id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.604 Rolnummer: A. 193197/VII-37385 Zaak: Arrest 209604 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 09/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-20 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 05:31 Fiche Arrest nr 209.604 van 9 december 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 209.604 van 9 december 2010 in de zaak A. 193.197/VII-37.
- In zake : Hadda BALI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Van Camp kantoor houdend te Antwerpen Lange Nieuwstraat 21-23 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMS ZORGFONDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid van 30 april 2009 waarbij het bezwaarschrift van de verzoekster tegen het opleggen van een administratieve geldboete ongegrond wordt verklaard en beslist wordt dat de geldboete verschuldigd blijft. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 198.000 van 19 november 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-37.385-1/5 De verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 november
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Van Camp, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Bevoegdheid van de Raad van State
- In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve de bevoegdheid van de Raad van State onderzocht en wordt een exceptie van onbevoegdheid VII-37.385-2/5 opgeworpen. In essentie houdt deze exceptie in dat de verwerende partij noch wat betreft de beslissing om al dan niet een administratieve geldboete op te leggen, noch wat betreft het bedrag van die boete, over enige appreciatiemarge beschikt, dat het daarom een gebonden bevoegdheid betreft en dat het werkelijk voorwerp van het geschil derhalve over subjectieve rechten gaat. Volgens deze exceptie kan de bevoegdheid om daarover te oordelen niet worden ingepast in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en is de Raad van State dus niet bevoegd. De verzoekster en de verwerende partij stellen evenwel dat de Raad van State over de nodige rechtsmacht beschikt.
- Wanneer een administratieve overheid een administratieve geldboete oplegt met toepassing van een in een wet, decreet of ordonnantie gestelde sanctieregeling, en de wetgever de bevoegdheid om daarvan kennis te nemen niet heeft opgedragen aan een justitiële rechter, is de Raad van State in de regel bevoegd om die administratieve geldboete te toetsen met toepassing van de algemene bevoegdheid die hij heeft om te oordelen of een maatregel van de overheid al dan niet met machtsoverschrijding is genomen. Artikel 21bis van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, vervangen bij decreet van 24 juni 2005 en retroactief, met ingang van 1 mei 2006, gewijzigd bij decreet van 30 april 2009, luidt als volgt : "Artikel 21bis. §
- Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 3, wordt een administratieve geldboete opgelegd aan iedereen die aangesloten is bij een zorgkas en die drie keren, niet noodzakelijk opeenvolgende keren, de bijdrage, vermeld in artikel 4, § 5, niet of slechts gedeeltelijk heeft betaald. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde jaren waarvoor de bijdrage niet, slechts gedeeltelijk of laattijdig werd betaald, niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid. Voor personen die op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de administratieve boete wordt opgelegd, gerechtigd zijn op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, of het OMNIO-statuut bedoeld in artikel 37, § 1, tweede lid en derde lid, en § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op VII-37.385-3/5 14 juli 1994, bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. Voor alle andere personen bedraagt de administratieve geldboete 250 euro. Onverminderd de toepassing van het eerste lid, blijven de achterstallige bijdragen verschuldigd. §
- De Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de administratieve geldboete. Ze wijst de ambtenaren aan die de geldboete kunnen opleggen. §
- Indien de administratieve geldboete niet betaald wordt, wordt de geldboete, evenals de achterstallige bijdragen, bij dwangbevel ingevorderd. De Regering wijst de ambtenaren aan die een dwangbevel kunnen geven en uitvoerbaar verklaren. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. §
- De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek". Deze bepaling werd in het decreet ingevoegd bij amendement. In de verantwoording ervan wordt gesteld : "De beslissingen van de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren om een administratieve geldboete op te leggen, zijn administratieve rechtshandelingen en bijgevolg vatbaar voor een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State. Volgens het Arbitragehof voldoet de afdeling administratie van de Raad van State aan de vereisten van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de mens en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO-verdrag) met betrekking tot de rechten van verdediging (Arbitragehof, arrest nr. 127/2000 van 6 december 2000, nr. B.14.1 e.v.; advies van de Raad van State bij het voorontwerp van decreet houdende water bestemd voor menselijke aanwending, Parl. St. Vl. Parl. 2001-02, nr. 1045/1, blz. 107-109). (Parl. St. Vl. Parl., 2004-05, stuk 334, nr. 3)".
- De bestreden beslissing is overigens niet de beslissing zelf die de administratieve geldboete oplegt, maar is er een die werd genomen na het door de verzoekster ingediende bezwaar in het kader van het uitvoeringsbesluit, te dezen het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 houdende de erkenning, de registratie en de machtiging, en houdende de aansluiting, de aanvraag en de tenlasteneming in het kader van de zorgverzekering, zoals herhaalde malen gewijzigd.
- De Raad van State heeft dus wel degelijk de rechtsmacht om kennis te nemen van onderhavige zaak. VII-37.385-4/5 BESLISSING
- De Raad van State heropent de debatten.
- De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat het onderzoek van de zaak voort te zetten. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-37.385-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.604 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.000 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.851 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.