id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.414 Rolnummer: Zaak: Arrest 209414 - Milieu bescherming - Reglementen - 02/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-15 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 05:29 Fiche Arrest nr 209.414 van 2 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Vernietiging Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 209.414 van 2 december 2010 in de zaken A. 192.203/XII-5786 A. 194.065/XII-5962 In zake: de VZW RACING CLUB ROESELARE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Van Dorpe kantoor houdend te Kortrijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD ROESELARE
- de STAD ROESELARE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steve Ronse kantoor houdend te Kortrijk President Kennedypark 6/24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen
- Het beroep in de zaak A. 192.203/XII-5786, ingesteld op 3 april 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 10 maart 2009 van de burgemeester van de stad Roeselare houdende machtiging aan de vzw Racing Club Roeselare tot gebruik van een met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuig tot eind juli
- Het beroep in de zaak A. 194.065/XII-5962, ingesteld op 24 september 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 13 juli 2009 van de burgemeester van de stad Roeselare houdende machtiging aan de vzw Racing Club Roeselare tot gebruik van een met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuig tot eind
- XII-5786-1/16 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 195.087 van 3 juli 2009 in de zaak A. 192.203/XII-5786 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoekster heeft in de zaak A. 192.203/XII-5786 een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de zaak A. 192.203/XII-5786 heeft de tweede verwerende partij een memorie van antwoord ingediend en verzoekster een toelichtende memorie en een memorie van wederantwoord ingediend. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend in de zaak A. 194.065/XII-
- Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. Verzoekster en de verwerende partijen hebben in beide zaken een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bruno Van Dorpe, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Steve Ronse, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-5786-2/16 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster is een vereniging, opgericht in 1983, ten behoeve van de liefhebbers in radiobestuurde wagens; het gaat om miniatuurwagens met verbrandingsmotor of met elektrische motor. Gevraagd naar een geschikte locatie voor een racingcircuit, biedt de stad aan verzoekster een terrein aan de Koning Leopold III-laan te Roeselare aan. Het is niet betwist dat dit terrein op minder dan 200 m van de dichtstbijzijnde woning ligt. Op aanvraag van de stad laat verzoekster een geluidsstudie uitvoeren. Die studie van 11 augustus 2003 besluit dat de inrichting “voldoet” op voorwaarde dat het circuit wordt aangelegd volgens een welbepaald schema, dat er maximaal vijf à zes wagentjes mogen rijden per wedstrijd met een maximale geluidsdruk van 80 dBA op 10 m afstand, dat er enkel gereden wordt tijdens de dagperiode -een extra beperking voor de ochtend is raadzaam-, dat er zo dicht mogelijk bij het circuit een berm komt met een hoogte van minstens 2 m en dat het circuit wordt aangelegd in ZOA of in fluisterasfalt. De stad geeft de betrokken grond op 12 augustus 2004 aan verzoekster in erfpacht. Onder meer wordt in de bijzondere voorwaarden bepaald dat de stad het terrein zal opruimen en met de aarde een geluidsberm van minimum 2 m hoogte rondom het circuit zal aanleggen “overeenkomstig de door de stad aangevraagde geluidsstudie”. De erfpachter verbindt er zich toe, teneinde de geluidsoverlast voor de omwonenden te voorkomen, dat er maximum tien wagentjes per wedstrijd rijden met een maximum geluidsdruk van 80 dBA op 10 m afstand, dat er enkel gereden wordt tijdens de dag “met duidelijk afgesproken ochtend- (bvb. 9u - 10u) en avonduren” en dat het circuit in fluisterasfalt wordt aangelegd. XII-5786-3/16
- Op 20 december 2004 neemt de gemeenteraad het gecoördineerd stedelijk algemeen politiereglement aan. De bepaling van artikel 2.5.5.1.
- inzake “Sport-, speel- en experimenteervoertuigen en vliegtuigjes” is nieuw: “Het is verboden, zonder schriftelijke en voorafgaande toestemming van de burgemeester, met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuigen te gebruiken in open lucht, op openbare of private terreinen, die gelegen zijn op minder dan 200 meter van een woning”.
