id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.272 Rolnummer: A. 196319/IX-6785 Zaak: Arrest 209272 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 29/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-09 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 05:27 Fiche Arrest nr 209.272 van 29 november 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.272 van 29 november 2010 in de zaak A. 196.319/IX-6785 In zake : Nico VERSCHUEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Exelmans kantoor houdend te Diest Schellekensberg 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE SCHOTEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen en advocaat Ingrid Opdebeek kantoor houdend te Aartselaar Karel Van de Woestijnelaan 7 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 april 2010, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 16 februari 2010 van de burgemeester van de gemeente Schoten waarbij Nico Verschueren bij tuchtmaatregel wordt geschorst voor de duur van veertien dagen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-6785-1/15 Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 oktober
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Iris Exelmans, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de lokale politie te Schoten. 3.
- Met een op 28 mei 2009 aan de verzoeker ter kennis gebracht inleidend verslag, deelt de hogere tuchtoverheid haar voornemen mee om de verzoeker de zware tuchtstraf van de inhouding van wedde van 4% gedurende twee maanden op te leggen wegens “ernstig dienstverzuim, een gebrek aan ijver, efficiëntie, en bijgevolg een ernstige tekortkoming in de beroepsplichten […]. De gevolgen van het niet handelen (geen patrouille-activiteit tussen 00.58u en 6.07u) IX-6785-2/15 zijn ernstig. Niet alleen werden de opdrachten tot patrouilleren tijdens de hele nacht niet uitgevoerd; door het feit dat de gemeentediensten niet op tijd werden verwittigd lagen alle wegen in de gemeente Schoten er zeer glad bij. Door de gladde wegen gebeurden tal van valpartijen en ongevallen”. 3.
- De feiten hebben zich voorgedaan op 10 december 2008 en de burgemeester heeft er op die dag gedeeltelijk kennis van gekregen. Op 1 juli 2009 hoort de burgemeester van Schoten, de hogere tuchtoverheid, de verzoeker en zijn verdedigers. De verzoeker legt naar aanleiding daarvan een verweerschrift neer. Op 9 juli 2009 beslist de hogere tuchtoverheid om een voorstel tot de zware tuchtstraf van de inhouding van wedde van 2% gedurende 2 maanden op te leggen. 3.
- Met een brief van 12 juli 2009 deelt de korpschef aan de verzoeker het volgende mee: “Geachte, Gelieve in bijlage kennis te nemen van het voorstel tot zware tuchtstraf, ondertekend door de burgemeester op 9/7/
- Normaal zou dit stuk U betekend moeten zijn geworden op vrijdag 10/7/2009 omdat U die dag moest komen werken. Ik heb vernomen dat U vrijdag niet bent komen werken (er zal nog verder onderzocht worden of U dienstvrijstelling kreeg via de geijkte procedure). Vervolgens zou het stuk U betekend worden op zaterdag 11/7/2009 doch U hebt zich blijkbaar ziek gemeld, zodat ook dan de betekening niet kon doorgaan. Vervolgens heb ik commissaris Verbeeck opdracht gegeven U tijdens uw ziekte thuis het voorstel te gaan betekenen. Dit gebeurde op zondag 12 juli te 9.40u. De commissaris belde aan op uw adres van inschrijving Kalmthoutsebaan 18 J te 2040 Antwerpen en vernam van uw partner dat U niet thuis zou zijn. U zou thans verblijven te Knokke met een geblokkeerde rug op het appartement van de ouders van uw partner, zodat U zou kunnen uitrusten. Het adres van verblijf wist uw partner niet en zou ze moeten opzoeken.. Ze zou het uiterlijk om 10.30u telefonisch meedelen aan commissaris Verbeeck. Er werd geen adres meegedeeld. IX-6785-3/15 Commissaris Verbeeck heeft na het eerste gesprek met uw partner -zonder dat hij voor de woning was weggeweest- nogmaals aangebeld. Er kwam niemand meer opendoen, alhoewel ondertussen niemand de woning verlaten had. Tijdens het aanbellen waren de kinderen duidelijk hoorbaar in de woning. Nadien belde de commissaris nogmaals aan: weer kwam niemand opendoen; de kinderen bleven hoorbaar. Ook op uw gsm trachtte de commissaris U te bereiken, doch er werd niet opgenomen. Op de ingesproken boodschap werd niet gereageerd. We kunnen niets anders besluiten dat U zich opzettelijk onbereikbaar maakt zodat de betekening niet zou kunnen doorgaan. Om deze reden zal een laatste poging tot betekening nogmaals vandaag gebeuren. Gelieve de formulieren in bijlage af te drukken (voorstel zware tuchtstraf) en ons ondertekend één dossier met ingevulde laatste pagina terug te bezorgen.” 3.
