id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.135 Rolnummer: A. 142420/XII-3955 Zaak: Arrest 209135 - Overheidsopdrachten - 24/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-03 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:26 Fiche Arrest nr 209.135 van 24 november 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 209.135 van 24 november 2010 in de zaak A. 142.420/XII-3955 In zake: de NV WASE WEGENBOUW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carlos De Wolf en Jozef Timmermans kantoor houdend te Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- de NV ONDERNEMINGEN JAN DE NUL
- de NV ENVISAN samen vormend een tijdelijke handelsvennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat bij het Hof van Cassatie Johan Verbist en advocaat Lieve Swartenbroux kantoor houdend te 1000 Brussel Brederodestraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 oktober 2003, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 10 juli 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant in zoverre daarbij de verzoekende partij niet werd geselecteerd voor evaluatie en de tijdelijke handelsvennootschap Ondernemingen Jan De Nul NV - Envisan NV aangewezen wordt voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken op de Terreinen van het PIVO te Asse voor een prijs van 545.930,07 euro. XII-3955-1\6 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 124.469 van 21 oktober 2003 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Ondernemingen Jan De Nul en de nv Envisan hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 13 januari
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Jos Stevens heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jozef Timmermans, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Filip Van Dievoet, die loco advocaat Michel Van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Lieve Swartenbroux, die loco advocaat Johan Verbist verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jos Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-3955-2\6 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De provincie Vlaams-Brabant schrijft een algemene offerteaanvraag uit voor een overheidsopdracht voor het uitvoeren van bodemsaneringswerken op het terrein van het Provinciaal Instituut voor Vorming en Opleiding (PIVO) te Asse - Relegem. 3.
- Op 17 april 2002 worden de inschrijvingen geopend. Er blijken elf offertes te zijn ingediend, onder meer door de verzoekende partij en de tijdelijke handelsvennootschap Jan De Nul-Envisan, die door de huidige tussenkomende partijen wordt gevormd. 3.
- Verwerende partij vraagt in de loop van 2002 en 2003 meermaals verduidelijkingen aan meerdere inschrijvers. 3.
- Op 10 juli 2003 neemt de deputatie van de provincie Vlaams- Brabant de thans bestreden beslissing om de opdracht toe te wijzen aan de tussenkomende partijen en om de verzoekende partij niet te selecteren voor verdere evaluatie van haar offerte aan de hand van de gunningscriteria. 3.
- Met een aangetekend schrijven van 11 augustus 2003 wordt de verzoekende partij van deze beslissing op de hoogte gebracht. 3.
- Op 6 oktober 2003 stelt de verzoekende partij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van deze beslissing in bij de Raad van State. Bij arrest nr. 124.469 van 21 oktober 2003 wordt de vordering verworpen. 3.
- Op 13 oktober 2003 wordt voorliggend annulatieberoep ingesteld. XII-3955-3\6 3.
- Op 6 november 2003 beslist de deputatie om de beslissing van 10 juli 2003 in te trekken, zich onder meer steunend op de overweging dat “de bestendige deputatie in haar beslissing van 10 juli 2003 door de uitsluiting van de firma Wawebo bovenvermelde bepalingen geschonden heeft, vermits de firma Wawebo inderdaad over de erkenning beschikt die vereist is voor de uitvoering van de werken” en dat de offerte van de verzoekende partij bijgevolg mee had moeten worden opgenomen “in de analyse voorafgaand aan de gunning”. De deputatie verwijst vervolgens naar huidig annulatieberoep en stelt dat “er geen reden [is] om te wachten tot de vernietiging van het besluit van de bestendige deputatie door de Raad van State”, en stelt dat “het van goed bestuur [getuigt] om op gemaakte fouten terug te komen en een nieuwe, beter onderbouwde, beslissing te nemen”. 3.
- Op diezelfde 6 november 2003 wordt door de deputatie een nieuwe toewijzingsbeslissing genomen, waarbij de offerte van de verzoekende partij wel wordt betrokken in de evaluatie van de offertes aan de hand van de gunningscriteria. De verzoekende partij wordt als tweede gerangschikt en de opdracht wordt opnieuw toegewezen aan de tussenkomende partijen, die de hoogste score behalen. 3.
- Met een aangetekend schrijven van 12 december 2003 deelt verwerende partij aan de verzoekende partij mee dat de deputatie bij beslissing van 6 november 2003 de offerte van de verzoekende partij heeft geselecteerd, doch dat haar offerte niet als meest gunstige wordt gerangschikt. 3.
- Na een verzoek vanwege de raadsman van de verzoekende partij wordt haar met een schrijven van 19 december 2003 een afschrift van de nieuwe toewijzingsbeslissing toegezonden. 3.
- In de memorie van wederantwoord verklaart de verzoekende partij dat zij met een schrijven van 7 januari 2004 van de raadsman van verwerende partij ook van de intrekkingsbeslissing een afschrift heeft ontvangen. XII-3955-4\6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de verzoekende partij
- De verzoekende partij betwist de wettigheid van de intrekkings- beslissing in haar memorie van wederantwoord en in haar laatste memorie. In essentie stelt zij dat “gegeven het feit dat de aannemingsovereenkomst tot stand was gekomen op basis van de eerste gunningsbeslissing, verwerende partij niet langer in de mogelijkheid was om deze gunningsbeslissing in te trekken zonder dat ook voorafgaandelijk de tot stand gekomen aannemingsovereenkomst in der minne werd ontbonden”. “Bijgevolg kan de door de verzoekende partij ingestelde annulatie- procedure dan ook niet zonder voorwerp worden zolang de aannemings- overeenkomst rechtsgeldig bestaat”. Beoordeling
- De intrekking heeft tot gevolg dat de bestreden beslissing geacht wordt nooit te zijn genomen en verschaft verzoekende partij dus het voordeel dat zij met haar annulatieberoep beoogde. Overigens heeft verzoekende partij geen annulatieberoep ingesteld tegen de nieuwe toewijzingsbeslissing van 6 november
- Aldus dient aangenomen te worden dat zij niet langer over het rechtens vereiste belang bij voorliggend annulatieberoep beschikt. V. Kosten
- Gelet op het feit dat verwerende partij in de motieven van de intrekkingsbeslissing uitdrukkelijk de onwettigheid van de thans bestreden beslissing erkent, past het de kosten te haren laste te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. XII-3955-5\6
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 250 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 24 november 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-3955-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.135 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.124.469 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div