id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.602 Rolnummer: A. 187496/VII-37885 Zaak: Arrest 209602 - Energie - 09/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-15 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-30 05:31 Fiche Arrest nr 209.602 van 9 december 2010 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 209.602 van 9 december 2010 in de zaak A. 187.496/VII-37.
- In zake : de NV TESSENDERLO CHEMIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Guy Block en Jan Ghysels kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE REGULERINGSINSTANTIE VOOR DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT (VREG) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Dirk Lindemans kantoor houdend te Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 maart 2008, strekt tot de nietigverklaring van : "- de beslissing van de VREG van 20 februari 2008 (met kenmerk AP/JS/20.02.08/59706) betreffende de uitvoering van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000 (zoals gewijzigd door het Decreet van 25 mei 2007 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu, energie en openbare werken) die het aantal groenestroomcertificaten vaststelt die voor 31 maart 2008 door verzoekende partij aan de VREG moet worden overgelegd (...); - voor zover nodig, de brief van de VREG van 9 januari 2008 (met kenmerk AP/KV/09.01.08/57891) betreffende de uitvoering van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000 (zoals gewijzigd door het Decreet van 25 mei 2007 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu, energie en openbare werken) die vaststelt dat verzoekende partij voor het jaar 2007 tot de overlegging van groenestroomcertificaten gehouden is (...)". VII-37.885-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 november
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Yves Sacreas, die loco advocaat Jan Ghysels verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Frank Judo, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-37.885-2/12 III. Feiten 3.
- Voorliggend geding kadert in de verplichting die het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna : elektriciteitsdecreet), zoals gewijzigd door het decreet van 25 mei 2007 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu, energie en openbare werken, oplegt aan de toegangshouders tot het jaarlijks inleveren bij de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (hierna : VREG) van een aantal groenestroomcertificaten. 3.
- Op 29 november 2007 deelt de VREG aan de verzoekende partij mee dat zij als toegangshouder ten laatste op 31 maart 2008 voor het eerst groenestroomcertificaten zal moeten voorleggen en dat het aantal in te leveren certificaten, op basis van artikel 23, § 2, van het elektriciteitsdecreet, wordt bepaald "op basis van de totale hoeveelheid elektriciteit die in het voorgaande jaar n-1 (in casu dus het volledig jaar 2007) op het betrokken toegangspunt afgenomen werd". 3.
- De verzoekende partij stelt in een tot de VREG gerichte brief van 5 december 2007 niet akkoord te kunnen gaan met voormeld standpunt. 3.
- In antwoord op voormeld schrijven deelt de VREG met een brief van 12 december 2007 aan de verzoekende partij het volgende mee : "De toepassing van deze gewijzigde regelgeving op Tessenderlo Chemie heeft volgende gevolgen : - Indien op één of meerdere van de afnamepunten van Tessenderlo Chemie op de netten waarop ze is aangesloten, geen leverancier vermeld staat als toegangshouder voor het betrokken afnamepunt, is sinds 29 juni 2007, conform artikel 23, '1, van het Elektriciteitsdecreet, zoals gewijzigd bij decreet van 25 mei 2007, de verplichting opgelegd aan de persoon die er wel vermeld staat als toegangshouder om jaarlijks voor 31 maart aan de VREG een aantal groenestroomcertificaten voor te leggen, voor wat de leveringen aan het betrokken afnamepunt of afnamepunten betreft. - Dit wil zeggen dat de betrokken toegangshouder voor het eerst uiterlijk op 31 maart 2008 een aantal groenestroomcertificaten dient voor te leggen aan VII-37.885-3/12 de VREG om te voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 23, '1, van het Elektriciteitsdecreet. - De berekening van het aantal certificaten dat, conform deze verplichting, moet worden ingediend, staat (eveneens sinds 29 juni 2007) omschreven in artikel 23, '2 van het Elektriciteitsdecreet, zoals gewijzigd bij decreet van 25 mei
