejudiciële vraag heeft het Grondwettelijk Hof in het arrest nr. 63/2010 van 27 mei 2010 voor recht gezegd dat de artikelen 68 en 69 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schenden. Hieruit volgt dat, gelet op hetgeen reeds in het voormelde arrest nr. 196.639 dienaangaande is geoordeeld, het eerste middel in de zaken sub I, II en III ongegrond is. In het tussenarrest nr. 196.639 zijn de overige middelen in de voormelde drie zaken reeds ongegrond bevonden. Bijgevolg moeten de beroepen, bij gebrek aan gegronde middelen, worden verworpen. X-10.216-10.226-10.748-4/5 BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt de beroepen.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op 522,06 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-10.216-10.226-10.748-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.