id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.506 Rolnummer: A. 191285/X-14065 Zaak: Arrest 209506 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-16 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 05:30 Fiche Arrest nr 209.506 van 6 december 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 209.506 van 6 december 2010 in de zaak A. 191.285/X-14.
(2005)werd vergund; Overwegende dat blijkens de overeenkomst gevoegd bij de bouwvergunning van 21 januari 2005 de aanpalende eigenaar links, de heer Pannemans, akkoord was met de ontworpen afrit naar de keldergarage; dat ook het gelijkvloers van de aanpalende eigenaar op 1,11 meter hoogte ten opzichte van het wegpeil werd uitgevoerd, hetgeen eveneens een afwijking is op de voorschriften van het BPA; Overwegende dat naar aanleiding van onderhavige (derde!!) regularisatieaanvraag het college van burgemeester en schepenen aan de beroeper voorstelde om het ontwerp aan te passen wat betreft de nok- en kroonlijsthoogte; dat in onderhavig ontwerp de kroonlijsthoogte 0,35 meter wordt verlaagd (naar 3,65 meter ten opzichte van het maaiveld) en dat de nokhoogte middels een knik in het dakvlak wordt verlaagd van 10,45 meter naar 9 meter ten opzichte van het maaiveld; dat de twee zolderramen in de X-14.065-13/17 zijgevel uit ontwerp worden geschrapt; dat deze ontwerpaanpassingen tegemoet komen aan een aantal opmerkingen van de omwonenden; Overwegende dat op basis van deze planaanpassingen het college van burgemeester en schepenen, in toepassing van artikel 49 van het decreet, een afwijking motiveerde (…) op de voorschriften van een goedgekeurde BPA voor wat betreft de regularisatie van de woning; Overwegende dat de vrijstaande garage anderzijds door het college van burgemeester en schepenen ongunstig wordt beoordeeld omdat de dakvorm strijdig zou zijn met de voorschriften van het BPA. ‘...Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen niet akkoord gaat met de wijziging van de dakhelling van de garage, namelijk verplicht platte daken - het ingediende ontwerp voorziet een zadeldak..’. Overwegende dat wat de vergunbaarheid van de garage betreft, moet opgemerkt worden dat de voorschriften van het BPA bepalen dat aanhorigheden plat ‘mogen’ worden afgedekt (is geen verbodsbepaling dus geen afwijking van het BPA), en dat de garage in eerste instantie werd vergund volgens huidig ontwerp; Overwegende dat de deputatie het standpunt van het college van burgemeester en schepenen bijtreedt en van oordeel is dat de werken in afwijking op de voorschriften van het BPA voor vergunning in aanmerking komen; dat het beroep kan worden ingewilligd”. 4.3.
- Uit de hierboven geciteerde motivering blijkt reeds dat de stelling van de verzoeker dat het bestreden besluit “enkel een overzicht geeft van de feitelijkheden” en dat “in de bestreden beslissing nauwelijks enige motivering is terug te vinden op welke gronden de aanvraag vanuit ruimtelijk en juridisch oogpunt aanvaardbaar zou zijn” feitelijke grondslag mist. 4.3.
- Ingevolge de devolutieve werking van het georganiseerd administratief beroep doet de overheid die in beroep uitspraak doet over een aanvraag, dit op grond van een eigen beoordeling, zowel in rechte als in feite, van de aanvraag en is zij daarbij niet gebonden door argumenten die werden aangewend en adviezen die werden gegeven in de daaraan voorafgaande administratieve procedure. In tegenstelling tot hetgeen de verzoeker voorhoudt, is ze er niet toe gehouden te verantwoorden waarom zij de opvatting van de in eerste aanleg bevoegde overheid als zodanig niet is bijgetreden. Uit het bestreden besluit blijkt afdoende waarom de verwerende partij tot haar conclusie is gekomen. X-14.065-14/17 4.3.
