← België

Arrest 209344 - Bewakingsondernemingen - 30/11/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.344 Rolnummer: A. 196417/XII-6188 Zaak: Arrest 209344 - Bewakingsondernemingen - 30/11/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-10 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 05:28 Fiche Arrest nr 209.344 van 30 november 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bewakingsondernemingen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 209.344 van 30 november 2010 in de zaak A. 196.417/XII-6188 In zake: de BVBA ARGON met zetel te Heule-Kortrijk Kortrijksestraat 2 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Rogge kantoor houdend te Nazareth ’s Gravenstraat 42 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 7 mei 2010, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 24 februari 2010 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij de vergunning als bewakingsonderneming en als intern testcentrum van de bvba Argon wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 206.207 van 1 juli 2010 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Dat arrest is op 13 juli 2010 aan verzoekster ter kennis gebracht. Op 2 september 2010 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, ' 1, van het koninklijk besluit van XII-6188- 1/3 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, ' 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  8. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. XII-6188- 2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 november 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6188- 3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.344 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.207 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.