- Verzoekster neemt het nieuwe circuit in 2005 in gebruik. Met een schrijven van 11 december 2007 deelt de burgemeester aan verzoekster mee, onder verwijzing naar een onderhoud op het stadhuis, dat hij akte neemt “van de bijkomende pogingen die u zult ondernemen om tegen 1 april 2008 te verhelpen aan de prangende geluidsproblematiek op en rond het circuit”. In haar antwoord van 7 januari 2008 betwist verzoekster dat er prangende geluidsproblemen op en rond het racecircuit zouden zijn. Met een brief van 30 april 2008 aan verzoekster dringt de burgemeester op concrete initiatieven aan. Meegedeeld wordt dat onder meer een reactie wordt verlangd omtrent het punt dat op de vergadering op het stadhuis ter sprake was gekomen: “afspraken omtrent de modaliteiten van het gebruik van het terrein”. De brief besluit als volgt: “Daarnaast moeten wij constateren dat uw exploitatie gebeurt zonder de noodzakelijke toestemming van de burgemeester, zoals voorgeschreven door artikel 2.5.5.1.
- van het stedelijk politiereglement. In die zin verzoeken wij u dan ook zo snel mogelijk een aanvraag in deze zin te formuleren. Zolang deze schriftelijke toestemming van de burgemeester niet afgeleverd is, kan geen exploitatie, noch trainingen, noch wedstrijden, met verbrandingsmotor(en) nog doorgaan. Strikte controle hierop zal gebeuren door de politie”.
- Op 29 mei 2008 vraagt verzoekster, onder voorbehoud van alle rechten, aan de burgemeester de in voormeld artikel 2.5.5.1.
- bedoelde XII-5786-4/16 toestemming. De burgemeester verleent bij brief van 26 juni 2008 de volgende machtiging: “ ○ duurtijd: deze machtiging loopt tot eind augustus
- ○ modaliteiten: meer specifiek voor de voertuigen met verbrandings- motoren Oefeningen zijn toegelaten: Elke vrijdag van 14 tot 18 uur. Elke zaterdag van 9 tot 11.30 uur en van 14 tot 18 uur. Wedstrijden zijn toegelaten: Maximaal 2 dagen per maand (op zaterdag of zondag). Duurtijd van 9 tot 11.30 uur en van 14 tot 18 uur. Voor BK’s of EK’s wordt uitzondering gemaakt tot 19 uur. De huidige kalender zoals geafficheerd op de website wordt gerespecteerd. Het betreft met name volgende data: 15/06/08: 3de clubwedstrijd, 6/07/08: 4de clubwedstrijd, 20/07/08: BK 1/10 200 mm., 03/08/08: BK 1/8 & 1/10, 17/08/08: 5de clubwedstrijd. De elektromotoren gelden geen beperkingen, noch naar oefeningen, noch naar wedstrijden. ○ Alle nuttige maatregelen (plaatsen dempers, plaatsen schermen, …) tot verdere beperking van de hinder worden uitgevoerd. ○ Deze machtiging kan geenszins als toelating worden aanzien om geluidshinder (voorgeschreven in het politiereglement) of burenhinder te veroorzaken. ○ Ten voorlopige titel wordt de gestelde bepaling uit de erfpachtakte (80 dbA) als limiet gesteld en de bepaling van 50 dbA als richtcijfer. ○ Duidelijke communicatie naar de buurtbewoners toe moet worden verstrekt. ○ Binnen de week moet aan het stadsbestuur worden uiteengezet hoe voornoemde modaliteiten op eenduidige en duidelijke manier naar de clubleden toe worden vertolkt”.
- Een tweede machtiging, aangevraagd op 19 augustus 2008, wordt bij brief van 10 september 2008 verleend: “ ○ duurtijd: deze machtiging loopt tot eind
- ○ modaliteiten: meer specifiek voor de voertuigen met verbrandings- motoren Oefeningen zijn toegelaten: Elke vrijdag van 14 tot 18 uur. Elke zaterdag van 9 tot 11.30 uur en van 14 tot 18 uur. Wedstrijden zijn toegelaten: Maximaal 2 dagen per maand (op zaterdag of zondag). Duurtijd van 9 tot 11.30 uur en van 14 tot 18 uur. Voor BK’s of EK’s wordt uitzondering gemaakt tot 19 uur. De huidige kalender zoals geafficheerd op de website wordt gerespecteerd. Het betreft met name volgende data: 14/09/2008 Clubwedstrijd, 28/09/2008 XII-5786-5/16 BK 1/5, 19/10/2008 Benelux 1/5, 26/10/2008 Clubwedstrijd, 8/11/2008 Bekeruitreiking. ○ 1 weekend per maand geldt een volledig verbod op verbrandingsmotoren, zowel voor oefeningen als wedstrijden. Dit weekend is vrij te kiezen maar moet bij het begin van elke maand meegedeeld worden aan de burgemeester. Deze regeling geldt vanaf 1 oktober
- ○ Per 1 november 2008 wordt op zondag nog slechts 1 wedstrijd toegelaten per maand. ○ Voor de Benelux-wedstrijd wordt een speciale machtiging gegeven. Op vrijdag 17/10/2008 en zaterdag 18/10/2008 mag gereden worden van 9.00 tot 12.00 en van 14.00 tot 18.
