← België

Arrest 209609 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 09/12/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.609 Rolnummer: A. 197661/VII-37888 Zaak: Arrest 209609 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 09/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 05:31 Fiche Arrest nr 209.609 van 9 december 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 209.609 van 9 december 2010 in de zaak A. 197.661/VII-37.

  1. In zake:
  2. Liman BALKAN
  3. Remziye BALKAN
  4. Azem BALKAN
  5. Omer BALKAN wonende te Zaventem Willem Lambertstraat 2A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMS ZORGFONDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het enig verzoekschrift ingesteld op 25 augustus 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de beslissingen van het Vlaams Zorgfonds van 29 juni 2010 waarbij de bezwaren van de verzoekende partijen verworpen worden en voor ieder van hen beslist wordt dat de administratieve geldboete verschuldigd blijft. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-37.888-1/4 Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 november
  8. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partijen, die verschijnen in persoon, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. De ontvankelijkheid
  10. Artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een "uiteenzetting van de feiten en middelen" dient te bevatten. Die uiteenzetting is een substantiële vereiste en het ontbreken ervan maakt het verzoekschrift niet ontvankelijk. Een verzoekschrift dat met andere woorden geen middelen of een feitenuiteenzetting bevat, is niet-ontvankelijk. Onder "middel" moet worden VII-37.888-2/4 verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing wordt geschonden. De uiteenzetting ervan waarborgt de rechten van verdediging van de verwerende en eventueel de tussenkomende partij. Het ingediende verzoekschrift bevat echter geen middel, als hierboven omschreven. In dit verzoekschrift wordt enkel gewezen op de verhuis van Brussel naar Zaventem waardoor de Zorgkas een onbekende was voor de verzoekende partijen. Zij dachten dat het om een reclame van de ziekenkas ging en zij geven een beeld van hun ongelukkige gezinssituatie en van hun precaire financiële situatie. Een dergelijke uiteenzetting voldoet niet aan de voorwaarden opgelegd door het algemeen procedurereglement. Er wordt geen enkele wets- (of decreets)bepaling noch reglementaire bepaling opgegeven die geschonden zou zijn, noch de reden waarom die geschonden zou zijn. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk.
  11. Het beroep tot nietigverklaring moet worden verworpen. Dienvolgens moet de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatieberoep, eveneens worden verworpen. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
  13. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 700 euro, elk voor een vierde. VII-37.888-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.888-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.