- Met een brief van 12 juli 2009 deelt commissaris van politie [V.] aan de korpschef het relaas mee van de aanzegging van het voorstel van de burgemeester. “Betreft: betekening tuchtdossier aan Nico Verschueren Geachte hoofdcommissaris, Zoals mij opgedragen diende ik het tuchtdossier aan Nico Verschueren dit weekend te betekenen. Normaal zou hij gisteren zijn komen werken, hij stond ingepland als interventieverantwoordelijke voor de late dienst. Er werd met u afgesproken het dossier bij aanvang van zijn dienst te 1400 u te betekenen. Echter vrijdagavond rond 20.00 u kreeg ik melding van de interventieverantwoordelijke [S.H.] dat Nico Verschueren zich ziek heeft gemeld voor het ganse weekend. Hij stond ingepland om te komen werken: - zaterdag 11/7: 14/22 u - zondag 12/7: 22/07 u [S.] zorgde voor vervanging. Na onderling overleg met u zou ik het dossier zondagmorgen betekenen aan de woning van Verschueren. Ik begaf mij op 12/7 rond 09.40 u naar zijn adres: […]. Na aanbellen werd ik te woord gestaan door zijn vriendin die mij het volgende vertelde: - Nico is niet thuis, hij is aan zee te Knokke op ‘het’ appartement - hij heeft een geblokkeerde rug - is daar aan het rusten IX-6785-4/15 Op mijn vraag naar het adres te Knokke kan zij mij niet antwoorden, zij kent het niet uit haar hoofd en ik vraag haar mij dat te willen door bellen rond 10.30 u als ik terug op het bureel ben. Heb hieromtrent geen telefoon mogen over ontvangen. Ter plaatse heb ik telefonisch met u overlegd om het adres van Knokke te vernemen en het telefoonnummer waarop wij Nico Verschueren op kunnen bereiken. Heb tot drie maal toe aangebeld, doch er werd niet meer open gedaan. Heb getracht om 0949 u Nico Verschueren te bellen op zijn GSM met nummer […] dat ik in mijn bezit had via de dienst, doch ik kreeg zijn voice mail aan de lijn waarop ik een bericht insprak met als inhoud ons te willen contacteren op het bureel om een afspraak te maken waar en vandaag nog zijn tuchtdossier te kunnen betekenen. Tijdens dit weekend heb ik geen inzage gekregen van het doktersattest dat zijn afwezigheid staaft.” Uit de verklaring van twee politie-inspecteurs blijkt dat zij op 12 juli 2009 omstreeks 13.00 uur de beslissing van de burgemeester en de sub 3.4 vermelde brief aan de woning van de verzoeker aangeboden hebben en dat zij de beslissing “in de brievenbus gestoken hebben”. Met een brief van 13 juli 2009, die dezelfde dag aangetekend wordt verzonden, deelt de korpschef aan de verzoeker het volgende mee: “Geachte, Gelieve hierbij kopie te vinden van het schrijven dat U per drager werd bezorgd op 12/7/2009 en U op 12/7/2009 in uw brievenbus kon vinden. De opdracht was U dit schrijven te betekenen, doch vermits U verzuimd hebt tijdens uw ziekteverlof uw adres van uw verblijfplaats mee te delen, kon dit niet fysisch betekend worden. Toen bleek dat uw partner zich evenmin het adres kon herinneren waar U verbleef tijdens uw ziekte, en ze verzuimde -zoals nochtans afgesproken- onze diensten hierover in te lichten hebben wij op 12/7/2009 te 13.00u opdracht gegeven aan de inspecteurs [G.] en [D.] om zich nogmaals naar uw woning te begeven. Daar werd na aanbellen niet gereageerd. Het dossier ‘voorstel tot zware tuchtstraf’ werd aldus in de brievenbus gestoken, samen met het hier onder vermeld schrijven.” De verzoeker tekent het voorstel van zware tuchtstraf voor kennisname en ontvangst op 15 juli 2009 en voegt daaraan toe “niet aangetekend in brievenbus aangetroffen”. IX-6785-5/15 3.
