← België

Arrest 209276 - Penitentiair recht - 29/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.276 Rolnummer: A. 195491/IX-6724 Zaak: Arrest 209276 - Penitentiair recht - 29/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-09 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:27 Fiche Arrest nr 209.276 van 29 november 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.276 van 29 november 2010 in de zaak A. 195.491/IX-6724 In zake : Steven RAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijn Van Nooten kantoor houdend te Brussel Gallaitstraat 88 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie die woonplaats kiest te Brussel Leuvenseplein 4 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 februari 2010, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de directeur van de gevangenis te Vorst van 14 december 2009 waarbij aan Steven Ral de tuchtsanctie wordt opgelegd van één maand strikt regime tot en met 14 januari 2010 en 15 dagen strikt regime met uitstel, gedurende één maand. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de raadsman van de verzoekende partij met een ter post aangetekend schrijven een eerste maal werd toegestuurd op 19 mei 2010, een tweede maal op 17 juni 2010 en een derde maal op 8 juli
  3. IX- 6724-1/4 Op 2 september 2010 heeft de hoofdgriffier aan de raadsman van verzoekende partij een eerste maal met een ter post aangetekend schrijven de mededeling gestuurd, bedoeld in artikel 14bis, ' 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: het algemeen procedurereglement). Op 23 september 2010 gebeurde dit een tweede maal. Aan de verwerende partij werd die mededeling ter kennis gebracht op 3 september
  4. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 84, § 2, tweede lid, van het algemeen procedurereglement worden “alle kennisgevingen, mededelingen en opmerkingen door de griffie […] rechtsgeldig op de gekozen woonplaats gedaan”. De ter post aangetekend brieven van 19 mei 2010, 17 juni 2010 en 8 juli 2010 waarmee de griffie van de Raad van State heeft getracht de memorie van antwoord van de verwerende partij aan de verzoekende partij ter kennis te brengen, werden op het adres van haar gekozen woonplaats te Brussel, Gallaitstraat 88 aangeboden. Op de omslagen staat telkens vermeld dat de bestemmeling afwezig was en dat de zending vervolgens niet werd afgehaald. Hetzelfde gebeurde met de zendingen van 2 september 2010 en 23 september 2010 waarmee de hoofdgriffier aan de raadsman van de verzoekende partij de mededeling heeft gestuurd, bedoeld in artikel 14bis, ' 1, van het algemeen procedurereglement. Gelet op voormeld artikel 84, § 2, tweede lid, van het algemeen procedurereglement werden deze kennisgevingen rechtsgeldig gedaan. IX- 6724-2/4 Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, ' 1, van het algemeen procedurereglement, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX- 6724-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 november 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Daniël Moons IX- 6724-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.276 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.