← België

Arrest 209202 - Milieuvergunningen - 25/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.202 Rolnummer: A. 196718/VII-37819 Zaak: Arrest 209202 - Milieuvergunningen - 25/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-03 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 05:27 Fiche Arrest nr 209.202 van 25 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 209.202 van 25 november 2010 in de zaak A. 196.718/VII-37.819. In zake : 1. Arseen BAUWENS 2. Olga VERWEIRE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédéric Coryn kantoor houdend te Gent Casinoplein 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij : Kurt POPPE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Opsommer kantoor houdend te Oudenaarde Kasteelstraat 8 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 7 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 25 maart 2010 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Eeklo van 13 februari 2007, houdende weigering aan Roger Stuyvaert van de milieuvergunning voor het exploiteren van een varkenshouderij, gelegen aan de Kruiskenstraat te Eeklo, wordt ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan Roger Stuyvaert de gevraagde vergunning wordt verleend. VII-37.819-1/10 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2010. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lindsey Parmentier, die loco advocaat Frédéric Coryn verschijnt voor de verzoekende partijen, jurist Christophe Wille, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Jan Opsommer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Tussenkomst 3. Met een op 30 juni 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Kurt Poppe om in het geding te mogen tussenkomen. Hij zet uiteen dat hij de varkenshouderij waarvoor de bestreden vergunning is verleend, zal uitbaten. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. VII-37.819-2/10 IV. Feiten 4.1. Roger Stuyvaert baat een veebedrijf uit aan de Peperstraat 55 te Eeklo. Hij heeft een vergunning voor het houden van 39 runderen en 615 varkens en voor 490 m³ mestopslag. 4.2. Op 4 december 2006 dient hij een milieuvergunningsaanvraag in voor het herlocaliseren van zijn bedrijf naar de Kruiskenstraat te Eeklo. Tevens vraagt hij de omvorming van de vergunde runderen naar varkens zodat de vergunning nog enkel 781 varkens omvat. Ook wordt een uitbreiding van de mestopslag tot 700 m³ vloeibare mest aangevraagd. Omdat hij op het nieuwe terrein een nieuwe varkensstal wenst te bouwen en dit een aanzienlijke investering is, vraagt hij tevens de vroegtijdige hernieuwing van de vergunning voor twintig jaar aan. 4.3. Het perceel aan de Kruiskenstraat is eigendom van Marc Poppe die toestemming geeft aan Roger Stuyvaert om er zijn bedrijf op uit te baten. Er blijkt tussen Roger Stuyvaert en de tussenkomende partij en Marc Poppe een overeenkomst gesloten te zijn waarbij laatstgenoemden het bedrijf van Roger Stuyvaert zullen overnemen eens het is geherlocaliseerd. 4.4. Er worden 380, waarvan 372 identieke, bezwaarschriften ontvangen. Dientengevolge wordt er op vraag van de aanvrager een informatievergadering georganiseerd. 4.5. Er worden adviezen uitgebracht : (

  1. a)de Vlaamse Landmaatschappij (hierna : VLM) adviseert gunstig; (
  2. b)de gemeentelijke milieudienst adviseert ongunstig op grond van de volgende motieven : "- Alle vergunningsplichtige rubrieken van het bestaande bedrijf in de Peperstraat zijn in agrarisch gebied gelegen, hierdoor kan gesteld worden dat het bedrijf niet voldoet aan de voorwaarden om voor herlocalisatie in aanmerking te komen. VII-37.819-3/10 - Er zijn in de aanvraag onduidelijkheden/tegenstrijdigheden of (
  3. er)ontbreekt de nodige informatie. º Het is onduidelijk of er huishoudelijk afvalwater zal geloosd worden en hoe dit zou gebeuren. º Er ontbreekt noodzakelijke informatie over het ammoniakemissiearme systeem S1: Er is geen dimensioneringsplan in de aanvraag aanwezig. Er wordt eveneens niet vermeld waar het spuiwater naar toe gaat. º Er is geen informatie beschikbaar over de herkomst van het bedrijfswater (...). Er is geen grondwaterwinning aangevraagd. - De locatie van de nieuwe inrichting is onverenigbaar met de omgeving en de goede plaatselijke ruimtelijke ordening". 4.6. Op 13 februari 2007 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Eeklo de aanvraag op grond van de onverenigbaarheid met de omgeving en de goede plaatselijke ruimtelijke ordening. 4.7. Op 12 maart 2007 stelt Roger Stuyvaert beroep in tegen deze weigeringsbeslissing. 4.8. In het kader van de beroepsprocedure worden enkele adviezen ingewonnen : (