- De verzoeker richt op 22 juli 2009 een verzoek tot heroverweging aan de tuchtraad. Op 15 en 30 september 2009 wordt de verzoeker door de tuchtraad gehoord. De verzoeker legt een verweerschrift neer, waarin hij onder meer stelt dat het voorstel tot zware tuchtstraf hem laattijdig werd betekend. De inspecteur-generaal van de federale politie en van de lokale politie treedt dit standpunt in zijn deskundigenverslag bij. 3.
- Op 22 oktober 2009 adviseert de tuchtraad in een tussenadvies “[d]at het betrokken personeelslid tijdig kennis heeft gekregen van het voorstel tot zware tuchtstraf”. Op 2 februari 2010 adviseert de tuchtraad “[d]at de feiten bewezen zijn”, “[d]at de feiten een ernstige tuchtinbreuk uitmaken in de zin van artikel 3 van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten” en “[d]at de door de hogere tuchtoverheid voorgestelde zware tuchtstraf van inhouding van 2% van de bruto maandwedde gedurende twee maanden een te lichte straf is en dat voor dergelijk ernstig tuchtvergrijp de zware tuchtstraf van de schorsing gedurende veertien dagen een beter aangepaste straf is”. 3.
- Op 16 februari 2010 beslist de hogere tuchtoverheid om aan de verzoeker de zware tuchtstraf van de schorsing bij tuchtmaatregel voor veertien dagen op te leggen. Dit is de bestreden beslissing. De verzoeker bevestigt de kennisname en ontvangst ervan op 23 februari
- IX-6785-6/15 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij voert aan dat de bestreden beslissing op 23 februari 2010 ter kennis van de verzoeker gebracht is, zodat het beroep ten laatste op 26 april 2010 ingesteld moest worden, terwijl het verzoekschrift pas op 28 april 2010 op de griffie van de Raad van State afgestempeld is.
- Het verzoekschrift is met een aangetekende brief op 26 april 2010 naar de Raad van State opgestuurd. Dit is binnen de beroepstermijn. De inkomst van het verzoekschrift op de griffie van de Raad van State is van geen belang voor de berekening van de beroepstermijn. De exceptie is niet gegrond. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert de schending aan van de artikelen 38sexies en 57ter van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten (hierna: de tuchtwet), doordat hij kennis gekregen heeft van het inleidend tuchtverslag op 28 mei 2009 en de termijn voor de kennisgeving van een voorstel van tuchtstraf derhalve verstreek op 12 juli 2009, terwijl hij slechts op 15 juli 2009 het voorstel van tuchtstraf ontvangen heeft en de tuchtvordering op dat ogenblik vervallen was. Volgens de verzoeker kan de verwerende partij zich in dit geval niet op overmacht beroepen, aangezien het na zijn verhoor over het inleidend verslag -dat overigens eerder dan op 1 juli 2010 had kunnen doorgaan- over voldoende tijd beschikte om hem een voorstel van tuchtstraf ter kennis te brengen. De overheid was op de hoogte van zijn afwezigheid op de dienst op 10 juli 2010 wegens het vrijwillig geven van bloed en zijn ziekte in de daaropvolgende dagen heeft hij onmiddellijk aan het bestuur gemeld; de verwerende partij haalt de omstandigheid dat hij thuis niet kon aangetroffen worden, uit zijn context en blaast IX-6785-7/15 dit gegeven op; had de verwerende partij het voorstel van 9 juli 2010 diezelfde dag aangetekend verstuurd, dan had het hem nog tijdig bereikt. Het deponeren van het voorstel in zijn brievenbus is geen regelmatige wijze van betekening. De verwerende partij bewijst derhalve geen onoverkomelijke onmogelijkheid om hem de beslissing ter kennis te brengen.