- Voorts kan ook het betoog van de verzoeker dat “op geen enkele wijze ingegaan (wordt) op het feit dat het om een regularisatie gaat en dat er ernstige bouwovertredingen zijn begaan” niet worden aangenomen. In het bestreden besluit wordt wel degelijk aangegeven dat de oorspronkelijke vergunning van 21 januari 2005 anders werd uitgevoerd en dat de werken een bouwovertreding uitmaken, waarvan thans voor de derde maal een regularisatie wordt gevraagd. Daarbij wordt ook aangegeven waarom de twee in 2006 en 2007 ingediende regularisatieaanvragen werden geweigerd. Het feit dat de vergunning van 21 januari 2005 niet conform werd uitgevoerd, belet de verwerende partij niet, wanneer zij de aan haar voorgelegde aanvraag onderzoekt en beoordeelt, rekening te houden met de inhoud van deze vergunning in die zin dat wat toen geacht werd vergunbaar te zijn, naar haar oordeel ook nu nog vergunbaar geacht kan worden. 4.3.
- Waar de verzoeker aanvoert dat er geen rekening werd gehouden met de inhoud van het aangetekend schrijven van zijn raadsman, vergenoegt hij zich bepaalde argumenten uit dit schrijven letterlijk over te nemen en enkel te stellen dat op de discussie met betrekking tot het niveau van het maaiveld door de verwerende partij niet wordt ingegaan. De verzoeker gaat daarbij geheel voorbij aan de voormelde overwegingen van het bestreden besluit en betrekt deze op geen enkele wijze bij zijn kritiek. Uit het bestreden besluit blijkt immers dat een plaatsbezoek is gebeurd door de diensten van de verwerende partij, alsook dat rekening werd gehouden met het bezwaar van het grote volume van de woning en de mogelijke privacyhinder. De kritiek dat er “eigenlijk aan camouflage gedaan wordt” aangaande de berekening van de nok- en kroonlijsthoogte en de discussie met betrekking tot het niveau van het maaiveld, wordt door de verzoeker niet onderbouwd met enige concrete uitleg waaruit zou kunnen blijken dat de in het bestreden besluit weergegeven berekening feitelijk onjuist zou zijn, noch toont de verzoeker aan dat de beoordeling in dit verband kennelijk onredelijk zou zijn. De verzoeker mag niet verwachten dat de Raad van State zelf op zoek gaat in de door hem voorgelegde stukken om zo het middel in concreto aan te vullen. Waar de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord in concreto kritiek uit op deze overwegingen van het bestreden besluit, dient er op te X-14.065-15/17 worden gewezen dat hij dergelijke kritiek niet voor het eerst op ontvankelijke wijze in de memorie van wederantwoord kan aanbrengen. Hetzelfde geldt voor de argumenten die de verzoeker nog in zijn laatste memorie aanbrengt met betrekking tot de vergunbaarheid van de garage. 4.3.
- In de memorie van wederantwoord klaagt de verzoeker ten slotte nog aan dat de verwerende partij in de memorie van antwoord voor het eerst verwijst naar de nota van 28 oktober 2008 van de 3de Directie Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Natuur - Ruimtelijke Ordening - Vergunningen van de provincie Limburg, naar de resultaten van het plaatsbezoek en de alsdan genomen foto’s, terwijl daarvan in het bestreden besluit geen melding wordt gemaakt. Volgens de verzoeker zijn dit nieuwe argumenten om de bestreden beslissing te staven. Ook dit argument van de verzoeker kan niet worden bijgetreden. Het is de verwerende partij geenszins verboden ter voorbereiding van haar beslissing een beroep te doen op haar diensten om de aanvraag te onderzoeken, hen daartoe een onderzoek ter plaatse te laten uitvoeren en, op basis daarvan, een advies -met de nodige stukken- te laten opstellen. Uit het bestreden besluit blijkt dat de verwerende partij zich dit advies eigen heeft gemaakt. Voorts zijn de resultaten van het plaatsbezoek, met inbegrip van de foto’s, opgenomen in het administratief dossier. 4.3.
- Het enig middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-14.065-16/17 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-14.065-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div