- Op elektromotoren gelden geen beperkingen, noch naar oefeningen, noch naar wedstrijden. ○ Alle nuttige maatregelen (plaatsen dempers, plaatsen schermen, …) tot verdere beperking van de hinder worden uitgevoerd. ○ Deze machtiging kan geenszins als toelating worden aanzien om geluidshinder (voorgeschreven in het politiereglement) of burenhinder te veroorzaken. ○ Ten voorlopige titel wordt de gestelde bepaling uit de erfpachtakte (80 dbA) als limiet gesteld en de bepaling van 50 dbA als richtcijfer. ○ Duidelijke communicatie naar de buurtbewoners toe moet worden verstrekt. ○ Binnen de week moet aan het stadsbestuur worden uiteengezet hoe voornoemde modaliteiten op eenduidige en duidelijke manier naar de clubleden toe worden vertolkt”.
- Een derde machtiging wordt aangevraagd op 19 december 2008 en gegeven op 10 maart 2009: “ ○ duurtijd: deze machtiging loopt tot eind juli
- ○ modaliteiten: meer specifiek voor de voertuigen met verbrandings- motoren Oefeningen zijn toegelaten: Elke woensdag van 14 tot 16 uur. Elke vrijdag van 14 tot 18 uur. Elke zaterdag van 9 tot 11.30 uur en van 16 tot 18 uur. Wedstrijden zijn toegelaten: Maximaal 2 dagen per maand (op zaterdag of zondag). Duurtijd van 9 tot 11.30 uur en van 14 tot 18 uur. Voor BK’s of EK’s wordt uitzondering gemaakt tot 19 uur. De huidige kalender zoals geafficheerd op de website wordt gerespecteerd. Het betreft met name volgende weekends waarin een wedstrijd mag plaatsvinden: 28-29 maart 1ste clubwedstrijd 4-5 april BK 1/5 18-19 april Belgisch kampioenschap 9-10 mei 2de club 23-24 mei 3de club 6-7 juni 4de club XII-5786-6/16 27-28 juni 5de club 14-19 juli 6de club ○ 1 weekend per maand geldt een volledig verbod op verbrandingsmotoren, zowel voor oefeningen als wedstrijden. Dit weekend is vrij te kiezen maar moet bij het begin van elke maand meegedeeld worden aan de burgemeester. ○ Er wordt op zondag slechts 1 wedstrijd toegelaten per maand. ○ Op elektromotoren gelden geen beperkingen, noch naar oefeningen, noch naar wedstrijden. ○ Alle nuttige maatregelen (plaatsen dempers, plaatsen schermen, …) tot verdure beperking van de hinder worden uitgevoerd. ○ Deze machtiging kan geenszins als toelating worden aanzien om geluidshinder (voorgeschreven in het politiereglement) of burenhinder te veroorzaken. ○ Ten voorlopige titel wordt de gestelde bepaling uit de erfpachtakte (80 dbA) als limiet gesteld en de bepaling van 50 dbA als richtcijfer. ○ Duidelijke communicatie naar de buurtbewoners toe moet worden verstrekt. ○ Binnen de week moet aan het stadsbestuur worden uiteengezet hoe voornoemde modaliteiten op eenduidige en duidelijke manier naar de clubleden toe worden vertolkt”. Dit is de bestreden beslissing in de zaak A. 192.203/XII-
- Een vierde machtiging, aangevraagd bij brief van 11 mei 2009, wordt met een schrijven van 13 juli 2009 verleend: “ ○ duurtijd: deze machtiging loopt tot eind
- ○ modaliteiten: meer specifiek voor de voertuigen met verbrandings- motoren Oefeningen zijn toegelaten: Elke woensdag van 14 tot 16 uur. Elke vrijdag van 14 tot 18 uur. Elke zaterdag van 9 tot 11.30 uur en van 16 tot 18 uur. Wedstrijden zijn toegelaten: Maximaal 2 dagen per maand (op zaterdag of zondag). Duurtijd van 9 tot 11.30 uur en van 14 tot 18 uur. Voor BK’s of EK’s wordt uitzondering gemaakt tot 19 uur. Op volgende weekends mag een wedstrijd plaatsvinden: - 08-09 augustus: BK 1/5de benzine - 05-06 september: BK Electro (pro memorie) - 12-13 september: 6de clubwedstrijd - 10-11 oktober: 7de clubwedstrijd ○ 1 weekend per maand geldt een volledig verbod op verbrandingsmotoren, zowel voor oefeningen als wedstrijden. ○ Er wordt op zondag slechts 1 wedstrijd toegelaten per maand. ○ Op elektromotoren gelden geen beperkingen, noch naar oefeningen, noch naar wedstrijden. ○ Alle nuttige maatregelen (plaatsen dempers, plaatsen schermen, …) tot XII-5786-7/16 