  4. a)de VLM adviseert op 16 april 2007 gunstig; (
  5. b)de afdeling Milieuvergunningen geeft op 23 april 2007 een gunstig advies; (
  6. c)op 26 april 2007 adviseert ook het Intern Verzelfstandigd Agentschap Ruimtelijke ordening - Onroerend erfgoed Vlaanderen gunstig; (
  7. d)de provinciale milieudeskundige adviseert gunstig voor zover uit het opmetingsplan van de beëdigde landmeter blijkt dat er vergunningsplichtige activiteiten worden uitgeoefend in het woongebied met landelijk karakter op de huidige vestigingsplaats van het bedrijf; (
  8. e)op de zitting van 5 juni 2007 hoort de Provinciale Milieuvergunningscommissie Roger Stuyvaert en de vertegenwoordiger van de stad Eeklo. De verklaringen van laatstgenoemde worden als volgt weergegeven in het advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie : VII-37.819-4/10 "De vertegenwoordiger van de Stad voert de stelling aan dat er geen vergunningsplichtige activiteiten zijn die binnen het woongebied liggen. Bovendien is de locatie van de nieuw in te planten inrichting een groot open gebied, met langs de ene kant 600 m en langs de andere kant 1 km velden. Als bewijs en documentatie wordt een luchtfoto van de locatie neergelegd. De vertegenwoordiger van de Stad verklaart dat de Stad Eeklo al gedurende meer dan 10 jaar een beleid voert dat tot doel strekt de (...) landschapswaarde van de open ruimte te behouden. In dat verband wordt verwezen naar een gelijkaardig dossier van het bedrijf NRC (een mestverwerkingsinstallatie): de exploitatie was gelegen op dezelfde locatie en de vergunning is toen geweigerd om dezelfde reden. Het vergunnen van de verplaatsing i.k.v. de huidige aanvraag zou betekenen dat een beleid van meer dan 10 jaar in duigen zou vallen". De Provinciale Milieuvergunningscommissie treedt de argumenten van de stad Eeklo bij en geeft een ongunstig advies. 4.9. Op 12 juli 2007 kent de verwerende partij de vergunning toe. Zij legt een aantal bijzondere voorwaarden op. 4.10. Bij arrest van de Raad van State nr. 196.323 van 24 september 2009 in de zaak A. 185.140/VII-37.053 wordt de voornoemde beslissing van 12 juli 2007 vernietigd. 4.11. Nadien wordt de beroepsprocedure hernomen en in het kader daarvan worden een aantal adviezen verleend : (
  9. a)de afdeling Milieuvergunningen verleent een principieel gunstig advies dat uitsluitend betrekking heeft op de Vlarem-gerelateerde aspecten; (
  10. b)de provinciale milieudeskundige adviseert ongunstig, voornamelijk omdat de inrichting in een groot open ruimte gebied wordt ingeplant waardoor de inrichting planologisch niet verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving en de goede plaatselijke ruimtelijke ordening; (
  11. c)de Provinciale Milieuvergunningscommissie brengt eveneens een ongunstig advies uit, in essentie omdat de inrichting in een groot open ruimte gebied wordt ingeplant waardoor de inrichting planologisch niet verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving en de goede plaatselijke ruimtelijke ordening. VII-37.819-5/10 4.12. Op 10 december 2009 beslist de verwerende partij om de behandelingstermijn met één maand te verlengen en op 25 maart 2010 wordt de thans bestreden beslissing genomen : het beroep ingesteld door Roger Stuyvaert wordt ingewilligd, de beroepen beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Eeklo wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend voor het exploiteren van een varkenshouderij. V. Ontvankelijkheid van de vordering Exceptie 5. De tussenkomende partij betwist het belang van de verzoekende partijen. Zij stelt dat de woningen van de verzoekende partijen zich bevinden op minstens 400 meter van het perceel waarop de exploitatie van de varkensstal is gepland en dat daardoor geen hinder kan worden verwacht. Ook zijn volgens de tussenkomende partij alle aangevoerde middelen "eigenlijk allemaal gericht tegen de bouw van een varkensstal". 