- De verwerende partij antwoordt dat zij alles in het werk gesteld heeft om het voorstel van tuchtstraf tijdig ter kennis van de verzoeker te brengen maar dat overmacht haar dit belet heeft. Twee inspecteurs van politie hebben het voorstel op 12 juli 2010 op zijn verblijfplaats willen afgeven en hebben het daar noodgedwongen in de brievenbus moeten deponeren. De verzoeker van zijn kant heeft alles gedaan om een beslissing te vertragen: hij heeft nagelaten tijdig een schriftelijk verweer in te dienen en op de hoorzitting wordt dan een uitgebreid verweerschrift neergelegd, waarin onder meer de juridisch-technisch complexe problematiek van de privacywetgeving wordt opgeworpen; zijn verdediger wacht tot 7 juli 2009, ’s avonds laat, om in te stemmen met het proces-verbaal van de hoorzitting van 1 juli 2009; ten vroegste op 8 juli 2009 vraagt de verzoeker dienstvrijstelling voor het geven van bloed op 10 juli 2009 en richt die vraag aan de personeelsdienst die niet op de hoogte is van de te betekenen beslissing; de verzoeker meldt zich op 10 juli 2009 ’s avonds ziek, geeft als verblijfplaats tijdens het ziekteverlof zijn woonplaats op, maar vermeldt op het ziekteattest, bestemd voor de dienst DSDM van de federale politie een adres in Knokke-Heist, zonder huis- en busnummer; de partner van de verzoeker deelt de werkelijke verblijfplaats niet mee, ondanks de vraag daartoe; de verzoeker neemt geen telefonisch contact op met de dienst, ondanks een op het antwoordapparaat van zijn GSM achtergelaten vraag daartoe. Overmacht is een algemeen rechtsbeginsel dat de gestrengheid van de wet kan milderen. Te dezen moet rekening gehouden worden met de vertragingsmaneuvers van de verzoeker, maar ook met het feit dat de keuze voor de kennisgeving van het voorstel van 9 juli 2010 per aangetekend schrijven teveel risico’s inhield gelet op de verplichte dubbele verzending en de ontstentenis van IX-6785-8/15 postuitreiking op zaterdag en zondag 11 en 12 juli
- De afgifte tegen ontvangstbewijs was dan ook de meest zekere weg; dat het voorstel niet persoonlijk aan de verzoeker overhandigd kon worden ligt niet aan het bestuur, dat de beslissing binnen de termijn in de brievenbus van de verzoeker achtergelaten heeft. Eigenlijk heeft de verzoeker bedrog gepleegd door zijn onbereikbaarheid te organiseren; in die zin mag op grond van het beginsel “fraus omnia corrumpit” geen toepassing gemaakt worden van de wettelijke sanctie op de laattijdige kennisgeving.
- In zijn memorie van wederantwoord stelt de verzoeker dat hij het recht heeft om zijn verdediging naar eigen inzicht te voeren, dat het bestuur over zes maanden beschikt om met het oog op de redactie van een inleidend verslag de zaak te onderzoeken en hem te ondervragen, dat het bestuur zijn manier van handelen moet afstemmen op de korte termijnen die de tuchtwet ingesteld heeft en in het kader van haar zorgvuldigheidsplicht rekening moet houden met de mogelijke noodzaak om het voorstel per aangetekende zending ter kennis te brengen. Indien de verwerende partij gewag maakt van overmacht, dan heeft zij door haar eigen onzorgvuldigheid zelf de omstandigheden daarvoor gecreëerd door de laatste nuttige dag voor de betekening af te wachten. Hijzelf heeft zeker geen bedrog gepleegd: ziek worden is geen bedrog en de laattijdigheid van de betekening heeft niets te maken met zijn onbereikbaarheid op 11 en 12 juli 2009, aangezien hij voordien wel bereikbaar was. Aangezien de verwerende partij zo lang gewacht heeft met de kennisgeving van het voorstel van tuchtstraf dat zij meende geen gebruik meer te kunnen maken van de dubbele kennisgeving bij aangetekende brief -die onmiskenbaar tot een rechtsgeldige kennisgeving had geleid- heeft zij zichzelf in een negatieve situatie gebracht; hijzelf was ziek en verbleef op een adres dat hij correct doorgegeven had; hij was in de mening dat de kennisgeving aangetekend verzonden zou worden en dat hij de brief zou afhalen bij zijn thuiskomst; de verwerende partij had hem kunnen verwittigen dat zij het voorstel van tuchtstraf ter kennis zou brengen door persoonlijke afgifte. IX-6785-9/15 Beoordeling
- Artikel 38sexies van de tuchtwet verplicht de hogere tuchtoverheid, op straffe van verval van de tuchtvordering, om binnen een welbepaalde termijn een beslissing te treffen over het lot van de politieambtenaar en hem die beslissing ook ter kennis te brengen. Die termijn is principieel vastgesteld op vijftien dagen en vangt aan na afloop van de termijn van dertig dagen waarover de betrokkene beschikt om zich te verweren tegen het inleidend verslag. Aangezien het inleidend verslag op 28 mei 2009 ter kennis van de verzoeker gebracht is, verstreek zijn termijn van verweer op 27 juni 2009 en de daaropvolgende termijn voor het treffen en het ter kennis brengen van een voorstel van tuchtstraf op zondag 12 juli
- De verwerende partij wijst erop dat zij, rekening houdend met de in acht te nemen verweermogelijkheden -eerst een termijn om zich tegen het inleidend verslag te verweren, lopend tot 27 juni 2009; vervolgens het afwachten van de opmerkingen van de verzoeker op het proces-verbaal van verhoor, gegeven op 8 juli 2009-, niet vroeger dan op 9 juli 2009 haar beslissing kon nemen en dat de verzoeker vanaf dan zich opzettelijk onbereikbaar gemaakt heeft door eerst afwezig te zijn wegens verlof voor het geven van bloed en door zich vervolgens ziek te melden en niet thuis aangetroffen te kunnen worden.