verdere beperking van de hinder worden uitgevoerd. ○ Deze machtiging kan geenszins als toelating worden aanzien om geluidshinder (voorgeschreven in het politiereglement) of burenhinder te veroorzaken. ○ Ten voorlopige titel wordt de gestelde bepaling uit de erfpachtakte (80 dbA) als limiet gesteld en de bepaling van 50 dbA als richtcijfer. ○ Duidelijk communicatie naar de buurtbewoners toe moet worden verstrekt. ○ Binnen de week moet aan het stadsbestuur worden uiteengezet hoe voornoemde modaliteiten op eenduidige en duidelijke manier naar de clubleden toe worden vertolkt”. Deze beslissing is het voorwerp van het beroep in de zaak A. 194.065/XII-
- IV. Samenvoeging
- Aangezien de feitelijke en juridische gegevens van de zaken A. 192.203/XII-5786 en A. 194.065/XII-5962 zo goed als identiek zijn, is het in het belang van een goede rechtsbedeling de zaken samen te voegen. V. Belang
- In de laatste memorie betwisten verwerende partijen het actueel belang van verzoekster omdat de bestreden beslissingen “inmiddels in tijd verstreken [zijn]”, zodat niet valt in te zien welk nuttig effect een gebeurlijke nietigverklaring nog kan hebben.
- De bestreden beslissingen hinderen -door de beperkingen die ze inhouden- de ontplooiing van het verenigingsleven en de activiteiten van verzoekster. Verzoekster heeft deze voor haar nadelige effecten van de politiemaatregelen effectief moeten ondergaan. Bovendien stelde de Raad van State in zijn arrest nr. 195.087 van 3 juli 2009 over de vordering tot schorsing van de eerste bestreden beslissing vast dat de beslissing past binnen een praktijk van herhaalde, zeer kortlopende machtigingen, die -in het licht van het reële risico dat de burgemeester erin XII-5786-8/16 volhardt, wat ook effectief het geval is gebleken- verzoekster op termijn een ernstig en moeilijk herstelbaar nadeel doet lopen, om welke reden de Raad van State oordeelde dat het nadeel dat verzoekster leed “een schorsing van de bestreden beslissing zou kunnen verantwoorden indien een uitspraak ten gronde in deze zaak langer dan anderhalf à twee jaar zou uitblijven”. Met andere woorden zou een vernietiging niet alleen een pleister betekenen voor het verleden, maar -afhankelijk van het gegrond bevonden middel- ook kunnen voorkomen dat in de toekomst de opeenvolging van steeds weerkerende, soortgelijke beslissingen blijft voortgaan. De exceptie is ongegrond. VI. Eerste middel Standpunt van de partijen
- Verzoekster voert in de beide zaken in een eerste middel onder andere aan dat de bestreden beslissingen berusten op een onwettige bepaling van het gecoördineerd politiereglement, eensdeels, doordat die bepaling een te verregaande beperking van de vrijheid van vereniging en vergadering instelt en, anderdeels, doordat de gemeenteraad ter zake zijn eigen bevoegdheid heeft miskend. Wat de te verregaande beperking van de vrijheid van vereniging en vergadering betreft, zegt verzoekster niet te betwisten dat de gemeenteraad in december 2004 politieverordeningen mocht maken met het oog op de handhaving van de openbare orde en dat zij daarbij de vrijheid van vereniging mag beperken. Voorwaarde voor die beperkingen is evenwel dat ze aangepast zijn aan de concrete ordehandhavingsbehoeften. Welnu: “onwettig [is], het uitvaardigen van een algemeen verbod om zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning te racen met verbrandingsmotor binnen een straal van 200 m van bewoning, waardoor in feite het hele grondgebied van Roeselare wordt bestreken, op een ogenblik dat de racepiste niet was aangelegd (de stedenbouwkundige vergunning werd pas later verleend) en de rust van de bewoners onmogelijk kon worden XII-5786-9/16 verstoord en op een ogenblik dat uit een accoustische studie de randvoorwaarden waren bepaald voor het gebruik zonder rustverstoring die waren opgenomen in de erfpachtovereenkomst en