6. De verzoekende partijen hebben in hun verzoekschrift gesteld dat zij op een 400-tal meters wonen van de geplande inrichting en dat zij, gelet op die geringe afstand, persoonlijk hinder zullen ondervinden van de exploitatie. Beoordeling 7. Over die exceptie zou slechts uitspraak moeten worden gedaan indien aan de beide, cumulatieve voorwaarden om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging over te gaan is voldaan, wat te dezen, zoals zal blijken, niet het geval is. VI. Onderzoek van de vordering 8. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden VII-37.819-6/10 besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 9. Met betrekking tot de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel stellen de verzoekende partijen in hun verzoekschrift wat volgt : "(...) De verzoekers hebben van uit hun woning - en derhalve van uit hun tuin - een rechtstreeks zicht op de plaats waar de inrichting zal worden geëxploiteerd (ongeveer 400 meter) (zie inplantingsplan en foto stukken 7, 8 en 9). Vanuit het gezichtspunt van de verzoekers, zou de vergunde constructie op geen slechtere plaats kunnen worden ingeplant, dan waar dit thans het geval is. Gelet op de aard en de omvang van de op te richten bouwwerken zal hun zicht op ernstige wijze worden belemmerd en gehinderd. Zij zullen een rechtstreeks zicht krijgen op de muur die wordt gecreëerd tussen het open landschap en hun eigendom. Deze visuele hinder vormt een belangrijk en persoonlijk nadeel. De verzoekers welke onmiddellijk grenzen aan dit perceel mochten erop vertrouwen dat de vergunningverlenende overheid de landschapswaarde zou vrijwaren en geen storende ingrepen zou toelaten. Het contrast kan eigenlijk niet groter zijn! (…) De exploitatie van industriële veeteelt is niet te vergelijken met het vroeger gebruik, nl. koeienweiden. De toelating voor niet grondgebonden industriële varkenskweek vormt een storende ingreep die de ecologie van het gebied in gevaar zal brengen. De intensieve varkensteelt (781 varkens) zal - tengevolge van de op te richten stallen midden in het gave open landschap - immers niet alleen visuele hinder meebrengen voor verzoekers, maar ook hinder in de vorm van periodiek transport enerzijds van varkens en voeder en anderzijds van mest. Er zal dan ook ontegensprekelijk voor beide verzoekers een geurhinder zijn. De nieuwe inrichting betekent immers een verandering van landschap en aanslag op de ecologie van het gebied, die moeilijk te herstellen zal zijn (zie ook R.v.St. Blampain en Godfrin, nr. 104.300, van 4 maart 2002). Het gaat om diverse vormen van luchtverontreiniging waartoe kunnen gerekend worden de geur en de stank via de stal zelf als door de opslag van de mest. Voorts is er de uitstoot van ontelbare stofdeeltjes, bacteriën, ziektekiemen. (…) Daarnaast zal de exploitatie van dergelijke omvangrijke inrichting een aanzienlijke mate van lawaaihinder veroorzaken als gevolg van de permanent draaiende ventilatoren en het bijna dagelijks vrachtwagentransport van en naar het bedrijf (laden en lossen van vrachtwagens : leveren van veevoeder, afhalen van varkens, mesttransport, enz...). Dit alles zal een niet te vermijden lawaaihinder veroorzaken. De aanslag op ecologie en landschap enerzijds en de aantasting van het VII-37.819-7/10 woonklimaat van verzoekers anderzijds noodzaken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de vergunde activiteit dient te worden geschorst om een moeilijk te herstellen nadeel te vermijden (zie R.v.St. Vervaecke, nr. 96.810 van 21 juni 2001). Immers door het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Eeklo werd er in het besluit van 13 februari 2007 op gewezen dat : 'Gelet op het verslag van het onderzoek van de stedelijke milieuambtenaar dd. 01/02/2007 kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie, niet tot aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt, bestaat er bijgevolg aanleiding tot de gevraagde vergunning te weigeren'. (…) Er is trouwens de vaststelling dat de beoogde inrichting tot groot te noemen is. In casu betreft het een varkensstal voor 781 