id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.669 Rolnummer: A. 197896/IX-6960 Zaak: Arrest 209669 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 13/12/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-16 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-30 05:31 Fiche Arrest nr 209.669 van 13 december 2010 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 209.669 van 13 december 2010 in de zaak A. 197.896/IX-6960 In zake : Martin CARRISSEMOUX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tineke Verstraete kantoor houdend te Gent-Wondelgem Sint-Markoenstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 oktober 2010, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gerechtelijk directeur van de federale gerechtelijke politie te Kortrijk die tot gevolg heeft dat Marc Carrissemoux niet kan terugkeren naar zijn oorspronkelijke functie van rechercheur in de sectie “drugs en hormonen”. II. Verloop van de rechtspleging
- Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 december
- IX-6960-1/8 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tineke Verstraete, die verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de federale gerechtelijke politie te Kortrijk. Hij was er tot 1 april 2007 werkzaam in de sectie “drugs en hormonen”. 3.
- Met een nota van 12 maart 2007 beslist de gerechtelijk directeur van de federale gerechtelijke politie te Kortrijk om de verzoeker, wegens spanningen met zijn sectiechef, vanaf 1 april 2007, in te zetten op het arrondissementeel informatiekruispunt (AIK), waar de betrekking voor het verwerken van informatie in het domein van hormonen en drugs onbezet is wegens het overlijden van een collega. De maatregel bevat volgende verantwoording: “Deze maatregel beoogt, naast de doelstelling een afkoelingsperiode in te bouwen, u tevens een beter inzicht te laten krijgen van enerzijds de betekenis van het concept ILP in het raam van de aanpak van een fenomeen en anderzijds het recherchemanagement in het raam van de werking van een sectie.” 3.
- Met een brief van 29 september 2008 deelt de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie, in antwoord op een “klacht van 20 september 2007” van de verzoeker, hem mee dat “[w]at betreft uw IX-6960-2/8 verschuiving naar het AIK wordt verondersteld dat u, door uw inzet en ijver, de vooropgestelde objectieven van gerechtelijk directeur [L.] binnen de afkoelingsperiode […] hebt bereikt. De maatregel van inwendig bestuur […] dient niet langer gehandhaafd te worden, en een re-integratie binnen FGP Kortrijk op korte termijn moet mogelijk zijn. Dit adviserend besluit zal dan ook in die zin aan hoofdcommissaris [L.] worden meegedeeld.” Daarop inspelend vraagt de verzoeker op 9 oktober 2008 om een standpunt van de gerechtelijk directeur. 3.
- Met een brief van 15 oktober 2008 deelt de gerechtelijk directeur aan de verzoeker mee: “In antwoord op uw mail van 09/10/2008 en van 15/10/2008 kan ik u het volgende mededelen: - spreken over een reïntegratie in de FGP KORTRIJK is inderdaad zinloos vermits ge de FGP KORTRIJK nooit verlaten hebt. - De AIG heeft een advies gegeven, wat niet het equivalent is van een beslissing. - U verricht volgens CP [D.] goed werk op het AIK. Deze vaststelling is positief en ondersteunt de werking van het AIK dat momenteel geconfronteerd is met de afwezigheid van lange duur van twee van zijn personeelsleden […]. Uw aanwezigheid is dus niet alleen nuttig maar ook nodig. De conclusie van dit alles is, dat ik het aangewezen acht om u op het AIK te handhaven.” De verzoeker reageert daar op 17 oktober 2008 als volgt op: “Ik neem er kennis van dat het nu de zoveelste maal is dat u een reïntegratie binnen het operationeel kader van de FGP weigert. Ik bedoel hiermee de sectie drugs. Een advies van de AIG wordt naast zich neergelegd. Ik meen te weten dat er kortelings twee plaatsen zullen ingevuld worden op het AIK door een lid PZ RIHO en een lid PZ VLAS. De plaats die ik moest invullen volgens de nota interne verschuiving is bij mijn weten tot op heden ook niet vacant verklaard via de mobiliteit. Als die niet vacant wordt verklaard kan ze niet ingenomen worden. Persoonlijk staat het voor mij vast dat men met alle mogelijke manieren een terugkeer wil verhinderen. IX-6960-3/8 Toen u mij staande hebt gehouden op donderdag 09.10.07 liet u tijdens het mondeling gesprek nochtans uitschijnen dat een terugkeer naar de secties mogelijk was. Ik zal weeral verkeerd begrepen hebben zeker? (…)” 3.