zouden worden opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning. Het algemeen verbod vervat in het politiereglement is ongeldig. Het legt geen beperkingen op, maar het verbiedt de activiteit van de VZW”. De miskenning van de eigen bevoegdheid door de gemeenteraad, ziet verzoekster hierin dat de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid heeft gegeven om zelf, discretionair, te beslissen wanneer en onder welke voorwaarden toestemming wordt gegeven. Het was nochtans aan de gemeenteraad om bij het nemen van de verordening vast te stellen op welke wijze hij de openbare veiligheid op het grondgebied van de gemeente voldoende gewaarborgd acht.
- Verwerende partijen werpen, in de memories van antwoord, in de eerste plaats tegen dat de bepalingen in verband met de vrijheid van vereniging en vergadering niet beletten dat de stad het gedrag van zijn burgers regelt in een politiereglement dat beoogt de gezondheid, veiligheid en rust van de inwoners te verzekeren, dat de activiteiten van verzoekster geen louter privaat karakter hebben, dat de activiteiten op en rond het circuit zich in de openlucht afspelen waardoor de politiewetten onverminderd van toepassing blijven. Overigens is, aldus verwerende partijen, niet elke inmenging in een grondrecht een schending van het grondrecht. Nagegaan moet worden in hoeverre een wettig doel wordt beoogd en in welke mate de inmenging als proportioneel kan worden beschouwd ten aanzien van dat doel. Te dezen kan onmogelijk beweerd worden dat artikel 2.5.5.1.
- van het politiereglement van 20 december 2004 een onwettig doel zou beogen, noch dat de bestreden beslissingen disproportioneel zouden zijn. Voorts stond het de gemeenteraad vrij om, binnen het voldoende afgelijnde kader dat hij zelf bepaalde in het politiereglement (de afstand van 200 m), de bevoegdheid tot het geven van een machtiging te verlenen aan de burgemeester. Het is in de rechtsleer en de rechtspraak ruimschoots aanvaard dat de burgemeester via een gemeentelijk politiereglement bepaalde bevoegdheden toegeschoven kan krijgen. XII-5786-10/16
- In de laatste memories merken verwerende partijen nog op dat de gemeenteraad het gebruik in de openlucht van sport-, speel- of experimenteer- voertuigen aangedreven met verbrandingsmotor op openbare of private terreinen die gelegen zijn op minder dan 200 meter van een woning, principieel verboden heeft, dat de politieverordening dus zeer duidelijk en helder is, dat alleen bij wijze van uitzondering een machtiging door de burgemeester kan worden gegeven, dat gelet op het gemeentedecreet en de parlementaire voorbereiding ervan de gemeenteraad zich mag toespitsen op het maken van belangrijke beleidskeuzes en de verdere uitwerking daarvan in grote mate “aan het uitvoerend college” mag toevertrouwen. Uit, eensdeels, het uitzonderingskarakter van de regeling en, anderdeels, de ratio legis van het gemeentedecreet en de bevoegdheid van de gemeenteraad moet worden besloten dat de machtigingsdelegatie aan de burgemeester wettig is. Beoordeling
- De bestreden machtigingen ontlenen hun rechtsgrond aan artikel 2.5.5.1.
- van het stedelijk algemeen politiereglement van 20 december
- Zoals verwerende partijen benadrukken is deze bepaling klaar en duidelijk, en voorziet ze meer bepaald in een principieel verbod om met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuigen te gebruiken in open lucht, op openbare of private terreinen, die gelegen zijn op minder dan 200 meter van een woning. Volgens het eerste van de twee aan de orde zijnde onderdelen van het eerste middel schendt dit algemeen verbod de vrijheid van vereniging en van vergadering, niet omdat een beperking van die vrijheden in het belang van een goede politie per definitie verboden zou zijn, maar omdat een principieel verbod de concreet bestaande ordehandhavingsbehoeften te buiten gaat.