- Met name moet rekening worden gehouden met de totale hoeveelheid elektriciteit die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten gelegen in het Vlaams Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toezichthouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toezichthouder. - Dit wil zeggen dat bij de bepaling van het aantal groenestroomcertificaten dat door de betrokken toegangshouder moet worden voorgelegd vóór 31 maart 2008 (jaar n), rekening moet worden gehouden met de totale hoeveelheid elektriciteit die in het jaar 2007 (jaar n-1) werd afgenomen op het afnamepunt of de afnamepunten in kwestie, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toezichthouder. In uw schrijven van 5 december 2007 stelt u dat u niet akkoord kan gaan met deze zienswijze van de VREG 'omwille van volgende principes: de niet-retroactiviteit van de rechtsnormen, het behoorlijk bestuur en, meer bepaald, het rechtszekerheid-, het vertrouwens- en het continuïteitsbeginsel'. De VREG wijst erop dat bovenstaande redenering louter volgt uit de strikte lezing van het gewijzigd artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet. Volgens ons is er bovendien geen sprake van retro-activiteit. Personen die toegangshouder zijn van een afnamepunt op het distributienet of transmissienet worden geacht sinds de publicatie van het decreet van 25 mei 2007 op de hoogte te zijn van het feit dat ze jaarlijks uiterlijk op 31 maart (en dus voor het eerst uiterlijk op 31 maart 2008), een aantal groenestroomcertificaten dienen in te leveren. In de periode van 19 juni 2007 tot 31 maart 2008 kan de betrokken toegangshouder dus de nodige acties ondernemen om voldoende groenestroomcertificaten te bekomen en in te leveren tegen 31 maart 2008 en zo te voldoen aan de quotumverplichting. Een termijn van 9 maanden lijkt ons een redelijke termijn om alsnog de nodige maatregelen te kunnen nemen om te voldoen aan de certificatenverplichting. Wat betreft de mogelijke andere aanpak van de Vlaamse decreetgever bij de invoering van het systeem van de groenestroomcertificaten, kunnen wij enkel antwoorden dat de tekst van de door het decreet van 25 mei 2007 aangebrachte decreetsbepalingen volgens ons geen andere interpretatie toelaat dan de hogervermelde interpretatie door de VREG. De VREG wijst erop dat artikel 25bis van het Electriciteitsdecreet, zoals gewijzigd bij decreet van 25 mei 2007, nu ook een decretale basis biedt voor de Vlaamse Regering om aan toegangshouders de verplichting op te leggen om jaarlijks voor 31 maart een aantal warmtekrachtcertificaten voor te leggen. Tot op heden heeft de Vlaamse Regering hiervan echter nog geen gebruik gemaakt, maar mogelijk zal zij dit wel in de loop van 2008 doen. VII-37.885-4/12 Ten slotte wenst de VREG Tessenderlo Chemie in te lichten van het feit dat de automatische quotumverhoging, voorzien in artikel 23, '3, van het Elektriciteitsdecreet, wellicht een invloed zal hebben op het aantal in te leveren groenestroomcertificaten voor 31 maart
- De VREG schat immers dat het aantal voor te leggen groenestroomcertificaten in het jaar 2008 kleiner zal zijn dan het aantal groenestroomcertificaten dat werd toegekend in het jaar
- Conform artikel 23, '3, van het Elektriciteitsdecreet moet de som van alle voor te leggen groenestroomcertificaten in het jaar n
(2008)steeds minstens gelijk zijn aan het aantal groenestroomcertificaten dat werd toegekend in het jaar n-1
(2007). Pas na ontvangst begin 2008 van de totale leveringscijfers 2007 van alle leveranciers en toegangshouders zal de VREG een correcte inschatting kunnen maken van de grootte van de quotumverhoging. Wij zullen de certificaatplichtigen daarvan ook zo snel mogelijk op de hoogte brengen". 3.
