id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.383 Rolnummer: A. 198336/IX-6996 Zaak: Arrest 209383 - Penitentiair recht - 01/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-03 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:29 Fiche Arrest nr 209.383 van 1 december 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.383 van 1 december 2010 in de zaak A. 198.336/IX-6996 In zake : Mohamed Adil ELIDRISSI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis (Brugge) Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- Het beroep, ingesteld op 24 november 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de directeur-generaal van de penitentiaire administratie waarbij Adil Elidrissi voor de duur van twee maanden in een bijzonder veiligheidsregime wordt geplaatst. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 november 2010, om 11.00 uur. IX-6996-1/8 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en zijn advocaat Mathieu Langerock, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Brugge. 3.
- Op 22 oktober 2010 legt de directeur van de gevangenis aan de verzoeker een bijzondere veiligheidsmaatregel op in toepassing van artikel 110 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (hierna: de basiswet). Die maatregel bevat volgend motief: “Elidrissi Mohamed werd tijdens zijn verblijf in het PCB vier keer in het bezit gevonden van een gsm. Er is sprake van voorgaanden in andere strafinrichtingen. We stellen vast dat de tuchtsancties die volgen op deze inbreuken weinig impact hebben op betrokkenes gedrag. Betrokkene persisteert in zijn gedrag. Het bezit van een gsm in de inrichting is een expliciet veiligheidsrisico”. De maatregel, bestaande uit uitsluiting van deelname aan bepaalde activiteiten en verplicht verblijf op nummer 3154 en opgelegd voor 7 dagen, wordt vervolgens met verwijzing naar hetzelfde motief drie keer voor IX-6996-2/8 7 dagen verlengd -tot 22 november 2010-, telkens na de verzoeker gehoord te hebben. 3.
- Inmiddels, met name op 8 november 2010, was de verzoeker opgeroepen voor een verhoor in het kader van het opleggen van een individueel bijzonder veiligheidsregime krachtens artikel 116 van de basiswet. Op 9 november 2010 attesteert de geneesheer dat het speciaal regime niet onverenigbaar is met de gezondheidstoestand van de verzoeker. Het verhoor heeft plaats op 12 november 2010 in aanwezigheid van de verzoeker en zijn raadsman. Het proces-verbaal vermeldt: “De directeur deelt de gedetineerde mee dat hij gehoord wordt in het kader van artikel 118 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden. Hij vermeldt de elementen die kenmerkend zijn aan de gedetineerde en waarvan hij meent dat ze een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormen. Betrokkene werd de voorbije maanden 4 keer betrapt op het bezit van een gsm, met reeds voorgaanden in andere strafinrichtingen. Kennelijk volstaat de gewone tuchtprocedure niet. Hij geeft het woord aan de gedetineerde. Adv: Sinds het plaatsen in de maatregel zijn er geen problemen meer met betrokkene. Betrokkene is nu wekenlang zonder tucht. Deze maatregel lijkt voldoende. Betrokkene vraagt zijn bezoek te kunnen behouden. Betrokkene vraagt tafelbezoek in plaats van achter glas. Volgens betrokkene heeft het bezoek weinig te maken met de problemen die zich stellen.” 3.
- Op 16 november 2010 doet de gevangenisdirecteur een voorstel aan de directeur-generaal om de verzoeker voor twee maanden onder het volgend individueel regime te stellen: geen gemeenschappelijke activiteiten, beperking van bezoek tot een lokaal met transparante wand en verplicht verblijf op cel
- Het voorstel bevat volgend motief: “Concrete omstandigheden of gedragingen van de gedetineerde die toelaten te denken dat de betrokkene een voortdurende bedreiging uitmaakt voor de IX-6996-3/8 veiligheid: Betrokkene werd de voorbije maanden 4 keer betrapt op het bezit van een gsm in het PCB (22/07/2009, 30/02/2010, 18/07/2010, 19/10/2010), met reeds voorgaanden in andere strafinrichtingen. I.c. werd bij hem tijdens zijn detentie in Antwerpen 5 keer een gsm gevonden (15/05/2008, 24/05/2008, 21/06/2008, 05/09/2008, 10/12/2008). Betrokkene werd eveneens heel regelmatig in het bezit gevonden van een gsmlader. Het bezit van een gsm in de inrichting is een expliciet veiligheidsrisico. Gelet op het feit dat de controlemaatregelen en de bijzondere veiligheidsmaatregelen ontoereikend zijn gebleken.” 3.