- Terecht zijn partijen het erover eens dat de vrijheid van vereniging en van vergadering niet absoluut zijn en dat ze aan beperkingen onderworpen kunnen worden, onder meer op grond van het artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet dat aan de gemeenten opdraagt ten behoeve van de inwoners in een goede politie te voorzien over de zindelijkheid, de gezondheid, XII-5786-11/16 de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Die beperkingen dienen wel te zijn aangepast aan de concrete ordehandhavings- behoeften, wat inhoudt dat ze een redelijk verband van evenredigheid ermee vertonen. Gewis kan met verwerende partijen worden aangenomen dat het in meer vermeld artikel 2.5.5.1.
- vervatte principieel verbod een wettig doel nastreeft, erin bestaande de openbare rust te verzekeren ten behoeve van de ingezetenen. Vraag is evenwel of er ook een voldoende verband van evenredigheid tussen dat algemeen verbod en het nagestreefde doel bestaat. Het is een kwestie die verwerende partijen in de memories van antwoord ontwijken door, in de plaats, de proportionaliteit -niet van het algemeen verbod, maar- van de bestreden beslissingen te beargumenteren: díe beslissingen “tracht[en] net een evenwicht te vinden tussen de belangen van verzoekster en de vele omwonenden”.
- Wat daarentegen de proportionaliteit van het in het middel gewraakte algemeen en principieel verbod zelf betreft, spreken de verwerende partijen niet tegen dat het verbod werd ingevoerd zonder dat de stad daarvoor op enige concreet vastgestelde klacht of nood kon steunen. In de memorie van antwoord heet het weliswaar dat een racepiste met verbrandingsmotoren “per definitie voor geluidsoverlast zorgt” -in tegenstelling tot “een klassieke drank- en eetgelegenheid, hetgeen een veel zachtere functie met zich meebrengt”-, maar dit staat haaks op de houding die de stad toentertijd zelf aannam. Immers blijkt zij zelf met verzoekster “naar een geschikte locatie voor het onderbrengen van een racingcircuit voor telegeleide wagentjes” te hebben gezocht en daarbij te zijn uitgekomen bij haar eigen terrein aan de Koning Leopold III-laan, dat op minder dan 200 m van de dichtst nabije woning ligt. Zij heeft het op 12 augustus 2004 aan verzoekster onder voorwaarden in erfpacht gegeven nadat zij een geluidsstudie had laten uitvoeren die uitwees dat de geplande inrichting kon “voldoen”. Wanneer de gemeenteraad vier maanden later het door verzoekster bekritiseerde principieel verbod aanneemt, moet de XII-5786-12/16 racepiste nog worden aangelegd en daarvoor zelfs nog een stedenbouwkundige vergunning worden verleend - waartoe het college van burgemeester en schepenen pas op 24 januari 2005 overgaat. Ook blijkt niet dat er tenminste elders in de stad een zodanig gevaar voor de openbare rust ten gevolge van het gebruik van de bedoelde voertuigjes binnen 200 m van een woning bestond, dat er redelijkerwijze reden toe geacht mocht worden om het besproken algemeen en principieel verbod in te voeren. De Raad van State merkt in dit verband op dat de verwerende partijen dan wel ten stelligste betwisten “dat het reglement op het lijf zou geschreven zijn van verzoekster”, maar evengoed nalaten te verduidelijken wie anders -die dan wél voor geluidsoverlast zorgde of dreigde te zorgen- de gemeenteraad bij het instellen van het gewraakte verbod voor ogen stond.
- Het is niet aangetoond dat het principieel verbod waartoe de gemeenteraad in artikel 2.5.5.1.
- van zijn beslissing van 20 december 2004 besloot, genoeg verantwoord wordt door en aangepast is aan de concrete ordehandhavingsnoden opdat het geen te verregaande beperking aan de door verzoekster aangevoerde vrijheid van vereniging en van vergadering stelt.
- Géén toepassing vindt dit principieel en algemeen verbod, wanneer de burgemeester schriftelijk en voorafgaand toestemming geeft om de met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuigen toch te gebruiken binnen 200 m van een woning. Volgens het tweede van de aan de orde zijnde onderdelen van het eerste middel heeft de gemeenteraad, bij het voorzien in die mogelijkheid voor de burgemeester, zijn eigen bevoegdheid miskend door meer bepaald in gebreke te zijn gebleven de contouren van de afwijkingsbevoegdheid nader te omschrijven.
