id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.267 Rolnummer: A. 197225/X-14597 Zaak: Arrest 209267 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 29/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-13 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:27 Fiche Arrest nr 209.267 van 29 november 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 209.267 van 29 november 2010 in de zaak A. 197.225/X-14.
- In zake :
- Paul HENDRICKX
- Maria VAN DEN BRANDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Maenhout kantoor houdend te 2600 BERCHEM Filip Williotstraat 30, bus 0102 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de gemeente ASSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- de n.v. GARAGE R. VAN BOOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Verhaegen kantoor houdend te 2970 SCHILDE Brasschaatsebaan 29 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de n.v. VAN DE VELDE BETON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lutgart Gillis kantoor houdend te 9320 EREMBODEGEM Ninovesteenweg 118 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-14.597-1/6 I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 28 juli 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: a. het besluit van 22 maart 2010 van de gemeenteraad van Asse houdende definitieve vaststelling van het aangepast gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Zonevreemde bedrijven fase II”, houdende een grafisch plan, stedenbouwkundige voorschriften en de feitelijke en juridische toestand voor de zonevreemde bedrijven : Garage André Motors en Garage B. Van Boom n.v./Van de Velde Beton, en, b. het besluit van 3 juni 2010 van de deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Zonevreemde bedrijven fase 2” te Asse, zoals definitief vastgesteld door de gemeenteraad bij besluit van 22 maart
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 oktober
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koenraad Maenhout, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Michelle Daelemans, die loco advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, advocaat Stijn Schűtt, die loco advocaat Koen Verhaegen verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Willem Cheyns, die loco advocaat Lutgart Gillis verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. X-14.597-2/6 Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- Met een op 9 september 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de n.v. Garage R. Van Boom om in het geding te mogen tussenkomen. Met een op 17 september 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de n.v. Van de Velde Beton om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om die verzoeken in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partijen en de tussenkomende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen X-14.597-3/6 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, voeren de verzoekende partijen het volgende aan : “De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dreigt in hoofde van verzoekende partij een ernstig nadeel te veroorzaken, omdat de effectieve tenuitvoerlegging van het RUP ‘Zonevreemde bedrijven fase 2’ een onmiddellijke, rechtstreekse en nadelige weerslag heeft op de rechtstoestand van verzoekers. Verzoekers hebben immers, als eigenaar van een woning in de onmiddellijk naaste omgeving van de desbetreffende KMO-zone dat het voorwerp is van het RUP, het gevaar dat op basis van dat RUP individuele vergunningen worden verleend die de feitelijke situatie ter plaatse drastisch kunnen beïnvloeden. De geluidshinder en stofontwikkeling door de eventueel toekomstig vergunde activiteiten zullen aanzienlijk zijn. Dit ernstig nadeel is bovendien moeilijk te herstellen in de toekomst, daar het eventueel rechtsherstel in de toekomst onmogelijk de reeds opgelopen schade, in de zin van vergunde activiteiten en de daarbijkomende hinder kan neutraliseren”.
- Artikel 8, eerste lid, 3° van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. X-14.597-4/6 Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken.
- De uiterst summiere uiteenzetting van de verzoekende partijen bevat geen enkel concreet gegeven met betrekking tot de “geluidshinder en stofontwikkeling” die van de “eventueel toekomstig vergunde activiteiten” valt te verwachten. De gebeurlijk te verwachten hinder van door het bestreden plan toegelaten activiteiten wordt niet nader gestaafd en evenmin gerelateerd aan de ligging van de percelen van de verzoekende partijen. Het verzoekschrift bevat, dan nog onder het hoofdstuk “ontvankelijkheid van de vorderingen”, alleen de lapidaire bewering dat de verzoekende partijen “eigenaar (zijn) van een woning in de onmiddellijke omgeving van de uiterste grenzen van het RUP”. Aldus wordt geenszins aangetoond dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden uitvoeringsplan de verzoekende partijen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te berokkenen.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De verzoeken van de n.v. GARAGE R. VAN BOOM en de n.v. VAN DE VELDE BETON tot tussenkomst in het administratief kort geding worden ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. X-14.597-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig november 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-14.597-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.267 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.221.313 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div