- Op 19 november 2010 treft de directeur-generaal van de penitentiaire inrichtingen het thans bestreden besluit. De verzoeker wordt op het einde van de lopende bijzondere veiligheidsmaatregel, vanaf 22 november 2010 en tot 20 januari 2011 in het volgende individueel veiligheidsregime geplaatst: “X Uitsluiting van deelname aan volgende gemeenschappelijke of individuele activiteiten: Betrokkene kan niet deelnemen aan alle gemeenschappelijke activiteiten. Aangezien betrokkene keer op keer in het bezit gevonden wordt van een gsm en/of toebehoren, die hij steeds binnensmokkelt of laat binnensmokkelen door medegedetineerden, waardoor de veiligheid in de inrichting niet meer gewaarborgd is. X beperking van bezoek in een lokaal dat voorzien is van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt: Aangezien de kans bestaat dat betrokkene de gsm’s binnen laat brengen via zijn bezoekers, waardoor de veiligheid in de inrichting niet meer gewaarborgd is, kan hij enkel genieten van individueel glasbezoek. X verplicht verblijf in de hem toegewezen verblijfsruimte: Verplicht verblijf in de hem toegewezen cel
- Deze cel is beveiligd met een rooster aan de buitenzijde van het traliegedeelte waardoor er onmogelijk goederen kunnen doorgegeven worden langs het raam (onder andere via een jojo) en waardoor de veiligheid in de inrichting gewaarborgd kan worden. De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke maatregel, behoudt het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten met betrekking tot de eredienst; vorming, vrijetijdsbesteding, arbeid, evenals het recht op contacten met de buitenwereld via briefwisseling, bezoek en telefoon (de contacten met de diplomatieke of consulaire autoriteiten inbegrepen) voorzover de uitoefening van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel.” IX-6996-4/8 Het besluit bevat volgende motieven: “Gelet op de concrete omstandigheden en gedragingen van de gedetineerde ELIDRISSI Mohamed, geboren te Borgerhout op 05/10/1987 Die hierna vermeld worden en die toelaten te geloven dat de betrokkene een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormt. Betrokkene werd op 22/07/2009, 30/02/2010, 18/07/2010 en 19/10/2010 betrapt op het bezit van een gsm in het PC Brugge. Reeds had betrokkene tijdens zijn detentie in de gevangenis van Antwerpen een gsm op cel op 15/05/2008, 24/05/2008, 21/06/2008, 05/09/2008 en 10/12/
- Ook werd eveneens regelmatig was betrokkene in het bezit van een gsm-lader. Het bezit van een gsm in de gevangenis is een expliciet veiligheidsrisico. Gelet op het feit dat de controlemaatregelen en de bijzondere veiligheidsmaatregelen ontoereikend zijn gebleken: Gelet op deze voortdurende bedreiging voor de veiligheid zijn de eerder genomen controlemaatregelen en de individuele bijzondere velligheids- maatregelen, genomen op 25/10, 01/11, 08/11 en 15/11/2010 ontoereikend gebleken. Gelet op bovenstaande elementen conform bovenstaande inbreuken dient de orde en de veiligheid in de inrichting en van personeel, derden en medegedetineerden gewaarborgd te worden, dringt een plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime zich op.” IV. Rechtsmacht van de Raad van State
- In het arrest nr. 116.899 van 11 maart 2003 inzake De Smedt, heeft de Algemene Vergadering van de Raad van State gesteld dat de Raad bevoegd is om kennis te nemen van beroepen tegen tuchtstraffen opgelegd aan gedetineerden, maar niet om kennis te nemen van beroepen tegen beslissingen die, omdat zij ingegeven zijn door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, zich voordoen als maatregelen van inwendige orde. De Raad van State valt voor de onderhavige zaak in de actuele stand van de rechtspleging die rechtspraak bij. Aldus wordt vastgesteld dat artikel 116 van de basiswet behoort tot het hoofdstuk “controle- en veiligheidsmaatregelen” en niet tot titel VII die het tuchtregime regelt, dat de bestreden beslissing maatregelen oplegt die voor het geval waarin de verzoeker IX-6996-5/8 verkeert als echte veiligheidsmaatregelen gecatalogeerd kunnen worden en dat ook de motivering van de beslissing en van het voorstel van de gevangenisdirecteur de maatregel niet in een bestraffend maar in een veiligheidskader plaatst.
