id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.573 Rolnummer: A. 198403/IX-7010 Zaak: Arrest 209573 - Penitentiair recht - 07/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-08 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-30 05:30 Fiche Arrest nr 209.573 van 7 december 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.573 van 7 december 2010 in de zaak A. 198.403/IX-7010 In zake : Mohamed AGADDAD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Raf Jespers kantoor houdend te Antwerpen Broederminstraat 38 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- Het beroep, ingesteld op 2 december 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de directeur van de gevangenis te Merksplas waarbij aan Mohamed Agaddad de tuchtstraf wordt opgelegd van 30 dagen afzondering op cel. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 december
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. IX-7010-1/7 Advocaat Raf Jespers die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Merksplas. 3.
- Op 25 november 2010 wordt tegen hem een rapport aan de directeur opgesteld met volgende vaststelling: “Na het bezoek, bij het geven van een gemotiveerde fouille, plakten er twee blokken bruine verdachte substantie onder zijn geslachtsdeel. Dit viel op de grond bij het bewegen. •waren getuigen (…): Wim Mattheussen PBA” Er wordt een tuchtprocedure opgestart. Op 27 november 2010 wordt de verzoeker in aanwezigheid van zijn raadsman gehoord. Op de hoorzitting wordt het rapport aan de directeur voorgelezen en heeft vervolgens het volgend gesprek plaats: “(de directeur) geeft het woord aan de gedetineerde / aan zijn advocaat, die verkla(a)r(t)(en): Ged.: Het is gebeurd in de zaal naast de bezoekzaal na het bezoek. Ik zag een andere gedetineerden iets weggooien in een hoek waar de tafeltjes staan, Dir.: U zag een andere gedetineerde dit pakketje weggooien. Wie was deze gedetineerde? Ged.: We waren met drie personen van paviljoen A aanwezig. De IX-7010-2/7 gedetineerde die het pakketje weggooide, was iemand van een ander paviljoen. Ik ken hem niet. Dir.: Wat heeft u vervolgens gedaan? Ged.: Ik wist niet wat het was en was er benieuwd naar. Ik heb het opgeraapt en verstopt in mijn onderbroek. Dir.: Als u gewoon benieuwd was en er verder niets mee te maken had, waarom heeft u dan niet gewoon de chef verwittigd toen u zag dat er iets lag? Dan had u nu geen problemen gehad. Ged.: Ik was benieuwd wat het was en wilde dit zelf uitzoeken. Het is de eerste keer dat dit gebeurt. Ik heb het op de afdeling onmiddellijk afgegeven toen men het ontdekte. Door de directeur gestelde vragen en antwoorden van de gedetineerde, van de advocaat: Adv.: Welke sanctie wenst u uit te spreken? Ik wens dit te weten alvorens ik mijn betoog kan voeren. Dir.: Ik ben van plan om betrokkene te sanctioneren met 30 dagen afzondering op cel. Adv.: Ik verzoek nu om uitstel, zodat ik mijn argumentatie kan voorbereiden. Zitting wordt kort onderbroken. Dir.: Meester, ik stel de zaak niet uit. Indien u dit wenst, kunnen we de zitting onderbreken gedurende 15 minuten, zodat u dit opnieuw met uw cliënt kan bespreken en uw argumentatie kan voorbereiden. Adv.: Dit gaat niet, Ik wens mijn argumentatie schriftelijk voor te bereiden. Ik wens eveneens de nodige wetteksten te consulteren. Dir.; Deze vermoedelijk verboden substantie is op het lichaam van uw cliënt aangetroffen. Bovendien gaat het om een zeer grote hoeveelheid, die voor meer bedoeld is dan voor eigen gebruik alleen. Ik blijf bij mijn sanctie, m.n. 30 dagen afzondering op cel. Daarbij zal ik de vermoedelijk verboden substantie overmaken aan het parket en zal het Parket dit onderzoeken. Adv.: Ik heb hier principieel bezwaar tegen. Vooreerst ontbreekt de wettelijke basis voor deze sanctie. Elke sanctie, alsook een tuchtrechtelijke sanctie moet duidelijk in een wet geformuleerd staan. Dit is hier niet het geval. Bovendien kent betrokkene de inhoud van de sanctie niet. Om deze redenen vraag ik om geen sanctie uit te spreken. Dir.: Betrokkene kreeg reeds eerder enkele dagen afzondering op cel als tuchtsanctie uitgesproken. Hij kent de inhoud van de sanctie zeer goed. Bij de beslissing wordt eveneens een gedetailleerd overzicht meegegeven van wat de sanctie inhoudt. Adv.: Ondergeschikt daaraan kunnen we ons afvragen of het wel degelijk om drugs gaat. Dit is nog niet bewezen. Het Parket van de Procureur des Konings zal deze substantie inderdaad nog moeten laten onderzoeken. Op basis van louter een vermoeden dat dit drugs is, kan geen sanctie opgelegd worden. Ten derde wil ik aanhalen dat betrokkene na een periode ET terug binnen is gekomen omdat hij een moeilijke communicatie had met zijn justitieassistent. IX-7010-3/7 Dit was weliswaar een beslissing van de SURB, maar hier ligt m.i. de fond van de zaak. Betrokkene heeft eveneens in de inrichting geen dagactiviteit. Het gaat over een man die geen geweldsdelicten pleegde, evenmin levensdelicten. Ik vraag om rekening te houden met de persoonlijke situatie van deze man. Adj.: Voor ons maakt het indivuele dossier van betrokkene niet uit als we substanties aantreffen die vermoedelijk verboden middelen betreffen. We hanteren voor elke gedetineerde op tuchtrechtelijk vlak een nultolerantie. D.: Dit beaam ik. Adv.: Ik wil benadrukken dat u enkel bevoegd bent om een tuchtrechtelijke sanctie uit te spreken. Het is aan het Parket om te laten uitmaken of dit wel degelijk drugs is en om het onderzoek te voeren. Dir.: Op dit vlak zijn we het eens. Het is inderdaad aan het Parket om het onderzoek te voeren. De 30 dagen afzondering op cel is dan ook enkel een tuchtrechtelijke sanctie. Adv.: Ik stel me vragen bij deze gang van zaken en heb het idee dat de advocatuur in deze procedure enkel als kapstok gebruikt wordt. Ik zal dan ook overwegen om naar de Raad van State te stappen.” 3.