- De stelling van de verwerende partij dat zij niet vóór 9 juli 2009 een besluit kon treffen is niet correct: het verhoor van de verzoeker vond plaats op 1 juli 2009 en vanaf dat ogenblik beschikte de burgemeester over alle nodige informatie om een beslissing te nemen. Het inwachten van opmerkingen bij de redactie van het proces-verbaal van het verhoor betreft enkel de bewijswaarde van dat stuk en is geen vormvoorschrift in het besluitvormingsproces. IX-6785-10/15 Door het treffen van een besluit uit te stellen tot 9 juli 2009 is de burgemeester zelf verantwoordelijk voor het verstrijken van een belangrijk deel van de beslissingstermijn.
- De verzoeker diende, op straffe van verval van de tuchtvordering, op zondag 12 juli 2009 in het bezit gesteld te zijn van het voorstel van zware tuchtstraf waartoe op donderdag 9 juli 2009 beslist was. De tuchtwet biedt aan het bestuur twee mogelijkheden om de beslissing aan de betrokkene te bezorgen: hetzij door kennisgeving aan de persoon tegen ontvangstbewijs, hetzij door middel van een ter post aangetekende brief.
- De verwerende partij heeft in dit geval geopteerd voor de persoonlijke overhandiging omdat een aangetekende verzending haar te risicovol leek. Zij betwist dus niet dat zij materieel in de mogelijkheid was om de beslissing van donderdag 9 juli 2009 nog dezelfde dag aangetekend naar de verzoeker te verzenden, in welk geval het dan niet uitgesloten was -het is zelfs de normale gang van zaken- dat de zending daags nadien bij de verzoeker thuis aangeboden zou worden, hetgeen een rechtsgeldige aanzegging zou geweest zijn. De loutere veronderstelling van de verwerende partij dat de zending op 10 juli 2009 misschien toch niet bij de verzoeker aangeboden zou worden, liet haar niet toe de mogelijkheid van de aanzegging per aangetekende brief terzijde te schuiven. De verwerende partij heeft aldus een mogelijkheid van kennisgeving onbenut gelaten.
- De overhandiging van het tuchtstrafvoorstel aan de persoon van de verzoeker is niet gebeurd met een kennisgeving tegen ontvangstbewijs: na 9 juli 2009 is de overhandiging niet meer kunnen gebeuren omdat de verzoeker dan niet meer op zijn werkplaats verschenen is: op vrijdag 10 juli 2009 genoot hij een dag verlof ter compensatie van een bloedgifte en op 11 en 12 juli 2009 meldde hij zich ziek, met toelating om de woonst te verlaten; de doorgedreven pogingen om de IX-6785-11/15 verzoeker op 12 juli 2009 te bereiken hebben geen gunstig resultaat opgeleverd en het in de brievenbus deponeren van een brief -op 12 juli 2009- is evident geen kennisgeving tegen ontvangstbewijs. De verwerende partij stelt dat de verzoeker zich onbereikbaar gemaakt heeft voor het bestuur, hetgeen haar voor een situatie van overmacht plaatste zodat de sanctie van artikel 38sexies niet mag toegepast worden. De verwerende partij verklaart niet waarom zij de bestreden beslissing niet reeds op 9 juli 2009 aan de verzoeker overhandigd heeft, noch waarom zulks haar onmogelijk was. Zij was blijkbaar van oordeel dat zij in de volgende dagen nog over voldoende mogelijkheden zou beschikken om de beslissing aan de verzoeker te overhandigen.