- Met een aangetekende brief van 9 januari 2008 deelt de VREG aan de verzoekende partij het volgende mee : "Betreft: Uitvoering van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000 - Aantal in te leveren groenestroomcertificaten Geachte (...) In uitvoering van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000 is uw firma, door haar levering van elektriciteit aan eindafnemers aangesloten op het distributienet of het transmissienet in het Vlaams gewest of door de vermelding als toegangshouder op toegangspunten waarvoor geen leverancier staat vermeld in het toegangsregister, verplicht jaarlijks een aantal groenestroomcertificaten in te leveren bij de VREG. Indien de VREG vaststelt dat de som van alle voor te leggen certificaten in het jaar n, kleiner is dan het aantal groenestroomcertificaten, toegekend in het jaar n-1, verminderd met het aantal groenestroomcertificaten dat eventueel in het kader van verplichtingen, opgelegd door andere overheden voorgelegd moet worden in het jaar n, wordt het quotum verhoogd zodat de som van alle voor te leggen certificaten in het jaar n steeds minstens gelijk is aan het aantal groenestroomcertificaten, toegekend in het jaar n-1, verminderd met het aantal groenestroomcertificaten dat eventueel in het kader van verplichtingen, opgelegd door andere overheden voorgelegd moet worden in het jaar n, conform artikel 23, §3, van het Elektriciteitsdecreet. De VREG heeft heden vastgesteld dat in het jaar 2007 2.084.243 groenestroomcertificaten werden uitgereikt. Er zijn geen verplichtingen inzake het voorleggen van groenestroomcertificaten opgelegd door andere overheden. Het totaal aantal voor te leggen groenestroomcertificaten kan pas definitief bepaald worden als alle leveringscijfers door de netbeheerders zijn meegedeeld. Deze cijfers worden heden opgevraagd. Daarna zal de VREG kunnen vaststellen of bovenstaande maatregel, die neerkomt op het verhogen van het groenestroomquotum dat decretaal op 3,75% is bepaald voor de elektriciteitsleveringen tijdens het jaar 2007, moet worden VII-37.885-5/12 toegepast. Zodra wij het totale aantal voor te leggen groenestroomcertificaten in het jaar 2008 kunnen berekenen, zullen wij u dit onverwijld ter kennis brengen. Ter uwer informatie delen we u mee dat voor het leveringsjaar 2006 in totaal en na aftrek van de vrijstellingen, vermeld in artikel 23, §3, van het Elektriciteitsdecreet, 42,3 TWh geleverde elektriciteit in aanmerking werd genomen voor de groenestroomquotumplicht. Hierbij werd geen rekening gehouden met de verbruiken op toegangspunten waar geen leverancier werd vermeld. Indien dit wel in rekening zou gebracht worden, zou de hoeveelheid elektriciteit 42,8 TWh hebben bedragen. Indien eenzelfde cijfer zou resulteren uit de leveringscijfers voor het jaar 2007 zou de VREG verplicht zijn het groenestroomquotum te verhogen van 3,75 naar 4,87%. Voor de volledigheid wenst de VREG te herhalen dat toegangshouders op punten waarvoor in het toegangsregister geen leverancier vermeld staat, vóór 31 maart 2008 groenestroomcertificaten zullen moeten inleveren voor het volledige elektriciteitsverbruik op deze toegangspunten tijdens het jaar 2007, voorzover de betrokken toegangshouder ook het gehele jaar 2007 toegangshouder is geweest. Ten slotte wenst de VREG u er nog op te wijzen dat zij op grond van artikel 37, §2, en §2ter van het elektriciteitsdecreet een administratieve geldboete zal opleggen aan uw firma indien niet het vereiste aantal certificaten zal worden ingeleverd. Deze administratieve geldboete bedraagt 125 euro per ontbrekend groenestroomcertificaat". Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Op 20 februari 2008 volgt een nieuwe brief van de VREG waarvan de inhoud luidt als volgt : "Betreft : Uitvoering van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet van 17 juli 2000 - Aantal in te leveren groenestroomcertificaten Geachte (...) In uitvoering van artikel 23 van het Elektriciteitsdecreet is uw firma, verplicht om vóór 31 maart 2008 een bepaald aantal groenestroomcertificaten voor te leggen aan de VREG, dat overeenstemt met een bepaald percentage van de totale hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh, die in het jaar 2007 afgenomen werd op afnamepunten gelegen in het Vlaams Gewest waarop uw firma geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin uw firma geregistreerd stond als toegangshouder. In ons schrijven van 9 januari 2008 hebben wij u reeds gemeld dat in het jaar 2007 door de VREG in totaal 2.084.243 groenestroomcertificaten werden uitgereikt. De VREG heeft heden het totaal aantal groenestroomcertificaten kunnen VII-37.885-6/12 berekenen die dienen voorgelegd te worden voor 31 maart 2008, op basis van de afnamegegevens die door de distributienetbeheerders en de transmissienetbeheerder aan de VREG werden meegedeeld. Op grond van deze informatie van de netbeheerders en na aftrek van de vrijstellingen, vermeld in artikel 23, §2, tweede en laatste lid van het Elektriciteitsdecreet, werd vastgesteld dat in het jaar 2007 42.560.089 MWh elektriciteit werd afgenomen op afnamepunten gelegen in het Vlaams Gewest, inclusief de afname op afnamepunten waar in het toegangsregister geen leverancier vermeld stond als toegangshouder. Dit betekent dat, op grond van artikel 23, §2, van het Elektriciteitsdecreet in totaal 1.596.003 groenestroomcertificaten dienen te worden voorgelegd aan de VREG voor 31 maart
- De VREG stelt vast dat de som van alle voor te leggen certificaten in het jaar 2008 (1.596.003 groenestroomcertificaten), kleiner is dan het aantal groenestroomcertificaten, toegekend in het jaar 2007 (2.084.243 groenestroomcertificaten). Conform artikel 23, §3, van het Elektriciteitsdecreet, wordt het quotum groene stroom bijgevolg verhoogd zodat de som van alle voor te leggen certificaten in het jaar 2008 steeds minstens gelijk is aan het aantal groenestroomcertificaten, toegekend in het jaar
- Dit betekent dat uw firma een hoeveelheid groenestroomcertificaten dient voor te leggen die overeenstemt met 4,90% van de totale hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh, die in het jaar 2007 afgenomen werd op afnamepunten gelegen in het Vlaams Gewest waarop uw firma geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin uw firma geregistreerd stond als toegangshouder. (...) Voor de volledigheid wenst de VREG te herhalen dat u als toegangshouder op punten waarvoor in het toegangsregister geen leverancier vermeld staat, vóór 31 maart 2008 groenestroomcertificaten moet inleveren voor het volledige elektriciteitsverbruik op deze toegangspunten tijdens het jaar 2007, voorzover u ook het gehele jaar 2007 toegangshouder is geweest. De VREG wil bij deze onderzoeken hoeveel groenestroomcertificaten uw firma moet voorleggen voor 31 maart 2008 om te voldoen aan bovenvermelde verplichtingen. Hiervoor gaat de VREG uit van informatie die zij gekregen heeft van de netbeheerders. Uit de geaggregeerde gegevens van alle netbeheerders op wiens net u actief was in 2007, blijkt dat in totaal 1.035.747 MWh in het jaar 2007 afgenomen werd op afnamepunten gelegen in het Vlaams Gewest waarop uw firma geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin uw firma geregistreerd stond als toegangshouder. In het kader van de toepassing van artikel 23, §2, tweede en laatste lid, van het Elektriciteitsdecreet, wordt een vrijstelling, gelijk aan 487.874 MWh, in rekening gebracht bij de berekening van het aantal voor te leggen VII-37.885-7/12 groenestroomcertificaten, met name voor wat de afnamepunten betreft waarop in het jaar 2007 meer dan 20 GWh elektriciteit werd afgenomen en de afnamepunten van afnemers die instaan voor het openbaar vervoer (waarbij voor deze laatste categorie de drempel van een afname van minstens 20 GWh per afnamepunt niet geldt). Op basis van deze gegevens kan dus worden berekend dat uw firma 26.830 groenestroomcertificaten moet voorleggen aan de VREG vóór 31 maart
- (...). Behoudens ingeval u binnen de tien kalenderdagen na ontvangst van onderhavig schrijven (deze termijn gaat in vanaf datum van ontvangst van deze brief, zoals verzonden per fax) meldt niet akkoord te gaan met de hoger vermelde totale hoeveelheid afgenomen stroom, gaan wij ervan uit dat het hierboven vermelde aantal groenestroomcertificaten correct is en voorgelegd zal worden aan de VREG voor 31 maart