varkens. Dat met de verplichte aanleg van een adequaat groenscherm - zie p. 8 bestreden besluit, waardoor de nieuwe stal slechts ten dele wordt gebufferd - dat 'alles zou goedmaken' geen rekening kan worden gehouden nu dit een lapmiddel blijkt te zijn om te verbergen wat de overheid zelf als hinderlijk aanziet. (…) In leder geval maken de verzoekende partijen op goede gronden aannemelijk dat zij nadeel zullen ondervinden door ernstige geurhinder (afkomstig van de varkensstallen), geluidsoverlast (door de exploitatie van de inrichting), een verlies aan privacy en visuele hinder (door de op te richten stallen in het gave open landschap), in het bijzonder de locatie van de geplande inrichting gesitueerd is in het open gebied waar de verzoekers vanuit hun woning en tuin op uitkijken". 10. De verwerende partij antwoordt dat de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat de inrichting hen effectief zal hinderen. Hun woningen liggen op 400 meter afstand van de geplande inrichting en er zijn geen milieuhygiënische bezwaren. De inrichting ligt op een afstand van 400 meter, zodat er geen visuele hinder kan zijn, terwijl er ook een groenscherm moet worden opgetrokken. De milieuvergunning blijft geschorst zolang geen definitieve stedenbouwkundige vergunning is verleend. 11. De tussenkomende partij stelt dat de milieuvergunning nog steeds geschorst is omdat er geen bijhorende stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd; dat door de bestreden beslissing geen constructie wordt vergund; dat de geur- en lawaaihinder tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt en dat de VII-37.819-8/10 opgelegde voorwaarden garanderen dat de hinder tot een absoluut minimum wordt beperkt. Beoordeling 12. De aangevoerde visuele hinder vloeit niet rechtstreeks voort uit de in dezen bestreden milieuvergunning, zodat dit nadeel in dezen niet in aanmerking komt. Met betrekking tot de aangevoerde geurhinder stellen de verzoekende partijen dat hun woningen met tuin op 400 meter en veeleer zuidelijk ten opzichte van de inplantingsplaats van de geplande inrichting gelegen zijn. De afstand tussen hun woningen en de geplande inrichting ligt bijgevolg ver boven de door het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) voorgeschreven minimale afstand. De overheersende windrichting is zuidwestelijk zodat eventuele geurhinder en stofuitstoot veeleer van de woningen van de verzoekende partijen wordt weggeblazen dan naar hen toe. In die omstandigheden maken de verzoekende partijen niet aannemelijk dat, niettegenstaande het aanwenden van een biologische luchtwasser, de exploitatie van de inrichting voor hen toch een ernstige geurhinder zal teweegbrengen. Hun vrees voor de uitstoot van ontelbare stofdeeltjes, bacteriën en ziektekiemen is veeleer een loutere bewering die door niets gestaafd wordt. Met betrekking tot het aangevoerde nadeel van de verkeershinder, wordt vooreerst vastgesteld dat Roger Stuyvaert in zijn beroepschrift aangeeft dat, op basis van de ervaring met zijn huidig bedrijf, de aanvoer van veevoeder en het afvoeren van mest maximum 53 vrachtwagens per jaar betreft en vervolgens dat de provinciale milieudeskundige het bezwaar in verband met de vele fietsers die de Kruiskenstraat gebruiken, niet overtuigend acht omdat het bedrijf niet van die aard is dat er een extreme verkeersstroom zal worden gecreëerd. De verzoekende partijen tonen bijgevolg ook niet aan dat er overmatig vrachtwagenverkeer zal ontstaan waardoor zij dagelijks verkeershinder zullen ondergaan die in die mate onaanvaardbaar zou zijn dat hij ernstig is en moeilijk te herstellen zal zijn na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing. VII-37.819-9/10 13. Uit wat voorafgaat volgt dat aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering van de verzoekende partijen af te wijzen. BESLISSING 1. Het verzoek van Kurt Poppe tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig november tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.819-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.202 Gerelateerde publicatie(
  12. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.216.730 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.