- Uit het dossier blijkt dat de verzoeker op 10, 11 en 12 juli 2009 gewettigd afwezig was. Dit betekent dat hij niet ter beschikking van het bestuur was. Blijkens het geneeskundig attest aangaande zijn ziekteverlof van 11 en 12 juli 2009 -stuk 3/155 van het administratief dossier- mocht hij ook zijn woning verlaten. De verzoeker was derhalve aan geen enkele verblijfsverplichting onderworpen. De verwerende partij kon wel pogen hem in die periode te bereiken, maar zij kan aan de verzoeker niet verwijten dat zij hem niet bereikt heeft.
- De verwerende partij had de mogelijkheid om binnen de wettelijk vastgestelde termijn een beslissing te treffen en ze ter kennis van de verzoeker te brengen. Door slechts op 9 juli 2009 te beslissen, beschikte de burgemeester nog slechts over een zeer beperkte tijd om zijn beslissing ter kennis van de verzoeker te brengen. Binnen die periode heeft hij de kans niet benut om de beslissing met een ter post aangetekende zending aan de verzoeker te laten geworden en hij bewijst ook niet dat hij in de materiële onmogelijkheid was om ze hem op 9 juli 2009 te overhandigen. IX-6785-12/15 In de volgende dagen was de verzoeker gewettigd afwezig en hebben de pogingen van het bestuur om de verzoeker alsnog te bereiken, gefaald. Aangezien de verzoeker in die periode geen verantwoording van zijn verblijf diende te geven, is de bij de verwerende partij ontstane overtuiging dat de verzoeker zich opzettelijk onttrokken heeft aan de kennisgeving, niet relevant in het kader van de vraag of de verwerende partij de verzoeker heeft kunnen bereiken.
- De verwerende partij toont geen overmacht aan. De vaststelling dat de verzoeker op 12 juli 2009 niet in het bezit was van de bestreden beslissing houdt in dat de tuchtvordering vervallen is. Het middel is gegrond. VI. Toepassing van de verkorte procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement
- De raadsvrouw van de verwerende partij benadrukt ter terechtzitting dat er geen reden is om alsnog over de zaak uitspraak te doen overeenkomstig artikel 93 van het algemeen procedurereglement, aangezien de zaak niet volledig uitgeklaard is en zij de gelegenheid zou moeten krijgen om in een laatste memorie haar standpunt met betrekking tot de aangevoerde overmacht te verduidelijken.
- De auditeur-verslaggever heeft, zich houdend aan de tekst van artikel 93 van het algemeen procedurereglement, de verkorte procedure ingezet. Die autonome beslissing verhindert dat de partijen een laatste memorie indienen en verplicht de Raad van State de zaak, zoals zij hem door de auditeur is voorgelegd, onverwijld te onderzoeken en om, in geval van akkoord daarmee, de zaak definitief te beslechten. De partijen hebben wel de mogelijkheid om ter terechtzitting hun twijfels en kritiek op het door de auditeur gedane onderzoek te uiten, maar zij kunnen niet eisen dat de zaak alsnog naar de gewone procedureregeling verwezen wordt. De verkorte procedure geldt volgens de tekst van het procedurereglement ook voor het geval dat de auditeur zijn verslag IX-6785-13/15 redigeert na afloop van de aan het onderzoek van het auditoraat voorafgaande maatregelen, ongeacht de vraag of de zeer geringe tijdswinst die zulks kan opleveren wel opweegt tegen het ontnemen van het principieel recht op het indienen van een laatste memorie zodat het geheel veeleer contraproductief werkt.
- Te dezen brengt het eigen onderzoek van de zaak de Raad van State tot het besluit dat, zoals de auditeur-verslaggever heeft uiteengezet, de verwerende partij de haar ter beschikking staande mogelijkheden om de verzoeker tijdig in kennis te stellen van de bestreden beslissing niet benut heeft, zodat zijzelf verantwoordelijk is voor het overschrijden van de termijn van kennisgeving, bepaald in artikel 38sexies van de tuchtwet en zich niet kan beroepen op overmacht. De zaak kan volgens de verkorte procedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement worden beslecht. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 16 februari 2010 van de burgemeester van de gemeente Schoten waarbij Nico Verschueren bij tuchtmaatregel wordt geschorst voor de duur van veertien dagen.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-6785-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 november 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6785-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.272 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div