- De melding binnen de eerder vermelde termijn dat uw firma niet akkoord gaat met het uitgangspunt voor de berekening van het aantal voor te leggen groenestroomcertificaten, moet worden ingediend bij de VREG per aangetekend schrijven met vermelding van het werkelijk aantal afgenomen MWh op de afnamepunten, gelegen in het Vlaams Gewest en opgesplitst per netbeheerder, waarop uw firma in 2007 geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin uw firma geregistreerd stond als toegangshouder, samen met een duidelijke verklaring omtrent het verschil met de cijfers die de netbeheerders hebben opgegeven. De VREG heeft bepaald dat de afnamecijfers met betrekking tot afnamepunten op de netten van de distributienetbeheerders gebaseerd moeten zijn op de maandelijkse gevalideerde allocatiegegevens en dat de afnamecijfers van afnamepunten op het net van de transmissienetbeheerder gebaseerd moeten zijn op de maandelijkse gevalideerde gegevens. (...) Ten slotte wenst de VREG u er nog op te wijzen dat zij op grond van artikel 37, §2 en §2ter van het Elektriciteitsdecreet een administratieve geldboete zal opleggen aan uw firma indien niet het vereiste aantal certificaten zal worden ingeleverd. Deze administratieve geldboete bedraagt 125 euro per ontbrekend groenestroomcertificaat". Dit is de eerste bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verzoekende partij vraagt in haar verzoekschrift "voor zover nodig" de nietigverklaring van de tweede bestreden beslissing van 9 januari
- VII-37.885-8/12
- Artikel 2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt, hetgeen de rechten van verdediging overigens vereisen, dat het voorwerp van het beroep door de verzoekende partij zelf in haar verzoekschrift wordt bepaald. Door de wijze waarop de verzoekende partij het voorwerp van het beroep formuleert, met name "voor zover nodig", laat zij het, in strijd met de voormelde bepaling, aan de Raad van State over om het voorwerp van het beroep te bepalen. In zoverre de nietigverklaring wordt gevraagd van de brief van de VREG van 9 januari 2008, is het beroep derhalve niet ontvankelijk. V. Rechtsmacht van de Raad van State
- De eerste bestreden beslissing strekt tot het bepalen van het aantal groenestroomcertificaten dat de verzoekende partij uiterlijk tegen 31 maart 2008 aan de VREG dient voor te leggen. In de bij de eerste bestreden beslissing gevoegde bijlage 1 worden de concrete gegevens vermeld op grond waarvan de VREG haar berekening heeft uitgevoerd en tot het resultaat van 26.830 voor te leggen certificaten is gekomen. De berekeningswijze van het aantal groenestroomcertificaten dat in een bepaald jaar moet worden voorgelegd, is vastgesteld in artikel 23 van het elektriciteitsdecreet. Paragraaf 2 van voormelde bepaling luidde ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing als volgt : "Het aantal groenestroomcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden voorgelegd, wordt vastgesteld met de formule : C = G × Ev Waarbij : C gelijk is aan het aantal voor te leggen certificaten, uitgedrukt in MWh (1 000 kWh); G gelijk is aan : 1° 0,008 op 31 maart 2003; 2° 0,012 op 31 maart 2004; 3° 0,020 op 31 maart 2005; VII-37.885-9/12 4° 0,025 op 31 maart 2006; 5° 0,030 op 31 maart 2007; 6° 0,0375 op 31 maart 2008; 7° 0,0450 op 31 maart 2009; 8° 0,0525 op 31 maart 2010; 9° 0,0600 op 31 maart 2011; Ev gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit uitgedrukt in MWh die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten gelegen in het Vlaams Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afname-punt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder. In afwijking van het eerste lid wordt Ev verminderd met de volgende hoeveelheden : 1° per afnamepunt waarop in het jaar n-1 meer dan 20.000 MWh, maar minder dan 100.000 MWh elektriciteit werd afgenomen, 25 % van het verschil tussen deze afname, uitgedrukt in MWh, en 20.000 MWh, pro rata de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was; 2° per afnamepunt waarop in het jaar n-1 meer dan 100.000 MWh werd afgenomen, 20.000 MWh vermeerderd met 50 % van het