- Met een e-mail van 27 februari 2009 richt de verzoeker zich opnieuw tot de gerechtelijk directeur: “Directeur, Bij deze vraag ik om mijn terugkeer naar de sectie hormonen – drugs. Ik verwijs naar het adviserend besluit van de AIG en het feit dat er via de mobiliteit geen plaatsen worden opgesteld voor het AIK KORTRIJK. Bij beslissing en nota ging mijn eerste verschuiving naar het AIK door op 01.02.2007, de tweede op 01.04.
- We zijn nu bijna maart
- Mag ik u vragen deze vraag te onderzoeken of/en handhaaft u uw voorgaande beslissingen?” 3.
- De gerechtelijk directeur reageert op 27 februari 2009 als volgt: “In antwoord op uw vraag verwijs ik u naar de inhoud van mijn aangetekende brief van 15/10/2008 met kenmerk 08/secr/
- Er is terzake niets gewijzigd en bijgevolg is er geen enkele reden om de beslissing te herzien.” 3.
- Met een brief van 28 juni 2010 richt de vakbond van de verzoeker zich opnieuw tot de gerechtelijk directeur. Daarbij wordt gevraagd: “(…)
- Gelet dat betrokkene sedert 1 april 2007 via een ‘interne verschuiving’ en reeds ruim drie jaar op een niet vrijwillige basis ingezet wordt op het AIK, vraagt betrokkene andermaal de terugkeer naar zijn oorspronkelijke functie van rechercheur van de sectie ‘Drugs en hormonen’. In de hypothese dat beslist zou worden om betrokkene niet te laten terugkeren en bijgevolg te blijven inzetten op het AIK, vraagt betrokkene uitdrukkelijk en ondubbelzinnig hem ter kennis te brengen van: - de rechtsgrond waarop de overheid zich steunt om de beslissing te nemen om betrokkene verder te laten inzetten op het AIK; - de motieven die een dergelijke beslissing zouden schragen.” IX-6960-4/8 3.
- De gerechtelijk directeur van de federale gerechtelijke politie te Kortrijk antwoordt daar met een brief van 5 augustus 2010 op: “Ik heb uw brief van 28/06/2010 in goede orde ontvangen en met aandacht gelezen. (…) Wat het punt 5 betreft wil ik de aandacht vestigen op het feit dat HINP CARRISSEMOUX in de vermelde periode 2008 tot op heden naast procedures bij allerlei instanties ook gerechtelijke procedures heeft ingespannen zowel op penaal, civielrechtelijk als administratief vlak. Het lijkt me dan ook aangewezen de rechterlijke uitspraken terzake af te wachten vooraleer een beslissing in overweging te nemen.” De verzoeker leest in deze mededeling een impliciete weigering om hem te laten terugkeren naar de sectie “drugs en hormonen” van de federale gerechtelijke politie te Kortrijk. Dat is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verzoeker voert betreffende de ontvankelijkheid ratione materiae van zijn annulatieberoep onder meer het volgende aan: “De bestreden beslissing is een voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Immers, een administratieve rechtshandeling is vatbaar voor vernietiging als deze rechtshandeling de rechtstoestand van verzoeker wijzigt of belet te wijzigen. In casu betreft de bestreden beslissing het weigeren van de overheid om verzoeker terug te plaatsen – na te zijn overgeplaatst te zijn geweest in zijn huidige functie op het AIK (Arrondissementeel Informatie Kruispunt) – naar zijn oorspronkelijke functie van rechercheur van de sectie ‘Drugs en hormonen’.” Beoordeling
- De Raad van State moet ambtshalve onderzoeken of het beroep ontvankelijk is. IX-6960-5/8
- De overplaatsing van de verzoeker dagtekent van 12 maart 2007 en de verzoeker heeft die beslissing aanvaard. Op 15 oktober 2008 is zijn aanvraag om naar zijn oorspronkelijke dienst terug te keren geweigerd en twee nieuwe aanvragen, in 2009 en 2010, zijn eveneens geweigerd, de laatste met het bestreden besluit.