- Op zicht van de bestreden beslissing is aan de verzoeker een veiligheidsmaatregel opgelegd, wat betekent dat de Raad van State niet bevoegd is om van het beroep kennis te nemen.
- Volgens de verzoeker is de bestreden beslissing niet wat zij lijkt. Hij wijst er op dat de bestreden beslissing volgt op een aantal “bijzondere veiligheidsmaatregelen” met dezelfde inhoud, die de gevangenisdirecteur genomen heeft en op het feit dat hij de laatste tijd geen tuchtstraffen heeft opgelopen, zodat de bestreden beslissing in wezen geen andere bedoeling kan hebben dan hem te straffen. Hij alludeert daarmee op de mogelijkheid dat het bestuur hem op verdoken wijze een tuchtmaatregel zou opgelegd hebben, zodat de Raad van State langs die weg toch bevoegd zou zijn. Evenwel, hij voert dat gegeven in zijn verzoekschrift niet als middel aan. Bovendien zou de Raad van State aan dergelijk middel, dat neerkomt op een verwijt van machtsafwending, slechts gevolg kunnen geven indien voor hem aannemelijk gemaakt wordt dat de maatregel geen andere -of toch geen wezenlijk andere- grondslag heeft dan het bestraffen van de verzoeker. Welnu, de opgelegde maatregelen en de verantwoording die er in het bestreden besluit wordt aan gegeven, realiseren daadwerkelijk de bekommernis van het bestuur om te verhinderen dat de verzoeker in het bezit komt van een gsm -hetgeen onmiskenbaar terecht als een “expliciet veiligheidsrisico” in een gevangenis wordt aangemerkt- en het kan niet ontkend worden dat de antecedenten van de verzoeker aantonen dat dit veiligheidsrisico wel degelijk aanwezig is: hij werd met name regelmatig betrapt op het binnensmokkelen van gsm’s en op het bezit van gsm. Dergelijk optreden van het bestuur past binnen het systeem opgezet door de basiswet. IX-6996-6/8 De verzoeker verwijst naar het feit dat hij recent geen tuchtstraffen meer opgelopen heeft en dat hij nu plots met een heel strenge maatregel geconfronteerd wordt. Ook daarmee legt hij het verband tussen een tuchtrechtelijk optreden en de bestreden beslissing, die de veiligheid beoogt, niet.
- De verzoeker verwijst, om de ontvankelijkheid van zijn beroep te bepleiten, ook nog naar de omstandigheid dat de basiswet voorziet in een beroepsmogelijkheid tegen een opgelegde individuele bijzondere veiligheids- maatregel maar dat het daarop betrekking hebbend artikel 118, § 10, nog niet in werking gesteld is. De omstandigheid dat de uitvoerende macht nog geen maatregelen heeft genomen om het door artikel 118, § 10, van de basiswet ingestelde beroep effectief te maken, houdt op zich niet in dat de Raad van State bevoegd wordt om betwistingen te beslechten, zelfs niet wanneer zulks zou betekenen dat geen enkele rechter daarvoor bevoegd is.
- Een en ander leidt de Raad van State in de actuele stand van de rechtspleging tot het besluit dat hij geen kennis kan nemen van de ingestelde vordering tegen de opgelegde veiligheidsmaatregel. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6996-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6996-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.383 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div