verschil tussen de afname, uitgedrukt in MWh, en 100.000 MWh, pro rata de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. Het geheel van de afnamepunten van afnemers die zorgen voor het verzorgen van openbaar vervoer kunnen als 1 afnamepunt worden beschouwd". Paragraaf 3 bepaalt voorts : "Indien de reguleringsinstantie vaststelt dat de som van alle voor te leggen certificaten C in het jaar n, kleiner is dan het aantal groenestroomcertificaten, toegekend in het jaar n-1, verminderd met het aantal groenestroomcertificaten dat eventueel in het kader van verplichtingen, opgelegd door andere overheden voorgelegd moet worden in het jaar n, wordt G, onverminderd § 2, verhoogd zodat de som van alle voor te leggen certificaten C in het jaar n steeds minstens gelijk is aan het aantal groenestroomcertificaten, toegekend in het jaar n-1, verminderd met het aantal groenestroomcertificaten dat eventueel in het kader van verplichtingen, opgelegd door andere overheden voorgelegd moet worden in het jaar n". De berekeningsmethode voor het aantal in te dienen groenestroomcertificaten ligt wettelijk vast en terzake beschikt de VREG over geen enkele vrije beoordelingsmarge. De door de eerste bestreden beslissing aan de verzoekende partij opgelegde verplichting tot het indienen van 26.830 VII-37.885-10/12 groenestroomcertificaten komt louter neer op de mathematische uitkomst van de in het decreet vastgestelde berekeningswijze. De uitsluitend gebonden bevoegdheid van de VREG impliceert dat, in geval van betwisting, de justitiële rechter in het kader van een betwisting over een subjectief recht kan bepalen hoeveel groenestroomcertificaten de betrokken toegangshouder moet voorleggen.
- Gelet op hetgeen voorafgaat, wordt besloten dat het werkelijke voorwerp van het beroep een betwisting over subjectieve rechten betreft en dat de Raad van State overeenkomstig artikel 144 van de Grondwet niet bevoegd is om kennis te nemen van voorliggend annulatieberoep. VI. Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof
- In haar laatste memorie verzoekt de verzoekende partij tot het stellen aan het Grondwettelijk Hof van de volgende prejudiciële vraag : "Schendt het artikel 23 van het elektriciteitsdecreet zoals gewijzigd door de artikelen 33 en 34 van het decreet van 25 mei 2007 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu, energie en openbare werken de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en de artikelen 170 en 172 van de Grondwet alsmede het grondbeginsel van rechtszekerheid in de mate dat het aan de toegangshouders zou verplichten om op 31 maart 2008 in verhouding tot het volledige elektriciteitsverbruik in het jaar 2007, en dus met terugwerkende kracht, een aantal groenestroomcertificaten voor te leggen, hoewel deze toegangshouders pas op 19 juni 2007 in het Belgisch Staatsblad kennis konden nemen van de invoering van deze nieuwe financiële verplichting ?".
- Artikel 26, § 2, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bepaalt dat het rechtscollege niet gehouden is tot het stellen van een prejudiciële vraag "wanneer de zaak niet door het betrokken rechtscollege kan worden behandeld om redenen van onbevoegdheid of niet-ontvankelijkheid, tenzij wanneer die redenen ontleend zijn aan normen die zelf het onderwerp uitmaken van het verzoek tot het stellen van de prejudiciële vraag". VII-37.885-11/12
- De vermelding in de gesuggereerde prejudiciële vraag van artikel 23 van het elektriciteitsdecreet, zoals gewijzigd bij decreet van 25 mei 2007, houdt verband met de aan voormelde bepaling toegeschreven retroactieve werking en niet met de in die bepaling vastgestelde berekeningswijze van het aantal groenestroomcertificaten dat in een bepaald jaar moet worden voorgelegd. De gesuggereerde prejudiciële vraag is derhalve niet betrokken op de redenen die de Raad van State ertoe hebben gebracht zijn rechtsmacht af te wijzen. Er kan dan ook niet worden ingegaan op het desbetreffende verzoek van de verzoekende partij. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.885-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.602 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div