- Dat de aanvraag van 28 juni 2010 door de vakvereniging van de verzoeker ingediend is en dat de bestreden beslissing opgenomen is in een brief aan die vakbond kan niet beletten dat de bestreden beslissing van 5 augustus 2010 als een individuele beslissing met betrekking tot de persoonlijke situatie van de verzoeker beschouwd moet worden.
- Formeel wordt met het bestreden besluit de beslissing over de terugkeer van de verzoeker naar zijn oorspronkelijke dienst voor onbepaalde tijd uitgesteld. In de feiten betekent dit dat zijn aanvraag opnieuw geweigerd wordt en wordt daarmee enkel bevestigd wat voorheen, en met name voor het eerst met het besluit van 15 oktober 2008 en vervolgens op 27 februari 2009, reeds was beslist.
- De beslissing kan evenwel niet als een louter bevestigende beslissing aangemerkt worden. Vooreerst niet omdat zij een antwoord vormt op een gemotiveerde aanvraag van de verzoeker en de directeur zijn beslissing zelfs formeel met een specifiek motief omkaderd heeft, wat slechts het gevolg kan zijn van een nieuwe beoordeling. Vervolgens ook niet omdat de feitelijke omstandigheden in de loop van twee jaar onmiskenbaar geëvolueerd zijn in die zin dat de overplaatsing oorspronkelijk was voorgesteld als “een afkoelingsperiode”, wat inhield dat de dienstaanwijzing van beperkte duur zou zijn hetgeen in hoofde van de directeur het engagement bevatte om op geregelde tijdstippen en zeker wanneer hem daarover een vraag werd gesteld de situatie van de verzoeker te onderzoeken; wanneer daar dan een beslissing op volgt waarbij de actuele situatie van de verzoeker bevestigd wordt, gaat het om een beslissing waarbij de rechtstoestand van de verzoeker niet gewijzigd wordt, die hem aldus nadeel berokkent en die met een annulatieberoep bestreden kan worden. Daarnaast blijft IX-6960-6/8 ook de vaststelling dat de verzoeker in het tweede middel stelt dat het bestreden besluit het karakter heeft van een verdoken tuchtmaatregel.
- De omstandigheid dat de verzoeker zich niet verzet heeft tegen de eerdere beslissingen waarbij zijn terugkeer werd geweigerd en dat hij indertijd ook geen initiatieven genomen heeft om een expliciet antwoord af te dwingen op zijn vraag waarom de betrekking waarin hij overgeplaatst was niet vacant verklaard werd, verhindert niet dat hij zich nu ontvankelijk kan verzetten tegen de nieuwe beslissing die zijn toestand bestendigt.
- Het annulatieberoep is ontvankelijk ratione materiae. De verkorte procedure, voorzien in artikel 93 van het algemeen procedurereglement, kan niet gevolgd worden. Het onderzoek van de zaak moet worden hernomen volgens de regels van het algemeen procedurereglement. BESLISSING
- De debatten worden heropend.
- De zaak wordt verder afgehandeld volgens de gewone procedureregeling. IX-6960-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 december 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6960-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.669 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.222.795 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div