- Feit is dat de gemeenteraad er zich van onthouden heeft de bedoelde afwijkingsmogelijkheid op enigerlei wijze af te lijnen. Verwerende partijen mogen, in de laatste memorie, die afwijkingsmogelijkheid als de uitzondering op het principe van het verbod bestempelen, enige garantie ter zake XII-5786-13/16 biedt het artikel 2.5.5.1.
- geenszins. Het voorschrift heeft het zonder meer aan de discretionaire beoordeling van de burgemeester overgelaten om te bepalen op welke dagen en uren en onder welke voorwaarden een geïnteresseerde, als verzoekster, de betrokken miniatuurvoertuigen binnen 200 m van een woning mag gebruiken. Zoals de bestreden beslissingen aantonen, leidt het ertoe dat de burgemeester geheel naar eigen inzicht de voorwaarden kan bepalen op grond waarvan het principieel verbod de facto op een permanente wijze terzijde wordt geschoven.
- In zoverre dit de bedoeling van de gemeenteraad is geweest, toen hij in de afwijkingsmogelijkheid voor de burgemeester voorzag, is daarmee alleen maar bijkomend aangetoond dat een principieel en algemeen verbod verder gaat dan nodig.
- In zoverre dat niét de bedoeling was, diende de gemeenteraad met een minimum aan precisie te hebben aangegeven binnen welke grenzen de burgemeester, niettegenstaande het gewilde principieel verbod, toch het gebruik van de door een verbrandingsmotor aangedreven voertuigjes binnen 200 meter van een woning mag toestaan. Zonder de minimale precisering van die grenzen kan de bevoegdheid die het meer vermelde artikel 2.5.5.1.
- aan de burgemeester opdraagt, niet naar behoren worden ingepast in de uitvoerende bevoegdheid die de burgemeester op grond van artikel 133 van de nieuwe gemeentewet inzake politie slechts heeft. Daaraan doet geen afbreuk de referte van verwerende partijen, in de laatste memorie, aan het gemeentedecreet en de parlementaire voorbereiding ervan (Parl. St. Vl. Parl. 2004-2005, nr. 347/1, 15), waaruit zij afleiden dat het de gemeenteraad vrij stond om “de bewuste bevoegdheid te verlenen aan de burgemeester”. Nog daargelaten dat het gemeentedecreet pas in werking trad na de gemeenteraadsbeslissing van 20 december 2004, verwijst het -in artikel 42, § 3- wat de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van gemeentelijke reglementen betreft uitdrukkelijk naar “de federale wetgeving in XII-5786-14/16 verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van politieverordeningen” (“Onverminderd”). Ten andere kan noch uit het gemeentedecreet noch uit de door verwerende partijen aangevoerde passus uit de parlementaire voorbereiding worden afgeleid dat de gemeenteraad ervan vrijgesteld is zelf de “essentiële” keuzes voor het bestuur van de gemeenten te maken. Tot die essentiële keuzes behoort, wanneer de gemeenteraad ervoor kiest in het besproken principieel verbod te voorzien, waarvan de burgemeester uitzonderlijk mag afwijken, dat hij bepaalt binnen welke omtrek de burgemeester zijn bevoegdheid dient uit te oefenen.
- Uit wat voorafgaat volgt dat verzoekster artikel 2.5.5.1.
- terecht verwijt onwettig te zijn. Deze onwettigheid brengt mee dat het artikel overeenkomstig artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten, zodat op hun beurt de bestreden beslissingen, die met toepassing ervan genomen zijn, onwettig zijn. Het eerste middel is in de besproken mate gegrond. BESLISSING
- De zaken A. 192.203/XII-5786 en A. 194.065/XII-5962 worden gevoegd.
- De Raad van State vernietigt de beslissingen van 10 maart 2009 en 13 juli 2009 van de burgemeester van de stad Roeselare houdende machtiging aan de vzw Racing Club Roeselare tot gebruikt van een met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuig tot eind juli 2009, respectievelijk eind
- De tweede verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 192.203/XII5786 en van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 194.065/XII-5962, tezamen begroot op 525 euro. XII-5786-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 2 december 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5786-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.414 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div