- Dezelfde dag legt de directeur van de gevangenis aan de verzoeker de tuchtstraf op van “30 dagen afzondering op cel”. In een bijlage bij de beslissing wordt uitgelegd wat daaronder verstaan wordt. De beslissing bevat volgende motieven: “• Gelet op artikel 81 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen artikel 82 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende Algemeen reglement van de strafinrichtingen (…) • Gelet op de feiten die als volgt worden omschreven: In het bezit aangetroffen van vermoedelijk verboden substanties na het bezoek • Gelet op de argumenten van de gedetineerde (en / of zijn advocaat) die het tuchtdossier heeft kunnen raadplegen en hieromtrent op 27/11/2010 werd gehoord: Betrokkene ontkent de feiten. • Gelet op het feit dat volgende getuigen werden gehoord (…): Geen • Gelet op de volgende tuchtrechtelijke antecedenten: Zie memo (…) IX-7010-4/7 Motivering van de sanctie: Overwegende dat - betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van vermoedelijk verboden substanties, dat deze substantie een heel hoge hoeveelheid betrof en op zijn lichaam, m.n. onder zijn geslachtsdeel werd aangetroffen; - betrokkene de feiten niet toegeeft. Hij erkent dat de substantie bij hem werd aangetroffen, maar geeft aan dat hij niet wist dat het waarschijnlijk drugs was. Betrokkene geeft aan dat hij dit niet van zijn bezoek ontving, maar toevallig ontdekte in de zaal na het bezoek. - dergelijke feiten absoluut niet kunnen worden getolereerd en een aangepaste sanctie zich opdringt.” IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, '' 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- De verzoeker zet uiteen dat de bestreden maatregel betrekking heeft op een langdurige afzondering die betekent “dat hij geen normaal contact kan onderhouden met andere medemensen (gevangenen) noch met andere personen dan directe familieleden” en dat “rekening houdend met zijn gezondheidstoestand (hij is als invalide erkend), het gaat om een mensonwaardige behandeling”. Hij voegt daaraan toe dat de bestreden beslissing zijn rechten en vrijheden in sterke en onherstelbare mate beperkt en dat het nadeel niet hersteld kan worden “daar de afzondering en mogelijke aantasting van zijn medische toestand onmiddellijk nadeel berokkenen aan verzoeker als mens”. IX-7010-5/7 De verwerende partij betwist het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Beoordeling
- Aan de verzoeker is een tuchtstraf opgelegd om hem te straffen voor zijn onaangepast gedrag. Het is duidelijk dat de getroffen maatregel voor de verzoeker ongemak teweegbrengt, maar daarmee is nog niet aangetoond dat hij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat dat een schorsing van het bestreden besluit rechtvaardigt. Daarvoor moet hij aantonen dat de tenuitvoerlegging van de tuchtstraf zijn situatie dermate zal verslechteren dat de negatieve gevolgen niet door een vernietigingsarrest zullen kunnen worden rechtgezet.
- De verzoeker levert dat bewijs niet: 30 dagen afzondering op cel -een maatregel waarvan de inhoud duidelijk aan de verzoeker ter kennis gebracht is, die in andere gevangenissen een “individueel” of “strikt” regime wordt genoemd en die niet verward mag worden met de opsluiting in een veiligheidscel- in omstandigheden die niet elk contact met anderen uitsluit, vormt op zich geen nadeel dat ernstig genoeg is om een schorsing te rechtvaardigen. De verzoeker voert aan dat hij als invalide erkend is, maar laat na de nodige gegevens te verstrekken om de link te leggen tussen die invaliditeit en het buitengewone van het nadeel dat hij tijdelijk wegens zijn afzondering zou ondergaan. In ieder geval blijkt uit de bijlage van de bestreden beslissing dat alle medische faciliteiten voor de verzoeker toegankelijk blijven. Ter zitting wijst de raadsman van de verzoeker erop dat zijn cliënt rugproblemen heeft en dat hij daarom veel moet wandelen, terwijl de wandeling nu beperkt wordt tot een uur per dag. Daargelaten de vaststelling enerzijds dat die verduidelijking niet in het verzoekschrift zelf gegeven is -waardoor de verwerende partij in de onmogelijkheid is gebracht om zich daaromtrent op een normale manier te verdedigen- en anderzijds dat ook ter IX-7010-6/7 terechtzitting geen bewijs wordt voorgelegd van het lichamelijk probleem van de verzoeker en van de medische noodzaak om veel -meer dan een uur per dag- te wandelen, wordt opgemerkt dat de bestreden beslissing het voor de verzoeker niet onmogelijk maakt om zijn lichamelijk probleem aan de medische staf kenbaar te maken die dan op geneeskundige gronden een initiatief kan nemen om de maatregel wat dat betreft te nuanceren.
- Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat een schorsing van het bestreden besluit kan verantwoorden, is niet aangetoond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-7010-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div